VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner – Algemene menskunde – voordracht 6 (6-2-1)

.
In de ‘Algemene menskunde’ komt het wakker-zijn en het slapen als bewustzijnstoestanden in de 6e voordracht aan bod. 
Onderstaand artikel belicht deze aspecten vanuit een bepaalde invalshoek die hert begrijpen van de inhoud van voordracht 6 kan ondersteunen.
Tevens komen er weer begrippen aan bod die al eerder werden besproken.
.

Dr.med. Olaf Titze, Weledaberichten nr. 143, dec 1987

.

WAKEN EN SLAPEN

.

Wie wel eens nadenkt over waken en slapen, doet de verbazingwekkende ontdekking, dat hij, afgezien van de slechts seconden durende dromen, ongeveer een derde van zijn leven letterlijk heeft verslapen – dat anderzijds zijn herinnering hem de continuïteit van zijn levensloop laat zien die niet door de periodes van de slaap is onderbroken. Ondanks de onderbrekingen door de slaap die aan ons gewone bewustzijn worden onttrokken, beleven wij dus onze levensloop als een eenheid en wel in dubbele betekenis, nl. zowel met betrekking tot het beleven van de buitenwereld als ook wat het beleven van onszelf betreft. Het bewustzijn knoopt a.h.w. elke morgen weer aan waar het ’s avonds bij het inslapen is opgehouden. Daaraan zijn wij gewend en wij denken er niet verder over na dat het ook anders zou kunnen zijn; dat bijvoorbeeld bij bepaalde hersenbeschadigingen allerlei periodes van de herinnering zouden kunnen verdwijnen of, wat nog ernstiger is, de mens door een onderbreking van zijn bewustzijn niet meer in staat is om zijn identiteit te vinden. Ook blijft het een open vraag of er gedurende de slaap helemaal geen bewustzijnsbelevingen zijn. Voor de periodes van de droom zijn er wel belevingen in de vorm van beelden, die men zich echter heel vaak na het ontwaken niet meer kan herinneren.

Hoe echter is het met het bewustzijn gesteld in de periodes van de diepe slaap? Bestaat er daar geen bewustzijn of kunnen belevingen in die tijd alleen maar niet worden herinnerd? In welke wereld leeft de menselijke ziel tijdens de slaap? In de laatste tijd zijn immers de belevingen van schijndoden bekend geworden, die zelfs later kunnen worden herinnerd. (G. Ritchie – “Terugkeer uit de dood”) Het is mogelijk, dat de mens, als hij slaapt net op dezelfde manier een wereld binnengaat – maar een andere – als hij bij het ontwaken in een wereld binnenkomt die voor de fysieke zintuigen toegankelijk is. Stellig moet de vraag omtrent het bewustzijn geheel nieuw worden gesteld als men aan de realiteit recht wil doen wedervaren en zeker zijn er naast de ziekelijke bewustzijnsveranderingen ook nog de meest gevarieerde belevingsgebieden die zich onttrekken aan de fysieke zintuigen en aan het normale verstand. Van wetenschappelijk en dus van algemeen belang zou de vraag echter pas zijn, als men de voorwaarden zou kunnen doorzien die gelden voor verruimingen van het bewustzijn.
In de moderne geesteswetenschap van Rudolf Steiner, de antroposofie, werden die voorwaarden beschreven. (Vgl. Rudolf Steiner “Occulte fysiologie”, 2e voordracht en ”De weg tot inzicht in hogere werelden”)

