VRIJESCHOOL – Sociale driegeleding (5-3/2)

.

SOCIALE EN INDIVIDUELE BEWUSTWORDING

DE MAATSCHAPPIJ ALS SPIEGEL VOOR DE MENSELIJKE ZIEL

In het vorige artikel werd gewezen op de twee werelden, die de mens kan beleven als maatschappelijke werkelijkheid buiten zich en als innerlijke werkelijkheid binnen zich. Die werkelijkheden verhullen zich echter. Het is niet zo eenvoudig om door te dringen tot die werelden zelf, tot de bron van waaruit hun krachten werken. We hebben voorbeelden genoemd hoe in de afgelopen zeven jaar de toegang tot de beide werelden met kracht geforceerd is. We kwamen tot de voorzichtige conclusie dat de wijze waarop getracht is in deze werelden door te dringen (achter de schermen te kijken) er toe geleid heeft dat men
|
— aan de drempel alleen het boze heeft ontmoet|-bij terugkomst in de ‘gewone wereld’ (na een aktie c.q. een trip) moeite had met de biografische oriëntatie.
— de samenhang tussen de twee werelden niet heeft onderkend.

We eindigden met de vraag hoe we met deze innerlijke en uiterlijke ervaringen zo kunnen omgaan dat de samenhang tussen beide beleefbaar wordt en daarmee de kloof overbrugd tussen mijzelf en die twee werelden.

Daarvoor is nodig dat we een ervaring, een waarneming, tot beeld verdichten en er de kwaliteit van proberen te beleven. Met dit kwalitatieve beeld gaan we nu op zoek in onze eigen binnenwereld, in onze eigen levenssfeer en proberen ervaringen van dezelfde kwaliteit te vinden.

Fantasieloosheid
Laat ik een voorbeeld noemen. Wie de Bijlmermeer nadert en er in rondwandelt kan zich met verbijstering afvragen hoe het mogelijk is dat zoiets gebouwd wordt. Wat voor wezen kan zoiets ontwerpen? Nu gaat ’t erom bij zulke wat vage gevoelens, die meestal verwijzen naar iets negatiefs bij anderen, niet te blijven staan. We kunnen proberen het wezen van deze ervaring te pakken. Wanneer we, bijvoorbeeld bij de terugblik op de dag, deze ervaring tot beeld trachten te verdichten. Het kan zijn dat we dan bijvoorbeeld iets voor ons zien als een groot grauw anoniem beest en dat daarbij de kwaliteit fantasieloosheid naar voren treedt. Daarmee richt ik nu de blik naar binnen. Met dit zoeklicht ga ik rondkijken in de eigen leefwereld. En misschien zie ik ineens voor me dat de wijze waarop ik de afgelopen jaren de weekenden of vakanties heb doorgebracht van een even grauwe fantasieloosheid is. Eén monotone reeks van dezelfde weekend-blokken. Steeds hetzelfde trappenhuis (zaterdagmiddag autowassen), dezelfde galerij (’s avonds bridgen), dezelfde halletjes (uitslapen en kerkgang) dezelfde huiskamer met de tv op een vaste plek (’s middags naar het voetballen kijken). Wie is de architect van deze grauwe monotone weekend-bouwdozen? Zou dit deel van mijn wezen niet in staat zijn een Bijlmermeer te bouwen?

En als ik deze innerlijke Bijlmermeer in beweging breng, deze innerlijke grauwheid wat kleur verleen, zou ik daarmee niet iets verlossen van het wezen dat mij door de Bijlmermeer heen aangrijpt?

Martelen
Een ander voorbeeld: Amnesty International heeft in 1974 over de hele wereld de aandacht gevestigd op het martelen. Wanneer men de berichfen daarover hoort en de getuigenverklaringen leest, komt er een gevoel van diepe afschuw boven. Hoe is het mogelijk dat de ene mens dit de andere aandoet? Men heeft de neiging zich vol afgrijzen van het verschijnsel af te wenden of de toorn tot aktie te laten worden. Men kan echter ook bij het beeld verwijlen en zich afvragen: wat gebeurt er eigenlijk? Natuurlijk kan het verschijnsel martelen op verschillende manieren gekarakteriseerd worden. Eén wezenskenmerk is in ieder geval dat de ene mens de ander instrumenteel hanteert, als middel tot een doel gebruikt, zijn doel. En dat doel is altijd heilig: de veiligheid van het land, het slagen van de revolutie, het winnen van de oorlog, de uitroeiing van het boze en zo meer.

