Maandelijks archief: oktober 2015

VRIJESCHOOL – 5e klas – geschiedenis (2-4)

.

zie de inleiding op deze artikelen

De volkerensmeltkroes aan de Eufraat en TiGris

Er is misschien geen streek op aarde, waar zoveel verschillende volkeren zijn samengekomen. In vele sagen wordt de wieg der mensheid in Mesopotamië gelegd.

voor de leerkracht

Veltman blz. 22

De eerste cultuurscheppers in het Tweestromenland zijn de Sumeriërs
(Gilgamesh). Bij de Sumerische cultuur wordt geleidelijk beeldbewustzijn vervangen door eigen denken, kosmologie door astronomie, sociale kosmische ordening door regeling van staatswege (wetten).

Het is niet toevallig dat de Sumeriërs het schrift uitvinden, dat al snel tot een abstract letterschrift wordt. Er moest nl. door documenten bewaard worden wat eerst door onmiddellijk schouwen werd waargenomen. De hemelse kroniek gaat in de menselijke over. De beeldentaal wordt tot begripstaal. Uit de smeltkroes komt de Babylonische spraakverwarring. Nog veel oude wijsheid is te vinden in de Sumerische wereldbeschouwing. Naast de exoterische maat- en
getalwetenschap
der Babyloniërs blijft een esoterische stroming van Sumero-Chaldeërs lopen. Door het centraal-aziatisch mysteriecentrum van Manu werden er drie belangrijke sociale cultuurimpulsen gegeven.

1.India (behoeden van de godsdienst)

2.Perzië (landbouw, veeteelt, economie)

3.Sumer-Akkad (staatvorming en recht)

Sumerië bewaarde de impuls het zuiverst. Akkad heeft veel Turanische invloed. De Assyriërs staan het meest onder de Turanische Marsimpulsen.

Uit deze smeltkroes komt de Israëlitisch-Joodse ontwikkelingslijn.

Abraham komt uit Ur!

dictaat

Veltman blz. 23

Veltman blz. 24

De monding van Eufraat en Tigris met de oudste steden.

Babylonië en het tweestromenland.

In dezelfde periode waarin zich de ontwikkeling van Egypte voltrok, ontstond in Voor-Azië een grote cultuur in het Tweestromenland. Deze cultuur is niet zo’n geheel als de Egyptische en iets ouder dan deze. Het Tweestromenland, ook Mesopotamië geheten, is een brede vlakte, aan de noordzijde afgesloten door de hoge bergtoppen van Armenië, aan de oostzijde door de bergruggen van Iran, in het westen door de Syrische woestijn en in het zuiden door de Indische oceaan. In vroeger tijden was de brede vlakte, waardoor de twee grote rivieren Eufraat en Tigris stromen, een vruchtbaar paradijs. Thans is deze vlakte grotendeels woestijn, waaruit de oude steden als vervallen ronde kleiheuvels omhoogsteken. Al in 5000 v. Chr. was deze vlakte bewoond. Een volk, SUMERIERS geheten, trok door Perzië in oeroude tijden en vestigde zich aan de monding van de Eufraat. De Sumeriërs schreven op kleitafeltjes en er zijn vele sagen bewaard gebleven. Beroemd is hun verhaal van de schepping der wereld, dat aldus begint:

TOEN BOVEN NOG NIET BENOEMD WAS DE HEMEL,
HET VASTE BENEDEN GEEN NAAM NOG DROEG,
TOEN OERSCHEPPER APSU, OERMOEDER TIAMAT
MUMMU HUN WAAT’REN INEEN DEDEN VLOEIEN;
TOEN ER GEEN LAND WAS, GEEN RIET ZICH ROERDE,
GEEN NAAM NOG WEERKLONK EN GEEN LOT BESTEMD WAS…
TOEN ZIJN UIT DE DIEPTE DE GODEN ONTSTAAN.

De belangrijkste goden scheidden zich af van de oergrond. Dit waren

ANU – de hemelgod
ENLIL – de aardgod
EA – de wijze watergod.

De oerdraak Tiamat trachtte met behulp van een aantal monsters de nieuwe goden te vernietigen. Niemand durfde Tiamat aan te vallen. Ea’s zoon, de jonge, stralende MARDUK ondernam het waagstuk en hij kreeg de leiding van de goden. Marduk trok ten strijde, hij bliksemde Tiamat neer, scheurde haar in tweeën en schiep de hemel uit de ene, de aarde uit de andere helft. Daarna gaat hij voort met het scheppen van een nieuwe wereld.

TOEN MARDUK DER GODEN WOORD VERNOMEN HAD
KREEG HIJ HET PLAN OM IETS GROOTS TE SCHEPPEN.
HIJ OPENT DE MOND EN KEERT ZICH TOT EA,
EN DEELT HEM MEE DE GEDACHTE ZIJNS HARTEN:
“EEN GOD MOET MEN SLACHTEN
EN MET ZIJN VLEES EN MET ZIJN BLOED
MOET KLEI VAN DE AARDE WORDEN VERMENGD!
BLOED ZAL IK VERZAMELEN EN GEBEENTE,
DE MENS ZAL IK OP DE AARDE ZETTEN
DE MENS ZAL IK SCHEPPEN EN “MENS” ZAL ZIJN NAAM ZIJN.
DE GODEN TE EREN.’DAT ZAL ZIJN PLICHT ZIJN!
UIT BLOED EN GEBEENTE MAAK IK DE MENSEN
DE DIENST DER GODEN ZAL HUNNE TAAK ZIJN
ZIJ ZULLEN VOOR ALTIJD DE GRENSSTENEN ZETTEN
ZIJ ZULLEN DE DRAAGKORF IN HANDEN NEMEN
OM DE HEILIGE HUIZEN DER GODEN TE BOUWEN.
ZIJ ZULLEN DE LANDERIJEN VERDELEN
DOOR KANALEN DE LOOP VAN HET WATER RICHTEN,
DE LANDEN BEVLOEIEN, DE PLANTEN VERZORGEN,
ZIJ ZULLEN DE HUIZEN EN TEMPELS BOUWEN,
HET GRAAN OPSTAPELEN, HET VELD BEBOUWEN,
OPDAT HET VRUCHT DRAAGT EN RIJK WORDT DE AARDE”

ZO SCHIEP DAN DE MACHTIGE MARDUK DE MENSEN,
HET VEE SCHIEP HIJ OOK, EN HET WILDE GEDIERTE.
HIJ WEES DE TIGRIS EN EUFRAAT HUN BEDDING.
HIJ SCHIEP HET GRAS EN HET RIET DER MOERASSEN,
DE PALMEN, DE STRUIKEN EN GROENE GEWASSEN
DE VELDEN EN TUINEN, DE BOSSEN EN BERGEN…

Veltman blz. 25                                                                                              khshaa = koning
vergelijk Shah

Veltman blz. 26

de rots van Behistun

Een triomfmonument van de Perzische koning Dareios. Deze rotsinscriptie maakte het Sir Henry Rowlandson mogelijk om het spijkerschrift te ontcijferen, in Perzisch.(A en B) met de vertaling in het Babylonisch (C) en het Elamitisch(D). Koning Darius heft bestraffend de arm op tegen 9 oproerkraaiers
(stadhouders, die hij onderwerpen moest). Zijn voet staat op de valse Smerdis, die zich voor koning wilde uitgeven. Boven in de lucht zweeft Ahura Mazda.

Toen de Sumeriërs het mondingsgebied van Eufraat en Tigris bereikten, troffen zij daar uitgestrekte moerassen aan. Met veel ijver legden zij het land droog. Riet en klei was het enige materiaal waarover zij in overvloed beschikten. Op lage heuvels in het moerasland bouwden zij hun huisjes van riet en klei. Daken waren plat of gebogen, deuren en steunpalen waren van hout. Het drooggelegde land was vruchtbaar: gerst en vlas werden rijkelijk verbouwd. De Sumeriërs bezaten ook vee (koeien, schapen, geiten en varkens). Met bootjes, voorzien van een hoge, kromme voorsteven, bevoeren zij plassen en rivieren. De Sumeriërs waren niet alleen flinke boeren, maar ook ondernemende handelslieden. Uit de berglanden van Perzië voerden zij hout en vruchten, groenten, palmbomen en edele metalen in. Het eens zo moerassige land kreeg een geheel ander aanzien: Sumer werd een bloeiend akkerland met palmbomen, vijgenbomen, wijnstokken en bloemen.

