VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner – Algemene menskunde – voordracht 4 (4-3-4/1)

DE WIL

Andere auteurs over de wil

Uit: ‘De organen in relatie tot lichaam, ziel en geest’
Han Campagne

7.4 DE ZEVEN VERSCHIJNINGSVORMEN VAN DE WIL

Hier worden de zeven verschijningsvormen van de wil beschreven zodat men de verschillende innerlijke wilsimpulsen van de mens beter kan begrijpen en plaatsen.

Er zijn bij de mens zeven wilsstadia waar te nemen. Hierbij worden namen gehanteerd die in het dagelijkse leven een bepaalde betekenis hebben, maar die nu in een bredere context beschreven worden.

De eerste vier te bespreken stadia zijn:

instinct
drift
begeerte

7.4.4 MOTIEF

Nu de begeertekrachten bewust geworden zijn, kan de mens keuzes gaan maken vanuit zijn Ik – en deze in ontwikkeling brengen via het motief. Dit is eigenlijk het eerste wilsgebied waarin de mens vanuit zijn eigen Ik zijn wil kan sturen. Om tot een motief te komen, moet ons hogere Ik mee doen aan het wilsproces. Het Ik moet zorgen dat we onszelf boven sympathie en antipathie verheffen, zodat deze niet de weg bepalen. Een motief treffen we aan in de ziel en kan tot een bewuste wilsimpuls leiden. Hierop kan dan een bewuste handeling volgen.

.

Rudolf Steiner over motiefAlgemene menskunde [4-3-4]

Rudolf Steiner over de wilAlgemene menskunde in voordracht 4

Algemene menskundealle artikelen

.

2282

.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.