VRIJESCHOOL – Vertelstof – biografieën – Julius Caesar

.

Heil Caesar!

De piraten hadden er geen vermoeden van hoe gevaarlijk  hun gevangene was. Deze jonge Romein met zijn blanke huid, donkere ogen en volle lippen was duidelijk een edel­man en zij stelden de losprijs dus op twintig talenten (ongeveer 40 000 gulden).
Julius Caesar lachte hen openlijk uit. Hij was er vijftig waard, zei hij, en beloofde terug te zullen komen om hen stuk voor stuk aan de galg te brengen! De losprijs werd betaald en de jonge Caesar hield zich aan zijn woord. Op een vlootexpeditie nam hij zijn ontvoerders gevangen, stak de vijftig talenten weer in zijn zak en keek toe hoe de piraten werden opgehangen.

Dit gebeurde in 76 v. Chr., toen Caius Julius Caesar in de twintig was, maar toen al een rijp man. Opgeleid aan de beroem­de school van Rhodos, waar men de kunst van  het spreken en schrijven onderwees, was hij een der meest gecultiveerde mannen van zijn tijd, briljant causeur en uitmuntend redenaar. Deze eigenschappen en een nimmer aflatende ambitie zetten Julius Caesar ertoe aan zich in het openbare leven te storten. Hij schiep zich een reputatie door namens een aantal Griekse steden de Romeinse gouverneur te vervolgen wegens corruptie. In Rome wreef men zich de ogen uit toen men zag, hoe de meesters nu ter verantwoording werden geroepen wegens knevelarij van de overwonnenen en senator Cato, een van degenen die iedereen voortdurend van ondermijnende activiteiten verdachten, nam zich voor een onderzoek naar hem in te stellen.
Maar deze elegante aristocraat was tevens een slim politicus en het ene ambt na het andere viel hem toe. Om de schitterende partijen te kunnen geven, die daarbij hoorden, ging de roekeloze Caesar monsterachtige schulden aan, die hij slechts kon terug­betalen met leningen van zijn vriend Crassus, een miljonair. Bij het jagen naar macht bewoog hij zich onder de laagsten en de hoogst geplaatsten. Hij werd een fat en een genotzoeker. Hij liet zich van zijn tweede echtgenote, Pompeja, scheiden, omdat “Caesars vrouw boven elke verdenking verheven moet zijn” en zij dat niet was. Zo kwam de corruptie van het heidense Rome zijn briljante toekomst als een langzaam vergif ondermijnen.

Toen, na vele jaren verdaan te hebben, ontdeed Caesar zich van zijn ondeugden als van een stel vuile kleren. Hij aanvaardde een benoeming als gouverneur in West-Spanje en daar hardde hij zich door dagen en nachten in het zadel te blijven. Met zijn legioenen deelde hij honger en vermoeidheid. Van lichaam en wil smeedde hij stalen werktuigen. Zonder aflaten, in hitte en stof, storm en sneeuw, achtervolgde Caesar de bandieten die het land, dat onder zijn bestuur was gekomen, vergiftigden. Bij die expedi­ties bereikte hij de kusten van de Atlantische Oceaan en bracht dit gebied (het huidige Portugal) binnen het Romeinse rijk.

Na zijn terugkeer in Rome werd Caesar met algemene stemmen tot Romeins Consul gekozen. Als bestuurder van de staat stelde Caesar een wetsontwerp op, waarbij veteranen uit buitenlandse oorlogen land toegewezen zouden krijgen. Tot dusver had een ontslagen soldaat zich al gelukkig geprezen wanneer hij zijn ach­terstallige soldij uitbetaald kreeg, en land dat aan het rijk was toegevoegd, werd door de senatoren onmiddellijk in de wacht gesleept als speculatie-object.

De Senaat verzette zich als één man. Caesar ging toen met zijn wetsvoorstel naar het Forum, het grote marktplein in het hartje van Rome, en legde het daar ter stemming voor aan het plebs, het gewone volk. Deze handelwijze was in overeenstemming met de grondwet, maar Rome was verbaasd een Consul zo voor het volk te zien buigen. Caesar kreeg het zover, dat de afgod van de dag, Pompejus de Grote, hem op het rostrum (de stenen verhoging, die men in de ruïnes van het oude Rome nog altijd kan zien) bijstond. Het volk betuigde juichend zijn instemming en Caesar keerde terug naar de Senaat om bekend te maken dat het voor­stel nu kracht van wet had gekregen.