De aard der Sumeriërs was mild en wijs. Zij waren gedrongen en stevig van gestalte, hun kaken waren breed, hun neus spits. Het voorhoofd was laag en de kin was gladgeschoren. Hun kleding bestond uit een lendenschort, later droegen zij een wollen mantel met een kap.
De sterrenkunde, de rekenkunde en de bouw- en edelsmeedkunst stond op een hoog plan bij de Sumeriërs. Ook ontwikkelden zij een letterschrift. De schrifttekens werden met een rietstengel in een vochtig kleitafeltje gedrukt. Het oudste schrift was een beeldschrift, zoals in Egypte, maar al spoedig kreeg iedere klank een speciaal teken. De vorm van de rietstengel gaf aan elke indruk een spijkerachtig of wijnachtig(?) aanzien. Het schrift uit Mesopotamië wordt “spijkerschrift” genoemd.

De Sumeriërs bouwden steden die tegen water (en vijanden) beschermd werden door aarden wallen. Huizen en paleizen werden van baksteen (in de zon gedroogd) en hout opgetrokken.Talloze kanalen en sloten doorsneden het land. Mesopotamië werd een vruchtbaar paradijs.

De stichter en inwijder van deze Sumerische cultuur is volgens de overlevering een strijdbaar held geweest. Gilgamesh heette hij en hij was koning over de stad URUK. Zijn lotgevallen zijn bewaard in een lang, verhalend gedicht (EPOS), geheel in spijkerschrift op klei geschreven.

Het begin van het Gilgamesh epos:

SHA NÁGEA IMÚRU                                 DIE ALLES ZAG,

ADI SHIDDI MÁTI                                     TOT HET EINDE DER WERELD;

SHA KULLATI IDU                                     DIE KENDE HET HEELAL

KALAMA IHSUSU                                       EN AL WAT BESTAAT;

PUZRAT IMMA                                            DIE ALLE GEHEIMEN

MITHÁRISH IHITU                                    WIST TE DOORGRONDEN

ENZ.                                                                DIE WIJSHEID BEZAT

EN ALLES UITVORSTE…

HIJ HEEFT HET VERBORGENE AANSCHOUWD
EN HET GEHEIM ONS GEOPENBAARD
HIJ BRACHT BERICHT VAN VOOR DE ZONDVLOED

GILGAMESH is voor 2/3 van goddelijke oorsprong, maar l/3 aan hem is sterfelijk en de geweldige held zal moeten sterven. Gilgamesh heerst met straffe hand over URUK. De goden scheppen hem een tegenstander, de harige ENDIKU. Gilgamesh weet echter deze wildeman met worstelen te overwinnen. Een hechte vriendschap ontstaat uit deze strijd. Samen overwinnen zij de reus CHUMBABA uit het cederbos, samen doden zij de hemelstier, die door de godin ISHTAR op aarde was gebracht. Gilgamesh heeft Ishtars gunst versmaad, de vertoornde godin neemt wraak. Endiku moet sterven, getroffen door de giftige adem van de hemelstier. Gilgamesh is ontroostbaar na de dood van zijn dierbare vriend. Hij staat voor het raadsel van de dood en hij begint een lange zwerftocht om de onsterfelijkheid te zoeken. Hij vindt Utnapishtim, de enige mens, die de zondvloed heeft overleefd en het eeuwige leven heeft verkregen. Utnapishtim vertelt zijn bezoeker van de zondvloed:

“ZODRA DE GRAUWE MORGEN AANBRAK,
STEEG VAN DE EINDER EEN ZWARTE WOLK,
WAARIN DE STORMGOD ADAD LOEIT.
EN VOOR HEM UIT TREKKEN HERAUTEN
SHULLAT EN CHANISH OVER HET BERGLAND.
DE SLUISPALEN RUKT NERGAL UIT,
NINURTA VERNIELT DE WERELDDAM!
DE GODEN DER DIEPTE ZWAAIEN FLAMBOUWEN,
DOEN HET LAND IN LAAIENDE GLOED ONTVLAMMEN.
ONTZETTING VOOR ADAD DRONG DOOR TOT DE HEMEL.
HET LICHT VERANDERT IN DUISTERNIS.
HET WIJDE LAND BREEKT ALS EEN AARDEN KRUIK….
EEN DAG LANG WOEDDE DE ZUIDERSTORM,
BLIES HAASTIG HET WATER TOT OP DE BERGEN
DE MENSEN STIERVEN ALS IN EEN VELDSLAG…
GEEN MENS ZAG DE ANDER…
VAN DE HEMEL UIT WAS GEEN MENS TE ZIEN…
DE GODEN SCHROKKEN VAN DEZE STORTVLOED
EN VLUCHTTEN NAAR DE HEMEL VAN ANU
EN HURKTEN DAAR ALS BANGE HONDEN.
EN.ISHTAR MET HAAR SCHONE STEM
KRIJST ALS EEN VROUW IN BARENSNOOD
DE WERELD VAN GISTEREN WERD TOT KLEI
WEE MIJ, WANT IK GAF SLECHTS RAAD
EN IK RIED DEZE ZONDVLOED AAN!
O MIJN MENSEN DIE IK VOORTBRACHT…
HEB IK HEN GESCHAPEN OM DE ZEE
TE VULLEN ALS VISBROED?
DE GODEN DER DIEPTE KLAAGDEN MEE,
DE GODEN ZATEN GEBOGEN EN WEENDEN…

De wijze Utnapishtim legde Gilgamesh een oefening op teneinde de onsterfelijkheid te verkrijgen: 7 dagen en nachten moest hij wakker blijven. Dan zal hij de goden ontmoeten. Gilgamesh faalt: hij slaapt in en onverrichter zake moet hij terugkeren naar Uruk. Utnapishtim wijst hem het “levenskruid” om hem voor alle vergeefse moeite te belonen, maar onderweg kaapt een slang het kruid weg.

Het raadsel van de dood heeft Gilgamesh niet opgelost en het blijft bestaan voor alle mensen, die na hem op aarde leven.

Veltman blz. 27

Veltman blz. 28

De Akkadiërs
Omstreeks 300 v. Chr. komt aan het vredelievend rijk van de
Sumeriërs een eind. De AKKADIËRS veroveren het. Deze Akkadiërs behoorden tot het Semitische volk, evenals Joden, Arabieren, Phoeniciërs en Syriërs. De Semitische volken zijn ijverig en bezitten een scherp verstand. Hun karavanen en vloten trekken naar alle windstreken om handel te drijven.
De Semiten waren geordend in familiegroepen. Het familieleven was zeer belangrijk voor hen. Zij wilden ook hun bloed zuiver houden en daarom sloten zij geen huwelijken met vrouwen uit andere volken. De oudste werd bij hen steeds als de wijste beschouwd. Hun god is “de god van hun vaderen”. Onder de Akkadische koning SARGON werden Sumeriërs en Akkadiërs tot één volk gemaakt. Hij stichtte een groot rijk met de stad BABYLON als hoofdstad. Het eerste Babylonische wereldrijk. In deze tijd ontstond een grote oorlogszuchtigheid onder de volken van Voor-Azië. Tevens kwam een machtige wil tot bouwen tevoorschijn. Grote steden verrijzen met muren en torens, tempels en paleizen.
Het Akkadisch is volkstaal geworden, maar het Sumerisch bleef de taal van priesters en ingewijden.

