VRIJESCHOOL – Sociale driegeleding (5-3/4)

.

sociale en individuele bewustwording

Verzekering en belegging als schijnzekerheden

De meeste grote steden worden gekenmerkt door een centrum dat vol staat met grote kantoorgebouwen. Er wordt weliswaar door een aantal gemeentebesturen gestreden tegen ‘ver-kantoring’ van het centrum, maar de trend is nauwelijks te stuiten. Banken, verzekeringsmaatschappijen, multinationals, concerns en hotelketens hebben nu eenmaal graag hun hoofdgebouwen dicht bij elkaar in de city.

Een dergelijk city-centrum wil een beeld oproepen van zekerheid, veiligheid en betrouwbaarheid. Binnen de solide muren van de gevestigde orde moet iedereen zich vrij kunnen voelen…

Of zijn diezelfde gebouwen uitdrukking van bureaucratie en technocratie die de vrije mens langzaamaan de adem afknijpen

Laten we eens gaan kijken met wat voor geld al deze gebouwen worden neergezet. Het is niet zo eenvoudig daar achter te komen, want in de financiële wereld wordt veel versluierd. Toch leidt in vele gevallen (via
projectontwikkelingsmaatschappijen, beleggingsconsortia en dergelijke) de weg naar institutionele beleggers: levensverzekeringsmaatschappijen, pensioenfondsen van grote concerns en van de overheid, sociale verzekeringsbanken en dergelijke. Achter deze instellingen staan de verzekeringspremies van miljoenen individuen.

Wat hopen al deze mensen met hun premies te kopen: zekerheid, onafhankelijkheid , in laatste instantie vrijheid. Is dat niet een grandioze illusie?

Misschien kunnen we daar achter komen door een moment stil te staan bij het ontstaan van het verzekeringswezen [1]

Brandbrief
Het verzekeringswezen had vóór ca. 1600 vrijwel uitsluitend het karakter van wederzijdse hulpverlening. In kleine overzichtelijke gemeenschappen was een onuitgesproken recht op hulp. Wie in nood zat mocht bijvoorbeeld met een ‘brandbrief’ rondgaan om geld in te zamelen voor de herbouw van zijn verbrande huis. Vanzelfsprekend gaf men royaal als een ander in nood zat en hij om een bijdrage bij jou kwam.

Datzelfde karakter had de kredietverlening. Er werd geen rente gevraagd en dat betekende wanneer A aan B leent — B betaalt terug zonder rente – daarmee bij B de morele verplichting ontstaat aan A te lenen wanneer deze wat nodig heeft.

Ook de oudedagverzekering lag in de directe persoonlijke afhankelijkheidssfeer. Ouders schenken hun kinderen (op)voeding en huisvesting en verwachten dat de kinderen hen zullen verzorgen wanneer zij bejaard zijn.

Dit netwerk van wederzijdse afhankelijkheden werd steeds meer als een belemmering gevoeld naarmate de mens zich individualiseerde en emancipeerde. Men wilde zich vrij voelen, op zichzelf gesteld en onafhankelijk. Aan die behoefte kwam nu tegemoet de rente en de premie. Met de rente koopt B, die krediet ontvangen heeft van A, de verplichting af A te helpen wanneer die hulp nodig heeft. Later wordt deze kredietverleningtegenrente volledig geïnstitutionaliseerd en geformaliseerd in het bankwezen.

Datzelfde geschiedt in het verzekeringswezen. Door het betalen van een premie aan een instantie verzeker ik mij van het recht geholpen te worden wanneer mij iets overkomt. De instantie heeft de plicht dat te doen. De wederzijdse hulpverlening is geformaliseerd, geanonimiseerd, men kan ook zeggen ver-commercialiseerd. Ik koop zekerheid. Ik hoef geen beroep meer te doen op anderen, ik heb mijn polis en daarin is mijn zekerheid vastgelegd.

Het belang van deze stap — ontvlechten van sociale bindingen door rente en premie — . voor de opbloei van de westerse industriële wereld is nauwelijks te overschatten.

Illusie
De vraag is echter waar deze stap toegeleid heeft. Wanneer we daarbij speciaal naar het verzekeringswezen kijken zien we drie verschijnselen.

Ten eerste blijkt langzamerhand dat het zekerheid kopen en daarmee onafhankelijk zijn van anderen een geweldige illusie is. De afhankelijkheid van burenhulp is ingewisseld voor een anonieme afhankelijkheid van bureaucratische assurantiegiganten die via de kleine lettertjes op de achterkant van de polis de cliënt vrij stevig in de tang hebben. Bovendien maakt de voortsluipende inflatie veel zekerheden tot een aanfluiting.
En tenslotte: als er tegen de tijd dat ik gepensioneerd ben, geen mensen zijn die voor mij willen werken helpen alle polisclausules niet.[2]

Verzieking
Een tweede verschijnsel is de vérgaande verzieking van het assurantiewezen door de noodzaak zich te verzekeren tegen aansprakelijkheden. Met name in de medische wereld in Amerika is het een toenemende praktijk dat patiënten een specialist aanklagen wegens bepaalde medische verrichtingen die hij anders of beter had kunnen doen en waardoor de patiënt op de een of andere manier schade heeft geleden (inkomensderving, schoonheidsverlies, enzovoort). De claims kunnen tot in de tienduizenden lopen — zo niet meer —. Daartegen kan men zich weer verzekeren. De premies hiervoor moeten natuurlijk in de honoraria verwerkt worden. Dit heeft in verschillende Amerikaanse steden zulke vormen aangenomen dat artsen zich uit hun beroep terugtrokken, in staking gingen enzovoort, en daardoor de totale medische voorziening in die steden in gevaar kwam.

