Categorie archief: geschiedenis

VRIJESCHOOL – Vertelstof – biografieën – Augustus

.

Augustus  

63 v. Chr.-14 na Chr.

Augustus

Dit beeldhouwwerk stelt de keizer Augustus als jonge man voor. Vele Romeinse beeldhouwwerken waren oorspronkelijk gekleurd om een levensechte indruk te geven. De verf is er in de loop van de eeuwen af gesleten.

In Rome brak een burgeroorlog uit, toen Julius Caesar de oude republikeinse regering vernietigde en zichzelf tot dictator uitriep. Maar hij droeg ook de oplossing aan voor het probleem dat hij in de wereld had geroepen. Julius Caesar benoemde zijn achterneef Gajus Octavius, die later Augustus of Gajus Augustus werd genoemd, tot zijn opvolger. Augustus maakte niet alleen een einde aan de oorlog, maar hij vestigde een nieuwe en sterkere regering en reorganiseerde het keizerrijk zo doeltreffend, dat het daarna nog 300 jaar bleef bestaan.

Caesar had zich ongetwijfeld een andere voorstelling gemaakt van de machtsoverdracht. Augustus was nog maar een jongen van 18 jaar, toen zijn oom werd vermoord. Hij ontving het bericht van Caesars dood terwijl hij op school was in Apollonia (tegenwoordig Albanië). Ook kreeg hij te horen, dat hij in het testament van Caesar was benoemd tot troonopvolger en erfgenaam en dat hij door Julius als zoon was geadopteerd. Hij zou verder Gajus Julius Caesar Octavianus heten. Tegen de raadgevingen van zijn familie in, besloot hij naar Rome terug te keren. Hij wilde het testament ten uitvoer laten brengen en daagde daarom Marcus Antonius, die na de dood van Caesar de macht had gegrepen, uit. De leden van de senaat, die dachten dat ze Augustus konden gebruiken om de macht weer bij hen terug te brengen, kozen Augustus tot senator. Het leger, dat Caesar trouw was gebleven, koos de kant van de jonge Augustus en de soldaten eisten dat hij tot consul benoemd zou worden. Augustus slaagde erin Marcus Antonius ervan te overtuigen samen met hem en Lepidus, de hogepriester onder Caesar, een driemanschap te vormen. In 43 v. Chr. schonk de senaat het driemanschap dictatoriale macht om de regering op te bouwen en weer controle over het rijk te verkrijgen. Aanvankelijk was Marcus Antonius de leider van het driemanschap. Hij versloeg Brutus en Cassius, de moordenaars van Caesar. Die waren naar het oosten uitgeweken en hadden in dat deel van het rijk de macht gegrepen. Augustus werd nooit een begenadigd militair leider. Hij leed een rampzalige nederlaag, toen hij een poging deed om in Sicilië de orde te herstellen. Maar vanaf 32 v. Chr. begonnen de zaken zich naar de wensen van Augustus te ontwikkelen. Met de steun van zijn oude vriend Agrippa won hij uiteindelijk in Sicilië. Hij maakte gebruik van schepen die door Antonius ter beschikking waren gesteld. Toen Lepidus zich tegen de groeiende macht van Augustus verzette, werd hij ontwapend en uit het driemanschap verstoten. De oude hogepriester trok zich uit de politiek terug, maar bleef tot aan zijn dood in 23 v. Chr. hogepriester. Daarna kreeg Augustus steeds meer macht over Antonius.

Rome keerde zich tegen Antonius, toen hij delen van het Romeinse gebied in het oosten van het rijk aan Cleopatra schonk. Augustus buitte deze situatie volledig uit. Hij verklaarde de Egyptische koningin de oorlog. Samen met Agrippa, die het bevel voerde over zijn vloot, versloeg hij de gezamenlijke zeestrijdkrachten van Cleopatra en Antonius. De twee geliefden pleegden zelfmoord. In 30 v. Chr. nam Augustus de macht in handen en legde beslag op de goedgevulde schatkist van Egypte. De overwinning van Augustus in Egypte maakte hem tot de enige Romeinse heerser. Hij kreeg de totale macht over al het gebied rond de Middellandse Zee. Daardoor verkreeg hij de reserves om zijn legers te betalen en kon hij beginnen met de taak het rijk te reorganiseren.

Deze taak werd door Augustus met veel geduld en een goed inzicht aangepakt. Hij deed het voorzichtig en tastend, stap na stap, langzaam maar zeker. Om de oplossing voor een probleem te vinden probeerde hij vele ideeën uit. Zijn voorzichtige aanpak resulteerde in veranderingen en het invoeren van nieuwigheden, die goed bleken te werken. Daarom werden ze aanvaard en bleven lange tijd gehandhaafd. Het omvatte een netwerk van wegen waardoor alle delen van het rijk met elkaar werden verbonden, een herziening van zowel de centrale regering als de plaatselijke besturen in de provincies, en het leggen van de basis voor een nieuw ambtenarenapparaat om ervoor te zorgen dat het systeem inderdaad zou werken.

Net als zijn oom Julius, had Augustus de allerhoogste macht. Maar hij was slim genoeg om daar niet de nadruk op te leggen in de gewone instituten van de republikeinse regering. Hij regeerde vele jaren lang als consul, maar had ook de . controle over de provincies, waarin het overgrote deel van zijn leger zich bevond. De senaat bleef het hoogste wetgevende en uitvoerende lichaam in Rome. De omvang van de senaat was echter afgenomen en de leden waren allemaal trouwe volgelingen van Augustus. De Romeinen waren het oorlogvoeren moe en aanvaardden zijn heerschappij, omdat die niet te overheersend was en de alom verlangde vrede en evenwicht verzekerde. De Romeinen waren in het bijzonder verguld met Augustus, toen de keizer besloot allerlei oude gebruiken weer in te voeren. Hij liet oude tempels herbouwen en stond de oude wereldlijke spelen weer toe. Hij moedigde schrijvers als Vergilius, Livius en Horatius aan, het verleden glorieus te beschrijven. Doordat hij de oude Latijnse cultuur trouw was, bleef het rijk in wezen Westers. Augustus regeerde ruim 40 jaar. Hij deed dit ondanks een ernstige slepende ziekte. Hij was zeer geliefd en werd tijdens zijn leven al aanbeden. Zijn lange heerschappij maakte het mogelijk dat de Romeinen met zijn hervormingen vertrouwd raakten. Het rijk bleef drie eeuwen lang bestaan in de vorm die het onder Augustus had gekregen. De rust en het uitstekende communicatiesysteem gaven klassieke ideeën, zowel Griekse als Romeinse, maar ook het christendom dat tijdens zijn regering was ontstaan, de kans om te bloeien, zich te verspreiden en zich te verbreiden. Wat ook de voordelen van het Romeinse Rijk voor de volgende generaties geweest zijn, deze moeten voor een groot deel worden toegeschreven aan de opvolger van Caesar, Augustus.

camee uit tijd AugustusCameeën waren in het oude Rome populair als decoratieve kunst. Deze camee heeft een afbeelding van keizer Augustus, die tot god wordt gekroond. Op de onderste helft van de camee staan soldaten, die nieuw gevangengenomen slaven aanvoeren. Augustus werd tijdens zijn bewind als een god aanbeden.

Vertelstof: alle biografieën

6e klas geschiedenis: alle artikelen

1028-953

VRIJESCHOOL – Vertelstof – biografieën – Hannibal

Hannibal 247-183 v. Chr.

Hannibal

Hannibal trok met zijn leger en zijn olifanten over de Alpen. Waar ging hij heen en waarom? Hannibal is meer bekend om zijn briljante tactiek dan om zijn overwinningen. Uiteindelijk waren ook zijn overwinnigen niet voldoende. Zelfs Hannibal was niet in staat Carthago te beschermen tegen de groeiende macht van de Romeinen.

Carthago was een Fenicische stad-staat in Noord-Afrika, in wat nu Tunesië is. De stad was al in de 8e eeuw v. Chr. gesticht, ongeveer gelijktijdig met de stad-staat Rome. Carthago was uitgegroeid tot een belangrijke handelsstad. Carthago had geleidelijk haar grondgebied over grote delen van het westelijke Middellandse Zeegebied uitgebreid, terwijl Rome bijna het hele Italiaanse schiereiland veroverde. Er kwam een botsing tussen de twee steden, die uitliep op een grote veldslag. In de eerste van de drie Punische (van het Romeinse woord voor Phoenicisch) Oorlogen verloor Hannibals vader, Hamilcar Barcas, het eiland Sicilië aan de Romeinen. Maar daarna voerde hij een invasie uit in Spanje en veroverde dit voor Carthago. De machtsovername in Spanje was het sein voor het begin van de Tweede Punische Oorlog. Hierin bestreed Hannibal de Romeinen voor het eerst.

6e klas Hannibal 2

Hannibal tijdens de beroemde tocht van zijn leger over de Italiaanse Alpen. Het leger maakte deze barre tocht om ten strijde te trekken tegen het Romeinse leger onder leiding van Scipio Africanus. Hannibals mannen, olifanten en pakpaarden waren na deze gruwelijke expeditie volledig uitgeput.

Volgens de legende moest Hannibal als jongen van zijn vader zweren, dat hij de Romeinen eeuwig zou haten. Zijn hele leven vocht hij tegen de Romeinen. Hij begon als de rechterhand van zijn zwager Hasdrubal, die Hamilcar in Spanje was opgevolgd. Na de dood van Hasdrubal werd hij door het leger tot leider gekozen. Hannibal wist maar al te goed dat er aan de veroveringsdrang van Rome geen eind zou komen. Hij was vastbesloten te voorkomen, dat het Romeinse Rijk zich verder zou uitbreiden. Hij belegerde de Spaanse stad Saguntum om een confrontatie uit te lokken. Hoewel Saguntum binnen het gebied van Carthago lag, onderhield de stad vriendschapsbanden met Rome. Hij veroverde de stad in 219 v. Chr. Daarop verklaarde Rome Carthago de oorlog. Hannibal vertrok met zijn leger van huursoldaten, paarden, voorraadwagens en olifanten om de Romeinen op hun eigen grondgebied te bestrijden. Hij koos de weinig gebruikelijke route over land. Die leidde door de Pyreneeën en Gallië naar de rivier de Rhône. Nadat hij zijn doodsbange olifanten op vlotten over de rivier had gebracht, liet Hannibal zijn leger door het Rhônedal marcheren om een confrontatie met het wachtende Romeinse leger te ontwijken. In plaats daarvan wilde hij hen onverwacht overvallen in meer open terrein. Daarom besloot hij over de Italiaanse Alpen te trekken en naar het dal van de rivier de Po af te dalen.

6e klas Hannibal 1

Dit is een detail van een 18e eeuwse gravure. De olifanten van Hannibal werden met een veerpont over de rivier de Rhône gezet. Daarna trok zijn leger over de Alpen. De schepen waren met aarde bedekt in een poging de olifanten geen schrik aan te jagen, maar niettemin waren deze doodsbenauwd.

de eerste dagen van de oorlog die toen in volle hevigheid losbarstte, won Hannibal alle veldslagen. Dit gebeurde ondanks de uitputting van zijn uitgedunde strijdmacht en het uitblijven van steun uit Carthago. Hij gebruikte allerlei slimme tactieken. Door vindingrijke troepenbewegingen wist hij twee Romeinse legers in de pan te hakken. Hij trok op tot aan Rome zelf, maar zijn leger was niet sterk genoeg meer om de stad in te nemen. De Romeinen ontplooiden na verloop van tijd een strategie waarbij veldslagen werden vermeden, maar waarmee ze op allerlei plaatsen met aanvallen dreigden. Hannibal was gedwongen zijn verzwakte leger te verspreiden en om te schakelen van de aanval naar de verdediging. De Romeinse generaal Scipio Africanus was intussen naar Spanje overgestoken en bestreed en overwon daar het leger dat door Hannibal was achtergelaten om zijn gebied te beschermen. Toen Scipio weer de zee overstak om in Noord-Afrika Carthago zelf aan te vallen, haastte Hannibal zich in 204 v. Chr. naar huis om de stad te verdedigen. De bijzonderheden van de veldslag waarin de twee generaals elkaar ontmoetten, zijn vaag. Maar Scipio gebruikte blijkbaar van Hannibal geleerde tactieken om de Carthagers te verslaan. Er werd een vredesverdrag gesloten. Carthago werd gedwongen om Spanje op te geven.

