VRIJESCHOOL – De ontwikkeling van het jongere kind (2-2)

.

Kinderkleren: wanneer zitten ze als gegoten?

Lisa heeft het altijd warm. De zweetdruppeltjes parelen op haar voorhoofdje als ze bezig is met haar spel. Vaak ergeren haar kleren haar zo dat ze ze razendsnel uitgooit en poedelnaakt weer verder speelt. Maar dat geeft nauwelijks opluchting want haar spel wordt dan alleen maar onstuimiger en het transpireren neemt toe. Peuterjuf Joyce Honing laat je mee kijken naar de kinderen in haar klasje.

De zomer is voorbij. Het regent en er waait een koude wind. De korte broeken en T-shirts zijn opgeborgen en de kinderen komen met natte jasjes de school binnen. In het peuterklasje is het spel begonnen: een herfstspel. Het rode huisje in de hoek van de klas is veranderd in een eekhoorntjesholletje waar alles naar toe wordt gesleept. Alles wat mooi en verplaatsbaar is, verdwijnt in het holletje. Ook de grote schommelboot heeft daar een plaats gekregen. Er heerst een bedrijvigheid in het klasje alsof een mierenvolk bezig is zich voor te bereiden op de komende winter.

Lisa, een klein blond meisje, sleept druk met stoeltjes. Ze heeft helder blauwe ogen en een stevig, maar niet gedrongen lijfje dat gemaakt lijkt te zijn om te bewegen, te rennen, te klimmen en te sjouwen. Het is een kind dat helemaal haar eigen weg gaat en zich niet laat storen door wat er in haar omgeving gebeurt. Ze is juist bezig met een blok in haar handje de omgegooide schommelboot te beklimmen, als ze met haar voetje blijft steken in haar dunne wijde jurkje. Ze verliest geen moment, legt het blok neer en heeft in een oogwenk haar sokken uitgegooid (de schoenen waren al uit) en haar jurkje over haar hoofd uitgetrokken. Ook haar onderbroekje en hemdje vliegen er achter aan en geheel ontkleed vervolgt ze haar spel. Het zweet staat op haar voorhoofd, haar blonde haartjes plakken in haar nek maar ze speelt stralend verder.

Bezweet toetje
Als ik op haar toeloop om haar weer aan te kleden, voel ik dat ze, ondanks haar bezwete toetje, ijskoude handjes en voetjes heeft. Groene snottebellen liggen op haar bovenlip. Eigenlijk snottert ze altijd. Nog geen uur nadat ik haar heb aangekleed, vraagt ze om de plasketting die peuters die al alleen kunnen plassen meenemen naar de wc, waar ik ze dan even later ophaal. Maar bij Lisa ben ik vaak te laat.

Razendsnel is ze terug in de klas; weer poedelnaakt. Dit uitkleedritueel herhaalt zich bijna iedere morgen een paar keer. Lisa’s moeder, die dit gedrag goed van haar kent omdat ze het thuis ook doet, komt haar dochter tegemoet door haar zo dun mogelijk te kleden. ‘Want,’ zo zegt ze, ‘de zweetdruppeltjes parelen altijd op haar voorhoofd, dus ze heeft het gauw te warm.’ Een logische conclusie. Maar als je goed naar Lisa kijkt klopt er toch iets niet. Iedere keer als ze begint te transpireren en haar kleertjes uit heeft gegooid, wordt haar spel onstuimiger. Ze rent harder dan voorheen en wordt zelfs onrustig. Het lijkt erop dat ze haar warmte op peil wil houden door steeds drukker te bewegen. Het transpireren op haar hoofdje wordt niet minder, maar juist erger. Een verwarrend beeld dus.

In de klas heb ik meestal een kleine voorraad wollen kleertjes liggen. Op een keer, na de zoveelste uitkleedpartij, zocht ik een wollen hemdje en maillot voor haar uit die goed aansluitend om haar lijfje pasten. Dat beviel haar duidelijk goed. Haar spel werd rustiger en haar bewegingen minder heftig. Het was alsof ze beter bij zichzelf kon blijven.
En wat vooral opviel, was dat er geen zweetdruppeltjes meer op haar hoofd verschenen. Haar haartjes werden niet meer nat en haar handen en voeten bleven warm. Toen haar moeder haar bovendien goede passende, niet hinderende kleding aandeed, bleek ze er geen behoefte meer aan te hebben om zich uit te kleden.

Bewegingskinderen

Dit verschijnsel neem ik vaak waar bij de kinderen die ik ‘bewegingskinderen’ noem. De warmte die deze kinderen ontwikkelen door hun actieve bewegingen, verliezen ze ogenblikkelijk weer via de zweetdruppels op hun hoofd. Ze staan daar zoveel warmte af dat ze niet genoeg overhouden om hun handjes en voetjes warm te houden. Daarom vraagt juist zo’n bewegingskind om goede, warme onderkleding, vooral om de buik, de billen en de, beentjes. Want zoals een kachel zijn warmte verliest via de open schoorsteen als je de pijp niet goed afsluit, zo verliest het bewegingskind zijn warmte als je hem niet helpt die wat evenwichtiger over zijn lijfje te verdelen. Deze kleine wildebrassen zijn je ook dankbaar voor goed passende kleren, want ze hebben snel last van jurkjes met wijde stroken of belemmerende, te grote kleren.

