Tagarchief: klas 5 plantkunde

VRIJESCHOOL – Grohmann – leesboek voor de plantkunde (5)

.

Gerbert Grohmann

‘Leesboek voor de plantkunde’.

 blz. 22, 5e hoofdstuk                                                                          alle hoofdstukken

 

5-HOE DE BLOEMEN INGEDEELD WORDEN

1.Bloemen met eenvoudige bloembekleedsels:

1.bloemen met alleen kelken (geen kroon)
   brandnetel
   bingelkruid
   aalbes
   iep
2.bloemen met alleen een kroon (geen kelk)
   lelie
  tulp
  anemoon
  orchis

2.bloemen met dubbele bloembekleedsels (kelk en kroon)
1.kroonbladeren van elkaar gescheiden. Je kunt de kroonbladeren er één     voor één afplukken en ze vallen ook afzonderlijk uit.
 roos
 anjer
 klaproos
 boterbloem

 2.kroonbladeren vergroeid
    De kroonbladeren zijn minstens aan de onderkant samengegroeid en    vormen kelken, trechters, klokjes, buisjes, schoteltjes of onregelmatige vormen, die in   hun geheel afvallen
 winde
 klokje
 primula
vergeet-me-nietje
 dovenetel
 leeuwenbekje

naar de inhoud van het boek

 

Plantkunde: alle artikelen

VRIJESCHOOL in beeld: 5e klas: plantkunde

 

 

7-5

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

 

VRIJESCHOOL – Grohmann – leesboek voor de plantkunde (4)

.

Gerbert Grohmann

      ‘Leesboek voor de plantkunde’.

 blz. 17, 4e hoofdstuk                                                                      alle hoofdstukken
.

4-OVER DE BOUW VAN DE BLOEM

Aan het bouwplan van de bloem ligt een strenge wetmatigheid ten grondslag, waarop de natuur geen uitzondering duldt.
Er is bv. geen enkele bloem waarbij de stamper niet in het midden staat en de meeldraden niet daaromheen geordend staan. Dat komt omdat de stamper de voortzetting is van de bloemsteel in de bloem. Bij de tulp kun je dit heel gemakkelijk zien, vooral wanneer de bloemblaadjes uitgevallen zijn. Sommige bloemen hebben meer dan één stamper. De kerstroos heeft er vijf en bij de dotterbloem zijn ze nog talrijker.

de stamper van een tulp met
een zittende, driedelige stempel
zo ziet een kerstroos eruit, wanneer de eerst witte
bloemhulsels groen zijn geworden. De vijf stampers zijn
tot grote zaaddozen uitgegroeid

Het belangrijkste deel van de stamper is het vruchtbeginsel, want daar legt de zon haar zaden in. Snijd je zo’n vruchtbeginsel met een scherp mes door, dan zie je de zaden prachtig geordend liggen in de kamertjes.

doorsnede van het driehoekige vruchtbeginsel van een tulp.
je ziet de zes kamertjes met de grote zaden
twee verschillende stampers,                                       stamper, bestaand uit
een met een knop en een met een                               vruchtbeginsel, stijl en
driedelige stempel                                                             stempel

De zaden zouden echter niet rijp kunnen worden, wanneer de bloem niet bestoven werd. Daarom reikt de stamper met de stempel naar het stuifmeel dat een insect van een bloem van dezelfde soort meebrengt of dat de wind ernaartoe blaast. Al naargelang de bloem is gebouwd, moet de stempel op een korte of lange stijl staan. De tulp en de klaproos hebben zittende stempels. Een stempel kan zeer verschillende vormen hebben. Ze kan uit een eenvoudig kopje bestaan; ze kan echter ook in tweeën of drieën gesplitst zijn of de vorm van een stralende ster hebben.

Bij de windbloeiers zien de stempels eruit als kleine veertjes, want zo komen ze het beste met de luchtstroom waarin het stuifmeel van andere bloemen meewaait, in aanraking.