De oorlog betekende niet het einde van Hannibals strijd tegen Rome. Hij werd als hoge ambtenaar in de regering van Carthago aangesteld. Hij voerde allerlei hervormingen door, die de edelen veel van hun macht ontnamen. Uit wraak rapporteerden ze aan de Romeinen dat hij tegen hen samenzwoer. Hannibal vluchtte naar Klein-Azië (het huidige Turkije), eerst naar Efese en later naar Bithynië. Daar steunde hij de plaatselijke heersers in hun strijd tegen Rome, totdat de Romeinen eisten dat hij aan hen zou worden uitgeleverd. Liever dan zich gevangen te laten nemen, vergiftigde hij zichzelf en stierf op 64-jarige leeftijd in Bithynië.

Hannibal ante portas!

Nadat hij zijn olifantenleger over de Alpen had geleid, deed de beruchte Hannibal (270 – 183 voor Christus) ook Campania aan. Hannibal was een briljant strateeg en Carthaagse generaal gedurende de Punische Oorlogen. Onder zijn leiding kregen de Romeinen het zwaar te verduren. Hij was zo’n afschrikwekkende figuur in de Romeinse wereld dat hij als een boeman werd voorgesteld. Wanneer Romeinse kinderen ondeugend waren, werd dreigend geroepen dat Hannibal aan de poorten van de stad stond om ze weer in het gareel te krijgen. Maar de uitspraak Hannibal ante portas!’ werd ook door Romeinse senatoren gebruikt wanneer er calamiteiten waren, als er grote problemen waren of ergens paniek uitbrak. In antieke geschriften werd ooit geschreven dat het Hannibal was, die de Romeinen leerde wat angst écht inhield.

UIT: De charme van Napels en Campania: Esther van Veen

6e klas geschiedenis: alle artikelen

VRIJESCHOOL in beeld: 6e klas

vertelstof: alle biografieën

1017-943

VRIJESCHOOL – 6e klas – geschiedenis – Caesar in de lage landen (10-2)

Massamoord Caesar in Nederland

Romeinse keizer joeg bij Kessel 100.000 tot 150.000 Germaanse asielzoekers over de kling

Julius Caesar heeft in zijn boek ‘De bello Gallico’ (Over de oorlog in Gallië) beschreven hoe zijn manschappen een groot deel van een Germaans leger, wel 430.000 strijders, doodden, terwijl de overgebleven Germanen in de rivier sprongen en verdronken. Dat verschrikkelijke schouwspel speelde zich af in het jaar 55 voor Christus.

Dit verslag geldt als bewijs dat Caesar ooit hier geweest is. Het is ook het enige verslag, dus het oudste, van een veldslag in Nederland.

Recent onderzoek heeft uitgewezen dat de veldslag heeft plaats gevonden in een oude bedding van de Maas, in Noord-Brabant, in de buurt van Kessel.
In de voorbije tientallen jaren is daar van alles gevonden dat heel overtuigend wijst op een grote veldslag: allerlei zwaarden, veel botten en schedels, maar ook speerpunten en een Gallische helm. De datering komt uit op de eerste eeuw voor Christus. De conclusie is gerechtvaardigd:  Julius Caesar heeft hier echt slag geleverd.

In boek IV van De Bello Gallico beschrijft Caesar hoe twee Germaanse stammen de Rijn waren overgestoken, de grens tussen Gallië en Germania. Ze hebben asiel aangevraagd, maar Caesar moet niets hebben van deze barbaren. Hij rukt met zijn volledige legermacht -acht legioenen plus cavalerie, 45.000 soldaten – naar hen op. En terwijl de Germaanse stamhoofden met hun gcvolg in zijn legerkamp zijn, valt hij hun nederzetting aan.

Het is geen wonder dat er weinig van de massale slachting is teruggevonden. De Romeinen sloegen maar voor een paar dagen een kamp op. Later – maar dat pas in de tijd van Augustus – worden er vaste legerkampen gebouwd, zoals bijv. bij Nijmegen.

Caesar schrijft dat de slag plaatsvond in een gebied waar Maas en Rijn samenvloeien. Die komen echter nergens bij elkaar, behalve als je de Waal geen Waal noemt, maar haar loop naar de Noordzee Rijn blijft noemen, wat op zich niet vreemd is.

Het onderzoek – ook van de eerder toevallige vondsten in die streken – bevestigt de af- en herkomst van de botten: de 1e eeuw voor Christus; met geweldsporen en ze waren ook van vrouwen en kinderen. En ze kwamen van elders.

De onderzoekers maken wel enkele kanttekeningen: Caesar overdreef. Die Germanen kunnen nooit met 430.000 zijn geweest. Zoveel mensen konden ze toen niet bevoorraden. Maar we moeten het ook niet bagatelliseren. Het zullen toch wel 150- tot 200.000 man zijn geweest. Of ze allemaal zijn omgekomen? Een deel moet wel hebben kunnen ontkomen, dat kan niet anders. Maar een fors deel zal zijn gesneuveld. 60 a 70 procent?

Caesar is in de Romeinse senaat heftig aangevallen. Niet vanwege die slachting zelf, zijn tegenstanders verweten hem dat hij de erecode had verbroken. Hij was tot de aanval overgegaan terwijl er een wapenstilstand was. Daar maakte men zich druk om.

Caesars verslag van de massavernietiging van de Tencteri en Usipetes bij de samenvloeiing van Maas en Waal:

Met mijn leger (…) arriveerde ik al bij het vijandelijke kamp voordat de Germanen door konden hebben wat er gebeurde. Door dit alles raakten ze plotseling in paniek: wij waren snel ter plaatse, hun stamhoofden ontbraken, en zij kregen geen tijd om te overleggen en naar de wapens te grijpen. (…). En terwijl hun angst zich manifesteerde in hun geschreeuw en gedraaf, drongen onze soldaten (…) het kamp binnen. Daar boden de mannen die in allerijl de wapens hadden kunnen grijpen korte tijd weerstand, en vochten tussen de karren en bagagewagens. (…) Maar er was ook een grote groep vrouwen en kinderen en deze sloegen nu naar alle kanten op de vlucht. Ik stuurde de ruiterij achter hen aan. De Germanen hoorden gegil achter zich en toen zij zagen dat hun vrouwen en kinderen gedood werden, smeten zij hun wapens neer (…) en renden hals over kop weg uit het kamp. Toen zij bij het punt waren gekomen waar Maas en Rijn samenstromen, zagen zij geen heil meer in verder vluchten. Een groot aantal van hen werd gedood en de rest wierp zich in de rivier, waar zij omkwamen overweldigd door angst, vermoeidheid en de kracht van de stroom.

(Caesar, ‘De Bello Gallico’ 4.14-15)

6e klas Julius Caesar in Nederland

6e klas geschiedenis: alle artikelen

Julius Caesar

Julius Caesar uitgebreide biografie

Julius Caesar in de Nederlanden

Julius Caesar in Engeland

vertelstof: alle biografieën

1014-940

VRIJESCHOOL – Vertelstof – biografieën – Ptolemeus l

.

Ptolemeus 1

Ptolemeus I 367-283 v. Chr.

Ptolemeus I was de zoon uit een onbekende Macedonische familie. Door zijn militaire loopbaan bereikte hij onverwacht een hoge positie. Hij diende als generaal onder Alexander de Grote. Hij maakte lange reizen, zelfs helemaal naar India. Hij kreeg veel lof toegezwaaid voor zijn militaire inzichten en werd daarvoor vele malen onderscheiden. Hij trouwde met een Perzische vrouw. Van 323-305 v. Chr. was hij satraap van Egypte en daarna nam hij de koningstitel aan. Hij bewees een kundig diplomaat en regeringsleider te zijn. Hij bouwde een bewonderenswaardig centrum van de Griekse cultuur, werd in Egypte als een god beschouwd en legde de grondslag voor een dynastie die in Egypte bijna driehonderd jaar aan de macht zou blijven.

Ptolemeus kwam na de dood van Alexander de Grote in Egypte aan het bewind. Zijn generaals hadden het enorme rijk onder elkaar verdeeld.
Het rijk bleef in naam bestaan en de generaals deden dienst als plaatselijke bestuurders. Maar in feite was er tussen hen vanaf het begin een strijd om de macht.
Ptolemeus koos binnen deze machtsstrijd voor een voorzichtige koers. Hij richtte zich voornamelijk op Egypte. Hij hechtte het meeste belang aan het veilig stellen van zijn positie. Maar hij aarzelde nooit nieuw gebied in te nemen, wanneer hij dacht dat het hem zou helpen te behouden wat hij al had.

In 321 v. Chr. trouwde hij met Eurydice, de dochter van de heerser over het Europese gedeelte van Macedonië. Hij nam in 317 een andere vrouw. Dit was Berenice, de kleindochter van Cassander, die uiteindelijk de heerser van Macedonië en Griekenland werd. In 305 v. Chr. lieten de ruziënde generaals alle schijn over de eenheid binnen het rijk varen en benoemden zichzelf in hun eigen gebied tot koning. Ptolemeus kroonde Berenice tot koningin en wees zijn eigen zoon aan om hem als Ptolemeus II op te volgen. Tijdens zijn regering was Ptolemeus voor het vormen van zijn leger afhankelijk van Griekse soldaten. Hij zorgde ervoor dat ze hem trouw bleven door hun in Egypte land en bijzondere voorrechten te geven. Andere Grieken werden ook aangemoedigd zich in Egypte te vestigen. Vele van hen kregen overal in Egypte hoge regeringsfuncties. In 332 v. Chr. had Alexander de Grote aan de monding van de Nijl een nieuwe stad gesticht, Alexandrië. Ptolemeus bouwde daar een nieuwe hoofdstad en stichtte er een museum en een bibliotheek. De stad werd het middelpunt van een nieuwe Griekse cultuur. Veel filosofen, geleerden, schrijvers en kunstenaars uit die tijd trokken er naar toe. De stad werd ook een centrum voor wetenschap en handel. De vuurtoren van de haven werd één van de wonderen van de Oudheid genoemd. Ptolemeus leefde er, omringd door de pracht en praal van een Griekse hofhouding, temidden van bevoorrechte immigranten. Dit waren niet alleen Grieken, maar ook Joden, Syriërs en Anatoliërs.

De oude Egyptische cultuur bleef naast de nieuwe Griekse beschaving bestaan. Hoewel de Egyptenaren niet veel macht meer hadden en ze het land met de Grieken moesten delen, behielden ze hun eigen taal, gewoonten en godsdienst. Ptolemeus won hun vertrouwen door de tempels die door vroegere indringers waren verwoest, weer op te rouwen. Hij offerde geschenken aan hun goden en steunde hun priesterstand. Ook vestigde hij in Memphis, de oude hoofdstad, een nieuwe religieuze cultus, die gebaseerd was op de aanbidding van een gezamenlijke Grieks-Egyptische god, Serapis. Ptolemeus werd na zijn dood door de Egyptenaren als god vereerd.
Ptolemeus werd opgevolgd door een lange lijn ztt troonopvolgers die allemaal Ptolemeus heetten. De laatste in die lijn was Cleopatra. Ze regeerde in Egypte, nadat dit land een vazalstaat van het groeiende Romeinse Rijk was geworden. Ze kreeg een kind van de Romeinse veldheer en politicus Julius Caesar. Later trouwde ze met Marcus Antonius. Misschien koesterde ze de hoop dat ze daardoor weer de volledige onafhankelijkheid van Egypte kon bewerkstelligen. Maar de Romeinen haatten en vreesden Cleopatra. In 31 v. Chr. stuurde Rome een vloot naar Alexandrië. Antonius en Cleopatra verzetten zich, maar toen ze inzagen dat ze onmogelijk konden winnen, pleegden ze allebei zelfmoord. Op die manier kwam er een einde aan de door Ptolemeus gestichte heerschappij.