Onder koning HAMMURABI (+ 1880 v.Chr.) worden Sumeriërs en Akkadiërs nog steviger samengesmeed. De Sumeriërs moeten de lange Akkadische baard dragen, de Akkadiërs moeten de Sumerische kleding aantrekken.
Door het feit, dat in het rijk twee talen en tweeërlei gebruiken zijn, ontstaat voor het eerst in de geschiedenis een soort vergelijkende taalwetenschap: woordenlijsten, vertalingen en geschriften met taalregels zijn gevonden, die uit Hammurabi’s tijd dateren.
Ook was een wetgeving nodig: precieze regels en voorschriften, die aangeven, waarop ieder staatsburger recht heeft en hoe het recht van de een staat tegenover het recht van de ander.
De koning is een machtig heerser, maar ook hij moet zich houden aan de wet, die hij zelf gegeven heeft!

Hammurabi liet alle wetten des rijks optekenen in spijkerschrift op een twee meter hoge zuil. Deze zuil is bewaard gebleven. De wetten waren gegrond op de familieband en sterrenkunde. De priesters namen de hemellichamen waar en gaven aan,hoe men op aarde volgens de waarheden der sterrenwetten moest leven. De Babyloniers hadden een grootse sterrenkunde tot ontwikkeling gebracht,d ie invloed heeft tot in onze dagen.

De Babylonische goden werden “heer van hemel en aarde ” genoemd.
Wat hemelse wet was, moest ook op aarde gebeuren. De Babyloniërs deelden hun land in met grenspalen, genoemd naar sterrenbeelden. Zij gaven de tekens van de Dierenriem een naam; zij deelden het jaar in naar de loop van zon en maan. Zij maakten de indeling van 1 dag=12 uur, 1uur = 60 minuten, 1 minuut = 60 seconden. Zij ontwierpen de eerste tijdmeters : zand-en waterklokken.
Ook in de rekenkunde en meetkunde bezaten de Babyloniërs een grote vaardigheid. Van hen stamt de deling van de cirkel in 360 graden en de 4 hoofdbewerkingen bij het rekenen. Hun getalstelsel was 60-tallig. 12 dierenriemtekens keer 5 planeten). Onder de hemellichamen vereerden zij die het meest, welke het dichtst bij ons staan: Mercurius (EA), Venus (ISHTAR), Maan (SIN), Jupiter (MARDUK)  Adad (Mars), Anu (Saturnus), Shamash (Zon). De grote tempeltoren van Babylon of E-temen-ank bestond uit zeven verdiepingen; elke verdieping was gewijd aan een planeetgod en had een eigen kleur. Ook het lot van de mensen stond te lezen in de sterren.

Zo ontleenden de Babyloniërs hun ordening van het aardse leven aan de wetten des hemels.

ASSUR
Van het eerste Babylonische rijk heeft zich een volk vrijgevochten, dat honderden jaren geheel Voor-Azië zou doen sidderen. De hoofdgod van dit rijk heette Assur en daarom noemden deze mensen zich Assyriërs. Zij bezaten de scherpzinnigheid van de Semiten, het rekentalent van de Babyloniërs en de wreedheid van de Mongolen. Naast de edele cultuur der oude Sumeriërs en Akkadiërs is het Assyrische volk een duistere, bloeddorstige verschijning in de geschiedenis. De koningen zijn koel, wreed, bekwaam en zuinig. Zij schiepen een leger dat zijn gelijke niet had;e en zwaarbewapende slagorde van gepantserde speerdragers, ondersteund door boogschutters, troepen snelle ruiterij en strijdwagens, een artilleriepark met belegeringsmachines.

Onder de eerzuchtige koning TILGLATH-PILESAR bezwijkt het ene volk na het andere voor het geweld. Babylon wordt veroverd. Zelfs de machtige farao van Egypte buigt voor de Assyriër. Het Assyrische leger treft als een bliksemstraal. Geen volk kan het weerstaan. Oorlogsmachines (stormrammen en geschut)beuken de muren der steden tot puin.Wreed is het lot der gevangenen; mannen worden op palen gespietst, vrouwen als slavinnen weggedreven. Alle buit en kostbaarheden worden weggesleept om de Assyrische hoofdstad NINIVEH te verfraaien.
Onder koning ASSUR-NASIR-PAL is Assyrië een wereldrijk geworden. In vredestijd is de koning een groot jager. In de steppen jaagt hij de wilde stier, in het oosten, aan de Indische grens, de olifant.Vanaf zijn strijdwagen doodt hij in de loop van zijn leven 800 leeuwen, te voet verslaat hij er 120.

De latere koning ASSUR-BANI-PAL is bekend door zijn grote BIBLIOTHEEK. Alle kleitafels, die hij te pakken kan krijgen, sleept hij daarheen. Prachtige paleizen bouwt hij met reliefs, die zijn triomfen in oorlog en op jacht verheerlijken.
Maar in het jaar 612 v. Chr. heeft het uur der wrake geslagen. De onderdrukte volken staan tegen Assyrië op onder koning KYAXARES van Medië. De bloedstad Niniveh wordt ingenomen en verwoest. Het Assyrische rijk houdt op te bestaan.

Veltman blz. 29

Nebukadnezar bouwde een aantal tempels in het zjiidelijk deel van de stad opnieuw. Van de tempelwijk naar zijn paleis legde hij een grote weg aan, de “Processieweg”, die leidde door de mooiste poort van de stad, gewijd aan Ishtar. Daarachter lag het reusachtige koninklijke paleis en de regeringsbureaus. Boven alles uit stak de “Zikkurat” of tempelberg van Marduk, een ware “Toren van Babel”. Weelderige tropische plantentuinen verrezen op terrassen boven het koninklijk paleis. Deze tuin, de “hangende tuin”, was gebouwd ter ere van de Medische prinses Amites, die in de hete Babylonische vlakte heimwee had naar haar schone bergachtige paleistuinen in Medië. De Ishtarpoort, geheel bekleed met diep-blauwe, geglazuurde tegels, was versierd met stieren en draken.

De stad was ontzagwekkend versterkt met driedubbele muren, ook doorgetrokken langs de Euphraat. De grote buitenmuur omsloot voor een deel bouwland, zodat de inwoners bij een beleg voedsel van eigen stadsbodem konden krijgen. Ook groef Nebukadnezar een groot kanaal tussen eufraat en Tigris en liet tussen beide rivieren een sterke muur bouwen om de invallen der Meden af te weren, ca. 25 km benoorden Babylon. In de vruchtbare vlakte, vol wuivend koren en palmbossen lag de stad als een eiland. De Babylonische koning beschikte niet over het prachtige marmer van Niniveh, maar hij maakte zijn stad tot een symphonie van zachtgele, saffraangele en barnsteengele schoonheid. Wat kan de mens al niet scheppen met klei, het nederigste der materialen. De muren der stad maten 18 km in omtrek.

Veltman blz.30

ASHURNASIRPAL neemt een stad in:

“Van de soldaten versloeg ik 600 met ‘ t zwaard,
3o00 gevangenen verbrandde ik in ‘t vuur,
Ik liet niemand als gijzelaar in leven.
De lijken stapelde ik torenhoog op.
De stadsvorst kreeg ik levend in handen.
Hem vilde ik en hing zijn
huid op de muur van Damdamusa.”

NAHUM 3:1-3

profetie over Niniveh

“Wee de bloedstad! Louter leugen,
vol verscheuring, zonder ophouden rovend!
Hoor zweepgeklap, hoor wielgeratel!
En jagende paarden en opspringende wagens!
Steigrende rossen en vlammende zwaarden
en bliksemende lansen
en tal van verslagenen, een menigte doden
en eindeloos veel lijken…..

Veltman blz.31

NINIVEH, STAD VAN MARMER.

Niniveh is zo volledig verwoest, dat men meer dan 1000 jaar niet heeft geweten, waar het gelegen was. Alexander de Grote en Xenophon passeerden de plek,
zonder dat zij er een woord aan gewijd hebben. Later zijn er resten van tempels en paleizen gevonden op de grote heuvel van Kuyunjik en de kleine van Nebi Junus (volgens overlevering het graf van Jona). Niniveh was prachtig gelegen en zeer versterkt.Volgens de voorspellingen zou de stad nooit genomen kunnen worden “wanneer het water haar vijand niet werd”. In 612 v.Chr. toen Meden en
Babyloniers de stad belegerden, zwol de Khosr zo hevig,d at er een overstroming in de stad ontstond  en een groot stuk van de muren instortten.