Daarna gaf Caesar bevel, dat de handelingen van de Senaat elke dag overal in de stad op muren moesten worden bekendge­maakt om de bevolking op de hoogte te houden. Hij liet een wet aannemen, waarbij de gouverneurs van veroverde provincies ertoe verplicht werden verantwoording van hun inkomsten af te leggen. Toen zijn ambtstermijn in 59 v. Chr. eindigde, stelde de Senaat hem prompt aan tot gouverneur van het Romeinse Gallië (nu Zuid-Frankrijk), een afgelegen provincie, voortdurend door wilde stammen bedreigd.

Julius Caesar schreef zelf het beroemde hoofdstuk van zijn leven dat nu zou volgen. Zijn “Oorlog in Gallië” (De Bello Gallico) is het meest gelezen van alle klassieke militaire werken, want in vele landen is het in het leerprogramma van de scholen opgenomen. Maar achter de stoffige Latijnse grammatica vinden de leerlingen het opwindende verhaal zelf— de suizende pijlen, de hete pek die vanaf belegerde muren op de aanvallers wordt gegoten, de
bagagetrein, die door ruiters in het water wordt verrast, het gillen van de wilde Gallische vrouwen.

Caesar was het type commandant dat door de soldaten veraf­good wordt, altijd bezorgd om rantsoenen en soldij voor de troe­pen, altijd erop uit de regimentstrots te versterken. Hij stelde zich aan gevaren bloot vóór ieder ander, zijn blinkende zwaard hoog geheven en zijn rode mantel achter zich aan fladderend in het heetst van de slag. Zo ging hij zijn legioenen voor in de botsing met de Helvetiërs, die uit hun Zwitserse valleien kwamen opzetten. Toen hij hen verslagen had, voorzag hij hen genadig van brood en graan, genoeg voor een jaar, en gaf hun zaaikoren mee naar huis.

Erger was de dreiging van de kant van de Germanen, die vanuit hun wouden de Elzas, in Oost-Frankrijk, waren komen binnenvallen. Daar vernietigde Caesar hen en naderhand, toen hij de eerste brug had laten aanleggen, die ooit over de Rijn was gebouwd (niet ver van het huidige Remagen) bestreed hij hen op hun eigen gebied. De Belgen versloeg hij aan de Marne, de Maas, de Sambre en de Somme. Op twee strafexpedities tegen de vijan­dige Britten stak hij het Kanaal over en behaalde een overwinning op de Britse vorst. Acht jaar lang trok hij op en neer, pacificeerde de woelige volken van Gallië en maakte er trouwe Romeinse onderdanen van, waarmee hij het gebied, dat thans geheel Frank­rijk en België omvat, vrede en eenheid bezorgde. Op die wijze werd Gallië een machtig bolwerk, dat het Romeinse Rijk nog gedurende 400 grootse jaren in tact zou laten. In Frankrijk zijn de wetgeving, de taal, de literatuur en de bouwkunst nog altijd evenzovele bewijzen van hetgeen Caesar daar tot stand heeft gebracht.

Caesars grote succes wekte ontsteltenis in de partij, die de Optimaten genoemd werd en de bevoorrechte adelstand vertegen­woordigde. Haar leider Pompejus was bitter jaloers op de nieuwe lauweren die Caesar vergaard had. Vandaar dat toen de terug­kerende Caesar met zijn overwinningslegioenen in de Povlakte ten noorden van Rome bleef liggen, de Senaat een onderzoek naar hem instelde, oude schandalen ophaalde en hem ten slotte bevel gaf zijn leger te ontbinden en zich naar Rome te begeven waar hij zou moeten terechtstaan. Caesar wist dat zijn legioenen hem overal zouden volgen. En niemand begreep beter dan hij, dat de eens zo glorierijke republiek in staat van verval verkeerde. De Senaat had de uitvoerende macht aan zich getrokken en Pompe­jus was daarvan het werktuig. Caesar trok onversaagd over de Rubicon, het riviertje dat de noordelijke grens vormde van het eigenlijke Rome. Hij was nu in oorlog met de Senaat.