Kijk je nu preciezer naar de bloembekleedsels, dan word je een groot wonder van de bouw van een plant gewaar. In iedere bloem is namelijk een ster geschreven. Het meest zie je in onze bloeiende planten de vijfster en de zesster. Nemen we als voorbeeld de tulp, dan vinden we dat haar bloembekleedsel uit zes blaadjes bestaat. Ook van de meeldraden zijn er zes in getal. Eigenlijk zou je moeten zeggen dat het er twee maal drie zijn, want ze vormen twee driehoeken. Het vruchtbeginsel tenslotte, heeft eveneens drie vakjes, zoals je op de doorsnede ziet. Dus alle delen van deze bloem zijn naar de wetmatigheid van de zesster gevormd.

Van de talloze  bloemen die een vijfster in zich dragen, wordt hier alleen de wilde roos nader bekeken. Het duidelijkst laten ook hier de vijf bloemblaadjes de wetmatigheid zien die de hele bloem beheerst, maar de vijf kelkpunten doen dat ook. De roos heeft zoveel meeldraden dat je er niet zo snel achterkomt dat ook deze in een veelvoud van vijf aanwezig zijn. Ze staan dicht op elkaar gedrukt.

Nu hoeven we alleen maar naar buiten te gaan en eens te kijken, welke sterrenwereld in de bloemen te vinden is.

Alle denkbare varianten zullen we onder ogen krijgen. Ook al zijn de bloemdelen tot kleine of grotere klokjes, kelkjes, kronen, waaiertjes of schoteltjes aan elkaar gegroeid, zodat je ze afzonderlijk niet meer kunt herkennen, dan nog kunnen we aan de puntjes zien, hoeveel blaadjes het uiteindelijk zijn en de ster verraadt zichzelf toch. Af en toe, maar toch veel minder vaak, komen ook drie  of vier sterren voor.

Hier zijn een paar voorbeelden van planten die iedereen kent, elk gerangschikt naar vijf- of zesster.

vijfster                                                                   zesster
roos                                                                           tulp
aardbei                                                                     lelie
appelboom                                                              narcis
boterbloem                                                             sneeuwklokje
anjer                                                                         lelietje-van-dalen
vergeet-me-niet                                                  iris
aardappel                                                                krokus

Bij sommige bloemen is het niet meer zo eenvoudig achter de stervorm te komen, omdat er ingewikkelde vergroeiingen en verdraaiingen hebben plaatsgevonden en omdat ook niet meer al die delen die bij een regelmatige ster horen, werkelijk gevormd zijn. De andere bloemdelen nemen dan ook onregelmatige, dikwijls echt merkwaardige vormen aan. Bij de dovenetel en de familie daarvan, de lipbloemigen, vinden we dergelijke omgevormde bloemen. Nog veel ingewikkelder echter zijn de zeldzame bloemen van orchissoorten en orchideeën. Die planten nemen soms zelfs dierlijke vormen aan (kevers, vliegen, bijen, spinnen, sprinkhanen enz.) of ze zien eruit als dierlijke organen. Ondanks dat ligt er aan zulke bloeiwijzen toch een ster ten grondslag.
De natuuronderzoekers tekenen de bloemen zo, zoals ze er uitzien als je er bovenop kijkt. Dan zie je in het midden de stamper, zoals in een doorsnede. Ook de kamertjes van het vruchtbeginsel met de zaadkiemen worden meegetekend. Rondom de stamper zie je hoe de meeldraden geordend staan en hoeveel er in de bloem aanwezig zijn. Maar ook de kelkblaadjes en bloemblaadjes worden in zo’n bloemschema getekend. Die worden met smalle streepjes aangeduid. Nu kan je ook heel duidelijk zien, dat de bloemdelen in kringen staan, maar zo, dat steeds een kroonblad en een kelkblad om en om staan.

Voor een botanicus is het van groot belang om te weten, hoeveel meeldraden een bloem heeft. Ook hoe de stamper is gebouwd moet een botanicus weten, omdat de planten overeenkomstig ingedeeld worden en omdat men zo hun verwantschap kan vaststellen. Maar natuurlijk neemt een natuurwaarnemer niet alleen genoegen met het vaststellen van de ster in de bloembodem. Hij zal zich de vraag stellen, hoe het toch komt, dat deze wetmatigheid in de planten voorkomt. Die kan toch onmogelijk van de aarde stammen, want aan de wortels kun je zien dat de aarde niet tot zo’n wonderbaarlijke orde kan komen.