Toen verbrandde de koning (Sardanapalos) zich in zijn burcht en de stad viel.

Sennacherib (de Bijbelse Sanherib) laat zijn kroniekschrijvers optekenen, welke verbeteringen hij in de stad doet aanbrengen.

”Verleg de funderingen van het paleis, want een riviertje heeft hen ondermijnd. Roep de opzichters der slaven, breng stam na stam in slavernij, Chaldeërs , Ciliciërs, Arameeërs’, om klei op hun zwetende ruggen te torsen en tot baksteen te kneden, Sloop het oude paleis, verleg het opstandige riviertje, vul zijn bedding op met aarde, hoger dan te voren. Laat de timmerlui aanrukken om ahornen, palmen, moerbeibomen ,ceders, cypressen, pijnbomen en groene amandelbomen tot planken te zagen en te schaven; snijdt het ivoor; houwt ’t marmer uit de groeven dichtbij, beeldhouwt de muren en zet met koper beslagen stenen leeuwen aan de poorten, plant een park zo groot dat de heuvel eruitziet als het Ainanusgebergte! Voedt de Khosr bij met stromen van de heuvels uit de verte om een geregelde watervoorziening van de vlakte te waarborgen. Graaft een meer, waarin hij zich uitstorten kan en laat het riet in deze plassen groeien, opdat wilde zwijnen en ooievaars er zich verzamelen. En plant er tenslotte de wonderlijke katoenbomen, die als schapen geschoren moeten worden en maak er kleren van. Daarna moet de stadsmuur verbeterd worden en vijftien poorten zullen erin gebouwd of hersteld worden. Niniveh mag het aan niets ontbreken en de beeldhouwers zullen al deze grote dingen vereeuwigen…’

Veltman blz.32

CHALDEA (2e Babylonische rijk)

Na de val van Assyrië wordt door de Semitische Chaldeeën een Nieuw Babylonisch rijk gesticht. Babylon wordt weer hoofdstad van Mesopotamië. De bekendste koning van dit rijk is NEBUKADNESAR, die 43 jaar lang op de troon zit. Hij heeft veel van de Assyriërs geleerd en zijn legers onderwerpen het ene land na het andere. Ook JERUSALEM neeent hij in en voert de Joden weg in ballingschap. Zij moeten in Babel wonen voortaan. Onder het bestuur van Nebukadnezar wordt Babel vergroot en verfraaid. De stad wordt een wonder voor het oog.
Driedubbele muren en torens verrijzen. De prachtige, blauw betegelde ISHTAR-poort is een wonder van schoonheid. Op een hoog terras legt de koning voor zijn vrouw een geweldige tuin aan (de z.g. hangende tuinen). Babel glanst in geel, roze en oranje tint. Hoog boven alles torent de ZIKKURAT van Marduk. Nebukadnezar was zeer trots op zijn stad.

“ZIE, DIT IS HET GROTE BABEL,
DAT IK MIJ TOT EEN KONINKLIJKE ZETEL HEB GEBOUWD
EN TOT EEN TEKEN MIJNER HEERLIJKHEID:”

De opvolgers van Nebukadnezar waren weelderig en slap. Belsasar zag het vlammend schrift aan de wand.

De profeet Daniël vertaalde het MENE-MENE-TEKEL UPHARSIN met:

Geteld zijn uw dagen,
gewogen zijt gij en te licht bevonden,
gedeeld wordt uw rijk door de Persen!

De Perzische koning KYROS veroverde Babylon in 539 v.Chr. Alle landen van Indië tot Egypte behoren onder Kyros opvolgers tot het Rijk van de “KONING DER KONINGEN”, dat is:van de koning der Persen.

Veltman blz.33

Babylon, Ishtar-poort

Veltman blz.34

5e klas geschiedenis: alle artikelen

VRIJESCHOOL in beeld: 5e klas – geschiedenisMesopotamië 

5e klas: alle artikelen

931-862

 

VRIJESCHOOL – 5e klas – geschiedenis (2-3)

.

zie de inleiding op deze artikelen

voor de leerkracht:

Egypte

Veltman blz. 14

EGYPTE (3e cultuurperiode)
In de derde grote cultuurperiode krijgen wij te maken met een tweeling-cultuur: Egypte en Babylon dragen gezamenlijk de ontwikkeling der mensheid. Beide culturen hebben veel bijgedragen tot de voortgang der mensheid.
Egypte is een merkwaardig land: een diepe vruchtbare sleuf in de hoge, rossige woestijn. Een zeer afgesloten gebied, welks inwoners ook een zeer gesloten karakter bezaten. Egypte is een uniek land en zijn inwoners beschouwden zich ook als de enige mensen, die op de wereld als mensen leefden.

In het Zuiden is Egypte afgesloten door de eerste cataract of stroomversnelling van de machtige Nijl, die door de diepe sleuf in de woestijn stroomt – in het Noorden ligt de Middellandse zee, in het Oosten en Westen ligt de gloeiende Sahara.

Het Nijldal is ingesloten door sterke, roodachtige kalkrotsen. Het is 875 km lang en nergens breder dan 20km. De Nijl zendt aan zijn monding een waaier van rivierarmen naar zee. De Grieken noemden zo’n driehoekige riviermonding DELTA, naar hun driehoekige letter delta. Ieder jaar wanneer de heldere, groenige Sirius of Sothis aan de hemel opkomt (juni), beginnen de bruinig-groene wateren van de Nijl te zwellen.
De rivier treedt buiten zijn oevers, overstroomt het land en laat bij zijn terugkeer in de bedding een dikke laag slib op het land achter.
Het smalle Nijldal is dan ook ongelofelijk vruchtbaar. “Egypte is een geschenk van de Nijl”, zeiden de Grieken.

Het Deltaland was in oude tijden vol moerassen en meren, waarin dichte papyrus rietkragen groeiden en paars-witte lotusbloemen bloeiden. Ontelbaar vele watervogels bevolkten dit gebied: bonte eenden, wilde ganzen, ooievaars, maraboes, ibissen, grijze kraanvogels en roze flamingo’s kwamen in grote getale voor. Ook leefden er nijlpaarden, krokodillen en grote slangen.

Het Nijldal was mooi, was begroeid met palmbossen, wilde vijgenbomen, acacia’s en wilgen. Aan de rand van de woestijn leefden veel soorten antilopen, struisvogels en giraffen. Leeuwen, panters en jakhalzen maakten jacht op hen.

In Egypte leefden al mensen in de vroegste tijden. Zij leefden van jacht, en visserij. Een grote Leraar der mensheid kwam uit het Iraanse gebied en bracht de landbouw,de veeteelt en de sterrenwijsheid van Zarathustra in het
Nijldal. (?) De Egyptenaren noemden deze Wijze
Thoth en zeiden, dat zij alle meetkunde, sterrenkunde, schrijfkunst en kalenderindeling aan hem te danken hadden.

De Egyptenaren woonden in tenten van twijgen of riet, bekleed met huiden. Hun gereedschap was van steen of hout, maar zij leerden al spoedig om kopererts uit de bergen te halen. De vele schepen, die op de Nijl voeren, waren van riet. Hout was zeldzaam in Egypte.

De Egyptenaren waren gekleed in een schortje van linnen en sandalen van riet of leer. De vrouwen droegen een dun, nauwsluitend linnen kleed zonder mouwen.

In het leven van de Egyptenaren nam de verering van de Goden de eerste plaats in. Naar hun zeggen regeerden in de oudste tijden de Goden zelf.

De aarde was een afspiegeling van de hemel. Het is onder zoals boven, zei de Egyptenaar. In de natuur ,in planten, dieren en sterren werkten goddelijke wezens, die elk een eigen naam hadden.