En in het licht van deze doelstelling is elk middel geoorloofd om van een ander informatie los te krijgen of juist te bereiken dat iemand zwijgt.

Wanneer ik deze sleutel — het instrumenteel behandelen van de ander eenmaal gevonden heb, ga ik er mee op zoek in mijn eigen levenssfeer. Zijn er soms (gedrags)deurtjes waar deze sleutel – kleiner, maar van dezelfde soort – op past? Zulke deurtjes blijken er te zijn. Bijvoorbeeld bij het wegrijden van het benzinepompstation betrap ik me zelf er op dat ik de pompbediende volstrekt instrumenteel behandeld heb. Ik heb hem niet aangekeken, ik heb hem gedachteloos de sleuteltjes aangereikt en hem even onbewust de getekende betaalcheque overhandigd. Ik heb geen flauw idee meer hoe hij er uit zag, wat hij zei, hoe hij handelde. Kortom hij is voor mij niet méér geweest dan het uiteinde van de pompslang!

Nu hoef ik hierover geen zware schuldgevoelens te hebben, want ik was immers op weg naar een belangrijke vergadering (‘ongetwijfeld een bespreking met ‘beleidskarakter’!), ik heb bovendien het bedrag op de cheque aardig naar boven afgerond en tenslotte: waar blijf je als je alle pompbediendes, koffiejuffrouwen, postbodes en dergelijke diep in de blauwe ogen moet kijken om ’s avonds nog te weten hoe ze er uit zagen….[1]

Of zou ’t zo zijn dat wanneer miljoenen mensen op deze onschuldige wijze elkaar instrumenteel hanteren, er een platform geschapen is waarop honderdduizenden op wat minder onschuldige wijze — bijvoorbeeld in consumentenmanipulatie — de ander instrumenteel hanteren. En op dit draagvlak kunnen misschien duizenden op hoogst bedenkelijke wijze anderen voor hun karretjes spannen. En dat geeft wellicht eerst de mogelijkheid voor enkele honderden om op een onmenselijke wijze de ander de duimschroeven aan te leggen. Een soort pyramide gebouwd uit dezelfde immorele substantie. Onderaan véél maar in geringe concentratie, bovendien weinig doch vrijwel onverdund. Op die wijze hebben wij de martelende mens in ons ontdekt. Zonder in het minst iets te willen afdoen aan het belang van het werk van Amnesty International, zouden we door het overwinnen van de martelende mens in ons zelf, door het aan de voet slechten van de piramide, niet iets kunnen bijdragen aan het overwinnen van deze problematiek….?

Draak|
Nog een ander voorbeeld. De meesten van ons kennen het blad ‘Bild’: Een Duits boulevardblad van het Springer concern dat in miljoenen oplaag elke dag de grootste sensatieberichten brengt: bij voorkeur lustmoorden, seks schandalen, grootscheepse oplichtingen, onwaarschijnlijke ontvoeringen enzovoort. Dergelijk nieuws is voedsel voor een heel bepaald soort gevoelens en emoties. Bij het kopen van het ochtendblad van vandaag is het voer dat het ochtendblad van gisteren verschafte, reeds lang verteerd. Het heeft een leegte achtergelaten en de ziel hongert naar een nieuwe injectie. Het is als de draak in het sprookje die elk jaar een jonge maagd eist, anders breekt hij vernietigend los. Zo hongert deze sensatie-draak in ons en in een toenemende frequentie en intensiteit naar zijn dagelijks voedsel.

Maar wat wil dat zeggen, is dat zonder betekenis voor de wereld om ons heen? Zijn alleen daden realiteit of kunnen ook gevoelens en gedachten een werking hebben? Wanneer miljoenen hongerige draakjes om een jonge maagd schreeuwen, zou er dan niet ergens één werkelijk voor de bijl gaan? Wanneer al die zielen verlangend uitzien naar de volgende moord waaraan ze zich — met ‘oprechte’ morele verontwaardiging verlustigen kunnen, zou die gepotentieerde begeerte niet een reëele zuigkracht kunnen betekenen die zo’n daad aantrekt?