Richten we onze blik echter op de sterrenhemel dan vinden we daar de voorbeelden die de plant met haar bloemen nabootst. Zo hebben we dan daarboven aan de hemel een fonkelende en beneden op aarde een bloeiende sterrentuin.
.

naar de inhoud van het boek

Plantkunde: alle artikelen

5e klas: alle artikelen

VRIJESCHOOL in beeld: 5e klas: plantkunde

 
 
6-4

.

VRIJESCHOOL – Grohmann – leesboek voor de plantkunde (3)

.

Gerbert Grohmann

       ‘Leesboek voor de plantkunde.
.

blz. 11, 3e hoofdstuk                                                                     hoofdstukken
.

3-BLOEMEN EN INSECTEN HOREN BIJ ELKAAR

Gleich und gleich*

Ein Blumenglöckchen

vom Boden hervor

war früh gesprosset

im lieblichen Flor;

da kam ein Bienchen

und naschte fein: –

die müssen wohl beide

für einander sein.

GOETHE

Wie eenmaal aandachtig gekeken heeft hoe een hommel een bezoek brengt aan de bloem van de dovenetel, zal zich misschien verbaasd hebben hoe precies de hommel in deze bloem past.

De sterke snuit past in de binnenste bloembuis; de onderlip van de dovenetelbloem steunt de hommel die zich met zijn pootjes kan vasthouden en de rug van de hommel past in de gewelfde bovenlip van de bloem. Daar bevinden zich namelijk de meeldraden en de stempel. Als de hommel nu bij de zoete nectar wil komen die helemaal achterin de bloembuis zit, moet hij zich inspannen en zich met kracht in de bloem naar binnenwerken.

De bloemen willen de insecten ook omhullen. Ze neigen zich tastend naar hen en de insecten komen de bloemen tegemoet. Zo vindt de een de ander.

Vergrote bloem van de witte dovenetel. Ze bootst de hommel als holle vorm na
.

Sommige bloemen maken het de insecten minder lastig dan de dovenetel. Bij deze hoeven de diertjes maar op de gedekte tafel te klimmen om alle kostelijke spijzen binnen te halen. Daarom zie je dan ook op zulke bloemen alle mogelijke insecten naast elkaar rondkruipen, behalve vlinders en bijen ook nog kevers en vliegen. Ieder vindt wat het ijverig zoekt. Zulke bloemen zijn de schermbloemigen, zoals bv. de wilde wortel.

Wie bloemen vaker met aandacht bekijkt, zal ook tot de slotsom komen, dat vele iets met vlinders te maken moeten hebben. Kan je bloemblaadjes niet met vlindervleugels vergelijken? Eenvoudige bloemen lijken zelfs nog meer op vlinders dan op bijen en hommels. Ze zijn net zo teer, vol prachtige kleur en fijn.

Verschillende bloemvormen. Boven het bloemengezicht van het tuinviooltje, daarnaast de gespleten bloemenbek van de kamperfoelie met het lange buisje voor de uitgestrekte roltong van de nachtvlinders. In het midden een klokjesbloem en het tuinleeuwenbekje met haar goedige muiltje. Daaronder de bloem van de gele zwaardlelie. Zij vormt een mond die tegelijkertijd naar 3 verschillende richtingen spreekt. Helemaal onderaan de trompetachtige bloei van de sierstruik weigelia en het zeer sterk vergrote bloemenbekje van de tijm waaruit de stijl en de meeldraden als tongen naar buitenspringen.
.

Dat ze niet dezelfde vorm hebben doet niets ter zake, want de vlinder is een dier, een insect, terwijl de bloem een deel van de plant is. Desondanks horen ze bij elkaar, ja, je zou kunnen zeggen, dat ze precies hetzelfde zijn, want beide zijn kinderen van het licht en de warmte. De bloem kijkt verlangend uit naar de vlinder en de vlinder zoekt de bloem. Wanneer het zonnetje schijnt, gaan de bloemen open en de vlinders zweven door de heldere, warme lucht. Daar voelen ze zich thuis, zoals een vis in het water. Zo gauw het echter regenachtig en koel wordt, sluiten de meeste bloemen zich en de vlinders kruipen weg. Ook de bijen blijven in de korf.