Door de lange heerschappij van de Ptolemeeën werd de Griekse cultuur versterkt en verspreid. Nog belangrijker is, dat ze in Alexandrië een centrum voor de wetenschap stichtten, dat de hele wereld van de Oudheid beïnvloedde en verrijkte.

Ptolemeus 1

Ptolemeus I, die opdracht geeft voor het bouwen van het museum in Alexandrië. Onder het bewind van Ptolemeus werd Alexandrië een centrum van de wetenschap, dat in de wereld van de Oudheid op eenzame hoogte stond. In de volgende eeuwen behield het deze status.

alle biografieën

5e klas geschiedenis

1012-938

VRIJESCHOOL – 6e klas – geschiedenis- Carthago (11)

.

Wie tegenwoordig Tunesië bezoekt heeft koud de luchthaven verlaten, of de eerste verwijzingen naar de antieke handelsmetropool Carthago dienen zich al aan. Speelparadijzen, hotels, restaurants, allemaal dragen ze namen die verwijzen naar de geschiedenis van deze roemruchte stad.

De restanten van Carthago, de stad die in de Oudheid met Rome, Athene en Alexandrië tot de belangrijkste steden van het Middellandse Zeegebied behoorde, liggen tegenwoordig onder een chique villawijk aan de rand van de Tunesische hoofdstad Tunis.

Volgens de legende werd Carthago gesticht door Feniciërs, afkomstig uit de stadstaat Tyrus, in het huidige Libanon. Dit volk zwermde uit over het hele mediterrane gebied en vestigde talloze handelsposten. Op Sardinië, Sicilië en in Spanje, overal streken de Feniciërs neer om handel te drijven. Volgens de overlevering zouden hun handelsmissies zelfs het huidige Bretagne en Groot-Brittannië hebben bereikt.

Hun belangrijkste nederzetting was echter de stad die ze in de buurt van het huidige Tunis vestigden: Qart Hadasht (“nieuwe stad” in het Fenicisch), oftewel Carthago. De stad lag op het kruispunt van handelsroutes van oost naar west en van het Afrikaanse achterland en het Middellandse Zeegebied.

6e klas Carthago

.

De legende wil dat de Fenicische prinses Elissa in de negende eeuw voor Christus de stichter was van de stad. Elissa (Dido, in de Romeinse versie van het verhaal) erfde na de dood van haar vader samen met haar broer Pygmalion de troon in Tyrus. Twee kapiteins op een schip bleek al snel niet te werken en Pygmalion greep de macht. Maar Elissa verzon een list.
Ze wendde voor zich aan de wensen van haar broer te onderwerpen en kondigde aan met al haar rijkdommen naar het hof te komen. In plaats daarvan voer ze met haar volgelingen naar Noord-Afrika waar ze de lokale heerser zover kreeg haar een stuk land te verkopen ter grootte van een koeienhuid. De slimme Elissa sneed echter de huid in smalle repen en bakende zo de contouren af van Carthago.

Hoewel het bestaan van Elissa archeologisch niet te bewijzen is, schuilt er wel degelijk een kern van waarheid in de mythe. Zo weten we dat de stichters van de stad immigranten waren, die lange tijd pacht voor het land betaalden aan de lokale bevolking. Ook gingen ze tot de derde eeuw voor Christus jaarlijks naar Tyrus om daar offers te brengen aan de Fenicische goden.

In de eeuwen na de stichting ontwikkelde Carthago zich tot een belangrijke handelsstad. Zo belangrijk dat het opkomende Rome de stad steeds meer als een geduchte concurrent ging zien. Niet voor niets eindigde de Romeinse senator Cato elke toespraak met de oproep: ‘Overigens ben ik van mening dat Carthago verwoest moet worden’.

Olifanten
Drie oorlogen vochten de Romeinen met Carthago uit. Bij deze Punische oorlogen (de Romeinen noemden de inwoners van Carthago Puniërs, een verbastering van Feniciërs) bleken de Carthagers steevast betere handelaren dan militairen. Steeds weer wonnen de Romeinen. Zelfs de briljante militair Hannibal, die met zijn olifanten de Alpen over trok om de Romeinen te verrassen, moest het onderspit delven.

Na de eerste twee nederlagen wisten de Puniërs hun machtspositie weer op te bouwen. Maar met de derde Punische oorlog kreeg de oude Cato eindelijk zijn zin. In 146 voor Christus verwoestten de Romeinen de stad definitief, waarmee er een einde kwam aan de Punische periode van Carthago. In de eerste eeuw na Christus kwam Carthago toch weer tot bloei, ditmaal als Romeinse nederzetting. Pas met de komst van de Arabieren in de zevende eeuw verloor de stad haar betekenis, omdat de Arabieren andere handelsroutes gebruikten.

Wie tegenwoordig de archeologische sites van Carthago bezoekt, kan nog steeds met eigen ogen de gevolgen van de beslissende derde Punische oorlog zien. Aan de voet van de heuvel Byrsa zijn restanten blootgelegd van het Punische Carthago. Hier is te zien hoe de Romeinen de huizen met de grond gelijk maakten en op de fundamenten een enorme puinlaag stortten, waarop ze een nieuwe stad konden bouwen. Het verleden is hier niet alleen zichtbaar, maar ook tastbaar. Letterlijk. Uit de puinhopen steken nog steeds fragmenten aardewerk en botresten, als stille herinneringen aan de bewoners van deze bloeiende metropool.

In tegenstelling tot bijvoorbeeld Pompeï zijn de restanten van Carthago niet op één archeologische site zichtbaar. De ruïnes van Carthago liggen onder een villawijk, ingeklemd tussen de moderne bebouwing. Wie een indruk wil krijgen van Carthago, moet van site naar naar site rijden om de verschillende oudheden te bezoeken. De verspreide restanten tonen een beeld van een imposante stad, compleet met een Romeins amfitheater, Punische haven, de begraafplaats Tophet en enorme cisternen en aquaducten die de stad van water voorzagen. Ronduit indrukwekkend zijn de thermen (baden) van Antoninus, die zo groot als de Sint Pieter in Rome moeten zijn geweest.

6e klas Carthago 16e klas Carthago 2De jurk van de godin is Grieks-Romeins, de ringen bij de nek zijn Punisch en de leeuwenkop verwijst naar de Egyptische leeuwinnengodin Sachmet. Ze is de perfecte verbeelding van de mengcultuur die Carthago kenmerkt.

Kinderoffers?
Een van de meest intrigerende sites van Carthago is Tophet, een Punische begraafplaats waar gedurende vele eeuwen tienduizenden kinderen en dieren werden begraven. Met zijn talloze kleine stèles, is het een ontroerende plek, die je onwillekeurig doet mijmeren over al die kleine zieltjes die hier hun rustplaats vonden. Maar Tophet is ook het onderwerp van verhitte wetenschappelijke discussie. Stierven de kinderen een natuurlijke dood of werden ze geofferd? Historicus en Carthagospecialist Richard Miles meent dat er wel degelijk sprake was van kinderoffers. Pieter ter Keurs van het RMO betwijfelt dat. “Het bewijs voor kinderoffers is flinterdun. De kindersterfte was hoog en het was misschien gebruikelijk om een zeer jong kind niet bij de familie maar op een speciale kinderbegraafplaats te begraven. Op de stèles staan teksten als: ‘Hierbij geef ik het kind aan Baal’. Dat is geen bewijs dat ze geofferd zijn, maar kun je ook opvatten ais een uiting van de wens van de ouders dat de god Baal zich over het kind ontfermt. Ik sluit dan ook niet uit dat de verhalen over kinderoffers zijn aangedikt door de Romeinen, om de Puniërs als barbaren af te schilderen. Bovendien rept de Griekse historicus Polybius met geen woord over kinderoffers.”

6e klas Carthago 3

.

Artikel waarschijnlijk uit Trouw, 2014
.

6e klas geschiedenis: alle artikelen
.

1004-930

VRIJESCHOOL – 6e klas – geschiedenis (10-1)

,

ROMEINEN OP DE UITKIJK AAN HET FLEVOMEER

Een boomstam die is opgegraven in het Flevolandse Kotterbos blijkt gekapt in het jaar 69. Toen was er nog een Flevomeer en speurden Romeinse verkenners naar opstandige Bataven.

Flevoland is rijk aan archeologische vindplaatsen. Er zijn akkers en nederzettingen uit de steentijd en wrakken van vergane schepen uit de middeleeuwen en vroegmoderne tijd. Er is gekapt hout uit de Romeinse tijd gevonden. boven. Hout uit de tijd van de Bataafse Opstand uit 69 na Christus?

Op drie plekken kwamen liggende boomstammen tevoorschijn. Op enkele van de soms zeven meter lange stammen zijn kapsporen  en inkepingen te zien die er op wijzen dat de stammen waren versleept. Een houtspecialist stelde vast dat het om elzen ging. Daarna maakte een C14-date-ring duidelijk dat het om hout uit de eerste eeuw na Christus ging.

6e klas Romeinen in Nederland 1

Bij de opgraving ontdekten de archeologen niet alleen bewerkt hout dat nog in verband lag, maar ook een ruim drie kilo zware basaltsteen en een fragment van een aardewerken tegel.  Nader onderzoek bracgt aan het dat de steen afkomstig is uit het gebied ten zuiden van Bonn. Dezelfde soort is als ballast gebruikt voor de Romeinse schepen die bij Woerden en De Meern zijn gevonden.

Ook de aardewerken tegel komt  uit een nautische context. Dergelijke tegels werden gebruikt om aan boord op te koken. Ook op deze tegel zijn roetsporen gevonden die er op wijzen dat er op is gekookt. Het hout in verband maakt duidelijk dat op de plek een bouwwerk heeft gestaan. Gezien de eenvoudige constructie gaat het niet om een permanent bouwwerk.

De vondsten maken verschillende scenario’s mogelijk. Archeo-botanisch onderzoek heeft duidelijk gemaakt dat hier in de eerste eeuw een moerasbos was, te midden van een venen- en merengebied. Uit Romeinse bronnen als Tacitus weten we dat in de eerste eeuw Romeinse vloten via het Lacus Flevo, het Flevomeer, naar de Elbe en de Eems zijn getrokken.

Waarschijnlijk gingen die expedities  vooraf aan het moment waarop de bomen zijn gekapt en bewerkt. Van één boomstam is het exacte kapjaar vastgesteld: 69 na Christus. Dat zou de plek met het tijdelijke bouwwerk plaatsen in de periode van de tweejarige Bataafse Opstand. Tacitus schrijft dat er toen veel troepenbewegingen per schip waren en dat er in het mondingsgebied van de Rijn veel gevechten op het water zijn geleverd. Het zou goed kunnen dat de Friezen, die goede contacten hadden met de Bataven, strijders naar de opstandige Bataven stuurden. Maar de sporen kunnen ook zijn achtergelaten door gevluchte Bataven die zich bij het Lacus Flevo verborgen hielden – als veteranen uit het Romeinse leger beschikten ze over hetzelfde gereedschap als de Romeinen.

Het wordt waarschijnlijker geacht dat de plek is aangedaan door Romeinen. Op een dag varen van Vechten of Utrecht hebben ze op een verkenningstocht een tijdelijk kamp ingericht. Mogelijk met een uitkijktoren. Maar het kan ook een baken zijn geweest in het gevaarlijke moerasgebied. Korte tijd later is het tijdelijke kamp in het dynamische gebied weggespoeld.
.
6e klas Romeinen in nederland

De vondst ligt buiten de Romeinse rijksgrens

Bron: NRC 24-05-2014 (Theo Toebosch/Robert van Heeringen)

.

