VRIJESCHOOL – 1e klas – vertellen

.

In de loop van de basisschool moet de manier van vertellen wezenlijk veranderen.
In de eerste jaren meer episch, op een rustige manier, stromend; in de middenjaren beweeglijker, luid en zacht afwisselend, in het gevoel de kinderen meenemend, sterkere gevoelens en weer afzwakkend, in de laatste jaren kan het dan dramatischer toegaan, dan komen ook de vragen van het lot.

Het ademen van de kinderen – het wordt anders – is de stroom waarop de ziel het lichaam binnenkomt. kan de opvoeder begeleiden, wanneer hij erop let.
In de eerste jaren mag het vertellen ‘breed’ zijn, krachtig van beeld en ritmisch. Opmerkelijk is dat in het woord ‘vertellen’, ‘tellen’ zit [in het Duits erzählen, waarin het woord ‘Zahl’ – getal – zit] en dat duidt ook op een zeker ritme.
Het Duitse sprookje heeft op een unieke manier deze niet helemaal gelijkmatige, maar rustig beweeglijke takt, wanneer je je mee laat nemen door de stroom van de taal die de gebroeders Grimm hoorden en hoe zij die overgenomen hebben. Het veelvuldige ‘en’ veroorzaakt het stramien en geeft de rust en het episch karakter.
Het sprookje bestaat niet alleen uit deze takt, maar ook uit beelden. Het beeld verwarmt de takt en brengt weer rust in de beweeglijkheid ervan. In de manier waarop in de Duitse sprookjes beeld en ritme verweven zijn, welke unieke verhouding polsslag en ademhaling bij de Duits sprekende mens wil zijn.

Het sprookje wordt uiteraard alleen in de 1e en 2e klas verteld, maar je kan er veel van leren hoe je moet spreken in de verdere jaren.
Verhalen van de held en de lafaard en de bedrieger passen op een bijzondere manier bij deze leeftijd. Ik zei al dat het gevoel samenhangt met de ritmische functies. En het middelpunt, de kern van heel het gevoelsleven, zijn de gevoelens van moed en angst.
Ook dat vind je op een subtiele manier in de taal aanwezig. Er zijn veel soorten moed: deemoed, overmoed, hoogmoed, [het Duits heeft Anmut – charme -; Langmut – lankmoedigheid; Schwermut – zwaarmoedigheid; Unmut – ontevredenheid; Wagemut – durf, moed]. En al deze vormen van moed samengenomen, is het gemoed [Gemüt].
Je hoeft alleen maar naar de spontane gesprekjes onder elkaar, van de jongens op deze leeftijd, te luisteren om op te merken hoe de nadruk voor deze leeftijd ligt op moed en bang-zijn; hoe alles draait om wat iemand durft. De grootspraak van de kinderen, hoe de een de ander wil overtroeven of heimelijk bewondert, is slechts het naar buiten geprojecteerde beeld voor wat de ziel zoekt in het aardelot, dat al in het kind begint; voor het beleven van zelfvertrouwen in de strijd tussen angst en moed. En niet in die zin waarbij het gemakkelijk uitmondt in bravour of ruwheid, maar in het doen leeft het worstelen om kracht. Een leider is niet meteen lichamelijk de sterkste, maar ook de moedigste.
Heldenverhalen voeden deze ontwikkeling. Wat er op deze leeftijd op dit gebied van meegenomen wordt, leeft op latere leeftijd in de gevoelsstemmingen en in een sfeer die de bodem is waaruit de handelingen van een mens groeien.

In het onderwijs moeten er ogenblikken zijn waarin de kinderen een milde afkeer voelen of waarin ze helemaal gegrepen worden door de daden van de helden. Spanning en ontspanning moeten elkaar afwisselen.
Een uur waarin niet eens een keer hartelijk gelachen kan worden of waarin niet eveneens voor een ogenblik ernst heerst, is geen goed uur.
.

Elisabeth Klein, der Elternbrief 5-1985

.

1e klas: alle artikelen

vertelstof: alle artikelen

.

1415

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s