Wij weten dat de vlinders en bijen, maar ook vele andere insecten zonder de bloemen helemaal niet kunnen leven.

De bloemen maken de maaltijd, de zoete nectar, voor hen klaar en de bijen maken daar honing van. Bovendien verzamelen de bijen ook nog het stuifmeel en dragen het aan hun achterpootjes voor de jongen naar huis. Nooit nemen deze dieren voedsel onmiddellijk van de aarde. Slechts water om te drinken hebben ze nodig. Maar de meeste bloemen zouden op hun beurt geen zaad en vruchten kunnen vormen, wanneer er geen insecten waren. Wanneer namelijk het insect in de bloem kruipt, strijkt het met zijn harige pels stuifmeel af en brengt dat dan bij de volgende bloem op de stempel van de stamper. Zo bestuiven de insecten de bloemen, zonder dat ze er iets van merken. Wie zou er nu nog aan kunnen twijfelen of bloemen en insecten bij elkaar horen!

Vele bijzonder wonderbaarlijke zaken begrijp je pas uit dit samenspel van bloemen en insecten. Voor de lange roltong van de vlinders bijv. zijn er de lange en dunne bloembuisjes. Andere bloemen die door insecten met korte zuigsprieten bezocht worden, hebben ook kortere buisjes. In de bloemklokjes die naar beneden hangen, moeten insecten van onderop naar binnenkruipen om de nectar van de bodem op te likken.

Laten we de bouw van een vlinder en de bouw van een bloem nog eens nauwkeuriger bekijken! Dat we de vleugels van de felgekleurde vlinder met bloemblaadjes kunnen vergelijken, hebben we net gezien. Maar het is toch ook merkwaardig, hoe veel het smalle lichaampje van de vlinder op een plantenstengel of een bloemsteel lijkt!

En die lange, tere voelsprieten, zien die er niet net zo uit als waren het aan de kop van de vlinder vastgegroeide meeldraden? Wie het zou willen, zou uit de delen van een bloem een vlinder kunnen maken.

Nu komen we bij het meest interessante over het samengaan van bloemen en insecten. Tot nu toe hebben we alleen maar vergeleken een volgroeide vlinder met een volgroeide bloem. Maar langs welke weg ontwikkelen deze twee zich?

De plant begint met zaad. Daaruit komen groene stengels en bladeren. Dan komt de knop die er zo uitziet alsof alles tot rust is gekomen, totdat tenslotte verrassend de bloemkroon opengaat.

Zaad-groene plant-knop-kleurige bloem

Dat zijn de ontwikkelingsfasen van de plant.

En hoe is dat bij de vlinder? Eerst wordt er een eitje gelegd. Dan kruipt daar een jonge rups uit. Die voedt zich met een enorme gulzigheid met groene plantendelen en groeit daardoor zelf zo snel als een plant. Meer dan eens krijgt ze een nieuw huidje, omdat ze het anders te benauwd krijgt. Als ze dan volgroeid is, verpopt ze zich en rust een langere tijd. Niemand kan bevroeden, wanneer hij zo’n pop voor zich ziet liggen, wat daarin allemaal gebeurt en vele mensen hebben er wel eens een opgepakt, omdat die er zo merkwaardig uitzag. Op een dag echter, werd ze levend. Het dode, starre omhulsel sprong open en wat een verrassing-er kwam een bonte vlinder tevoorschijn! Zijn tere vleugeltjes waren eerst-net als bij de bloemblaadjes van de klaproos-kreukelig opgevouwen. Langzaam werden ze breder en glad. Toen kon de vlinder vliegen.

Eitje-rups-pop-vlinder

Dat zijn de ontwikkelingsfasen van de vlinder.

Nu is het natuurlijk geen kunst meer om achter de samenhang van bloem en vlinder te komen. Je hoeft alleen van allebei de ontwikkelingsfasen maar naast elkaar te zetten.

bloem                                    vlinder

knop                                      pop

stengel                                  rups

zaad                                       eitje

De bloemen zijn de aan de plant vastgegroeide, vastgehouden vlindervleugeltjes, de vlinders daarentegen zijn de zich vrij bewegende, in de lucht rondfladderende bloemen.