De hoogste goden waren voortgekomen uit het Wereldei.

Een van de hoogste goden was de Zonnegod RE.
De aarde was het levende lichaam van Re’s zoon KEB
De hemel was Kebs vrouw (en zuster) NUT
De luchtgod SHU hield hemel en aarde gescheiden.
De oudste zoon van KEB en NUT was OSIRIS
Hun dochter was ISIS
Osiris en Isis hadden een zoon HORUS

In een schone Egyptische mythe wordt verteld, hoe Osiris als een wijs en zachtmoedig vorst op aarde heerste. Hij schafte het mensen eten af, hij gaf de mens zijn rechte houding, hij leerde hen rechtvaardig te zijn en de aarde te bebouwen.

Isis, zijn vrouw, de grote Moedergodin, bracht de mens de taal en de
innigheid van de ziel.
Osiris had echter een boze broeder, die SETH heette. Deze was jaloers op Osiris en stond hem naar het leven. Seth lokte hem in een kist en wierp die in de Nijl.
Isis
was ontroostbaar. Weeklagend zocht zij Osiris, vond hem na vele omzwervingen en begroef hem. Osiris stond uit de dood op en leefde voort als rechter en koning van het Dodenrijk. Horus-met-het-valkenoog wreekte zijn vader Osiris en versloeg Seth. Aan Horus dankte de Egyptenaar de kracht tot denken en de hoge vlucht van de gedachten.

De Egyptenaar wist, dat hij zijn mens-zijn in houding, spraak, gedachte te danken had aan Osiris, Isis en Horus. Deze drie goden werden dus het meest vereerd. Op aarde had de Egyptenaar Osiris verloren, maar na de dood vond hij de opgestane terug. Zo werd het aardse leven een voorbereiding voor het eeuwige leven met Osiris.

Na 3000 voor Chr. bloeit in Egypte een uiterlijke cultuur op met machtige monumenten.
Meetkunde, sterrenkunde, schrijfkunst, bouw- en beeldhouwkunst, de dodencultus, wetten en geneeskunst, het is vrij plotseling in grote volmaaktheid aanwezig.
Dit alles was in de eeuwen daarvoor door de priesterwijsheid voorbereid. De regering van de goden was gaandeweg overgedragen op één mens: de priesterkoning of FARAO

De eerste grote farao, die de landen van BOVEN-EN BENEDENEGYPTE onder zijn leiding brengt, heet MENES. Hij is de vertegenwoordiger van Osiris op aarde. Hij draagt de dubbele kroon met de heilige Uraeusslang, de kromme scepter en de dorsvlegel van het Recht. Hij stichtte de stad MEMPHIS, die de hoofdstad van het rijk werd. Onder Menes’ opvolgers verrijzen machtige piramiden en tempels.

De landbouw en de meetkunde
Egypte heeft 3 jaargetijden: Overstromingstijd- Zaaitijd-Oogsttijd. De priesters deelden het jaar in volgens hun sterrenkunde in 12 manen; elke maan telde 28 dagen. Onze kalender komt uit Egypte. Ook wij hebben nog steeds het zonnejaar(plus minus 360 dagen) en de maanmaand (plus minus 30 dagen.

Na de overstroming van de Nijl waren alle grenzen tussen de landerijen uitgewist. Alle land moest opnieuw gemeten  en verdeeld worden. Zo ontstond de meetkunde, die alleen door priesters en hun helpers mocht worden beoefend. Met stokken, verbonden door een touw, werden cirkels in de vochtige grond getrokken. Figuren met rechte hoeken maakte men met het 12 knopen touw.

In de juiste volgorde verdeeld leverde dit touw de Egyptische “heilige driehoek” op, waarvan de zijden “Osiris” (3), “Isis” (4-)en “Horus”(5) heetten. Elk ontving na de meting een rechthoekig stuk land. Het ploegen gebeurde eerst met een hakstok, al spoedig echter werd een ploeg gebruikt met ossen. Om iedere akker groef men een greppel, die steeds vol water werd gehouden. Uit de kanalen en de Nijl haalde men ’t water omhoog en goot het in de greppels met een SHADUF, een soort machine om emmers omhoog te hijsen. De shaduf gebruikt men nog steeds in Egypte.

Egypte was het eerste grote landbouwgebied v.d. oudheid. Men verbouwde : gerst, tarwe, spelt en vlas in grote hoeveelheden. Als huisdieren hadden de Egyptenaren: ossen, koeien, ezels en geiten. Bijzonder geliefd was de kat, die als heilig dier werd beschouwd; maar ook de hond stond als huisdier in ere.

Veltman blz. 15

Veltman blz. 16

De schrijfkunst
Het schrift van de Egyptenaren was een beeldenschrift. Het bestond al voor de bouw der piramiden. De Egyptenaar tekende de schrijftekens of beitelde hen uit. Vele schrijftekens gaven het beeld van dagelijkse dingen. Sommige beelden stelden één woord voor; andere lettergrepen; later gaven de beelden enkele klanken weer, die een soort alfabet vormden. Klinkers werden niet geschreven. Het schrijven was een heilige taak. Fouten werden met de dood gestraft. Het schrift en de schrijfkunst was immers van de goden afkomstig. Bovendien kon een schrijffout de ernstigste gevolgen hebben voor de gestorvene, die alleen door het Dodenrijk kon komen, wanneer hij alle spreuken, namen en gebeden kende. Eén verkeerde spreuk zou hem de hel in plaats van de hemel kunnen opleveren. De Egyptische schrijver was derhalve een man van gewicht. Van papyrusriet werd een soort papierrol geperst. De schrijver ging gehurkt zitten en gebruikte zijn strak gespannen schort als schrijftafel. Zijn pen was een schuin afgekauwde rietstengel, zijn inkt een soort poederverf, die in een bakje met water werd aangemaakt.
Er zijn nog vele papyrusrollen bewaard gebleven. Sommige zijn tientallen meters lang en het schrift is dikwijls nog zo gaaf en fris, dat zij gisteren pas geschreven schijnen te zijn. Een van de belangrijkste papyrusrollen is het zgn. DODENBOEK, waarin de reis van de gestorvene naar Osiris is beschreven. De dode werd geoordeeld door 42 rechters, zijn hart werd gewogen op een weegschaal. Viel het oordeel goed uit, dan mocht hij naar Osiris’ Koninkrijk. De boosaards werden door een monster verslonden.

De Egyptenaren hebben later een lopend schrijfschrift ontwikkeld: het hiëratische schrift. Daarna het nog eenvoudiger demotische schrift.

Het oudste schrift heet hiëroglyfisch, d.w.z. heilige ingrifsels.

Alle tempelwanden, zuilen en gebouwen waren met dit schrift volgeschreven. De Fransman Champollion (uit Napoleons tijd) heeft het Egyptische schrift voor ’t  eerst ontcijferd.

Uit hoofdstuk 125 van het dodenboek

“WAT MOET WORDEN GEZEGD, WANNEER MEN AANKOMT IN DE HAL VAN DE TWEE GODINNEN DER WAARHEID, OM DE GELATEN DER GODEN TB AANSCHOUWEN.
ERE ZIJ U, GROTE GOD, HEER DER BEIDE GODINNEN DER WAARHEID! IK BEN TOT U GEKOMEN OM UW SCHOONHEID TE AANSCHOUWEN. IK KEN U EN UW NAAM EN IK KEN DE NAMEN DER TWEE-EN-VEERTIG GODEN, DIE MET U ZIJN IN DE HAL VAN DE BEIDE GODINNNEN DER WAARHEID, ZIJ DIE LEVEN VAN HEN, DIE BOOSHEID HEBBEN GEDAAN, EN DIE VAN HUN BLOED DRINKEN.
ZIE, IK BEN TOT U GEKOMEN ,IK BRENG DE WAARHEID EN IK HEB DE ZONDE DER MENSEN UITGEDREVEN.

IK HEB GEEN MENS ONGELUKKIG GEMAAKT.

