Tagarchief: nabootsing bij euritmie

VRIJESCHOOL- Euritmie met het kleine kind

.
Suze König, ‘Kind tanzt’, Studiummaterial I.V. der Waldorfkindergarten nr. 10

.

nabootsing en euritmie

Uit het observeren van euritmielessen op diverse kleuterscholen is bij mij de vraag gerezen of er vandaag de dag een geheel nieuwe aanpak nodig is om tegemoet te komen aan de behoeften van kinderen:

— om het verzwakte imitatievermogen te revitaliseren;

— om via euritmie hulp en genezing te bieden aan het stadskind – dat steeds meer vervreemd raakt van natuurlijke beweging en veel sterker onderhevig is aan de zwaartekracht (wat leidt tot verhoogde vermoeidheid) of wordt gekweld door innerlijke onrust.

Ik heb waargenomen hoe pedagogische euritmie, geleid door deze impuls, de kinderen bezielde en inspireerde en hen aanzette tot vreugdevolle activiteit. Er ontstond weerstand tegen de euritmie telkens wanneer het innerlijke principe van nabootsing niet volledig werd omarmd en in de lespraktijk werd toegepast. Kinderen in een kleutergroep – waar nabootsing een wezenlijk onderdeel van het dagelijks leven is – reageren uiteraard bijzonder gevoelig wanneer dit fundamentele principe van het kleuterwerk niet wordt nageleefd.
Rudolf Steiner spreekt over de “elementaire euritmie die het lichaam van het kind doordringt”.
Wie beseft hoe diep de opbouwende, vormende krachten van de euritmie – overgedragen via nabootsing – doordringen in de levensprocessen van het kind, gaat steeds zorgvuldiger en gewetensvoller om met elk euritmisch gebaar. Het gaat niet om kwantiteit, maar om kwaliteit. Men kan zien hoe scherp kinderen deze kwaliteit “aanvoelen”, hoe ze de beweging met vreugde omarmen en tot in de perfectie nabootsen.

Onder de term ‘elementaire euritmie’ verstaat men het zuivere, oorspronkelijke spraakgebaar – afgeleid van de wezenlijke aard van de klanken zelf – nadat deze tijdens de voorbereiding zijn bezield met kwaliteiten van beweging, gevoel en karakter, en nadat ze substantie en kracht hebben kunnen putten uit hun bron: de bewegingen van de planeten en de dierenriem. De vreugde die tijdens dit voorbereidende werk wordt gewekt, doordringt de euritmiebeoefening met de kinderen.

Fasen van nabootsing

In een euritmieles waar kinderen van verschillende leeftijden (3 tot 7 jaar) samenkomen, wordt het volledige ‘spectrum’ van nabootsing zichtbaar: van de tere, dromerige manier waarop de handen meebewegen (bij 3-jarigen) en de levendige, bruisende bewegingsvreugde van 4- en 5-jarigen, tot de heldere, doelgerichte gebaren van 6- en 7-jarigen. Bij deze laatste groep zien we hoe de innerlijke bewegingsstroom doorwerkt tot in de handen, waardoor een eerste, individuele uitdrukkingsvorm zich vrij kan ontplooien.

De euritmiepraktijk biedt alle gelegenheid om dit proces van zelfbetrokkenheid te voeden, zonder dat er externe tussenkomst nodig is – of die nu ondersteunend of corrigerend is – in het ontwikkelingsproces dat elk kind in zijn eigen tempo en op zijn eigen moment doormaakt. Het zou een miskenning zijn van de nabootsing – die het kind uitvoert vanuit onbewuste deelname en een gevoel van eenheid met de bewegingen van de volwassene – om het kind daarvoor te prijzen; ze proberen het niet ‘mooi’ te maken, en toch is het mooi in zijn pure toewijding.

Pas wanneer ze de leeftijd van zeven jaar naderen, begint zich een subtiele distantie te ontwikkelen tussen waarneming en handeling. Een kenmerkend aspect in deze fase is de aanvankelijke neiging van kinderen om anderen – degene tegenover hen – te corrigeren op alles wat volgens hen niet klopt. Tegelijkertijd zoeken ze bij hun eigen handelingen (in uiteenlopende activiteiten) naar bevestiging en gedeelde vreugde bij de begeleider. Ze putten moed uit het vertrouwen dat de volwassene in hen stelt – met name het vertrouwen dat ‘ze geven wat binnen hun vermogen ligt’. Een beeldend verhaal of gebaar kan hen inspireren om met enthousiasme deel te nemen.

In diverse kleutergroepen zijn positieve ontwikkelingen waargenomen wanneer 6- en 7-jarigen in de laatste periode voor de overgang naar de basisschool apart euritmieles kregen. Omdat zij als het ware bezig zijn met het vrijkomen (de geboorte) van het etherische – waardoor het schoolkind de leerrijpheid bereikt – kan de euritmieles fungeren als de ware vroedvrouw.

Afwachtende nabootsing

Kunnen we van alle kinderen verwachten dat ze tijdens de euritmieles voortdurend nabootsen? Zijn er niet enkelen die zich – in het begin of later – een tijdje afzijdig houden, of misschien zelfs met de rug naar de groep toe staan? Zijn ze er niet bij met hun aandacht? Moeten ze erbij worden betrokken?

Om hierover een juist oordeel te kunnen vellen, is een diepgaande vertrouwdheid met zo’n kind nodig. Uit langdurige ervaring kan blijken dat zo’n kind helemaal niet ongeïnteresseerd was, maar simpelweg niet meedeed aan de fysieke bewegingen. Plotseling – uit eigen beweging, zoals een jongen eens zei: “Als het vrijdag is, doe ik aan euritmie” – kan het kind ons verrassen door elke beweging met volkomen zelfvertrouwen uit te voeren. Zou deze ervaring, die zich op uiteenlopende manieren herhaalt, erop kunnen wijzen dat zich in het jonge kind – dat nog niet gespecialiseerd is in specifieke zintuigen (zoals afhankelijkheid van het gezichtsvermogen) – een diepgaand, intuïtief-muzikaal resonantieproces voltrekt via zijn unieke manier van ‘opnemen’? We kunnen zo’n kind gerust in zijn waarde laten. Het heeft de bewegingen in zich opgenomen als zaden die zich ontvouwen en rijpen tijdens de pauze, in de momenten van stilte.

Nabootsing vindt niet uitsluitend plaats door middel van directe, zichtbare uitvoering.

.
Euritmie: alle artikelen

Nabootsing: alle artikelen

Peuter-kleuterklas: alle artikelen

Opvoedingsvragen: alle artikelen

Vrijeschool in beeld: peuter-kleuterklas

.

3612-4005

.

.

.

.