De andere ontwikkelingsfasen van de vlinder zijn ook aan de aarde gebonden. Zo komen ook planten tevoorschijn. Maar aan de bloem kun je het duidelijkst zien hoe vlinder en bloem bij elkaar horen, daar raken de twee natuurrijken elkaar aan.

Is het een wonder dat ze bij elkaar horen?

Wie dit heeft begrepen, weet het geheim van bloemen en insecten.

Schaue die Pflanze!

Sie ist der von der Erde

gefesselte Schmetterling.

Schaue den Schmetterling!

Er ist die vom Kosmos

befreite Pflanze.

Rudolf Steiner

vertaling:

Zie de plant!

Ze is de door de aarde

Gebonden vlinder

 Zie de vlinder!

Hij is de door de kosmos

Bevrijde plant.

-0-0-0-0-0-

In het Nederlands bestaat een soort gelijk gedicht:

 Vlinder en bloem.

Gij vlindertje in de rozenperken!
Gij bloem, die op den stengel wiegt!
Wie in uw maagschap** zich bedriegt,***
Weet geen geslachttrek~**** op te merken:
De vlinder is een bloem met vlerken,
De bloem, een vlinder, die niet vliegt.
HENDRIK TOLLENS

*van dit gedicht heb ik geen vertaling gemaakt; ook niet gevonden.
Tijdens de plantkundeperiode kan het natuurlijk heel goed gebruikt worden in de Duitse les.

**(familie)verwantschap
***zich vergissen
****familie-eigenschap

dan vond ik nog:

Zag ik een bloesem
die naar haar tak terugkeerde?
Ach, ’t was een vlinder.
Moritake

Weledaberichten nr.100 04-1974

vlinder en bloemDoor zijn intensieve verhouding tot het licht en de bloem ervaren wij de vlinder als iets bijzonders in de natuursamenhang. Door zijn lichtheid en de verfijning van de substantie in de kleurigheid van zijn vleugels, lijkt hij op een van de plant losgeraakte bloem.

naar de inhoud van het boek

Plantkunde: alle artikelen

5e klas: alle artikelen

VRIJESCHOOL in beeld: 5e klas: plantkunde

5-3

VRIJESCHOOL – Grohmann – leesboek voor de plantkunde (2)

.

Gerbert Grohman

       ‘Leesboek voor de plantkunde’.

 blz. 9, 2e hoofdstuk,                                                                     alle hoofdstukken
.

2- OVER HET WONDER VAN DE BLOEMEN IN BLOEI

Het meest volmaakte en ook het mooiste wat de plant kan voortbrengen, is de wondere wereld van de bloei.

De planten moeten, vóór ze kunnen bloeien, groene bladeren en stengels gevormd hebben. Dan komt er een ogenblik waarop het er bijna op lijkt, dat de groei al voorbij is.

Maar dat is slechts schijn, want wanneer je nauwkeuriger kijkt, kun je waarnemen,  dat daarbinnen in de groene uitlopers iets wordt voorbereid. De knoppen worden gevormd.

Wie zou daar kunnen bevroeden wat daar in stille geborgenheid gebeurt, wanneer hij het al eens niet eerder had gezien? .

Aanvankelijk wordt de knop door de groene kelkblaadjes omsloten. Die wordt groter en is goed te onderscheiden tot tenslotte het ogenblik nadert, waarop het onbeschrijfelijke onthuld wordt. Hoewel je het al weet, is het toch iedere keer weer een verrassing. Meestal voltrekt het zich in de morgenuren. Langslapers merken er niets van; wie echter vroeg opstaat, kan naast een plant gaan zitten en er naar kijken. Het duurt namelijk helemaal niet zo lang! Zelden kun je de bewegingen die een plant maakt met je ogen volgen. Bij de bloem kan dat wel. Een prachtig voorbeeld is de klaproos. Haar knoppen hangen eerst aan gebogen steeltjes naar beneden, maar net voor ze gaan bloeien, richten ze zich op. De klaproos heeft maar twee, een enkele keer ook drie kelkblaadjes die de vorm hebben van een eierschaal. Het bloeien wordt aangekondigd, doordat je tussen deze kelkbladeren een kleurige spleet ziet. Het is net of de knop van binnenuit open wil barsten. Terwijl de kelkblaadjes bij de meeste andere planten als een groene ster onder de kleurrijke kroon blijven zitten, vallen ze er bij de klaproos af.