IK HEB NIET GELOGEN.

IK HEB NIETS GEDAAN, WAT DE GODEN EEN GRUWEL IS.

IK HEB GEEN DIENAAR ZWART GEMAAKT BIJ ZIJN OPZICHTER.

IK HEB NIEMAND ZIEK GEMAAKT.

IK HEB NIEMAND HONGER DOEN LIJDEN.

IK HEB NIEMAND DOEN WENEN,

IK HEB NIET GEDOOD.

IK HEB GEEN BEVEL TOT DODEN GEGEVEN.

IK HEB GEEN OFFERSPIJS UIT DE TEMPEL GENOMEN.

IK HEB DE OFFERBRODEN DER GODEN NIET AANGEROERD.

IK HEB DE MUMMIE-WINDSELS DER ZALIGEN NIET GEROOFD.

IK HEB GEEN KIND DE MELK ONTNOMEN.

IK HEB GEEN DIER VAN ZIJN VOEDSEL VERDREVEN.

IK HEB GEEN WATER AFGEWEERD, WAAR HET NIET MOEST.

IK HEB GEEN VUUR GEBLUST, WAAR HET NIET MOEST.”

De Piramide

Raadselachtig en groots zijn de eerstelingen der Egyptische Bouwkunst. Aan de Nijl tegenover Memphis staan nog steeds vele piramiden, die ondanks de roofzucht van de Arabieren betrekkelijk weinig beschadigd zijn. De oude Egyptenaren moeten over reusachtige lichaamskrachten hebben beschikt om de geweldige steenbrokken waaruit de piramiden bestaan los te hakken, te vervoeren en op te stapelen. Wat het eerst opvalt bij deze bouwwerken, is de grote rol, die het getal drie heeft gespeeld bij het plan van de architect.

Het getal drie was het getal van Osiris en inderdaad is de piramide een gebouw, dat geheel en al uit de eredienst van Osiris is ontstaan. Op een inschrift in een van de piramiden staat:

O HORUS! EEN OSIRIS IS DEZE ZIEL.
EEN OSIRIS IS DIT BOUWWERK
EEN OSIRIS IS DEZE PIRAMIDE!

De oprichtingskracht die Osiris de mens schonk, komt in de piramide tot uiting. Verder gaf de licht- en schaduwwerking van de gladgepolijste steenmantel iedere avond een beeld van de mensenziel ,die van de aarde opstijgt om door de dood verenigd te worden met het lichtrijk van Osiris. Iedere avond zag de Egyptenaar een lichte driehoek omhoog stijgen langs de zijvlakken en in het toppunt verdwijnen.

De naam piramide komt van pir-em-us (=uit ’t huis van het lichaam gaan). De piramiden waren inwijdingsplaatsen van de Osiris-en Isismysteriën.

Na de dood van de farao werd diens gebalsemd lichaam in het bouwwerk opgenomen. Daarna werd de piramide afgesloten. De nieuwe farao bouwde een nieuwe. De grootste piramide is die van Cheops (of Chufu). Hij is 147m hoog en 230m breed. Hij is gebouwd uit 2.300.000 steenblokken van 2,5 ton per stuk.  Gedurende de overstromingstijd werkten 100.000 Egyptische boeren en slaven 20 jaar lang om de blokken uit te hakken en hen per boot te vervoeren.

De tempel
Na de tijd der piramidebouwers ontstonden in Egypte steeds mooiere en grotere tempels. De wanden waren versierd met hiëroglyfen en reliëfs. In de opbouw speelt de drieheid een grote rol.
De priester schreed eerst door een baan van SFINXEN, dan kwam hij aan twee OBELISKEN en vervolgens schreed hij door een tempelpoort, bewaakt door 2 piramide-achtige torens of PYLONEN. In de tempel was geen enkel raam, men was daarin van de wereld afgesloten. Eerst ziet men de VOORHOF, waarin de Osiriszuilen omhoog rezen. Helder zonlicht viel in deze ruimte. Vervolgens zag men een tweede, overdekte en schemerige ZUILENHAL met schone wanden vol beschilderde reliëfs. Het laatste deel was het ALLERHEILIGSTE. Het was er geheel donker. Daar moest de mens zelf het offerlicht ontsteken.
In al het oprijzende en verlichte van de tempel beleefde de Egyptenaar de Osiriskracht (pylonen, zuilen, poorten).
In de brede wanden beleefde hij de omhullende moeder Isis. In het doorschrijden van de tempel tot in het duistere allerheiligste beleefde hij de stootkracht van de jonge Horus.

Veltman blz. 17

Veltman blz. 18

Veltman blz. 19

HYMNE AAN OSIRIS

HEIL U,-GROTE EN VERHEVENE,
DIE ‘OERSCHEPPINGSKRACHT’ HEET!
DE OUDSTE ZOON VAN KEB EN NUT
TRAD AAN, UIT HET VERBORGENE.
GEEN GOD VOLBRACHT, WAT HIJ VOLBRACHT,
HIJ IS DE HEER DES LEVENS,
DE MENS LEEFT DOOR ZIJN WEZEN,
GEEN LEVEN WORDT GESCHAPEN ZONDER HEM!
HEER VAN DE GROEIENDE, WENTELENDE TIJD
IS OSIRIS IN ABYDOS, HEER VAN BUSIRIS,
GEBIEDER VAN HET WESTEN IS HIJ.
VERSIERD MET HET HOGE VERENPAAR
HEEFT HIJ DE HEMEL AANGERAAKT.
DE ‘ZIEL BIDT IN DE DIEPTE TOT DE SLANG,
DIE AAN OSIRIS HOGE VOORHOOFD STAAT.
RE HEEFT ZIJN HEERLIJKHEID GESCHAPEN.
EN SHU HEEFT DIEPE, GROTE EERBIED
VOOR HEM IN HET MENSENHART GELEGD!

De dode spreekt:

Ik leef, ik sterf, ik ben Osiris
ik leef, ik groei als graan
Keb heeft mij verborgen
Ik leef, ik sterf,
Ik ben de gerst.
Ik verga niet!

De dode spreekt:

“Hier ben ik
Mijn graf liet ik achter.
Gij sterke, ik aanschouw U!

Door ’t dodenrijk schreed ik,
Osiris aanschouwde ik,
Het duister verdreef ik

Open staat de poort
Tussen aarde en hemel,
Mijn pad is vol vreugde.

Heil U, elke God, elke ziel!
Uit de duistere diepte
Schijnt mijn licht!”

IKHNATON
De oude priesterkoningen regeerden rechtvaardig en goed. Hun macht was echter zo groot, dat bij de latere farao’s begeerte en hebzucht de overhand kregen. Vooral na de inval van de HYKSOS, een volk uit Azië, werden de farao’s echte veroveraars. De Aziaten hadden in Egypte de eerste geduchte oorlogsmachine ingevoerd n.l. het paard.
Nadien rennen de veroveraars Thothmes en Ramses over de slagvelden met snelle strijdwagens. De farao’s zijn op veldtocht, thuis is de macht in handen van de AMON-RE priesters.

In de 14e eeuw voor Christus verschijnt echter de jonge farao IKHNATON als een gouden dageraad. Hij stelt alle goden terzijde en daarmee de machtige Amon Ra priesters uit Thebe.
Hij wil geen oorlog voeren. Zijn enige god is ATON, de zon, die niet alleen voor Egypte schijnt, maar ook voor andere volkeren!
Ikhnaton sticht een nieuwe hoofdstad AKHET-ATON. Hij liet zich natuurgetrouw afbeelden. Dit was een grote omwenteling in het starre Egyptische gebruik! Ikhnaton dichtte zelf prachtige zonnehymnen.

Na Ikhnatons. opvolger Thuthanchamon raakte het Egyptische rijk in verval en kwam in de 6e eeuw voor Christus in handen van de Perzen,die het inlijfden bij hun wereldrijk.

