Tagarchief: billenschuiven

VRIJESCHOOL – Ontwikkelingsfasen (1-9)

.

In 1998 gaf de firma Weleda het blad ‘Puur kind’ uit. 
Daarin werd veel aandacht besteed aan het jongere kind – vanaf de geboorte tot een jaar of drie, vier.

Zoals het meestal gaat met artikelen die als basis antroposofische menskunde hebben, zijn die – ondanks dat ze al jaren geleden zijn geschreven – nauwelijks verouderd.
Natuurlijk staan er voor die tijd ‘actualiteiten’ in die dat uiteraard nu niet meer kunnen zijn.

Waar het echter gaat om ‘ontwikkeling’ en hoe we die op een goede manier = een gezondhoudende/gezondmakende kunnen ondersteunen, heeft die aan actualiteit niets ingeboet.

Noor Prent, Weleda Puur Kind, lente 2001 nr.7
.

Billenschuiven, tijgeren en kruipen

In de kruipfase leert een baby zich in de ruimte te oriënteren. Dat geeft hem straks extra zekerheid bij het staan en lopen. Hoe stimuleer je dus je kind zich om te rollen of te tijgeren?

Als A met haar zoontje J van 9 maanden binnenkomt, is hij al gemeten en gewogen. A vertelt dat de voeding met Nanny – een volledige zuigelingenvoeding van geitenmelk – haar allergische zoon goed bevalt. Hij heeft nog wat licht eczeem maar daar kan A mee leven.

Als J verkouden is of tanden krijgt en zijn weerstand even wat minder is, flakkert zijn eczeem wel op. Ik raad A aan dan een depvloeistof te maken van een mengsel van sterke kruidenthee (rooibos en/of brandnetel) en Calendula Essence , 20% (Weleda). Dat zal de vurige plekken op zijn huid tot rust brengen.

J is een goedlachs ventje. Lichamelijk is hij wat gemakzuchtig en ik ben dan ook benieuwd naar zijn motorische ontwikkeling. Enthousiast vertelt A dat J nu van zijn rug naar zijn buik rolt en terug. Hij kan ook zitten, maar kruipt nog niet. Ik vraag A hoe hij tot zitten komt. A: ‘Ik zet hem rechtop. Vaak verveelt hij zich in de box, rolt tegen de spijlen en ligt dan zielig te huilen als zijn beentje klem zit. Maar als ik hem neerzet, speelt hij lekker rustig.’

Hoewel het goed te begrijpen is dat je je baby op deze manier ter wille bent, vertel ik A dat je er ook rekening mee moet houden dat die hulp een keerzijde heeft.

Omrollen en tijgeren

Het natuurlijke verloop van de motorische ontwikkeling begint als een baby zich oefent in het fixeren van de ogen. Na 4 à 6 weken kijkt je kind je echt in de ogen en kan hij jouw blik vasthouden.
Al snel leert hij om datgene wat hij fixeert ook met zijn ogen en hoofd te volgen. Met een maand of drie kijkt hij naar zijn voorbij maaiende handjes en leert die langzaam te richten.

Als ze een half jaar zijn kunnen de meeste baby’s op hun zij rollen en ook voorwerpen naast zich pakken. Dan volgt het omrollen. Eerst alleen van rug naar buik. Vaak moet je in het begin nog helpen je baby weer op de rug te leggen, want hij wordt gauw moe van de buikligging. Maar al snel zal hij de kunst van het zelf terugrollen meester zijn en zo mogelijk de hele kamer door rollen.

De uitdaging om iets te pakken wat buiten zijn bereik ligt, stimuleert de baby tot vooruit bewegen op de buik, het ‘tijgeren’.
De volgende stap is een soort tenthouding, op handen en voeten, met het achterwerk omhoog. Vervolgens schuiven de knietjes eronder en leert hij kruipen. Vanuit de kruiphouding ontdekt de baby dat hij kan gaan zitten. Maar al voordat hij uit zichzelf gaat zitten, is de rugmotoriek stevig genoeg om het bovenlichaam zonder steun rechtop te houden. Dan kun je hem ook best korte tijd in de kinderstoel of het fietszitje zetten. Maar een paar overwegingen pleiten ervoor hem niet op zijn billetjes neer te zetten.

Kruipen en staan

Veel baby’s die zitten voor ze leren kruipen, slaan het kruipen gewoon over. Ze worden billenschuivertjes, die vanuit zithouding leren staan en lopen. Maar juist bij het kruipen kan een baby ervaren hoe zijn lijfje zich verhoudt tot de hem omringende ruimte. Hij is met zijn hele lichaam actief en voelt wat boven en onder, links of rechts, voor en achter is. Zo bereidt hij zich voor op het staan en lopen. Het is voor een kind een enorme vrijheidsbeleving wanneer het zichzelf vanuit de kruiphouding ontworstelt aan de zwaartekracht en staande zijn evenwicht in de ruimte vindt. Als de kruipfase eenmaal is overgeslagen, haalt een baby dit aspect van zijn ontwikkeling niet meer in.

Er kleeft nog ander nadeel aan de toewijding waarmee A haar baby rechtop zet in de box. Dat een baby het niet fijn vindt om in de box alleen maar te liggen, berust meestal op een invulling van de ouders. Dat idee vind je bevestigd als gejengel of gehuil uit de box klinkt. Om van je eigen gevoel van onvrede af te zijn, help je hem overeind. Dat kan het begin vormen van de vicieuze cirkel van ‘u vraagt en wij draaien’. Zo’n gedragspatroon slijpt er snel in, maar is o zo moeilijk weer te doorbreken. Je kind zal er later steeds weer naar teruggrijpen wanneer het iets wil, maar niet zelf in actie wenst te komen.

Frustratie overwinnen

Beter is het wanneer je je terughoudend opsteit en kijkt hoe je kind omgaat met zijn frustratie over iets dat hem niet lukt. Het steeds weer opnieuw proberen – en de strijd uiteindelijk winnen – heeft een enorm gunstig effect op de ontplooiing van zijn wilskracht. Je neemt niets van hem over, maar schept wel de voorwaarde waarbinnen je baby zijn motoriek veilig kan ontwikkelen. Natuurlijk zijn er kinderen die, zoals J, een extra stimulans nodig hebben om hen wakker te maken voor nieuwe uitdagingen. Dat kun je doen door bijvoorbeeld een paar keer per dag de bewegingsruimte te vergroten en je baby op een kleed in de kamer te leggen. Daarna kan hij in de rust van de box verwerken wat hij heeft geleerd.

Maar juist bij kinderen die wat traag zijn in hun ontwikkeling is het van groot belang hen – naast het bieden van stimulerende voorbeelden – zo min mogelijk te helpen en zoveel mogelijk eigen inzet te laten tonen. 
.
voor consultatiebureauswww.kinderspreekuur.nl

.
Dr. Mesker deed onderzoek naar de samenhang tussen kruipen en leren: De menselijke hand.
Daarop gebaseerd zijn er verdere publicaties verschenen over het belang van de motorische ontwikkeling.

.

Ontwikkelingsfasenalle artikelen

Opvoedingsvragenalle artikelen

.

2010

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.