6e klas geschiedenis: alle artikelen
.

1002-929

VRIJESCHOOL – Vertelstof – biografieën – Solon

.

Solon     638-559 v. Chr.

Solon

  De grote Atheense dichter en staatsman Solon. Hij wordt door velen nog steeds beschouwd als de ‘vader van de democratie’.
.
Solon was een Atheens dichter. Hij gebruikte zijn kunst om zijn politieke ideeën op de mensen over te brengen. In 594 v. Chr. werd hij gekozen tot archont, hoofd van de Atheense regering. Hij gaf de stoot tot het doorvoeren van hervormingen, die een einde maakten aan de macht van de aristocratie, aan de armoede en aan de onmenselijke wetgeving. Hij was de grondlegger van de Atheense democratie.
Solon was van adel en lid van de heersende klasse. Hij kwam aan de macht, toen Athene in grote moeilijkheden verkeerde. In alle delen van de samenleving heerste grote onrust en dit dreigde uit te groeien tot een revolutie. Veel boeren gingen gebukt onder zware schulden. Sommigen hadden zich garant gesteld voor leningen en werden slaaf, wanneer ze niet konden terugbetalen. De meeste boeren waren overigens ook niet veel meer dan lijfeigenen. Elk jaar moesten ze een deel van de opbrengst van hun land aan de rijke landheren afstaan om hun schulden te betalen. Die ruilden hun oogsten liever in vreemde landen voor luxe artikelen dan dat ze de groeiende stadsbevolking van voedsel voorzagen.

Solon nam een aantal dappere maatregelen. Daardoor werden de economische problemen van Athene in korte tijd opgelost. Hij schonk de vrijheid aan iedereen die door schuld slaaf was geworden. Hij gaf alle landerijen waarvoor huur betaald moest worden, terug en stelde het strafbaar een lening te sluiten met de vrijheid van de persoon als garantie. De uitvoer van alle voedsel werd verboden. Een uitzondering maakte hij voor olijfolie, waar een overvloed van was.

Het duurde heel wat langer om de politieke problemen op te lossen. Solon begon met het opstellen van een nieuwe grondwet. Daarin werd politieke macht niet verkregen door geboorte, maar bepaald aan de hand van de rijkdom. De bevolking werd verdeeld in vier groepen. Dit gebeurde naar de waarde van de producten die ze voortbrachten. Alle burgers kregen een bepaalde politieke invloed. De rijkste groepen behielden de grootste macht. Alle vrije burgers konden zitting nemen in de volksvergadering. Die vergadering nam wetten aan, koos ambtenaren en behandelde bezwaarschriften van de rechtbanken. Uit de drie hoogste groepen werd de Raad van Vierhonderd gekozen. Deze raad zorgde voor de voorbereidingen van het werk in de volksvergadering en maakte de agenda. Alleen de leden van de twee rijkste groepen konden tot archont worden gekozen of de hoogste ambten bekleden.

Vele nieuwe wetten controleerden de macht van de nieuwe regering. De oude wetten waren afgekondigd door de vroegere archont Draco. Die waren zo streng en onmenselijk, dat ze naar hem draconisch werden genoemd. Solon schafte vrijwel de hele door Draco ingevoerde wetgeving af. Er kwamen gematigde en menselijker wetten voor in de plaats. De wetten werden in houten tabletten gegraveerd en in het openbaar tentoongesteld. Iedere burger moest zweren, dat hij de wetten zou gehoorzamen en eerbiedigen.

Solon gebruikte gedichten om zijn hervormingen te verklaren en te rechtvaardigen. Dit had hij al gedaan om op veranderingen aan te dringen, voordat hij aan de macht kwam. Veel mensen in Athene waren echter niet tevreden over zijn menselijke benadering en zijn leer van de matiging. Boeren klaagden erover dat hij het land niet had herverdeeld. De adel was nog steeds verbolgen over de nieuwe grondwet, waardoor ze hun politieke macht moesten delen met gewone burgers. Solon besloot de Atheners de tijd te geven aan zijn hervormingen te wennen. Hij vertrok uit de stad en maakte gedurende tien jaar lange reizen. Bij zijn terugkeer trof hij een verdeeld volk aan, dat rijp leek voor de tirannie.
Na de dood van Solon begon er een periode van tirannie. De democratie werd echter vijftig jaar later, 510 v. Chr., hersteld. In de Gouden Eeuw van de Atheense democratie die daarna volgde, maakten Griekse filosofen ieder een lijst van de wijsgeren die hen het meest hadden beïnvloed. Solon stond op alle lijsten. Zelfs tegenwoordig wordt deze Atheense staatsman-dichter vaak de ‘vader van de democratie’ genoemd.
.
6e klas Griekse vaas
In het Athene van Solons tijd, werd vaak door middel van versieringen op huishoudelijke spullen een klein verhaal verteld. Op deze waterkruik staat de afbeelding van een olijfboom, die wordt geschud om de vruchten op de grond te laten vallen, waar ze door een hulpje worden opgeraapt.
.
vertelstof: alle biografieën
.
vertelstof: alle artikelen
998-925

.

VRIJESCHOOL – Vertelstof – biografieën – Alexander de Grote

Alexander de Grote

Alexander de Grote  356-323 v. Chr.

Alexander de Grote stierf al op zijn 33e jaar tijdens een koortsaanval. Hij liet meer dan 70 nieuwe steden na. Ze lagen overal verspreid, van het huidige Egypte, Perzië, Centraal-Azië, Afghanistan tot in India toe. Deze steden, die allemaal Alexandrië heetten, markeerden de route die deze opmerkelijke jonge
Romeinse kopie van een beeld
van Lysioous
Macedonische koning aflegde. Hij drong diep in Azië door en veroverde alles op zijn weg. Het is nog belangrijker, dat de door hem gebouwde steden centrums voor de Griekse cultuur werden en op die manier alle delen van de bekende wereld beïnvloedden. Het werden vrije en openbare steden waar iedereen elkaar kon ontmoeten en waar men handel kon drijven.
Alexander de Grote verkreeg zijn positie in Griekenland zowel door zijn afkomst als door zijn opvoeding. Hij was de zoon van koning Philippus II van Macedonië en zijn Griekse koningin Olympias. Zijn leraar was de Griekse filosoof Aristoteles. Deze onderwees hem in wijsbegeerte, wetenschap en geschiedenis. Alexander las over de Griekse helden en fantaseerde, dat hij hun opvolger was. Ook leerde hij hoe de Perzen 150 jaar daarvoor Griekenland hadden aangevallen. Samen met zijn vader smeedde hij het plan voor een Macedonische wraakoefening.

Philippus werd in 336 v. Chr. vermoord. Al op 20-jarige leeftijd werd Alexander koning van Macedonië. Griekenland was een deel van zijn rijk. Hij maakte al snel duidelijk dat het zijn bedoeling was dat zo te houden. Terwijl hij in het noorden en oosten oorlog voerde om die delen van zijn rijk onder controle te houden, ontving hij het bericht dat de Griekse stad-staat Thebe in opstand was gekomen. Hij ging met zijn leger naar Griekenland terug, Thebe werd in korte tijd met de grond gelijk gemaakt. Duizenden inwoners sneuvelden en de rest werd als slaaf verkocht. De Grieken kwamen daarna niet meer tegen de heerschappij van Alexander in opstand. Ze gaven hem zelfs het opperbevel over een Grieks-Macedonisch leger, dat volgens de plannen van zijn vader de strijd met het Perzische Rijk zou gaan aanbinden.

In minder dan vier jaar nadat hij in 334 v. Chr. de Dardanellen was overgestoken en Azië was binnengetrokken, had hij heel Klein-Azië veroverd en de Griekse steden aldaar bevrijd. Hij had een bres geslagen in de als onneembaar bekend staande verdedigingswallen van de eiland-staat Tyrus. Toen hij Egypte binnentrok, werd hij daar als farao vereerd. Hij stichtte aan de monding van de Nijl, het eerste Alexandrië. Bij Gaugamela versloeg hij het Perzische leger. Hij nam de macht over in Babylonië, Elam, Medië en Perzië. Toen Perzië in 331 v. Chr. aan zijn voeten lag, had Alexander bereikt waar hij oorspronkelijk

voor op weg was gegaan.
Maar hij ging verder, om een meer persoonlijke oorlog te voeren. Hij marcheerde verder naar het oosten waar hij Bactrië (nu Afghanistan) veroverde en daarna Sogdiana (in Centraal-Azië), waar hij een soort guerrilla-oorlog voerde. Hier trouwde hij met Roxane, de dochter van een plaatselijk stamhoofd.
In 327 v. Chr. trok hij op tegen India. Hij versloeg de koningen Taxala en Poros en bereidde zich voor op de volgende veldslag tegen de Nanda-koning van Magadha. Maar zijn troepen weigerden verder te gaan. Alexander legde zich bij hun besluit neer. Hij trok naar het zuiden en volgde de loop van de rivier de Indus tot aan de monding. Daar splitste hij zijn strijdmacht in tweeën. De helft ervan werd overzee teruggestuurd en met de andere helft trok hij over land door Beluchistan. De overlevenden van deze twee gevaarlijke reizen ontmoetten elkaar in zuidelijk Perzië, waarna ze gezamenlijk naar Susa marcheerden. Het duurde nog tot 324 v. Chr. voordat ze daar aankwamen.
6e  klas Alexander de Grote
Voor Alexander betekenden zijn veldtochten en reizen meer dan alleen een uitdaging voor zijn militaire vaardigheden. Hij beschouwde zijn reizen als ontdekkingen en niet als veroveringen. Alexander had vooral veel waardering voor de Perzen. Na verloop van tijd begon hij hen meer als bondgenoten dan als onderdanen te beschouwen. Hij plaatste Perzen op hoge posten binnen de regering en nam hen op in alle takken van zijn leger, waaronder het elitekorps van de koninklijke lijfwacht-cavalerie. Alexander moedigde zijn landgenoten aan om Perzische vrouwen te huwen. Zo’n 80 van zijn officieren en 10.000 van zijn manschappen deden dit. Hij begon zich naar Perzisch gebruik te kleden en verlangde zelfs van zijn eigen onderdanen dat ze zich voor hem ter aarde zouden werpen, zoals de Perzen dat voor hun heersers hadden gedaan. Zijn pogingen om de Macedoniërs en de Perzen tot één volk te versmelten, zetten kwaad bloed bij de Macedonische troepen. Dit leidde uiteindelijk tot een openlijke opstand. Alexander drukte deze rebellie de kop in door al zijn Macedonische troepen te ontslaan en hen door Perzen te vervangen. Er kwam een verzoening, maar Alexanders neiging om zich steeds eigenzinniger te gaan gedragen, ondervond steeds meer weerstand bij zijn officieren. Degenen die hij niet vertrouwde, werden vermoord. Toen Alexander later begon te geloven dat hij een god was, waren de meesten dat uit angst met hem eens. Ambassadeurs begonnen uit alle windrichtingen, zelfs helemaal uit Libië en Italië, te arriveren. Ze waren allemaal voor die gelegenheid in bloemenkransen gekleed, als gepaste hulde aan de nieuwe goddelijkheid van Alexander. Tussen de plechtigheden door hield hij zich nog bezig met een groot aantal andere zaken. Hij had plannen om de Kaspische Zee te onderzoeken, zich op de kusten van de Perzische Golf te vestigen en te zorgen voor een open verbinding over zee met India.
Maar Alexander werd na een groot drinkgelag ernstig ziek. Hij stierf aan malaria, tien dagen daarna, op 13 juni 323 v. Chr. Zijn lichaam werd naar Alexandrië in Egypte vervoerd.
Alexander was al tijdens zijn leven legendarisch geworden. Verhalen over zijn wapenfeiten verspreidden zich van het ene deel van zijn rijk naar het andere. De legendes bleven tot in onze tijd bestaan. Maar de geschiedkundigen kennen hem op een andere manier. Door de Griekse taal en cultuur te verbreiden, schiep hij een basis waarop Rome later het Romeinse Rijk kon bouwen en in stand kon houden.
.
vertelstof: alle biografieën
.
vertelstof: alle artikelen
992-919

.