Velen zullen weerstand kunnen bieden aan een innerlijke opwelling zo’n soort daad te verrichten. Maar de mensheidsketting heeft zwakke schakels. Er zijn mensen die, door wat voor oorzaak dan ook (erfelijkheid, opwelling, lot), potentiëel tot zo’n daad in staat zijn. En moeten we dan verbaasd zijn als zulke mensen geen weerstand kunnen bieden aan de druk van een massa die eigenlijk van hen vraagt dat zij zo’n daad verrichten? Er moet immers kopij zijn voor het volgende ochtendblad! We kunnen boos worden op de moordenaar, of op Springer, maar hebben we niet zelf de daad begaan, de kopij geleverd?

Machtsconcentratie
Een laatste voorbeeld in dit artikel heeft met macht te maken. Het macht-thema doordringt alle politieke discussies en ook steeds weer sociaal-wetenschappelijke analyses. Machtsconcentraties zijn aan de orde van de dag. Elke fusie, elke schaalvergroting, elke uitbreiding van invloedssfeer doet de macht van steeds kleinere groepen toenemen. Het proces kan ons benauwen. Hoe is het mogelijk dat zich zo veel macht concentreert in zo weinig handen?

Dat gevoel leidt tot bezinning op de vraag, wat die macht dan eigenlijk inhoudt. Zijn die machthebbers zo machtig? Of vinden we op dit niveau de allerhoogste vorm van gedrevenheid, van systeem-knechtschap, van onvrijheid, kortom van machteloosheid?

Ik weet dat een dergelijke benadering een horreur is voor maatschappij-kriti-sche macht-ondergravers. Toch moet een uitlating van Wagner,
president-directeur van de multinational Shell, serieus worden genomen. Hem werd gevraagd hoe hij zich voelde aan de top van zo’n machtig concern. Hij antwoordde: ‘Ik voel mij zittend op de rug van een buitenmaatse Brontosaurus en kijk waarheen hij gaat.’ Dus niet: ‘Ik stuur hem waarheen ik dat wil’ maar ‘ik kijk waarheen hij gaat’. Een teken van groter onmacht is nauwelijks denkbaar!

Vinden we die kwaliteit in ons zelf terug?

Onmacht
Laten we eens met dit onmacht-zoeklicht in onze eigen ziel rondschijnen. Hoe machtig zijn we in het sturen van onze eigen zielekrachten van denken, voelen en willen?
Het beste is een proef te nemen. Neem een potlood — concreet voor je of in gedachten — en neem je voor gedurende vijf minuten over niets anders te denken dan over dit potlood. Een heldere, beheerste gedachtestroom, die blijft aanknopen bij het potlood. Bijvoorbeeld eerst de vorm beschrijven dan de kleur, dan de functie, vervolgens de materialen waarvan en de wijze waarop het geproduceerd is. Dan bijvoorbeeld de verschillende soorten potloden die er zijn, de historie van het potlood, de herkomst van het woord potlood enzovoort.

Wie de oefnening doet, merkt hoe weinig baas hij in eigen denk-huis is. Gedachteketens breken af of stagneren, gedachte-associaties gaan er met je vandoor. Je betrapt je erop dat je niet meer over het potlood denkt maar over de inhoud van het Jonasartikel dat je ermee schrijven wilde of over je vulpen die je nog steeds niet ter reparatie hebt weggebracht…

Het geeft een feestelijk gevoel wanneer het lukt om, al is het maar vijf minuten, een volledige controle over de eigen gedachtestroom te hebben. En als ’t niet lukt komt er direct een gevoel van beschamende onmacht op…