Legioenen, die uitgezonden werden om Caesar tot staan te brengen, liepen naar hem over. Terwijl deze groeiende legermacht naar Rome optrok, vluchtte Pompejus naar Noord-Griekenland waar zijn hoofdleger zich bevond. Daar, op 9 augustus van het jaar 48 v. Chr., maten de twee militaire genieën van die tijd zich met elkaar op de vlakte van Pharsalus. Tegen de avond was Cae­sar meester van zijn wereld en Pompejus op de vlucht. Hij vluchtte naar Egypte om het tegen Rome op te zetten en Caesar achter­volgde hem. Maar de jonge koning daar, Ptolemaeus XII, liet Pompejus vermoorden en bood de van afgrijzen vervulde Caesar diens hoofd aan, verbaasd dat hij daarmee Caesars gunst niet had gewonnen. Ptolemaeus had zijn zuster Cleopatra van de troon verdreven, hoewel hun vader had bepaald dat zij samen zouden regeren. De koningin, nog maar een meisje, haalde Caesar binnen als haar beschermer. Weldra werd hij haar minnaar.

Voor haar en voor Rome dwong Caesar koning Ptolemaeus op de knieën. Cleopatra kreeg haar troon terug, onder Romeins protectoraat, en Caesar had daarmee het rijkste land ter wereld aan het Romeinse gebied toegevoegd.

Intussen hadden de volgelingen van Pompejus hun strijd­krachten opnieuw in Spanje en Noord-Afrika verzameld. Caesar trok dwars door Noord-Afrika naar Tunesië voor een treffen en kwam daar te staan tegenover tien legioenen onder Cato, versterkt door de snelle cavalerie en 120 oorlogsolifanten van de koning van Numidië. Aan de vooravond van de slag bij Thapsus werd Caesar belaagd door een oude vijand — vallende ziekte. Hij voelde de aanval aankomen, maar in alle kalmte sprak hij zijn vermoeide troepen moed in en deelde bevelen uit voor hij bewusteloos neer­viel. Toen hij weer bij zinnen was, bestonden Cato’s legioenen niet meer en had de koning van Numidië zijn troon verloren.

In triomf keerde Caesar, vergezeld van Cleopatra en hun zoon­tje Caesarion, naar Rome terug. Vier dagen lang was de overvolle stad het toneel van feesten, spelen en optochten. Standaarden en bloemenkransen dansten in de hete, heldere lucht. De bodem trilde onder de zware stap van soldaten, die de schitterende oor­logsbuit aan het volk toonden, de slepende tred van de gevangenen en de wielen van de strijdwagen, waarop de overwinnaar zelf stond, met opgeheven hoofd en een lauwerkrans om de slapen. Achter hem kwamen de legioenen, getekend in de strijd en ver­brand door de zon.

De Senaat kon nu niet onderdanig genoeg zijn jegens Caesar. Voor de duur van zijn leven gaf men hem een titel, die de soldaten hem lang tevoren uit aanhankelijkheid gegeven hadden — Imperator. Caesar nam dit op als een uitdaging om hervormingen aan te brengen in een bestel, dat eeuwen tevoren was ontworpen voor de behoeften van een kleine stadstaat, maar nu volkomen achterhaald was door een zich enorm uitbreidend rijk.

Caesar begon de beslotenheid van de aristocratische club, die de Senaat was, te doorbreken door er driehonderd leden aan toe te voegen, grotendeels voortkomend uit de tot dusver verachte koopmans- en werkmansstand, met vertegenwoordigers uit de veroverde landen. Hij gaf het Romeinse staatsburgerschap aan de zonen van slaven, die vrije mannen geworden waren en aan de Galliërs, met het voornemen het burgerschap uit te breiden tot alle vrije mannen in het gehele Rijk. Ook gaf hij de Joden, die vervolgd waren geweest, de vrijheid om hun eredienst uit te oefenen.