Wat doet het vreemd aan als de bloemblaadjes van de klaproos zichtbaar worden. Omdat ze eerst nog zo verfrommeld opgevouwen zaten, kun je het je bijna niet voorstellen, dat ze glanzend glad zijn. En toch kun je met je ogen volgen hoe dat gebeurt, als je maar geduld hebt. Met schokjes spreiden ze zich uit. Tenslotte straalt de kleurige kroon in haar prille pracht.

En wat voor een wonder aanschouw je, wanneer je in het binnenste van de bloem kijkt! Daar wemelt het van zwartpaarse meeldraden. Temidden daarvan staat de dikke stamper met zijn geribbeld afdakje dat op een stralende ster lijkt. Beneden aan ieder bloemblad zie je een grote zwarte vlek. Die ziet eruit alsof de meeldraden afgegeven hebben.

Niemand zal het ooit vergeten die het ontluiken van een bloem eenmaal al meekijkend heeft gezien.

Maar zoals bij de klaproos gaat het niet bij iedere bloem. Er zijn er ook waarbij de kelk de hoedanigheid heeft aangenomen van kleurrijke bloembladeren. Om eens twee voorbeelden te noemen: de tulp en haar familie en de dotterbloem.

Sommige bloemen zijn bijzonder opvallend gevormd. Neem eens de welbekende tuiniris. Die heeft zes bloemblaadjes waarvan er maar drie rechtop staan en die zich van boven naar elkaar neigen. De andere drie hangen als tongen naar beneden in afwisseling met die rechtop staan. Ze zijn bont versierd met regenboogkleuren. Bovendien heeft elk van boven een ‘baardje’

Laten we nog eens naar het eigenlijke wonder terugkeren, zoals we een bloem toch moeten beschouwen!

Welke kunstenaar is het toch die deze schoonheid tot stand brengt?

Zou het de aarde kunnen zijn met haar vochtige duisternis? Dat zal wel niemand geloven.

Anders wordt het wanneer we aan de zon denken. Zie je niet aan de bloemen dat het schepsels zijn van licht en warmte? Kleuren kunnen toch alleen door het licht ontstaan, zoals je aan de regenboog kunt zien. Tenslotte zal toch iedereen moeten toegeven dat een bloem bovenal het meest tere en bevallige is, dat er aan een plant zit.

Je zou zeggen dat de  bloem aangegroeide vlammen zijn. Ze geven geen warmte en branden niet, maar toch zijn ze door licht en warmte gevormd; en nu begrijp je ook, waarom de groene plant haar normale groei even een ogenblik terug moet houden. Als ze gewoonweg verder gegroeid was, had de zon haar niet zo prachtig kunnen omvormen.

Want eigenlijk moet er een tweede, tedere en mooiere plant op de eerste groeien. Dat is nu de bloem. Ook haar ster -of zonnevorm deelt het ons mee: hemelse vormkrachten moeten er in het spel zijn.

In het volgende hoofdstuk zullen we de bloem eens van een heel andere kant bekijken.

naar de inhoud van het boek

Plantkunde: alle artikelen

5e klas: alle artikelen

VRIJESCHOOL in beeld: 5e klas: plantkunde

4-2

.

VRIJESCHOOL – Grohmann – leesboek voor de plantkunde (1)

.

Gerbert Grohmann

     ‘Leesboek voor de plantkunde’.

blz.7, 1e hoofdstuk                                                                            alle hoofdstukken
.