Professortje

Eigenlijk vraagt ieder kind om bij zijn aard passende kleren. Roland bijvoorbeeld. Hij heeft een mager lijfje, beentjes die hij niet veel gebruikt, handen die vooral naar boeken zullen reiken en ogen die alles zien, alles opnemen en alles begrijpen. Het lijkt wel alsof zijn ogen de plaats van zijn ledematen hebben ingenomen. Nauwkeurig doet hij verslag van alles wat er in de klas gebeurt. Hij is nog geen drie jaar oud, maar met zijn wijsvingertje in de lucht onderstreept hij ieder woord alsof hij voor een volle zaal toehoorders staat. Kijken en spreken nemen bij hem de plaats in van bewegen. Nauwlettend houdt hij het goede verloop van de ochtend in de gaten. Het zijn de zekerheden waaraan hij zich vastklampt. ‘Juf, als je Lisa hebt aangekleed, gaan we dan boterhammen smeren? En daarna gaan we de klas mooi maken. Zullen we dan, als het niet gaat regenen, naar buiten gaan?’

Rolands lijfje is altijd koud tot op het bot. Alle warmte wordt weggezogen door zijn hoofdje, waarmee hij alles ziet en over alles nadenkt. En, zoals je dat zelf ook wel merkt als je bijvoorbeeld een paar uur ingespannen voor je computer zit te werken: daar krijg je het koud van. Een kind als Roland aanzetten tot meer eten of meer bewegen is onbegonnen werk. Hij is een denker en beschouwer en dat mag hij zijn. Maar zo’n klein professortje verwarm ik wel het liefst van top tot teen met wollen onderbroeken en wollen hemden met lange mouwen. Daardoor zal hij zich behalve in zijn beschouwende hoofdje ook in zijn lijfje meer thuis kunnen voelen.

Fladderend kinderspel

En dan heb ik in mijn klasje nog van de speelse kinderen, die als vlinders van  bloem naar bloem dartelen. Ze zijn meestal aan de tengere kant, net als de denkertjes. Ook voor hen is het goed om het gebied van hart en longen te verwarmen met wollen ondergoed. Daardoor kunnen ze zichzelf niet helemaal verliezen in hun heerlijk fladderende kinderspel en hebben ze een warm ‘huisje’, van waaruit ze hun spel beginnen, maar waarnaar ze ook op ieder moment weer kunnen terugkeren.

Er zijn ook kinderen bij wie je niet zo’n nadruk hoeft te leggen op warme kleding. Dat zijn de mollige, goed etende dromertjes. Vaak hebben ze wat waterige snotneusjes. Maar daarover hoef je niet zo’n zorgen te maken. In tegenstelling tot de bewegingskinderen heeft het bij hen meestal niet met een infectie te maken, maar hoort het meer bij hun lichaamsgesteldheid. Omdat ze hun eigen innerlijke kacheltje steeds brandend houden door goed te eten en weinig te bewegen, zullen zij het snelste last hebben van te warme kleren.

Ouderavond

Op de ouderavonden in de peuterklas is warmte vaak een gespreksonderwerp. En dan beginnen we bij het begin. Want hoe beter je je kunt voorstellen in welke constante, weldadige warmte een kind voor de geboorte leeft, hoe beter je ook begrijpt hoe heerlijk het moet zijn om na de geboorte nog zo lang mogelijk die vertrouwde, omhullende warmte te voelen. Door een baby te kleden in zachte wollen hemdjes, luiertruitjes en mutsjes kun je dat soort warmte het dichtst benaderen. Voor een baby geldt nog sterker dan voor de beweeglijke peuter dat het de warmte nog niet goed kan vasthouden en die via zijn hoofdje weer afstaat. Het is nog niet zo lang geleden dat iedere moeder haar baby als vanzelfsprekend een mutsje opzette, niet alleen buiten maar ook binnen en in de wieg. Voor ons is dat absoluut niet meer vanzelfsprekend. Dat is jammer, want een muts beschermt een babyhoofdje niet alleen tegen kou of te veel zon, maar ook tegen te veel indrukken van buitenaf. En dat is in deze tijd geen overbodige luxe. Een warm pleidooi dus voor de terugkeer van het wollen of zijden mutsje als vast onderdeel van de babyuitzet.

Joyce Honing, Puur kind, Weleda, herfst 1998

.

peuters en kleutersalle artikelen

ontwikkelingsfasenalle artikelen

Menskunde en pedagogiealle artikelen

opvoedingsvragenalle artikelen
.

1525

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.