VRIJESCHOOL – Vertelstof – biografieën – Abraham

 

abraham

AbrahamPortret door de 17e eeuwse schilder Guercino uit Bologna. Er bestaat geen enkel verslag over hoe Abraham er in werkelijkheid uitzag, dus maakte de schilder gebruik van zijn fantasie.

De geschiedenis van twee volkeren en drie gods­diensten begint ongeveer 1800 v. Chr. bij Abra­ham. Hij werd toen nog Abram genoemd. Hij was een eenvoudige herder, die in de omgeving van de stad Ur zijn kudden hoedde. Het Oude Testament stelt, dat Abram door God werd uit­verkoren om naar een nieuw land te reizen, Kanaän. Daar ontstonden volgens de overlevering uit zijn zoon Izaäk het joodse volk, het jodendom en het christendom, en uit zijn zoon Ismaël het Arabische volk en de islam.

Ur was één van de vele steden in de vruchtbare laagvlakte tussen de rivieren de Eufraat en de Tigris, in het huidige Irak, toen bekend als Mesopotamië. Het was één van de twee gebieden in het Midden-Oosten waar de mensen zich het eerst vestigden en waar beschavingen ontstonden. Egypte, in het dal van de Nijl, was het andere ge­bied. De boog van bevloeid land die hen verbond, werd de vruchtbare maansikkel genoemd. De meeste mensen in Mesopotamië waren Soemeriërs. Maar Abraham behoorde tot de stam van de Arameeën, die veehoudende nomaden waren. Oorspronkelijk kwamen de Arameeën waarschijnlijk van het Arabisch schiereiland en waren ze naar de bevloeide gebieden rond de steden getrokken om water en voedsel voor hun kudden te vinden.

Babylon 8

Niemand weet, waarom Abrahams vader Terah het besluit nam om uit Ur te vertrekken en naar Haran in het noorden te verhuizen. Hij zocht misschien beter grasland en koos Haran, omdat het een vriendelijke stad was, waarvan de inwoners dezelfde goden aanbaden als in Ur. Terah stierf in Haran en Abraham werd het hoofd van de familie. Volgens de legende sprak er in dezelfde tijd een tot dan onbekende God tot Abraham. Hij vertelde dat hij zijn vrouw Sara en zijn neef Lot moest meenemen naar een nieuw land. Abraham volgde de bevelen op en ging met Sara en Lot op reis. Hij trok dwars door de vruchtbare maansikkel, tot hij bij Kanaän kwam. Dat was een heuvelachtig gebied ten westen van de rivier de Jordaan. Daar verscheen God weer aan Abraham en zei: ‘Ik zal dit land aan uw nageslacht schenken.’ Abraham zette zijn tenten op, bouwde een altaar voor God, en liet zijn schapen grazen. In de jaren daarna maakte hij lange zwerftochten, soms helemaal tot in Egypte. Maar hij keerde altijd terug naar Kanaän, het land dat door God aan zijn nakomelingen was beloofd.

Abraham had nog steeds een probleem. Hij had geen kinderen. Sara was onvruchtbaar. Ze stelde voor, dat Abraham bij een andere vrouw een kind moest nemen. Dat was niet in strijd met de gewoonten van die tijd. Ze koos zelf een vrouw voor hem uit, haar Egyptische slavin Hagar. Niet lang daarna werd Hagar zwanger van Abraham. Maar Sara reageerde daarop door haar de woestijn in te jagen. God verscheen aan Hagar. Hij vertelde haar, dat ze een zoon zou baren, die ze Ismaël moest noemen. Hij zou de aartsvader worden van een eigen volk. Hagar keerde terug naar Abraham en bracht na enige tijd een zoon ter wereld. Later-werd ze weer naar de woestijn verdreven. God behoedde haar en haar kind.

Haar kind, Ismaël, groeide op en trouwde met een Egyptische, die hem twaalf zonen schonk. Deze zonen, hun vader en hun grootvader (Abraham) worden door de Arabieren beschouwd als de stichters van hun natie. Ismaël bleef niet Abrahams enige zoon. Volgens de legende verscheen God met een lijst geboden en openbaringen. Hij gaf Abraham opdracht zijn naam van Abram te veranderen in Abraham: de ‘vader der volkeren’. God onthulde dat Sara een zoon zou baren, die Izaäk moest gaan heten. Zowel Abraham als Sara lachten toen ze dat hoorden, want Sara was 90 jaar en Abraham 100. Maar binnen een jaar baarde Sara een zoon.

In het Oude Testament wordt verteld over de smart van Abraham, toen hij van God de opdracht kreeg zijn 12-jarige zoon Izaäk te offeren. Toch bereidde hij zich voor om Gods wil ten uitvoer te brengen. Hij bond brandhout op de schouders van zijn zoon. Samen beklommen ze de berg Moriah, waar het offer moest plaatsvinden. Abraham bond Izaäk vast en zette hem bovenop het hout. Toen hij op het punt stond om de jongen met zijn mes te doorsteken, weerhield God hem daarvan. Abraham had zijn geloof bewezen. De redding van Izaäk leek Abraham van nageslacht te verzekeren, maar zijn werk was nog niet voltooid. Er moest voor Izaäk een vrouw worden gevonden. Abraham wilde niet dat zijn zoon een van de vrouwen uit Kanaän zou trouwen. Zo’n bruid zou niet in zijn God geloven. Daarom stuurde hij één van zijn trouwste bedienden naar Haran om onder zijn eigen volk een vrouw te kiezen. De bediende vond Rebecca, de kleindochter van Abrahams broer Nahor.

In het begin leek het of Rebecca, net als Sara, onvruchtbaar was. Maar uiteindelijk baarde ze twee zonen, een tweeling: Ezau en Jakob. Ezau, de eerstgeborene, verkocht voor voedsel zijn recht van eerstgeborene aan Jakob. Het verhaal wil, dat de 12 zonen van Jakob de stichters waren van de 12 stammen van de kinderen Israëls.

Er gingen honderden jaren voorbij, voordat de afstammelingen van Abraham en Jakob een natie vormden en Kanaän als hun vaderland regeerden. Zij heersten er niet lang. Ze werden in alle windrichtingen uiteengejaagd.

Maar nooit vergaten ze Abraham en wat God had beloofd. Meer dan 2000 jaar later keerden ze terug om – in het land waar Abraham ooit zijn schapen liet grazen – de moderne staat Israël te stichten.

Zeer beeldend wordt over Abraham verteld in:
Jakob Streit: ‘En het werd licht’

alle biografieën

vertelstof: alle artikelen

977-904

VRIJESCHOOL – Vertelstof – biografieën – Filips ll

Filips ll

Filips II 1527-1598

Filips II was, evenals zijn vader Karel V, de machtigste vorst van zijn tijd. Maar ondanks de internationale positie die hij innam, bekeek Filips II de wereld uitsluitend vanuit Spaans oogpunt. Hij sprak geen vreemde talen en in tegenstelling tot zijn vader hield hij niet van reizen.

Hoewel de kroon van het Heilige Roomse Rijk na de dood van Karel V naar diens broer Ferdinand was gegaan, bleef er toch een aanzienlijke erfenis over voor Filips: Spanje met zijn bezittingen in de Nieuwe Wereld, de 17 provincies van de Nederlanden, Bourgondië, Napels en verscheidene andere bezittingen in het Middellandse zeegebied. Door zijn huwelijk met Maria Tudor werd hij in naam koning van Engeland. In 1578 erfde hij Portugal met zijn bezittingen. De militaire ondernemingen van Filips II tegen de Turken, de Fransen, de Nederlanders en de Engelsen werden bekostigd met geld uit de Nieuwe Wereld. Filips II was reeds op 27-jarige leeftijd weduwnaar. Overeenkomstig de wens van zijn vader hertrouwde hij in 1554 met de koningin van Engeland, Maria Tudor, die elf jaar ouder was dan hij. Het huwelijk was een mislukking. Tweemaal verkeerde Maria in de veronderstelling dat ze zwanger was. Tweemaal bleken het symptomen van waterzucht te zijn. De erfgenaam die Engeland en de Nederlanden met elkaar zou moeten verbinden, werd niet geboren.

Filips’ grootste streven was, de positie van de rooms-katholieke kerk in heel Europa te herstellen. Maar met de vervolgingen van de protestanten in Engeland onder ‘Bloody Mary’ kon hij zich niet bemoeien. Hij had zich namelijk verplicht, zich niet in Engelse aangelegenheden te mengen. Ook had hij toegezegd, Engeland niet te betrekken bij de oorlogen van Spanje. Toen hij echter in 1557 in oorlog raakte met Frankrijk, deed hij een beroep op Maria en haar Geheime Raad om hem met manschappen en geld te steunen. Het leger van Filips II bracht de Fransen een verschrikkelijke nederlaag toe bij St. Quentin, in het noorden van Frankrijk. Maar de Fransen wisten de slecht verdedigde haven Calais te veroveren.

Maria Tudor stierf in 1558. Haar dood bracht Elizabeth I op de troon. Zij zou later een geduchte tegenstandster worden van Filips II, maar voorlopig waren de Nederlanden zijn grootste zorg. Deze provincies waren weliswaar onafhankelijk van elkaar, maar er begon zich langzamerhand een gevoel van saamhorigheid te ontwikkelen. Streng, vroom en sober als Filips II was, voelde hij zich niet aangetrokken tot de Nederlanders. Hij begreep niet, wat Karel V zo goed had ingezien, dat ze zich zouden verzetten tegen Spaanse overheersing. De adellijke Nederlandse families hadden een afkeer van de landvoogd die Filips had gestuurd om hen te regeren. In 1566 bood een groep protestantse en katholieke edelen hem een smeekschrift aan, waarin hem dringend werd verzocht de Spaanse inquisitie niet naar de Nederlanden te laten komen. Het verzoek werd verworpen. Horden woedende calvinisten vernielden heiligenbeelden en voorwerpen van de eredienst in talloze katholieke kerken en kloosters. In antwoord op deze ‘beeldenstorm’ stuurde Filips II niet alleen de inquisitie om de ketters op te sporen en te bestraffen, maar bovendien duizenden soldaten onder de hertog van Alva. Deze werd de nieuwe landvoogd en trad de opstandelingen met uiterste wreedheid tegemoet. Maar de geest van de opstand was aangewakkerd en er begon een lange bittere strijd.

Een latere landvoogd, de hertog van Parma, slaagde erin de zuidelijke provincies te onderwerpen, maar in 1581 verklaarden de noordelijke provincies zich onafhankelijk. De Republiek der Verenigde Nederlanden kreeg steun van de Engelsen, die Spaanse schepen aanvielen en plunderden. Besluitvaardigheid was niet het sterkste punt van Filips II. Maar hij nam zich toch voor, de Engelsen een lesje te leren, Elizabeth I van de troon te stoten en het land in bezit te nemen ten gunste van het katholieke geloof.

Hij gaf opdracht tot het bouwen van 130 schepen, de grootste vloot die de wereld ooit had aanschouwd, de Armada. Met 30.000 man aan boord zette de Armada in juli 1588 koers naar het noorden, terwijl het leger onder bevel van de hertog van Parma vanuit de Nederlanden oprukte. In Het Kanaal zette de Engelse vloot de achtervolging van de Spaanse schepen in, verjoeg de schepen en bracht de Armada, Onoverwinnelijke Vloot, ernstige schade toe. Hevige storm dreef de geteisterde Spaanse schepen de Noordzee op. Na een verschrikkelijke tocht langs de kust van Engeland keerde slechts de helft van de vloot met één derde van de bemanning in Spanje terug.