1 PLANTEN ZIJN KINDEREN VAN DE ZON, DIE OP DE AARDE GROEIEN
.

Wie ook maar een beetje heeft gekeken en nagedacht, kan weten, dat er zonder zon op de aarde geen planten kunnen leven. De aarde zou geen enkel gewas kunnen voortbrengen, wanneer ze niet steeds beschenen werd! Licht en warmte schenkend staat de zon aan de hemel als een oog dat liefheeft. Haar stralende blik betekent scheppingskracht.
In dit boek zal worden verteld hoe de zon het klaarspeelt om planten te voorschijn te lokken, stap voor stap, tot tenslotte bloei en vrucht kunnen ontstaan.

’s Zomer is natuurlijk de kracht van de zon het sterkst; tijdens de wintermaanden daarentegen, kan ze niet zo diep in de aarde binnendringen, omdat haar stralen schuin vallen, waardoor ook de lucht zo koud is. Zo komt het, dat ’s winters de groei van de planten stilstaat.

Zodra de zon langs de hemel een grotere boog gaat beschrijven en wanneer ze steeds  verder naar het oosten toe opgaat en verder westelijk achter de horizon verdwijnt en als de schaduwen dagelijks korter worden, omdat de zon natuurlijk ook hoger stijgt langs de hemel, dan komt het leven boven en onder de aarde weer in beweging.

Je weet helemaal niet waar de plantenkiemen overal verborgen lagen en je bent verrast en opgetogen dat je zoveel blaadjes, halmen en bloemen tevoorschijn ziet komen.

De bomen maakten van de winter ook de indruk, alsof ze gestorven waren, maar nu beginnen de knoppen te zwellen en bladeren en bloemen gaan zich ontwikkelen. De zon heeft ze uit hun winterrust te voorschijn gelokt.

Weldra merken de bijen het ook. Vrolijk zoemend hoor je het gonzen, zoals in een orgel; zo vlijtig zijn de bijen aan het werk en hoe vreugdevol ziet het er pas echt uit, wanneer ook de vlinders door de lucht fladderen.

Dat heeft de zon allemaal veroorzaakt. Ook onze planten in de vensterbank krijgen nu nieuwe blaadjes en bloempjes. In de tuin en op het land echter, begint nu het werk voor de mensen, want de aarde moet klaargemaakt worden voor de nieuwe bebouwing.

Wanneer we eens nauwkeuriger naar de planten kijken, krijgen we ook weet van die onbegrijpelijke veelvuldigheid. Elke soort is anders van vorm! Grassen, kruiden, heesters, struiken en bomen volgen hun eigen strenge wetmatigheden. Wanneer je ze allemaal samen bekijkt, krijg je een gevoel voor het wonder van de schepping en hoe meer je ze leert kennen des te meer moet je ze bewonderen.

Nadat we nu de macht van de zon genoemd hebben, moeten we echter ook moeder aarde naar waarde schatten, want wie zou willen geloven dat de zon alles alleen kan,  vergist zich terdege.

We nemen heel duidelijk waar, hoe de plantenwortels zich in het donkere aardrijk uitstrekken. Ze zien er niet groen uit, zoals de plantendelen die het licht ontvangen; ze hebben ook geen kleur, zoals bloemen en vruchten. Dat de wortels kunnen groeien komt, omdat de aarde ook leven in zich draagt, weliswaar ander leven dan de zon geeft, maar toch een krachtig en actief leven.

Ze heeft haar planten lief, die aarde en ze houdt ze vast in haar moederschoot. Alles wat op aarde gebeurt, valt ook de planten toe. Wanneer het regent, zuigt de aarde het water op en doet het de planten toekomen.

Het is een aardige opdracht voor een natuurwaarnemer eens te kijken hoe anders het plantenkleed eruit ziet in die streken waar weinig regen valt of waar het regenwater meteen wegzakt, dan waar de bodem veel vocht bevat. Je hoeft alleen maar aan zanderige streken te denken of aan steppen en woestijnen om te zien dat daar de zon niets te weeg kan brengen als ook de aarde niet het hare bijdraagt.

Maar je moet ook aandacht schenken aan de gesteentelagen en de grondsoorten waaruit de bodem bestaat. De prachtige arnica bv. kan niet tegen kalk. Je vindt haar dus alleen in streken waar geen kalk voorkomt, zodat je aan de planten al kan aflezen waar de bodemgesteldheid anders wordt.