Terwijl aan het gewone, dagbewustzijn volgens Rudolf Steiner afbraakprocessen ten grondslag liggen, die uiteindelijk ook tot de noodzaak van het uitblussen van het bewustzijn en het op gang brengen van regeneratieprocessen tijdens de slaap leiden, is het helderziende bewustzijn van zodanige aard, dat het door een geestelijke scholing tot een soortgelijke bevrijding van het psychisch-geestelijke deel uit het lichaam van de mens leidt zoals dat in het gewone leven tijdens de slaap gebeurt. Er moet evenwel de nadruk op worden gelegd, dat het bij deze scholing niet om allerlei ondoorzichtig mystiek gedoe maar om een exact controleerbare scholing van het bewustzijn gaat. Er bestaat dus volgens de gegevens van de geesteswetenschap inderdaad een weg om ook overdag bewust de wereld van de slaap te betreden. Een terugblik ’s avonds op de gebeurtenissen van de dag, een gebed of een meditatie zijn daarvoor werkzame voorbereidingen. De vraag omtrent het bewustzijn is de ene kwestie die ons bezighoudt als wij over waken en slapen nadenken. De andere is, dat het daarbij duidelijk om een ritmisch gebeuren gaat. Het behoort tot de meest fundamentele ontdekkingen van onze eeuw, die in 1917 in artikelen onder de titel ”Von Seelenrätseln” [GA 21, niet vertaald] door Rudolf Steiner werden gepubliceerd, dat als de fysiologische basis van denken, voelen en willen drie verschillende functiesystemen in het menselijke organisme kunnen worden gezien: het zenuw-zintuigsysteem voor het denken, een ritmisch systeem voor het voelen en een stofwisselings-ledematensysteem voor het willen. Vanuit dit gezichtspunt zouden waken en slapen als ritmisch gebeuren ook een grondslag zijn voor het voelen.

Men beleeft immers juist het voelen net zo gepolariseerd als men de polen ervaart waartussen zich een ritme ontwikkelt. Elk gevoel is op de een of andere manier in de richting van sympathie of antipathie gekleurd. Treffend drukt Goethe dit uit in dichtvorm als hij spreekt over het ritmische proces van het ademhalen:

”lm Atemholen sind zweierlei Gnaden,
die Luft einziehen, sich ihrer entladen,
jenes bedrangt, dieses erfrischt,
so wunderbar is das Leben gemischt.
Du danke Gott, wenn er dich presst
und dank ihm, wenn er dich wieder entlasst.”

Goethe, J. W., Gedichte. West-östlicher Divan, 1814 – 1819. Buch des Sängers

De inademing wordt als antipathiek, de uitademing als sympathiek gevoeld. Als men dit gezichtspunt toepast op ontwaken en inslapen, dan beleeft de volwassene het wakker worden antipathiek, het inslapen sympathiek gekleurd. Het aangolven van de zintuigprikkels benauwt in de zin van Goethe. De ontspanning bij het inslapen verkwikt.
In voordrachten van Rudolf Steiner over heileuritmie wordt het proces van de zintuigactiviteit, bijvoorbeeld het luisteren, als een subtiel inslapen, het proces van het begrijpen van hetgeen werd gehoord, als een subtiel ontwaken beschreven. Ook binnen het zenuw-zingtuigstelsel treedt dus, wat de functie daarvan betreft, de polariteit weer aan de dag, waarbij de zintuigfunctie meer het aspect van de slaap, de zenuwfunctie het wakker-zijn vertegenwoordigt.

Ten slotte de activiteit van het stofwisselingssysteem en van de ledematen.
Dit systeem heeft te maken met het willen, d.w.z. door de activiteit van de stofwisseling en de ledematen kan de mens in de wereld daden verrichten. Normaliter slaapt de mens voortdurend met betrekking tot de functies van zijn stofwisselingsorganen of van zijn ledematen. Door een ziekte kan dit evenwel snel veranderen, bijvoorbeeld bij een koliek of spierkramp. Maar hierover willen wij het niet hebben. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen het willekeurige en het onwillekeurige spierstelsel. Op het onwillekeurige spierstelsel heeft het bewustzijn van de mens geen directe invloed. Het willekeurige spierstelsel, nl. dat van zijn bewegingsorganen kan hij spannen of ontspannen, hij kan er handelingen mee volbrengen of nalaten, die hij in zijn bewustzijn controleert. Weer andere voltrekt hij, en dat zijn de meeste, zonder dat hij zich daarvan volledig bewust is. Maar zelfs bij de handelingen, die door het bewustzijn worden gecontroleerd, is het in de grond  niet het verloop van de bewegingen op zichzelf, die men zich bewust maakt, maar alleen de doelgerichtheid. Het bewustzijn geeft aan de beweging een richting, een doel. Dit is aan het motief van de handeling gekoppeld, waarin o.a. ook de moraliteit van de mens is betrokken. De wezenlijke kern van de mens, zijn ik is het dat wij met het oog op waken en slapen vanuit deze drie gezichtspunten bekijken:

1e vanuit het gezichtspunt van verschillende bewustzijnstoestanden,

2e vanuit het gezichtspunt van een ritmisch zich verenigen met en weer losmaken van het lichaam,

3e als een min of meer bewust handelend wezen.

Bij het optreden van slaapstoornissen is het van belang, deze drie gezichtspunten in het oog te vatten. Er is bijv. een groep van slaapstoornissen, waarvan de oorzaak ligt in een voortzetting van het dagbewustzijn: de mens kan niet “uitschakelen”. Dan is het ’t beste, om eerst de gebeurtenissen van de dag nog eens in omgekeerde volgorde van de avond tot de ochtend na te gaan, zonder daarbij aan bijzonderheden te blijven haken. Men kan daarna misschien iets opbouwends lezen of zich concentreren op een bepaalde gedachte of een gebed.

Als medicament kunnen hier preparaten met lood, vervaardigd op een speciale manier, hulp bieden.

Een andere groep van slaapstoornissen berust op stoornissen in het ritmische systeem. Het hart kan bijv. in vergelijking met de ademhaling veel te snel kloppen. Men spreekt dan van hartkloppingen. Dit kan psychische maar stellig ook lichamelijke oorzaken hebben, bijv. hoge bloeddruk. In elk geval bestaat er innerlijke onrust of angst. De lichaamsritmen komen weer in harmonie o.a. doordat men van kunst geniet of, beter nog, zelf kunstzinnig bezig is. Deze stoornissen kunnen medicamenteus worden verholpen door bepaalde speciaal bereide plantaardige- en goudpreparaten.

De derde groep van slaapstoornissen staat in verband met ons stofwisselings- en bewegingssysteem. Stellig zijn er op dit gebied ook een hele reeks van organische oorzaken waarvoor een speciale behandeling nodig is, maar er liggen ook dikwijls oorzaken diep in het emotionele gebied – alle mogelijke belastingen van het geweten, schokkende gebeurtenissen, verdriet, nalatigheden, kwalijke ondoordachte daden enz.

Hier kan de bewuste daad uitkomst bieden. Men probeert bijv. verschillende keren per dag zich van het bewegingsproces bij het lopen bewust te worden, d.w.z. heel bewust te lopen, de voet van de grond te tillen, hem naar voren te brengen en daarna weer bewust neer te zetten, enz.

Dikwijls vinden patiënten baat bij de toepassing van zilverpreparaten als medicament. Als zulke aanduidingen in de richting van medicamenteuze therapie worden gemaakt, is dit op geen enkele manier een pleidooi voor het zelf hanteren van medische voorschriften. Het gaat er hier veeleer om dat er begrip voor wordt gewekt als de arts i.p.v. een gangbaar slaapmiddel speciale preparaten toepast die aangepast zijn aan het wezen van de mens. De algemene hygiënische aanwijzingen kunnen evenwel, mits consequent toegepast, dikwijls een belangrijke hulp bieden.

In de volgende artikelen wordt beschreven, hoe het probleem van waken en slapen, dat hierboven principieel werd behandeld, met betrekking tot kinderen en bejaarden op een andere manier verschijnt. [nog niet oproepbaar]

.

Algemene menskunde voordracht 6alle artikelen

Algemene menskundealle artikelen

Rudolf Steineralle artikelen op deze blog

Menskunde en pedagogiealle artikelen

.

2656

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.