Kunst en cultuur waren inmiddels in het moederland tot grote bloei gekomen. Dankzij mannen als de schrijver Cervantes en de schilder El Greco kon men terecht spreken van een ‘Gouden Eeuw’. Maar de voornaamste bezittingen van Filips II, de rijke landen overzee, waren er oorzaak van dat het verval zich begon in te zetten. De stroom goud die Spanje vanuit Amerika binnenvloeide, bracht er een ernstige inflatie teweeg. Maar Filips II was evenmin als zijn raadslieden in staat de hand over hand toenemende waardevermindering van het Spaanse geld aan banden te leggen. Bovendien hadden de rijkdommen van het buitenland een duidelijke lokroep laten horen. Grote delen van de bevolking waren vertrokken, om hun geluk daar te gaan beproeven. Het gevolg was dat de industrie in het eigen land begon weg te kwijnen. Koning Filips II was oud en ziek. In het
Escoriaal, het grote paleis dat hij bij Madrid had laten bouwen, wijdde Filips II zich meer en meer aan het geestelijk leven, teleurgesteld over de wereld.

alle biografieën

7e klas geschiedenis: alle artikelen

966-894

VRIJESCHOOL – Vertelstof – biografieën – Karel V

Karel V  1500-1558

Karel VEen portret van de Habsburgse keizer Karel V. Het is afkomstig van een familieportret, dat door Bernard Striegel werd geschilderd. Het schilderij werd gemaakt toen Karel nog een tiener was. Op zijn negentiende jaar werd hij ‘Heilig Rooms Keizer’. De familie van de Habsburgers was bijna 600 jaar de belangrijkste macht in Centraal-Europa.

Voor een miljoen gouden florijnen kreeg Karel van Habsburg de zekerheid, dat hij keizer van het Heilige Roomse Rijk zou worden. Zeer waarschijnlijk zouden de zeven keurvorsten – die aan het hoofd stonden van de belangrijke Duitse staten – hem, als kleinzoon van Maximiliaan I, tóch wel hebben gekozen. Maar de mogelijkheid bestond, dat hun keus zou vallen op Frans I, koning van Frankrijk. Dat was een zorgwekkend vooruitzicht voor Karel. Zijn rijkste bezittingen, de Nederlanden, zouden daardoor immers komen te liggen tussen twee door de Fransen beheerste gebieden.

Karel, die al hertog van Bourgondië, koning van Spanje, Sicilië, Sardinië en Napels was, alsmede erfopvolger in de Habsburgse landen in Midden-Europa, was op zijn negentiende jaar de machtigste vorst van het Westen. Maar zijn macht werd van alle kanten bedreigd. De Franse koning, die was omringd door Habsburgse landen, was vastbesloten de eerzuchtige plannen van de keizer in Italië tegen te gaan. Oost-Europa en de landen om de Middellandse Zee ondervonden voortdurend bedreiging van de Turken, die Constantinopel hadden veroverd. Ook waren er enkele Duitse vorsten, die zich tegen Karel verzetten. Het lutheranisme dat ze aanhingen, verstoorde de eenheid van het keizerrijk. De hervorming was het grootste struikelblok tijdens de regering van Karel, die zijn uiterste best bleef doen de protestanten terug te brengen naar de rooms- katholieke kerk. De keizer was het in zoverre met Lutner eens, dat hij zich veel moeite getroostte er bij de paus op aan te dringen een eind te maken aan de corruptie binnen de rooms-katholieke kerk. Maar Luthers nieuwe leerstellingen kon hij niet aanvaarden. Zonder enig succes wierp de ene Rijksdag na de andere zich op het probleem van de godsdienstkwestie. Veel Duitse vorsten gingen namelijk niet alleen zelf tot het lutheranisme over, maar eisten bovendien dat ze zelf de staatsgodsdienst van hun rijk mochten bepalen. Toen Karel ten slotte paus Paulus III bereid had gevonden een concilie te houden, was de houding van de protestanten harder geworden.

Karel V  2

Het schitterende schild van Karel V. Het werd ontworpen door Raphael. Het reliëf is een voorstelling van de ‘Slag bij Carthago’.

In 1546 kwam het tot een oorlog tussen de protestantse landen – geholpen door Frans I – enerzijds, en de katholieke staten onder Karel V met steun van paus Paulus III anderzijds. De strijd duurde voort tot 1555. Bij de Vrede van Augsburg werd bepaald, dat een staatshoofd het recht had de godsdienst van zijn onderdanen te bepalen. Intussen was Karel V voortdurend betrokken bij oorlogen tussen de Fransen en de Turken. Verbintenissen met vooraanstaande Italiaanse geslachten (vaak door middel van huwelijken) maakten, dat het grootste deel van Italië onder Habsburgs bewind kwam. Maar niet alle pausen waren gelukkig met deze gang van zaken. Teneinde een machtsevenwicht tot stand te brengen, verleenden ze steun aan Frankrijk, dat eveneens naar Italië lonkte. In 1521 brak er oorlog uit tussen Karel V en Frans I. De voornaamste inzet was Milaan, dat destijds in Franse handen was. De strijd duurde jaren, maar uiteindelijk slaagde Karel V erin een federatie van Noorditaliaanse staten te vormen die trouw was aan de keizer. Deze band zou 300 jaar blijven bestaan.

De Turken, die gebruik maakten van de vijandelijkheden tussen de christelijke machten, vielen Hongarije binnen. Maar in 1532, toen ze bijna voor Wenen stonden, werden ze door de legers van Karel V verslagen. Het kwam in Hongarije tot een weinig overtuigende vrede. Toen Karel V in 1535 Tunis veroverde, kreeg de Turkse heerschappij op de Noordafrikaanse kust een forse klap. Maar tijdens de hele regeringsperiode van Karel V en ook nog daarna bleven de Turken de landen om de Middellandse Zee bedreigen. Voordat het goud uit de Spaanse bezittingen in Zuid-Amerika begon binnen te stromen, vormden de Lage Landen de voornaamste bron van welvaart van Karel V. Al eeuwenlang bloeiden daar handel en industrie. Karel V, die hertog van Bourgondië was, eiste van deze provincies trouw en het recht op financiële steun – geen belasting, maar hulpverlening. De vele oorlogen waarin hij betrokken was, kostten schatten. Dat was iets waarover hij herhaaldelijk waarschuwingen kreeg van zijn zuster Maria, de regentes over deze gebieden. Het bestuur dat Karels eisen desondanks had ingewilligd, werd in 1539 door de bevolking van Gent omvergeworpen. Maar Karel V sloeg de opstand meedogenloos neer.

Toch was Karel V graag gezien in de Nederlanden. Hij was er geboren en getogen en sprak de taal. Het gebied was tijdens zijn regering groter geworden en de zuidelijke provincies Vlaanderen en Artois waren bevrijd van de Franse dreiging. Toen Karel V in de vijftig was, zag hij eruit als een oude, uitgeputte man. Verwonderlijk was dat niet, gezien de spanningen waarmee hij voortdurend te maken had gehad. De verbintenis tussen Maria Tudor en zijn zoon Filips, die ten doel had een gecombineerde Engels-Nederlandse macht te stellen tegenover Frankrijk, deed zijn energie tijdelijk weer opleven.

In 1555 maakte Karel V een begin met het overdragen van zijn verschillende kronen aan Filips en aan zijn broer Ferdinand, die keizer zou worden. Zelf trok hij zich terug in een klein huis in Spanje. Daar bracht hij zijn laatste levensjaren door. Hij hield er hof, genoot van de jacht en muziek en van de overdadige maaltijden, die zijn gezondheid verder ondermijnden. Veertig jaar lang had hij een enorme last op zijn schouders gedragen. Niet al zijn ondernemingen waren geslaagd. Maar hij stierf als een bemind vorst.

alle biografieën

7e klas geschiedenis: alle artikelen

960-888

VRIJESCHOOL – 7e klas – geschiedenis – alle artikelen

7e KLAS GESCHIEDENIS ALLE ARTIKELEN

[1] vertaling van Lindenberg ‘Geschichte lehren’: 7e klas; overzicht van de lesstof.

[2-1] Ontstaan van de boekdrukkunst
[2-1/1] deel 1
P.J. van der Horst over: schrijfmateriaal in oude culturen – Soemeriërs, Egyptenaren: papyrus; ‘monnikenwerk’; blokboeken; houtsnede
[2-1/2] deel 2
P.J. van der Horst over: Gutenberg of Coster?; Gutenbergbijbel
[2-1/3] deel 3
P.J. van der Horst over : verder over Gutenberg of Coster; Waldfoghel
[2-1/4] deel 4
P.J. van der Horst over: ook Waldfoghel niet; andere namen die als uitvinder worden genoemd: Italië, Frankrijk, België, Engeland; etsen; kopergravure; hoogdruk, diepdruk, vlakdruk
.
[3] Geschiedenis in de onderbouw
J.H.M.Dieselhorst over: geschiedenis in klas 7; de 7e-klasser; verloop geschiedenis klas 4, 5, en 6; ruimte en tijd: aardrijkskunde en geschiedenis

uitwerking van de door Lindenberg genoemde onderwerpen:

Biografieën van:

Columbus
Cortez
Galilei
Gutenberg en Coster
Hendrik de Zeevaarder
Jeanne d’Arc
Karel V
Leonardo da Vinci
Luther
Magalean
Marco Polo [1]  [2];
Paracelsus
Willem de Veroveraar

Willem van Oranje

Over ‘hoe vertel je’

7e klas: alle artikelen

alle biografieën

.
959-887

.

VRIJESCHOOL- 7e klas – geschiedenis

Marco Polo 1

portret van Marco Polo, die door de Venetianen ‘Mijnheer Miljoen Wonderen’ genoemd werd om de wonderbaarlijke avonturen die hij zou hebben beleefd.

MARCO POLO

In het jaar 1261 vertrokken twee Venetiaanse kooplieden vanuit Constantinopel naar Azië. Het waren de gebroeders Mattheus en Nicolaas Polo. Het was hun bedoeling om de binnenlanden van Azië te doorkruisen, waar ze naar nieuwe specerijgebieden zouden zoeken.

Tijdens hun zwerftochten ontmoetten ze ondermeer Koebilaj Khan, de machtige keizer van de Tartaren. Dat gebeurde in 1264 aan het hof van Kambalig (het tegenwoordige Peking). De gebroeders Polo werden er met veel pracht en praal ontvangen, want ze waren de eerste blanken die de oosterse landen bezochten. De keizer wilde alles weten over de gebruiken in de landen van Europa. Vooral de godsdienst in Europa interesseerde de keizer zeer. Drie jaar later vertrokken de Polo’s weer naar hun vaderland Italië. De terugreis verliep een stuk gemakkelijker dan de heenreis, want Mattheus en Nicolaas Polo droegen een gouden amulet bij zich. De keizer had daarop geschreven, dat iedereen hen tijdens hun tocht behulpzaam moest zijn.

WAT WIST MEN VAN AZIË IN DE TIJD VÓÓR MARCO POLO?
In de middeleeuwen was er weinig bekend over de oosterse landen. Er werden ongelooflijke verhalen verteld over vreemde dieren, planten en mensen. Maar wat er waar van was…? Niemand was er ooit geweest.

De kooplieden die handel dreven met de Aziatische landen, kwamen niet verder dan de havens. Daar kwamen de karavanen met oosterse waren, die geruild werden tegen producten uit Europa. Toen men in Europa hoorde dat de Tartaren, onder leiding van hun aanvoerder Djengis Khan, bijna heel Azië hadden veroverd, besloot de paus om enige monniken naar Karakoroem te zenden. Daar bevond zich het hof van de keizer. De paus hoopte op deze manier de woeste Tartaren tot het christendom te bekeren. Eén van de beroemdste monniken, die door de paus naar het oosten werden gestuurd, was Johannes da Pian del Carpine.

In 1245 trok hij door Rusland en Toerkestan naar het rijk der Tartaren. Alles wat hij tijdens zijn lange en vermoeiende reis zag en beleefde, beschreef hij later in zijn boek.