Zo’n samenhang van bodem en plantendek komt veel voor. Voor de boer en de tuinman is ze van belang.

De aarde geeft haar voedingsstoffen niet alleen aan de wortel; ze dringen door tot in de hele plant.

Zo zie je dat zon en aarde samen moeten werken, willen de planten groeien.

Voor de planten is de zon de vader, de aarde daarentegen de moeder.
.

Naar de inhoud van het boek

.

Plantkunde: alle artikelen

5e klas: 5e klas alle artikelen

VRIJESCHOOL in beeld: 5e klas: plantkunde

3-1

.

 

VRIJESCHOOL – Grohmann: leesboek voor de plantkunde – inhoud

.

Gerbert Grohmann

LEESBOEK VOOR DE PLANTKUNDE

.

INHOUD

 1-Planten zijn kinderen van de zon die op aarde leven 
blz. 7

2-Over het wonder van de bloei
blz. 9

3-Bloemen en insecten horen bij elkaar
blz. 11

4-Over de bouw van de bloem
blz .17

5-Hoe de bloemen ingedeeld worden
blz.22

6-Over de bloembodem, over de sleedoorn en de appelvrucht
blz.23

7-Hoe de vruchten ingedeeld worden
blz.27

8-Hoe de planten kiemen
blz.28

9-Hoe de bomen ontstaan
blz.31

10-Over de volmaakte en de onvolmaakte planten en over kleine kinderen
blz.35

11-De ontwikkelingstrappen van het plantenrijk
blz.37

12-Hoe de aarde door middel van haar paddenstoelen bloeit en vrucht draagt
blz.38

13-Een paddenstoel die een bloem wilde worden
blz.44

14.Over de gebieden waar korstmossen voorkomen
blz.46

15-Over de plantenwereld van de zee: de wieren en algen
blz.50

16-Het mos
blz.52

17-Over de varens
blz.59

18-Over bijzondere varens
blz.67

19.Over de akkerpaardenstaart en zijn familie
blz.70

20.De zilverspar en de fijnspar
blz.74

21-De kerstboom, een stralende, bloeiende en vruchtdragende naaldboom
blz.79

22-Samenvattend overzicht van onze naaldbomen
blz.81

23-De wilg
blz.84

24-Loflied op de berk
blz.90

25-De lindeboom
blz.93

26-De eikenbomen
blz.97

27-De appelboom
blz.102

28-Hoe bloemplanten familie van elkaar kunnen zijn. Over de aardappel en de tomaat
blz.106

29-Over de parallel- en de netnervige bladeren
blz.110

30-Overzicht van enige kenmerken van parallel- en veernervige bladeren
blz.113

31-Over de tulp
blz.114

32-Eerlijk duurt het langst
blz.117

33-De roos
blz.119

34-Wonderlijk geheim in de rozenkelk
blz.121

35-Over de viooltjes
blz.122

36-Wat je aan de bladeren van de boterbloem kan zien
blz.125

37-Over de brandnetel
blz.132

38-Dove netels
blz.135

39-De plantenfamilie van de lipbloemigen
blz.138

40-Over de vogelwikke
blz.140

41.De grassen en ons broodgraan
blz.143

42.Over de kool en de plantenfamilie van de kruisbloemigen
blz.149

43.Een familie van specerijkruiden en gifplanten
blz.154

44.Over de paardenbloem
blz.164

45.Over de herfsttijloos
blz.168

46.Over de geneeskrachtige planten
blz.171

47.Wat we uit vreemde landen betrekken
blz.173

48.Specerijen en genotmiddelen
blz.174

49.Uitheemse voedingsplanten
blz.179

50.Over de palmen
blz.184

51.Over de kokospalm
blz.186

52.Over de dadelpalm
blz.190

53.Over de oliepalm
blz.192

54.Over het gelaat van de aarde
blz.193

55.De reis van een plantkundige in het Scandinavisch hooggebergte
blz.202

56.Nawoord voor de volwassenen
blz.211

Plantkunde: alle artikelen

5e klas: 5e klas alle artikelen

VRIJESCHOOL in beeld: 5e klas: plantkunde

2-0

..