ZONNE-HYMNEN van IKHNATON

HOE GROOT EN MENIGVULDIG ZIJN UW WERKEN, ATON!
AL ZIJN ZIJ DAN VERBORGEN VOOR DE STERVELINGEN,
O, ENIG GOD, NAAST WIE GEEN ANDER GOD BESTAAT.
HET KUIKEN IN HET EI GEEFT GIJ LEVENSADEM,
GIJ GEEFT HET VORM EN HET VERBREEKT DAARMEE ZIJN SCHAAL,
EN ALS HET UITKOMT, PIEPT HET LUID EN KAN AL LOPEN.
GIJ SCHIEP DE AARDE GANS ALLEEN, NAAR UW WIL,
DE MENSEN EN DE DIEREN, AL WAT LOOPT OP AARDE,
EN ALLES, WAT OP VLEUGELEN DAARBOVEN VLIEGT,
DE LANDEN VAN EGYPTE EN VAN SYRIA.
GIJ ZETTE ELK MAN OP ZIJN PLAATS EN MAAKTE AL,
WAT HIJ VAN NODE HEEFT. ELK HEEFT ZIJN EIGEN VOEDSEL.
ZIJN DAGEN ZIJN BEPAALD. DE TALEN EN DE’HUIDSKLEUR,
ZIJ ZIJN VERDEELD. VERSCHILLEND MAAKTE GIJ DE VOLKEN!
HOE HEERLIJK EN HOE SCHOON GLANST GIJ AAN DE HORIZON,
GIJ, ATON, LEVENDE VANAF HET OERBEGIN.
IN ‘T OOSTEN OPGAAND GEEFT GIJ ALLE LANDEN LICHT
MET SCHOONHEID. EN WANNEER GIJ AAN DE HEMEL STAAT, OMARMEN UW VERHEVEN STRALEN ALLE LANDEN.
DE MENS WORDT WAKKER EN GAAT OP ZIJN VOETEN STAAN
EN HIJ BEGINT ZIJN DAGTAAK. BLIJDE IS HET VEE
IN ‘T MALSE GRAS. DE VOGELS KOMEN UIT HUN NEST
EN HUN OMHOOGGEHEVEN VLEUGELS BIDDEN TOT U.
DE SCHEPEN VAREN REEDS STROOMAFWAARTS OF STROOMOP
ZELFS VISSEN SPRINGEN UIT DE STROOM OMHOOG TOT U,
WANT DIEP DRINGEN UW STRALEN IN DE OCEAAN.
OP U RUST ALLER OCG, GIJ OORSPRONG VAN DE SCHEPPING,
WANNEER GIJ HOOGVERHEVEN OVER D’AARDE STRAALT!

Veltman blz. 20

Veltman blz. 21
In een latere uitgave – mij onbekend – zou nog een tekening staan van een schrijver met papyrusrollen en gereedschap.
De schrijver schrijft hiëratisch schrift met penseel van uitgekauwd riet. Zijn papier, gemaakt van het merg van de papyrusrietstengel, twee lagen kruiselings samengedrukt en vervolgens in vuur gehard. Zijn schrijfinkt is gemaakt van poeder, verpulverd, met water aangemaakt. Het lapje dient als wisser. Aan de linkerkant ligt een leren koffer met schrijfrollen. ernaast staat een koperen waterbakje.

5e klas geschiedenisalle artikelen

VRIJESCHOOL in beeld: 5e klas geschiedenis: Egypte

5e klas: alle artikelen

930-861

VRIJESCHOOL 5e klas – geschiedenis (2-2)

.

de tekst in blauw is van mij

Perzische cultuur

Ashem Vohü Vahiotem Asti
Usta Asti, Usta Ahmâi
Hyat Ashai Vahistâi Ashem.

Reinheid is het hoogste.goed
Zegen is het. Gezegend hij
Die steeds naar hoogste Reinheid streeft.

IRAN

(OER-PERZISCHE CULTUURPERIODE)

Tussen de Perzische golf en de Kaspische Zee ligt een woest hoogland. Kale, grillige bergketens sluiten het aan alle kanten af. De grond is schraal, de meren zijn zout, het klimaat is bar. Overdag brandt de zon uit een wolkenloze hemel en doet de lucht trillen boven de hete steenmassa’s, ’s nachts fonkelen myriaden sterren in een ijskoude, diepblauwe hemel.

De mensen die in dat land voor 7000 jaar leefden, noemden zich Aryers
(edelen) en het land Aryana of Iran. De belangrijkste volksstammen werden later MEDEN en PERZEN genoemd.

De Oer-Perzen waren groot van gestalte, zij hadden een blanke huid, blauwe, ogen en blond haar. Is dit juist? Zij waren verwant aan de oude Indiërs en ook aan ons. Hun taal was een zustertaal van het Sanskrit.

Het leven van de Perzen in dat verre land kostte moeite. Alles moest aan de harde bodem ontwrongen worden. Zo was de Pers op strijd ingesteld; strijd tegen het klimaat, tegen de steenachtige bodem, tegen mensen en dieren.

Zijn aard was geheel anders dan die van het rijke, weelderig begroeide Indië. Krijgshaftig was her karakter der Perzen, woest en onbuigzaam. Geduchte boogschutters en jagers waren zij. Zij doodden vele dieren, aten het vlees en kleedden zich in de huiden. Geheel bedekt met leer waren zij. Op het hoofd droegen zij een leren kap of puntmuts. De woningen der Oer-Perzen waren van steen. Soms waren het huizen die geheel en al ïn de rotswanden uitgehakt waren. Vensters ontbraken geheel en al. Een enkel gat gaf toegang tot de woning. Meestal waren deze woningen gelegen aan bergbeekjes.

Bij dit woeste volk verscheen een wijze, gezonden door de Manu.(?)  Hij heette ZARATHUSTRA of “Goud Ster”. Hij bracht de Perzen een nieuwe leer, die veel later in de heilige boeken van de ZEND-AVESTA is opgetekend.
In de zielen van dit volk, zo ontembaar en wild, bracht hij de impuls tot reinheid in daad, woord en gedachte.

Onder invloed van de grote Zarathustra (en zijn opvolgers, die ook Zarathustra heetten, werden de Perzen een cultuurvolk.

De leiding van deze cultuur ging later over op koningen, bijgestaan door magiërs(priesters).

De Perzen beleefden de wereld in tegenstellingen: brandende hitte tegenover felle koude; heldere dag tegenover zwarte nacht; verblindend licht tegenover duisternis; hemel tegenover aarde. Deze tweeledigheid kreeg in de leer van Zarathustra een verheven vorm.

In den beginne waren er twaalf Amshaspands of Wereldgeesten. Zij stonden onder leiding van twee broedergoden:

AHURA MAZDA (=de grote zonneglans ) en ANGRAMANIJU (de erge boze).

Ahura Mazda of Ormuzd wilde de wereld verder scheppen en zeven Amshaspands volgden hem. Angramaniju en vijf duistere Amshaspands wilden niet meewerken en worden zo tot boze d.i. tegenwerkende wezens.

De duistere Angramaniju of AHRIMAN kon niets tegenover de schepping van Ormuzd stellen en ging toen de wereld vergiftigen en bederven. Ahura Mazda had op aarde ook de mens geschapen en de mens riep hij op als medestrijder om het licht te doen zegevieren.

