Tagarchief: karma en reïncarnatie

VRIJESCHOOL – Algemene menskunde – voordracht 1 (1-3-1-3)

.

Dr. Siegfried Gussmann, Weledaberichten 140  dec. 1986

 

GEDACHTEN OVER REÏNCARNATIE
.

Hoe komt het, dat zoveel mensen de reïncarnatiegedachte tot de hunne maken? Heeft men hier te maken met invloeden van oosterse opvattingen? Maar zelfs als dat zo zou zijn, dan moet men wederom vragen: hoe komt het dat deze idee in onze tijd door zovelen wordt overgenomen? Kennelijk raakt zij een probleem, dat in het onderbewustzijn (of het bovenbewustzijn?) van veel tijdgenoten leeft: de vraag naar het vanwaar en waarheen van de persoonlijkheid. Men heeft lange tijd gemeend dat de idee van de reïncarnatie een wereldbeschouwelijk of theologisch probleem was. Pas sinds ongeveer dertig jaar begint die mening allengs te veranderen en men gaat inzien, dat de reïncarnatie-idee een vraagstuk van de menskunde is. Hierop hebben vooral Rudolf Steiner en Rudolf Bubner gewezen. Elke tulp stamt af van andere tulpen; zij ontplooit zich dan zoals het milieu, het klimaat en de tuinman dat mogelijk maken. Elke merel stamt af van andere merels; hij leeft dan op de manier zoals de merelsoort dat doet. De erfelijkheidswetten van planten en dieren zijn nauwkeurig onderzocht en worden ook praktisch toegepast. Zij gelden ook voor de mens voor zover in hem de wetmatigheden van de planten- en dierenwereld gelden. Maar bij de mens komt er iets wezenlijk nieuws bij: zijn wezen. In al de gegevens van erfelijkheid en milieu wil onze wezenlijke kern tot uitdrukking komen. Wij leven niet alleen het leven dat voor de menselijke soort typisch is. leder probeert ook, zijn absoluut eigen privéleven te leiden; ieder heeft zijn eigen biografie, zijn eigen lot. Wat ons lichaam betreft stammen wij af van onze ouders. Ook het natuurlijke en sociale milieu drukken hun stempel op ons. Waar vandaan echter stamt de kern van onze persoonlijkheid? Hier kan de vraag rijzen: hebben wij in een vorig leven de oorzaken geschapen waarvan de gevolgen in ons huidige leven gunstig of belemmerend als ons lot op ons afkomen? Hiermee wordt bedoeld, dat de mens in zijn vorig bestaan zélf het lot heeft gevormd dat hij in een volgend leven op aarde aantreft. Is hierdoor niet ook de verantwoording, die wij door ons tegenwoordige handelen op ons nemen, in een veel groter, wijder verband te zien dan wanneer wij die verantwoording alleen maar tot ons huidige bestaan beperken? Men kan zich denkend met de idee van de reïncarnatie bezighouden en dan nagaan of door die idee vragen worden beantwoord die anders raadselen zouden moeten blijven; hoe het bijvoorbeeld gesteld is met een chronische ziekte, waaraan iemand zijn leven lang lijdt, die de arts misschien kan verzachten, maar toch niet geheel kan genezen. Wie aan een chronische ziekte of een gebrek lijdt, waarvoor in dit leven geen genezing mogelijk is, kan zich afvragen: welke vermogens verkrijg ik, doordat ik met deze belemmering een leven lang mijn ervaringen opdoe? De idee van de reïncarnatie, objectief en nuchter doordacht, kan op die manier in menige levenssituatie hulp bieden. In het Duitse geestesleven heeft Gotthold Efraim Lessing onmiskenbaar voor deze idee gekozen. Aan het slot van zijn “Opvoeding van het mensengeslacht” zegt hij: “Waarom zou ik niet zó dikwijls terugkeren als ik in staat ben, mij nieuwe inzichten en vaardigheden te verwerven? Verover ik mij in één keer zoveel dat het niet de moeite waard zou zijn terug te komen?”