DE EERSTE REIZEN VAN MARCO POLO
In 1269 keerden Nicolaas en Mattheus Polo weer terug naar hun vaderland. Kort daarna vertrokken ze voor een tweede reis naar het Oosten. Ze waren toen in het gezelschap van de jongste zoon van Nicolaas, Marco Polo. De drie dappere Venetianen trokken verder en na een avontuurlijke reis bereikten ze opnieuw het hof van Koebilaj Khan. Ze hadden een bericht van de paus bij zich. De vorst was bijzonder blij met hun komst. Hij raakte gesteld op de jonge Marco Polo, omdat deze een pientere en eerlijke jongeman bleek te zijn. De vorst benoemde Marco tot z’n raadsheer. Hij kreeg zelfs het bestuur over de provincie Sangoej (Nanking). Marco Polo kreeg daardoor de kans om verre reizen te maken door het gebied van Koebilaj Khan. Op deze manier leerde hij de gebruiken van vele volkeren kennen. De vorst vond het niet plezierig dat zijn gasten ten slotte weer naar hun eigen land wilden terugkeren en wist ze vele jaren lang tegen te houden. In het jaar 1292 gingen ze uiteindelijk terug.

Marco Polo 2

De jonge Marco Polo kijkt met zijn vader en oom hoe de schepen voor de reis naar het onbekende Azië worden volgeladen.

‘Meneer Miljoen Wonderen’
Waarom liet Koebilaj Khan zijn gasten ten slotte tóch vertrekken? Hier was een speciale reden voor. De keizer van Perzië had de keizer enkele afgezanten gestuurd met een huwelijksaanzoek voor de prinses. Op de terugreis wilden de Perzische afgezanten graag vergezeld worden door de drie Polo’s want zij hadden natuurlijk een enorme ervaring in het maken van verre reizen. Met tegenzin stemde de vorst toe en zo vertrokken onze wereldreizigers met 14 schepen en 600 man naar het westen. Na vier en een half jaar varen – er waren nog slechts 18 overlevenden – bereikte de vloot eindelijk Perzië. Vandaar ging de reis naar Venetië, waar ze in 1295 aankwamen. Ze waren toen 24 jaar van huis geweest! Marco Polo vertelde z’n avonturen uitvoerig, maar de mensen geloofden hem niet.

Men vond hem een opschepper. De mensen lachten maar een beetje om al die fantastische verhalen en gaven Marco de bijnaam van ‘Meneer Miljoen Wonderen’.

Tijdens een oorlog tussen de handelssteden Venetië en Genua werd Marco Polo gevangengenomen en kwam in een Genuese kerker terecht en ontmoette daar een andere gevangene, Rustichello uit Pisa. Deze tekende de wonderbaarlijke verhalen van Marco Polo op. Toen hij vrijgelaten werd verscheen een boek over de avonturen van de wereldreiziger. De titel van het boek was dezelfde als de bijnaam, die men Marco Polo had gegeven. ‘Meneer Miljoen Wonderen’ stond er in sierlijke letters op het omslag. Het merkwaardige was dat de mensen de verhalen toen wel geloofden.

ZO LEEFDEN DE TARTAREN
De Tartaren woonden ’s winters in de dalen, waar voldoende gras groeide voor hun dieren, ’s Zomers gingen ze de bergen in of ze trokken naar valleien waar zich veel water bevond. Wanneer de Tartaren verhuisden braken ze hun houten huizen af en namen deze mee. Voor de verhuizing werden grote karren gebruikt, die waren bedekt met grote kleden, die de regen tegenhielden. De karren werden door ossen of kamelen getrokken. Bovenop zaten de vrouwen en kinderen. Het zwaard en de knuppel waren de wapens van de Tartaren. Maar zij waren het meest gevreesd om hun trefzekerheid met pijl en boog. Als ze eenmaal op hun paard zaten, waren ze onvermoeibaar. De Tartaren konden gerust tien dagen achter elkaar op het paard zitten. Hun enige voedsel bestond dan uit het bloed dat ze uit de aderen van hun paarden zogen.

Marco Polo 3

In gevechten voerden ze een zeer speciale tactiek. De Tartaren deden eerst alsof ze op de vlucht sloegen. Als hun tegenstanders dan overmoedig de achtervolging inzetten, draaiden de Tartaarse ruiters zich plotseling om en bestookten hun vijanden met een regen van pijlen.

Het is niet verwonderlijk dat dit woeste ruitervolk heel China veroverde, met uitzondering van de stad Sanjanfoe.

Deze stad wist al drie lange jaren de aanvaller van de Tartaren af te slaan. Dat de stad ten slotte toch werd veroverd was te danken aan Marco Polo. Hij adviseerde de vorst van de Tartaren om een blijde te gebruiken. Een blijde is te vergelijken met een enorme katapult. Daarmee werden grote stenen over de stadsmuren geslingerd, een blijde was in Europa in de Middeleeuwen een veel gebruikt wapen.

De Tartaren hadden er nog nooit van gehoord. Met behulp van een tekening legde Marco PoLo uit, hoe zo’n wapen werkte.

Onder zijn leiding werden drie blijden gebouw die stenen tot 300 pond konden wegslingeren. Dit werd de stad Sanjanfoe noodlottig. Tegen dit moderne wapen was men niet opgewassen. De stad Sanjanfoe gaf zich ontsteld over.

Aantekeningen van Marco Polo over Azië

Klein-Armenië
De mensen in deze streek
zijn enorme drinkers. Aan zee ligt de stad Lajas, waar zich opslagplaatsen bevinden van goederen en specerijen uit de hele wereld.

Groot-Armenië
Boven op een berg, de Ararat, ligt de Ark van Noach.

Baldac –
Een grote stad, waar de kalief van alle Saracenen woont, zoals in Rome de paus van alle christenen (Bagdad).

Tobris –
Mooiste stad van Irak. Hier worden gewaden gemaakt van zijde en goud. Kooplieden uit alle delen van de wereld bezoeken deze stad.

Balc –
Een stad op de grens van het Tartarenland. Wie verder wil reizen moet veel proviand meenemen, aangezien men gedurende 12 dagen reizen geen onderdak zal vinden.

Balscian –
In deze streek leven wilde rammen met grote horens. Van de horens maken de herders diepe borden. Het is hier zo koud, dat er zelfs geen vogels vliegen.

Tangoet –
In deze provincie verbouwt men rabarber, dat over de hele wereld wordt uitgevoerd.

Kataj –
In deze streek wordt geld gebruikt, dat op papier lijkt. Het zijn zijden blaadjes, waar de stempel van de Grote Khan op staat. In andere gebieden gebruikt men schelpen als betaalmiddel of schijven zout van een half pond.

Sjangli –
Rond deze stad wordt in de bodem zout gevonden. Men graaft de zoute aarde op en laat er water doorheen stromen. Het zoute water wordt in grote ijzeren ketels aan de kook gebracht. Als het water is verdampt, blijft op de bodem van de ketels een laag zout liggen.

Kambalig –
Hoofdstad van het Tartarenrijk van Koebilaj Khan. De Khan woont in een schitterend paleis.

Kipangoe –
Een eiland dat rijk is aan goud. Het schitterende paleis van de keizer is goud belegd (Japan).

Kinsaj –
Betekent in het Chinees: ‘Hemelse Stad’. Het is de hoofdstad van het oude Mantsji-rijk. De stad is net als Venetië op het water gebouwd en er zijn 12.000 stenen bruggen. Elke brug wordt bewaakt door schildwachten.

Sumatra –
Een eiland dat wordt bewoond door bloeddorstige mensen. Geen enkele vreemdeling kan hier binnendringen. De mensen drinken er palmwijn.

Ceylon –
Een eiland waar kostbare edelstenen worden gevonden. De koning bezit de grootste robijn ter wereld. Deze steen is langer dan een hand en dikker dan de arm van een man.

Lar –
Het land van de boeddhisten. Dit zijn de eerlijkste kooplieden ter wereld. Ze eten geen vlees en drinken ook geen wijn. Ze zullen nooit dieren doden, zelfs geen insecten.

Escier –
Het land van wierook. Deze stof wordt uit bepaalde bomen verkregen. Er is een tekort aan graan en andere landbouwgewassen, maar er is vis in overvloed. De bewoners voeden hun dieren met vis.

Aden –
Een provincie met veel steden en kastelen. Veel schepen, die op weg zijn van Indonesië naar Egypte, doen Aden aan.

Ormoes –
Hier leven merkwaardige vogelsoorten, zoals papegaaien. De mensen in Ormoes bouwen onveilige schepen, omdat het hout niet wordt vastgespijkerd. Het hout wordt met draden bevestigd, die gemaakt zijn uit de bast van een notenboom.

Kamadin –
Rondom deze stad ligt een vruchtbaar gebied, waar dadels en paradijsvruchten worden gekweekt. Men heeft er grote ossen, die zo wit zijn als sneeuw. Deze ossen hebben kort haar, dikke horens en een grote bult tussen de schouders (zeboes).

Perzië –
In dit koninkrijk ligt de stad Sava. Vanuit deze stad vertrokken de Drie Koningen om Christus te aanbidden. De Drie Koningen liggen hier in een mooie graftombe begraven.

Mosoel –
Deze stad maakt deel uit van een koninkrijk, waar vele mensen wonen. De grootste stam is die van de aanbidders van Mohammed.

Toerkmenistan –
Hier worden de mooiste tapijten ter wereld gemaakt.

Marco Polo 4

Marco Polo

7e klas geschiedenis: alle artikelen

955-884

 

 

 

 

VRIJESCHOOL – 7e klas – geschiedenis

Hoe ga je te werk

In ‘Geschichte lehren’ staat de lesstof van de 7e klas in grote lijnen beschreven.

Dit is wat je eigenlijk met de kinderen zou moeten behandelen en wel in 2 perioden van 3 à 4 weken.

Lindenberg geeft in zijn boek perioden van 3 weken, maar de ervaring is bij velen dat 4 weken nodig zijn, dus totaal 8.

Zeker, wanneer je niet voortdurend – gedurende die 2 uur hoofdonderwijs waar ook vaak nog iets vanaf gaat (een paar liederen, getuigschriftspreuken enz.???) aan het woord wilt zijn. Dat verdragen de leerlingen niet en vanuit de algemene menskunde kun je weten dat ze dan teveel wegdromen en derhalve niet veel opnemen. Je doet dus moeite voor niets.

Het is dus belangrijk dat je kijkt naar de werkvormen die je wilt hanteren bij het aanleren van de stof.

Het vertellen is toch een belangrijk onderdeel en hierbij gelden, ook al hebben we hier met een hogere klas te maken, dat het ‘beeldend’ moet zijn. (Dat geldt ook  nog voor klas 8).

Beeldend is, wanneer je iets voor je ziet; wanneer je iets meebeleeft; wanneer er spanning en ontspanning is; humor en verdriet enz.

In de lesstof die in de artikelen voor de 7e klas wordt beschreven, is daarvan niet erg veel aanwezig; het gaat daar meer om de inhoud.

Goede schrijvers van historische (jeugd)romans kunnen een zeer inspirerend voorbeeld zijn. Het betekent wel dat je die boeken zelf eerst moet lezen en er vervolgens die onderwerpen uit moet halen die je nodig hebt.

Voor de geschiedenis van de lage landen bestaat er een serie die voor ons buitengewoon geschikt is: ‘Geschiedenis van de lage landen‘ van Jaap ter Haar.

Hij laat steeds de mensen iets beleven en doet dit zoals wij dit met onze vertelstof door de klassen heen, ook doen.
De kinderen in je klas kunnen dit zo meebeleven, dat hun gevoel aangesproken wordt en niet, zoals bij het feitelijk overbrengen van de stof, het hoofd – de ‘antipathiekrachten van het spiegelend moeten leren’ (Algemene menskunde o.a. 2e voordracht).