Veltman blz. 35

De mens was echter in zijn ziel vergiftigd door Ahriman, die angst, twijfel en leugen als gaven aan de mens had gebracht. Zarathustra leerde, dat de mens, die zich reinigde van boosheid, leugen en onzuiverheid het lichtrijk voor Ormuzd vergroten kon. Wie waarheid sprak, het goede deed en dacht, heroverde zijn ziel op Ahriman en stelde haar opnieuw open voor Ormuzd’s lichtkracht. Niet alleen de mens was bedorven door Ahriman’s duistere werk, maar ook de natuur: Planten waren gaan woekeren, dieren waren wild,v erscheurend of giftig geworden.
Wie de natuur haar gang liet gaan, liet haar over aan de klauwen van Ahriman. Daarom leerde Zarathustra de Perzen, dat zij de natuur ook op Ahriman konden veroveren. Hij schonk aan de eerste koning Djemshid een gouden dolk van Ormuzd. De Perzen leerden met de dolk de aarde open te scheuren, daarna te zaaien, planten te kweken en de soorten te veredelen. Wilde dieren moesten getemd en tot huisdieren worden gemaakt. Het water van de bergriviertjes moest over de akkers worden geleid om de aarde vruchtbaar te maken. Zo werden de Perzen tot landbouwers en zij kregen de aarde lief. Arbeid was tevens godsdienst. Zij wonnen melk, wol, leer en trekkracht, brood en vele veldvruchten. Hun werk was echter niet voor eigen nut, maar in hoofdzaak bedoeld als deel van de strijd voor Ormuzd tegen Ahriman. Hun arbeid moest de aarde terugwinnen uit de macht der duisternis. De Perzische landbouw en veeteelt is van grote betekenis geweest voor de gehele ontwikkeling van de gehele mensheid. De Perzen kweekten onder leiding van hun priesters granen (tarwe, rogge, gerst, spelt uit wilde grassoorten. Onze groenten, zoals sla, kool, uien, peterselie, prei, asperges zijn oorspronkelijk uit Perzië afkomstig, evenals vele vruchten. Appel, peer, abrikoos, pruim en kers zijn Perzisch van oorsprong. De Perzik bewaart de herinnering aan deze oorsprong zelfs in zijn naam.
Vele bloemen, zoaJs lelie, hyacint en roos werden in Perzië voor ’t eerst gekweekt. Paard, rund, schaap, geit, hond, kat, kippen en andere huisdieren werden gefokt uit wilde diersoorten.
Delen van Iran werden langzamerhand herschapen in bloeiende tuinen. Zo machtig werkte Zarathustra’s woord na. De Perzen bleven vóór alles naar waarheid en reinheid streven. De goden vereerden zij door op de bergen grote vuren te branden. Het vuur was heilig en reinigde de wereld.

De Perzen konden hun doden niet toevertrouwen aan aarde, water of vuur. Het lijk behoorde toe aan Ahriman en de zuivere elementen mochten niet besmet worden. Men legde de doden op hoge rotsen of torens neer.

In later tijd wilden dè Perzen het licht van Zarathustra ook onder andere volken brengen. Daarom stichten zij een wereldrijk. Tegen de boze Turaniërs in de vlakten, noordelijk van Iran, voerden zij een lange en heldhaftige strijd; de heldendaden der Perzen zijn later in het koningsboek (SHAM-NAMEH) van FIRDUSI in schone verzen neergeschreven.

In de 6e eeuw voor Christus stichtten de Perzen onder koning KURUSH (CYRUS) een wereldrijk. Deze koning veroverde Babylon en bevrijdde de Joden, die daar in ballingschap zuchtten.

Veltman blz.35

(HET HOOGLAND VAN IRAN.) (voor de leerkracht)

De perzische cultuur staat in het teken van de Tweelingen. Het typische van het tweelingteken is, dat zij elkaar kruiselings vasthouden en dat één kind licht en het andere donker is. Het grandioze van de wereldbeschouwing van Zarathustra bestaat wel hierin, dat in zijn leer de oorsprong van het Boze (terugblijven van dat oorspronkelijk goed was) zo duidelijk is aangegeven. Ahriman is de broeder van Ormuzd. Hij blijft achter in de ontwikkeling en wordt zo tot een macht, die alles vergiftigt en de mensen tot leugen verleidt.

Dr. Steiner geeft aan hoe de oer-Perzen het astrale lichaam tot ontwikkeling moesten brengen. Vandaar hun ongebreidelde woeste hartstochten, waarin de machtige roep om zuivering en reinheid van Zarathustra gaat weerklinken als een muziek, die de wilde dieren tot bedaren brengt. De Turaniërs, nakomelingen van de Atlantische oer-Turaniërs, maken de ontwikkeling niet mee. Zij blijven woeste jagers (recht onder het Tweelingenteken staat de Schutter!) en werden door de Perzen beleefd als een typisch Ahrimanisch volk, waarmee zij een heilige strijd te voeren hebben. Alles wat de Atlantische impulsen wil vasthouden, werkt storend op de nieuwe cultuurontwikkeling. Men denke aan de verwoestende aanvallen der Hunnen onder Attilla, der Mongolen onder Djengis Khan en die der Turko-Tartaren onder Timur-Lenk! Het duistere Turan roert zich nog steeds in de ontwikkeling der mensheid!

UIT DE ZEND-AVESTA

LUISTER NIET NAAR DE LEUGENAAR!
HUIS EN HOF, LAND EN WERELD
ZAL HIJ VERDERVEN!
O, WEER U TEGEN SLECHTE GEDACHTEN.

EENS SPATTE ‘T VUUR
NAAR ALLE KANTEN,
MAAR EENS ZAL’T AL
EEN VUURVLAM ZIJN…….

GA GENE WEG
OF DEZE WEG,
WEES ROOK OF VLAM!
LAAT U VERDRUKKEN
IN DE STIKWALM
OF LAAT U LAAIEND
NAAR BOVEN STUWEN

DE KEUS IS U!

GEBED

IK STEL MIJ OPEN
VOOR ELKE REINE GEDACHTE,
VOOR ELK EDEL WOORD,
VOOR ELKE EDELE DAAD.

IK WEER GEHEEL
ELKE BOZE GEDACHTE,
ELK SLECHT WOORD,
ELKE SLECHTE DAAD.

ALLES WAT MENS HEET,
REIN IN GEDACHTEN,
REIN IN WOORDEN,
REIN IN DADEN,
ZAL IN HEMELSE GLANS WANDELEN OP AARDE.

U ERKEN IK, HEILIGE AHURA MAZDA.
O, KOM OP UIT DE NACHT, TREED UIT HET DUISTER
IN HET LICHT.
EN GIJ, WORDT WARM, VERSTEENDE HARTEN!
MIJN WOORDEN ZWIJGEN: HEILIGE STILTE HEERST…..
DE WAARHEID STROOMT DE WERELD IN,
DE ZON BUIGT NEER TOT IEDER WEZEN.
SCHENK OOGST EN WASDOM, O, AHURA!

Uit de Avesta
          Vendidad  (Farkant III).

“Schepper van de Aarde-Wereld, Reine Geest!
Hoe groeit de Reinheid volgens Uw Wet?”
Toen antwoordde Ahura Mazda:
“Wanneer men ijverig graan verbouwt,- …….
O,heilige Zarathustra!
Wie de vruchten des velds kweekt,
Hij bevordert de Reinheid
Evenals met 100, met 1000, met 10.000 gebeden!
Wanneer er vruchten komen, sissen de deva’s
Wanneer  het graan opkomt, hoesten de deva’s
Wanneer de halmen groeien, huilen de deva’s
Wanneer er dikke aren zijn, vluchten de deva’s.
Zij vluchten ter helle als gesmolten ijzer…..”

De belangrijkste Perzische gebeden: Ashem Vohu en Ahuna Vairya werden evenveel gebeden als Paternosters en Avemaria’s.

Men begon bij het opstaan 5 Ashem-Vohu’s op te zeggen.

Ashem Vohu

Reinheid is het hoogste goed
Zegen Is het. Gezegend hij
Die steeds naar hoogste Reinheid streeft.

Ashem Vohû Vahistem Asti
Usta Asti, Usta Ahmâi
Hyat Ashai
Vahistâi Ashem.

Yatha Ahu Vairya
                (Ahuna Vairya of Honover)

Naar ’s Heren wil doet hij
Die uit Reinheid handelt.
De gaven van de Goede Geest.
Geworden hem voor daden die
Hij voor Ahura Op aard’ volbrengt.
Wie Armen steun verleent,
Vermeerdert Mazda’s Lichtrijk.

Veltman blz. 13

5e klas geschiedenis: alle artikelen

VRIJESCHOOL in beeld: 5e klas geschiedenis: Perzië

5e klas: alle artikelen

929-860