VRIJESCHOOL – Vertelstof – biografieën – Paracelsus

Paracelsus   1493-1541

Paracelsus kan worden beschouwd als de geneeskundige die voor het eerst scheikundig verkregen stoffen toepaste bij het behandelen van ziekten. Door zijn denkwijze heeft hij grote invloed gehad op de latere geneeskunde.

Paracelsus

Paracelsus werd geboren als Philippus Aureolus Theophrastus Bombastus von Hohenheim, in het dorpje Einsiedeln, bij Zürich in Zwitserland. Zijn vader was arts en chemicus. Zijn eerste opleiding kreeg hij aan een school in Augsburg, Oostenrijk. In 1507, toen hij 14 jaar was, begon hij vele universiteiten in Europa af te reizen, zoals die van Basel, Tübingen, Wenen, Wittenberg, Heidelberg en Keulen. Hij deed dat in de hoop leermeesters te vinden met denkbeelden die hij zou kunnen respecteren. Hij had een sterke persoonlijkheid en zei altijd onomwonden zijn mening. Zijn leermeesters en andere autoriteiten waren dan ook steeds al gauw beledigd, door zowel zijn houding en optreden als zijn scherpe opmerkingen. Toch behaalde hij zijn graad in de medische wetenschap, eerst in Wenen, en toen in de Italiaanse stad Ferrara, in 1716. Omstreeks dezelfde tijd nam hij de naam Paracelsus aan, die de betekenis heeft van (verheven) boven Celsus. Daarmee wilde hij zijn verachting tot uitdrukking brengen voor de oude Romeinse geneesheer Celsus, die in de 16e eeuw zo bewonderd werd.
Daarna bleef Paracelsus zwerven, van Ierland in het westen tot Constantinopel – het huidige Istanboel – in het oosten. In Rusland werd hij een tijdje gevangen gehouden door de Tataren. Omstreeks 1521 was hij chirurgijn van een leger in Italië, waarbij hij betrokken raakte bij verschillende plaatselijke oorlogen. Steeds was hij erop uit zijn kennis van medische behandelingsmethoden te verrijken en om, zoals hij het zelf uitdrukte, ‘de sluimerende krachten van de natuur’ te ontdekken.

Paracelsus’ opvallende, weidse stijl van spreken heeft de taal verrijkt met de uitdrukking ‘bombastisch’, naar het eerste deel van zijn familienaam. Ook kon hij bijzonder fel uitvallen. Zo heeft hij eens een groepje professoren, met wie hij onenigheid had, verteld: ‘U bent nog niet waard dat een hond zijn achterpoot tegen u optilt’.

In de jaren 1527-1528 was hij hoogleraar in Basel. Daar joeg hij de autoriteiten tegen zich in het harnas door de werken van de befaamde Griekse geneesheer Galen in het openbaar te verbranden. En hij maakte de zaak nóg erger door zijn colleges voor iedereen toegankelijk te maken en ze gewoon in het Duits te geven, in plaats van in het Latijn. Vanuit alle hoeken van Europa stroomden studenten toe om zijn colleges te volgen.

Net als Hippocrates geloofde Paracelsus in het geneeskundig behandelen van de hele persoon van de patiënt, en in het genezend vermogen van de natuur zelf. Hij zette een flinke stap in de richting in de richting van de homeopathische geneeswijze toen hij verklaarde dat – in kleine hoeveelheden toegediend – ‘wat een mens ziek maakt, hem ook geneest’.
Volgenss zeggen heeft hij een doeltreffend middel tegen de pest gemaakt: een pil van deeg en een uierst kleine hoeveelheid uitwerpselen van de patiënt. Hoewel hij de geneeskunde in principe zuiver wetenschappelijk benaderde, zag hij magie –  of tenminste ‘mentale kracht’ – als een belangrijk element van de genezing. Niemand minder dan de Zwitserse psycholoog uit de 20e eeuw, Carl Jung, zag in Paracelsus een pionier op het gebied van ‘een op ervaring en proeven berustende psychologische geneeswijze’.

Paracelsus was buitengewoon knap in de diagnose, het onderkennen van een bepaalde ziekte.

‘Met vastberadenheid en verbeeldingskracht kan alles verricht worden,’ heeft hij gezegd. Hij vond de astrologie bespottelijk, maar hij zocht in de alchemie naar fundamentele waarheden. ‘In magie zit grote wijsheid… in de rede alleen dwaasheid,’ verklaarde hij. Hij overbrugde de kloof tussen de oude alchemie en de nieuwe scheikundige wetenschap. Daarbij verschafte hij zich en verkregen anderen na hem, inzicht op het gebied van de chemotherapie, de geneeswijze met chemische stoffen. Paracelsus was de eerste die opperde dat longziekten bij mijnwerkers werden veroorzaakt door het inademen van metaal-‘dampen’ en niet door boze geesten. Ook als eerste legde hij verband tussen het veelvuldig voorkomen van struma (een aandoening van de schildklier in de hals) in bepaalde streken, en het gebrek aan mineralen in het drinkwater in die streken.

Een van zijn grootste werken was het schrijven van Die grosse Wundartzney (Het grote Boek der Heelkunde), dat in 1536 gepubliceerd werd. Bovendien werd hij dankzij dit werk beschermd door de machthebbers. Hij stierf op 24 september 1541 in een herberg in Salzburg, waarheen hij was gereisd om in dienst te treden van de prins-aartsbisschop hertog Ernst von Beieren. Volgens sommigen werd hij vergiftigd. Een andere lezing is, dat hij overleed aan verwondingen die hij opliep toen hij dronken van een heuvel afrolde.

Meer over Paracelsus is hier te vinden.

Alle biografieën

Paracelsus wordt (soms) in de 7e klas geschiedenis behandeld.

899
Advertenties

3 Reacties op “VRIJESCHOOL – Vertelstof – biografieën – Paracelsus

  1. Pingback: VRIJESCHOOL – 7e klas – geschiedenis – alle artikelen | VRIJESCHOOL

  2. Pingback: VRIJESCHOOL – 7e klas – geschiedenis | VRIJESCHOOL

  3. Pingback: VRIJESCHOOL – Vertelstof – Biografieën – alle artikelen | VRIJESCHOOL

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s