Uit deel 2: DE WERELD IS ROND

Tegen het eind van de 15de eeuw zijn de geleerden – maar nog niet allen – ervan overtuigd, dat de aarde rond is. De weg naar het Verre Oosten, open gelegd door de tocht van Mar co Polo (in 1271 van Venetië naar Peking), moet dus ook via het Westen bereikbaar zijn. Nu Constantinopel gevallen is en de Turken beslag hebben gelegd op het Byzantijnse rijk, ligt de handelsroute naar het Oosten gedeeltelijk geblokkeerd. Wel worden nu nog omvangrijke zaken gedaan met Egypte, maar de wens bij de kooplieden groeit om een zeeweg naar het Oosten via het Westen te vinden. Koene Portugezen varen langs de kust van Afrika. Zij verdienen kapitalen met hun handel in slaven (voor huiselijk gebruik in Europa en door de verkoop van de ongelukkigen aan andere stammen!). Zij halen vermogens op met specerijen, ivoor en goud. Met het zo verdiende geld zijn de Portugezen in staat snellere en zeewaardiger schepen te bouwen. Steeds verder zeilen ze uit om rijkdommen in de wacht te slepen – terwijl de rest van Europa hun verrichtingen jaloers gadeslaat.

In 1488 zeilt Bartholomeus Diaz als eerste Europeaan om Kaap de Goede Hoop. Hij koestert de hoop de zeeweg naar Azië eindelijk te hebben gevonden. Wanneer na drie weken zeilen nog steeds geen land in zicht komt slaat de bemanning aan het muiten.

Tot zover is het nog een gewone beschrijving. Dan begint de ‘echte’ vertelling:

„Terug!” roept het zeevolk uit angst voor donkere zeeën en onbewoonbare gebieden. De stoere Diaz ziet zich gedwongen het roer te wenden.
De wereld is rond! Jawel, maar welke gek waagt het naar de qwestelijke einder te zeilen om zodoende in China aan land te gaan?

Christofoor Columbus, een weverszoon uit Genua wil het proberen. Zeelieden hebben hem verteld, dat op de Azoren meermalen voorwerpen zijn aangespoeld :

„Ver in het Westen moeten eilanden zijn!”

„Een stuurman uit Portugal heeft op de Azoren een kunstig gesneden brok hout gevonden!”

„Stukken riet en zelfs twee lijken van een vreemd mensenras zijn daar door de golven aan land gespoeld!”

Onvermoeid vecht Columbus – aan vele hoven van Europa – acht j aar lang voor zijn plan. Eindelijk beginnen koningin Isabella en koning Ferdinand toch iets te zien in de ideeën van de welbespraakte kapitein. De Moren zijn net uit Granada verjaagd en nu aan die slepende oorlog een eind gekomen is, kunnen er wel gelden beschikbaar worden gesteld.

..Het prestige van Spanje zal groeien, als de tocht met succes wordt bekroond!” denkt men aan het hof.

Zó doldriest, zó avontuurlijk, zó gevaarlijk lijkt de onderneming dat Columbus geen zeevolk voor zijn schepen vindt. Gevangenen kunnen hun vrijheid krijgen als zij zich melden, maar ze doen het niet. Tenslotte krijgt Columbus zijn bemanning toch bij elkaar.

3 augustus 1492: In de haven van Palos gooien de matrozen op de Pinta, de Nina en de Santa Maria de trossen los. In de hut van Columbus ligt een brief in het Latijn, bestemd voor de keizer van China.

Het is prachtig weer. Met een constante oostenwind drijven de schepen, met in totaal 120 koppen aan boord, in snelle vaart westwaarts.

„Pssst!” Ze spugen in zee, tellen de polsslagen, terwijl de spuugvlek langs het schip drijft. Zó meten ze hun snelheid. Columbus geeft de afgelegde afstand steevast te klein op: zijn zeelieden moeten de afstand naar Spanje vooral niet te groot gaan vinden.

De zee, de eindeloze zee, maakt de bemanning soms wanhopig. Pas na 10 weken komen er aanwijzingen, dat „Indië” nabij moet zijn.

„Daar!” wijst een matroos over de reling. Een stok met snijwerk en kort daarop nog een tak met rode bessen worden verheugd uit zee opgevist. Op de avond van de 11de oktober meent Columbus in de verte een licht te zien:

„Het flikkerde met zulk een onzekere glans, dat ik het niet als een teken van land durfde aanmerken . . .” noteert hij in zijn logboek. Ruim 23 uur later weerklinkt in de nacht opeens de bevrijdende kreet van de uitkijk:

„Land! Land!”

Rodrigues Bermejo, matroos op de vooruitvarende Pinta, heeft in het maanlicht de zoom van een zeestrand ontdekt. Wat een blijdschap!

„Rodrigues!”

„Fernando! Land, land!” De ruige zeelui omarmen elkaar en juichen. Dankbaar zingen zij een Te Deum op het dek om God te prijzen voor de behouden vaart.

Wat een fascinerend schouwspel, als de naakte, beschilderde Taino- Indianen op de Bahama’s de vreemdelingen tegemoetgaan. Als onbekende góden uit een andere wereld betreden de Spanjaarden het land. Begerig loeren zij naar de kleine stukjes goud, die de Taino’s in de doorboorde neuswand dragen. Wapens kennen deze vreedzame Indianen niet. Eén van hen loopt argeloos in het zwaard van de admiraal en verwondt zich lelijk.

Zoekend naar Japan ontdekken de Spanjaarden in de komende weken nieuwe eilanden. De tropische lente vertoont zich in haar exotische bloemenpracht. Voor het eerst ziet het zeevolk, hoe de Indianen een soort kruiden in een droog blad wikkelen en aansteken.

„Ze drinken de rook!” schrijft Columbus in een van zijn rapporten.

De moeilijkheden waarmee hij te kampen krijgt zijn groot. Er is desertie. Belust op goud gaan bemanningsleden aan de haal. Bij het ruilen van prullaria tegen goud stapelen de ruzies zich op. Bovendien loopt de Santa Maria aan de grond. Van het wrakhout bouwen de Spanjaarden een fort: het eerste Europese bolwerk in de Nieuwe Wereld. Wat vooral opvalt is het feit, dat de Indianen nog geen spijker ontvreemden – terwijl door de bemanning toch heel wat wordt geklauwd.

Na vele avonturen vindt Columbus het mooi genoeg. 40 vrijwilligers blijven achter in het eenzame fort – hopend zich rijk te stelen. Dan wordt de terugreis aanvaard!

7e klas geschiedenis: alle artikelen

951-880

VRIJESCHOOL – Vertelstof – biografieën – Paracelsus

.

Paracelsus   1493-1541

Paracelsus kan worden beschouwd als de geneeskundige die voor het eerst scheikundig verkregen stoffen toepaste bij het behandelen van ziekten. Door zijn denkwijze heeft hij grote invloed gehad op de latere geneeskunde.

Paracelsus

Paracelsus werd geboren als Philippus Aureolus Theophrastus Bombastus von Hohenheim, in het dorpje Einsiedeln, bij Zürich in Zwitserland. Zijn vader was arts en chemicus. Zijn eerste opleiding kreeg hij aan een school in Augsburg, Oostenrijk. In 1507, toen hij 14 jaar was, begon hij vele universiteiten in Europa af te reizen, zoals die van Basel, Tübingen, Wenen, Wittenberg, Heidelberg en Keulen. Hij deed dat in de hoop leermeesters te vinden met denkbeelden die hij zou kunnen respecteren. Hij had een sterke persoonlijkheid en zei altijd onomwonden zijn mening. Zijn leermeesters en andere autoriteiten waren dan ook steeds al gauw beledigd, door zowel zijn houding en optreden als zijn scherpe opmerkingen. Toch behaalde hij zijn graad in de medische wetenschap, eerst in Wenen, en toen in de Italiaanse stad Ferrara, in 1716. Omstreeks dezelfde tijd nam hij de naam Paracelsus aan, die de betekenis heeft van (verheven) boven Celsus. Daarmee wilde hij zijn verachting tot uitdrukking brengen voor de oude Romeinse geneesheer Celsus, die in de 16e eeuw zo bewonderd werd.
Daarna bleef Paracelsus zwerven, van Ierland in het westen tot Constantinopel – het huidige Istanboel – in het oosten. In Rusland werd hij een tijdje gevangen gehouden door de Tataren. Omstreeks 1521 was hij chirurgijn van een leger in Italië, waarbij hij betrokken raakte bij verschillende plaatselijke oorlogen. Steeds was hij erop uit zijn kennis van medische behandelingsmethoden te verrijken en om, zoals hij het zelf uitdrukte, ‘de sluimerende krachten van de natuur’ te ontdekken.

Paracelsus’ opvallende, weidse stijl van spreken heeft de taal verrijkt met de uitdrukking ‘bombastisch’, naar het eerste deel van zijn familienaam. Ook kon hij bijzonder fel uitvallen. Zo heeft hij eens een groepje professoren, met wie hij onenigheid had, verteld: ‘U bent nog niet waard dat een hond zijn achterpoot tegen u optilt’.

In de jaren 1527-1528 was hij hoogleraar in Basel. Daar joeg hij de autoriteiten tegen zich in het harnas door de werken van de befaamde Griekse geneesheer Galen in het openbaar te verbranden. En hij maakte de zaak nóg erger door zijn colleges voor iedereen toegankelijk te maken en ze gewoon in het Duits te geven, in plaats van in het Latijn. Vanuit alle hoeken van Europa stroomden studenten toe om zijn colleges te volgen.

Net als Hippocrates geloofde Paracelsus in het geneeskundig behandelen van de hele persoon van de patiënt, en in het genezend vermogen van de natuur zelf. Hij zette een flinke stap in de richting in de richting van de homeopathische geneeswijze toen hij verklaarde dat – in kleine hoeveelheden toegediend – ‘wat een mens ziek maakt, hem ook geneest’.
Volgenss zeggen heeft hij een doeltreffend middel tegen de pest gemaakt: een pil van deeg en een uierst kleine hoeveelheid uitwerpselen van de patiënt. Hoewel hij de geneeskunde in principe zuiver wetenschappelijk benaderde, zag hij magie –  of tenminste ‘mentale kracht’ – als een belangrijk element van de genezing. Niemand minder dan de Zwitserse psycholoog uit de 20e eeuw, Carl Jung, zag in Paracelsus een pionier op het gebied van ‘een op ervaring en proeven berustende psychologische geneeswijze’.

Paracelsus was buitengewoon knap in de diagnose, het onderkennen van een bepaalde ziekte.

‘Met vastberadenheid en verbeeldingskracht kan alles verricht worden,’ heeft hij gezegd. Hij vond de astrologie bespottelijk, maar hij zocht in de alchemie naar fundamentele waarheden. ‘In magie zit grote wijsheid… in de rede alleen dwaasheid,’ verklaarde hij. Hij overbrugde de kloof tussen de oude alchemie en de nieuwe scheikundige wetenschap. Daarbij verschafte hij zich en verkregen anderen na hem, inzicht op het gebied van de chemotherapie, de geneeswijze met chemische stoffen. Paracelsus was de eerste die opperde dat longziekten bij mijnwerkers werden veroorzaakt door het inademen van metaal-‘dampen’ en niet door boze geesten. Ook als eerste legde hij verband tussen het veelvuldig voorkomen van struma (een aandoening van de schildklier in de hals) in bepaalde streken, en het gebrek aan mineralen in het drinkwater in die streken.

Een van zijn grootste werken was het schrijven van Die grosse Wundartzney (Het grote Boek der Heelkunde), dat in 1536 gepubliceerd werd. Bovendien werd hij dankzij dit werk beschermd door de machthebbers. Hij stierf op 24 september 1541 in een herberg in Salzburg, waarheen hij was gereisd om in dienst te treden van de prins-aartsbisschop hertog Ernst von Beieren. Volgens sommigen werd hij vergiftigd. Een andere lezing is, dat hij overleed aan verwondingen die hij opliep toen hij dronken van een heuvel afrolde.

Meer over Paracelsus is hier te vinden.

Alle biografieën

Paracelsus wordt (soms) in de 7e klas geschiedenis behandeld.

950-879