Tagarchief: angst

VRIJESCHOOL – Opvoedingsvragen (16-2)

.

In 1998 gaf de firma Weleda het blad ‘Puur kind’ uit. 
Daarin werd veel aandacht besteed aan het jongere kind – vanaf de geboorte tot een jaar of drie, vier.

Zoals het meestal gaat met artikelen die als basis antroposofische menskunde hebben, zijn die – ondanks dat ze al jaren geleden zijn geschreven – nauwelijks verouderd.
Natuurlijk staan er voor die tijd ‘actualiteiten’ in die dat uiteraard nu niet meer kunnen zijn.

Waar het echter gaat om ‘ontwikkeling’ en hoe we die op een goede manier = een gezondhoudende/gezondmakende kunnen ondersteunen, heeft die aan actualiteit niets ingeboet.

Ook ‘het jongste kind’ komt eenmaal op school. Wat brengt het mee uit zijn eerste ontwikkengsjaren, wat heeft het al beleefd, doorgemaakt. Hoe vaak ontdek je in de kleuterklas of later niet dat problemen die zich daar voor doen, eigenlijk al veel eerder begonnen. Hier een artikel over een ‘wakker en onrusitig kind van drie maanden.

Op het consultatiebureau

Erg wakker en onrustig

Noor Prent is* als arts werkzaam op het Consultatie Bureau MIRA in Maastricht**. Voor Puur Kind zal zij iedere keer een typisch geval uit haar praktijk belichten. (Wat doet zij bijvoorbeeld als er een moeder met een kind van drie maanden bij haar in de spreekkamer komt, dat volgens haar veel te wakker en te onrustig is?)

Op het consultatiebureau komt Marion met haar zoontje Bart van drie maanden. Kort daarvoor is de wijkverpleegkundige bij haar op huisbezoek geweest om kennis te maken en het dossier in te vullen. Marion vertelde dat haar zwangerschap prettig was verlopen maar dat ze wel steeds bang was geweest: eerst voor de mogelijkheid dat het mis zou gaan met de zwangerschap – ze was namelijk direct na een miskraam weer zwanger geworden – later voor de pijn bij de bevalling. Tijdens haar zwangerschap werkte ze er samen met een kinesiologe (bewegingstherapeute) hard aan om met deze angst te leren omgaan. Begeleid door de vroedvrouw werd Bart vlot geboren volgens de onder-water-methode, hoewel Marion op het eind van de bevalling een aanval van hyperventilatie kreeg. ‘Toch was het een fijne gebeurtenis,’ zegt ze daar nu over. ‘Ik zie ook met meer vertrouwen uit naar een eventuele volgende bevalling.’

Bart 

Vanaf de geboorte is Bart vrijwel de hele dag wakker. Hij huilt veel. Marion stopt met borstvoeding als ze weer gaat werken. Dan gaat Bart een dag per week naar de crèche en twee dagen naar een familielid. Dat is een regeling waarbij Marion zich goed voelt, maar die haar ook vaak een gevoel van stress bezorgt. Want ze is zich ervan bewust dat ze twee taken heeft te vervullen en ze wil beide goed doen, niet half.

Ik bekijk Bart. Hij is heel wakker en erg onrustig. Hij maait met zijn armen en beentjes om zich heen. Als ik hem aankijk, fixeert hij even mijn blik, maar al snel is zijn aandacht weg. Hij huilt. Ik zie dat Bart een kind is dat alle indrukken, alles wat er om hem heen gebeurt, heel sterk in zich opneemt. Ook de strijd van zijn moeder om twee belangrijke taken zo goed mogelijk met elkaar te verenigen, kan aan zijn onrust hebben bijgedragen, evenals haar angst tijdens de zwangerschap, die ondanks Marions inzet voor een deel toch is gebleven.

Angst veroorzaakt een krampachtige spanning in het lichaam, een soort klaar-voor-de-vlucht-situatie. Bij Marion werd die terugtrekkende beweging zichtbaar in de hyperventilatie tijdens haar bevalling. Door de hoge, snelle ademhaling raakt je (bewustzijn wat los van dat deel van je lichaam waar op dat moment juist van alles gebeurt. Die terugtrekkende bewegingen, die ook optreden bij hevige schrik of verdriet, neemt het kindje tijdens de zwangerschap en de geboorte waar en ze werken op hem in.