Maar ook op andere gebieden sluipt dit kwaad voort. Eigenaren van bijvoorbeeld geparkeerde auto’s, bomen, hekken kunnen onverwacht voor enorme claims komen te staan omdat een slimme jurist de eigenaar van het hek verantwoordelijk weet te stellen voor een ongeluk.

Gigantische kapitalen|
Een derde verschijnsel dat genoemd moet worden voert ons terug naar het begin van dit artikel: de uitwas van het verzekeringswezen voert tot de opeenhoping van gigantische kapitalen die belegd moeten worden. Voor deze belegging zijn de institutionele beleggers geen verantwoording schuldig aan degene wiens premies betaald worden; de spaarders zijn alleen geïnteresseerd in de uitkering t.z.t….

En zo zien wij een vrijwel autonoom proces ontstaan waarbij onvoorstelbare bedragen belegd worden in objecten en projecten die de tendens van deze technisch-industriële wereld alleen maar versterken; men kan ook zeggen: de uiterste consequentie zichtbaar maken van een ontwikkeling die we aan het begin van dit artikel beschreven: ontvlechten van sociale afhankelijkheden, atomisering van sociale structuren.

Vertrouwen
Proberen we ons nu met dit beeld van het moderne kantorencentrum met alles wat daarachter oprijst — via institutionele beleggers — aan zekerheidsillusies en onafhankelijkheidsschijn naar binnen te wenden, dan kunnen we onszelf de vraag stellen: welke kwaliteit, welk onvermogen, wat in ons geeft deze onwikkeling een draagvlak? De afwezigheid van welke kracht voedt dit assurantiewezen?

Bij het zoeken naar een antwoord op deze vragen dringt zich, alles dominerend, steeds één begrip op — althans zo ging ’t mij — en dat is vertrouwen. Vertrouwen is een kracht die we van de grond af op nieuw moeten ontwikkelen. Het is een kwaliteit die voortdurend beschaamd wordt. En geschokt vertrouwen is voor de moderne mens eigenlijk de allerpijnlijkste ervaring. Na de ontbinding van de oude, bloedsgebonden, traditionele, instinctieve relaties tussen mensen, moet de moderne, vrije… verantwoordelijke mens vanuit een totaal nieuwe kracht zijn ik-tot-ik relaties met andere mensen opbouwen.

Oefening
De kracht van het vertrouwen kan zich manifesteren als vertrouwen in ontwikkeling, vertrouwen in de medemens, vertrouwen in het lot, vertrouwen in jezelf. Het is de kracht die zich tegen, men zou beter kunnen zeggen, aan talloze weerstanden moet ontwikkelen, veroverd moet worden. Het lijkt wel of alle maatschappelijke ontwikkelingen eropuit zijn dit vertrouwen te ondermijnen of op z’n minst zeer moeilijk te maken. Het lijkt wel of maatschappelijke inrichtingen steeds meer op wantrouwen worden gebouwd en derhalve bij voorbaat met een muur van controle- en indekkingsmaatregelen worden omgeven.

Toch is ’t interessant dat de maatschappelijke ontwikkelingen het mogelijk maken, ja eigenlijk noodzakelijk maken dat overal de kracht van het vertrouwen geoefend wordt.

De arbeidsverdeling en de daardoor ontstane onderlinge afhankelijkheden binnen het economische leven zijn zodanig complex dat niet meer alles voorschreven kan worden, niet alles voorspeld – en dus verzekerd — kan worden. We moeten op vertrouwen leren bouwen.

Ook in het scheppen van nieuwe samenwerkingsverbanden — bijvoorbeeld tussen producenten, handel en consumenten, of tussen patiënten, artsen en therapeuten in een medische associatie, of in scholengemeenschappen – is een rijk oefenterrein geboden voor het ontwikkelen van deze kracht. En het is interessant dat steeds meer door mensen deze oefensituaties gezocht worden.

Wanneer we het assurantiewezen zich dik zien eten aan ons onvermogen om menselijke relaties op vertrouwen te baseren, dan zou dit steeds een sterk appel moeten zijn aan ons zelf om deze kracht tot ontwikkeling te brengen.

A.H.Bos, Jonas 17, 23-04-1976
.

[1] R.S.H.Mees in Te-recht of on-terecht.
[2]  D.Brüll in Maatschappijstructuren in beweging

.

deel 1   deel 2   deel 3   deel 5   deel 6   deel 7

.
Sociale driegeleding: alle artikelen

.

1416

 

 

 

 

 

 

 

 

.

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.