En hoe is het met de gevoelens? Worden we door hen beheerst of hebben we ze in de hand? We kunnen hier niet gaan oefenen zoals met de gedachten. We kunnen echter wel ons zelf waarnemen in situaties waarin gevoelens opkomen. Bij conflictsituaties wanneer tegenslagen mij treffen of juist wanneer het ene succes na het andere mijn deel wordt; in confrontatie met mensen die mij diep antipathiek zijn of mij geweldig ophemelen; in situaties waar mensen dingen door het slijk halen die heilig zijn, of juist met klem iets verdedigen waarvan ik het belang op geen enkele wijze kan inzien. Hoe ga ik op zulke momenten met mijn gevoelens om? Slaan ze door naar verslagenheid, fikse ergernis, verlammende twijfel, angst aan de ene kant en trots, eerzucht, laaiend enthousiasme, blind vertrouwen e.d. aan de andere kant? Of weet ik — zonder gevoelloos te worden — deze opkomende extremen in de hand te houden en daarmee mijn gevoelens tot een sensitief waarnemingsorgaan te maken, waarmee ik in een diepere laag van de werkelijkheid om mij heen doordring?

Ook hier kan men de ervaring op doen dat het nog niet zo eenvoudig is om baas in eigen gevoels-huis te zijn. Nog al te vaak gaan gevoelens en emoties met mij op de loop. En dan kan mij weer dat zelfde gevoel van onmacht bekruipen (pas op dat dat gevoel niet doorslaat, zodat je in vertwijfeling ophoudt met oefenen!)

Wilsoefening
Ten slotte de wil. Wanneer ik mij iets voorneem. Kan ik dat ook uitvoeren? Kan ik bepaalde gedachten als het ware ‘naar beneden sturen’ zodat ze via mijn ledematen tot handeling worden? Wanneer ik dat door een oefening wil nagaan moet ik geen handeling nemen die de buitenwereld me kan verhinderen uit te voeren. Want dan is het niet-lukken al te makkelijk af te schuiven op externe factoren… Nee, ik neem een uiterst simpel voornemen, waarvan niets en niemand me de uitvoering kan beletten. Bijvoorbeeld neem ik me ’s morgens bij het opstaan voor om om 11.00 uur en om 15.00 mijn zakdoek van de ene zak in de andere te doen of iets dergelijks. Waarlijk een al te simpel voornemen. Wie echter dag in dag uit merkt hoe moeilijk dit is, hoe weinig men in staat is zulke voornemens ook precies uit te voeren, beleeft een derde regio van onmacht: geen heer in eigen wils-huis…

Deze oefeningen zijn ontleend aan het boek ‘Hoe verkrijgt men bewustzijn op hogere gebieden?’ van Rudolf Steiner. Hij beschrijft ze daarin als drie van een zestal basisoefeningen, die ieder die een innerlijke scholingsweg wil gaan, moet blijven doen naast waarnemingsoefeningen, meditaties en dergelijke.

We koppelen nu terug naar het maatschappelijk verschijnsel van de macht. We leerden het kennen als een onmachtig gevangen zijn van mensen in een anonieme systeem-macht. Wat wil het nu zeggen dat wij in ons zelf drie regionen van fundamentele onmacht ontdekt hebben, dat wij nog weinig baas in eigen denk-, voel- en wils-huis zijn? Wanneer talloze mensen deze innerlijke onmacht beleven, scheppen zij daarmee niet een vacuüm, waarin zich, maatschappelijk gezien, een systeem-macht kan nestelen die voor ons denkt, onze gevoelens bespeelt en ons handelen manipuleert? Daarmee kan het waarnemen van de machtsconcentratie buiten ons tot een krachtig appel aan ons zelf worden om systematisch de innerlijke onmacht-gebieden te gaan veroveren!
.

[1] Dit gebruikte Bos al eerder
Daarbij gaf hij nog aan:
*De drie oefeningen die hier beschreven worden vormen een onderdeel van de zes zogenaamde ‘Nebenübungen’. Na de oefeningen voor het denken, voelen en willen volgt nog een 4e (positiviteit), een 5e (onbevangenheid) en een 6e (harmonie tussen de vijf oefeningen). De oefeningen staan beschreven in het boek ‘Hoe verkrijgt men bewustzijn op hogere gebieden?’ Zij heten ‘Nebenübungen’ omdat Steiner aanbeveelt ze naast meditaties, waarnemingsoefeningen en dergelijke te blijven doen.

.

A.H.Bos – Jonas 15, *26-03-1076
.

deel 1  deel 3   deel 4    (5, 6 en 7 nog niet oproepbaar)

Sociale driegeledingalle artikelen

.

1413

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.