Bakeren

Om Bart een wat groter gevoel van bescherming te geven, adviseerde ik Marion om hem in te bakeren. Dat is het volgens een bepaalde, beproefde manier stevig inwikkelen van de baby voordat hij op zijn rug te slapen wordt gelegd, zowel overdag als ’s nachts. Daardoor ervaart een kind de grens van zijn eigen lijfje. Hij komt in een coconnetje terecht waarbinnen het makkelijker is zichzelf warm te houden en zich veilig te voelen. Hij zal misschien wel even vechten met die stevige, inperkende jas, maar al snel voelt hij zich geborgen. De onwillekeurige bewegingen die zo rusteloos zijn en hem uit zijn slaap houden, krijgen geen kans meer. Hij geeft zich over aan het warme, omhulde gevoel. Het is alsof hij luistert naar het voorbeeld dat het bakeren hem geeft: hierbinnen (in jouw lijfje) woon je, hier moet je het allemaal doen. Hij ontspant zich en komt tot rust. Juist in de slaap wordt er aan het lichaampje gebouwd en wordt alle voeding (aardse maar ook psychische voeding) verteerd en opgenomen. Bakeren klinkt ouderwets. Maar het kan een heel eigentijds antwoord zijn op de behoefte van een baby om zijn grenzen te leren kennen. Bakeren moet echter wel goed gebeuren. In de brochure ‘Gewikkeld in doeken’ staan precieze aanwijzingen hiervoor. Naast inbakeren kunnen gerichte adviezen voor de verzorging, voeding en opvoeding verdere hulp bieden. Opvoeding begint namelijk al in de wieg wanneer de ouder, al luisterend naar de taal die het kind spreekt, aangeeft wat de regels zijn, welk ritme er is. Die duidelijkheid geeft een basis van vertrouwen en zekerheid.

Zelf verder experimenteren

Al tijdens het volgende bezoek aan het consultatiebureau vertelt Marion me dat het veel beter gaat met Bart. Hij slaapt goed, ook overdag en is een stuk rustiger. Twee factoren hebben het goede resultaat ondersteund. Toen Bart na enkele weken begon te protesteren en het erg lastig werd om hem in te bakeren, vond Marion zelf een andere vorm van stevig inpakken die wel voldeed. Daarnaast had een familielid hen erop gewezen dat de baby weinig eigen ruimte kreeg omdat ze bij de minste of geringste kik al naar hem toe gingen en hem oppakten. Marion en haar man realiseerden zich dat ze Bart uit onzekerheid ongewild veel te vaak stoorden en hem geen kans gaven het zelf even uit te zoeken. Nu ze hem wat meer ‘aan zijn lot overlaten’ heeft dat de rust versterkt. Bart is nu vijf maanden oud en een stevige baby die vrolijk lacht en goed contact maakt.

*aan het begin van het artikel in ‘Puur kind’, nr.1 lente 1998

met toestemming van de auteur

**voor consultatiebureauswww.kinderspreekuur.nl

.

www.wikkelfee.nl

.

Opvoedingsvragen: alle artikelen

Ontwikkelingsfasen: alle artikelen

.

1494

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

Advertenties

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Michaël (13)

.

GRENZEN VAN DE GROEI EN GROEI VAN DE GRENZEN

 De Michaëlgedachte in deze tijd

De vraag naar de zin van het bestaan is voor steeds meer mensen gelijk aan de vraag naar de overlevingskansen van de mensheid, vooral sinds de Club van Rome halverwege de jaren zestig het geruchtmakende rapport ‘Grenzen aan de groei’ publiceerde. Veel mensen be­leefden dit als de zwanenzang van de
in­dustriële maatschappij, als het slotak­koord van het loflied op de ongeremde vooruitgang.

Het ‘doemdenken’ stak de kop op, het spook van het fatalisme, dat Rudolf Steiner het meest bedenkelijke symptoom van deze tijd heeft genoemd [1]. Tegelijk met het fatalisme diende zich een twee­de verschijnsel aan: de angst.

‘Wo Gefahr ist, wächst das Rettende auch’, heeft Hölderlin eens gezegd. (Waar gevaar is, neemt ook ‘het reddende’ toe). Om dit ‘reddende’ te herkennen is echter een innerlijk, grensoverschrijdend ge­baar nodig. Het kan niet onze bestem­ming zijn om eenmaal gegeven grenzen voor lief te nemen. Het gaat erom dat we die grenzen die we graag aan de externe omstandigheden toeschrijven, maar die we onszelf meestal opleggen voort­durend verruimen, dat we werken aan de ‘groei van die grenzen’.

De ‘grenzen van de groei’ wijzen op de bestemming, het wezen, van de mate­rie. De ‘groei van de grenzen’ wijst op de tegenpool daarvan: de werkzaamheid van de geest. Wie zich aan de ene of de andere pool vastklampt, gaat stagnatie en verstarring tegemoet. We moeten juist in en met de tegenstelling van geest en materie leren leven.
In zijn autobiografie zegt Rudolf Steiner dat dit hetzelfde is als ‘begrip voor het leven hebben [2].