Literatuur:

R. Frieling: Christendom en reïncarnatie, Uitg. Christofoor
Lessing: De opvoeding van de mensheid
Steiner o.a.: Theosofie

G. Adler: Seelenwanderung und Wiedergeburt, Herderbücherei
E. Bock: Wiederholte Erdenleben, Verlag Urachhaus
R. Bubner: Evolution, Reinkarnation, Christentum, Verlag Urachhaus
H. Torwesten: Sind wir nur einmal auf Erden?, Herder Verlag

Boeken bij ABC Boeken

Algemene menskundealle artikelen

Menskunde en pedagogiealle artikelen

Rudolf Steineralle artikelen op deze blog

Vrijeschool in beeldalle beelden

.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

 

 

 

VRIJESCHOOL – Opspattend grind (31)

.

opspattend grindDeze week verscheen er ergens in een buitenlandse krant een bericht over een vrijeschool.
Over een meisje, dat door anderen in haar klas werd buitengesloten, gepest en uitgescholden. De problemen namen nog toe, toen haar vader haar na schooltijd drijfnat aantrof. De kinderen hadden bij een watertje met een kruiwagen gespeeld en haar in het water gereden. Er waren geen leerkrachten in de buurt. Die hadden haar niet schoongemaakt en afgedroogd. De onderwijzer die werd aangesproken had eenvoudig geantwoord: ‘O, ze vroeg erom.’
De school beschikt niet over een pestprotocol.
De ouders zeggen tegen de krant: ‘Ze geloven in karma en het kind moet er zelf uit komen.’

Dit speelde zich nu af in het buitenland, maar ik ken de verhalen ook van dichterbij. Van langer en korter geleden.

Er zijn veel mensen die karma en reïncarnatie als onmogelijkheden in het menselijk bestaan beschouwen en ze doen er derhalve niets mee. Dat is eerlijk!

Wie zich laat inspireren door antroposofische gezichtspunten kan karma en reïncarnatie niet zo direct afwijzen.
Maar dat is toch iets anders dan het gedrag van kinderen met een zeker gemak onder de noemer ‘karma’ brengen. Wie van ons zou durven beweren dat hij zo ver is op de scholingsweg dat hij inzicht in de geestelijke wereld, dus ook in de wetten van het karma van de aan hem toevertrouwde kinderen heeft en dit dan weet te vertalen in hoe je moet omgaan met kinderen die gepest worden. Wie van ons kent zijn kinderen vanuit hun karma?

‘Het kind moet het zelf doormaken’ is een gevaarlijke uitspraak die op schijn-spiritualiteit berust, want zoals gezegd, wie heeft dit inzicht.
De manier waarop Steiner over karma spreekt is vele malen genuanceerder dan de kortsluiting dat wanneer iemand iets naars meemaakt in zijn leven, dat door zijn karma komt.

Of, zoals Ridzerd van Dijk het op zijn Steiner Citatenblog samenvatte:

KARMA IS GEEN KWESTIE VAN EIGEN SCHULD DIKKE BULT

Daarbij komt nog dat, zoals Rudolf Steiner op tientallen plaatsen in diverse voordrachten – niet alleen in de pedagogische – zegt: antroposofie niet thuis hoort in de vrijeschool. Wil dat niet ook zeggen: geen gebazel over karma?
Wat dan wel, staat overduidelijk in zijn uitleg van de betreffende uitspraken.

Hoe zal zo’n kind zich voelen, wanneer het niet ‘van oor tot oor’, maar van ‘ziel tot ziel’ op begrip van de leerkracht had mogen rekenen?

Gelukkig zijn er wegwijzers die een andere richting aangeven (114)

 

Met dank aan Ridzerd van Dijk

 

Opspattend grind: alle artikelen

 

1137

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.