Kijken we naar het veranderende beeld van de natuur in de loop van het jaar, dan is de zomer de tijd waarin we sterk in de natuur opgaan, de tijd van ‘natuurbewustzijn’. In de herfst spelen zich in de natuur veranderingen af, waar we al­leen bij aan kunnen sluiten als we ons bewustzijn veranderen. Zelfbewustzijn in plaats van natuurbewustzijn is nu aan de orde, aldus Rudolf Steiner in zijn voordracht van 5 oktober 1923 (de zogenoemde Michaël-imaginatie [3]. Het signaal tot die verandering gaat van de natuur zelf uit. In de nazomer doortrekken de vallende sterren de hemel met meteoorkrachten, met meteoorijzer. Hetzelfde proces dat daar tussen hemel en aarde plaatsvindt, speelt zich ook af in de mens: “wanneer in ieder bloedli­chaampje de ijzerverbinding schiet. Daarbij gebeurt “heel in het klein, minutieus hetzelfde als wanneer de meteoor­steen lichtend, stralend door de lucht naar beneden suist”, heet het in de ge­noemde voordracht.

Zo is het meteoorijzer de bemiddelaar tussen natuurbewustzijn en
zelfbewust­zijn, en het is tegelijkertijd de substantie die in het menselijk organisme de angst te lijf gaat [4]. De dichte materie van het ij­zer roept in de mens namelijk de tegen­beweging op: de beweging naar de geest. Het is het ijzer dat we smeden en aan ons uiterlijke bestaan dienstbaar maken. En het is hetzelfde ijzer dat in ons innerlijk de redding brengt: dat in plaats van angst en fatalisme, onze ini­tiatiefkracht doet groeien.

[1]   ‘Der Fatalismus als Zeitschädling’ in Aufsätze über die Dreigliederung des
sozialen Organismus, GA 24, blz. 163 e.v.
[2]  Mijn levensweg, Zeist 1993, hoofdstuk 22. Nederlandse vertaling
[3]  Das Miterleben des Jahreslaufes in vier kosmischen Imaginationen, GA             229. Nederlandse vertaling
[4] Rudolf Steiner spreekt hier van ‘Entangstigung’ van het bloed.

Michaël illustratie

(Weledaberichten nr.163, sept. 1994, vrij vertaald en bewerkt naar Walter Kugler, Rudolf Steiner Nachlassverwaltung, Dornach)

Michaël meteoorijzer 2

Meteoorijzer (Ferrum sidereum).
Tot de verschillende vormen van ijzer die in sommige Weleda geneesmiddelen worden verwerkt, behoort ook een zeer bijzondere ijzersoort. Deze is niet op de aarde ontstaan maar heeft een kosmische oorsprong.

IJzer is een zeer verbreid element. De bruine kleur van de grond is bijvoorbeeld hieraan te danken. In de natuur vindt men echter alleen de roestbruine verbindingen en zouten van het ijzer. Het zuivere metaal treft men praktisch nergens aan. Een uitzondering is het meteoorijzer. Er zijn op vele plaatsen kleine en grote, soms vele tonnen zware exemplaren gevonden, die vroeger door de mensen vol eerbied werden bekeken.

In de oudere literatuur wordt dit “uit de hemel gevallen” ijzer zelfs “menslievend” genoemd, omdat er nooit iemand door een vallend stuk meteoorijzer zou zijn gewond.

Meteoorijzer bevat behalve ijzer en nikkel nog een kleine hoeveelheid kobalt. Een kenmerk ervan is zijn grote hardheid en taaiheid, het is moeilijk te bewerken. Vroeger, toen men gelegeerd staal nog niet kon vervaardigen, was meteoorijzer de enige beschikbare grondstof. Het zwaard van Siegfried, de moedige legendarische held die geen vrees kende, was uit dit kosmische metaal gesmeed.

Er bestaat een beproefde methode om zich van de echtheid van meteoorijzer te overtuigen: men slijpt het ijzer ergens een beetje glad, polijst die plek en bedruppelt die met een verdund zuur. Als het echt meteoorijzer is, worden er heel typerende lijnen zichtbaar, de zogenaamde figuren van Widmannstatten.

(Weledaberichten, nr.142, sept. 1987)

.

Michaël: alle artikelen

Jaarfeesten: alle artikelen

VRIJESCHOOL in beeld: Michaël       jaartafel

.

(Meteoor)ijzer

Meteoorijzer: in mineralogie

.

260-245

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.