Hij trachtte een oplossing te vinden voor de vele afgedankte soldaten en werklozen in het propvolle Rome door tachtigduizend kolonisten naar Sevilla, Arles, Corinthe en Carthago te laten overbrengen. Hij stelde duizenden te werk bij de landontginning en het verfraaien van de hoofdstad. Hij maakte een eind aan de misbruiken van belastinggaarders, die zich verrijkten ten koste van handel en landbouw in de provincies. Het geld werd weer waardevast doordat het opnieuw aan de gouden standaard ge­bonden werd. Hij zorgde er ook voor dat gouverneursposten niet meer vergeven konden worden door de Senaat.

Zelfs de kalender behoefde hervorming. De oude Romeinse maand was gebaseerd op de kringloop van de maan en duurde 28 dagen, maar op wens van de Romeinse consul werden er telkens extra dagen en zelfs maanden aan toegevoegd. De Ro­meinse kalender was zozeer uit de koers geraakt, dat de herfst nu in juli viel (een maand die herdoopt was ter ere van de grote Julius). Caesar liet een Grieks sterrenkundige uit Alexandrië komen en op zijn advies baseerde hij de kalender op een zonne­jaar van 365 dagen, met om de vier jaar een schrikkeljaar.

Maar hoezeer hij ook zijn stempel drukte op de tijd waarin hij leefde, Julius Caesars dagen waren nu geteld, want de Iden van maart (de 15de) van het jaar 44 v. Chr. naderden. Shakespeare’s beroemde stuk, gebaseerd op de biografie van Caesar door Plutarchus, is juist voor zover het de essentiële feiten betreft, maar de betekenis van de handeling is erin veranderd. De waarheid is, dat de samenzweerders, van wie de meesten niet alleen hun fortuin maar zelfs hun leven aan Caesar dankten, niet optraden om de vrijheden van het volk te verdedigen, maar om de af­brokkelende privileges van hun eigen klasse te beschermen.

De aanslag werd gepleegd in tegenwoordigheid van de gehele Senaat. Casca, die van achter op Caesar was toegeslopen, bracht de eerste slag toe, maar zijn wapen schampte af op diens sleutel­been. Caesar draaide zich bliksemsnel om en vocht terug met zijn enige wapen — een schrijfstift. De samenzweerders sloegen nu allen tegelijk toe en raakten hun slachtoffer drieëntwintig keer. Cassius stak zijn dolk in Caesars gelaat en door een mist van bloed, dat hem in de ogen vloeide, zag Caesar dat Brutus, die zijn zoon had kunnen zijn, zich op hem wierp en hem zijn zwaard in de lendenen stak.

De woorden, die hij toen sprak, waren zijn laatste en hij zei ze in het Grieks: Kai su teknon? (“Ook gij, mijn kind?”). Toen viel hij dood neer, voor het standbeeld van zijn oude vijand Pompejus.

Alle omstanders vluchtten nu. En hoewel de samenzweerders, zwaaiend met hun bebloede wapens “vrijheid” riepen, oogstten zij geen bijval, maar brachten slechts paniek teweeg. Terwijl het volk, opgezweept door de lijkrede van Marcus Antonius, uiting gaf aan zijn smart werd het bloedige lijk op het Forum plechtig verbrand. Maar al het goede dat hij verricht had ging niet met hem teloor. Hij had miljoenen ongelukkigen in het bekken van de Middellandse Zee het rechtvaardigste, mildste en verstandigste bestuur bezorgd, dat zij ooit gekend hadden. Hij had zich voor­gesteld een wereld van vrije mensen te scheppen, allen burgers van één grote gemeenschap, en hij was daar halverwege in ge­slaagd. Hij had het Romeinse Rijk geschapen, op welks stevig fundament onze westerse beschaving kon groeien.

 

.

Alea iacta est!

Toen Julius Caesar op een ochtend in januari met zijn leger het grensriviertje de Rubicon overstak, onder het uitspreken van de historische woorden ‘alea iacta est! oftewel de teerling (dobbelsteen) is geworpen, ontketende hij een van de beroemdste burgeroorlogen uit de geschiedenis. In 2006 schreef de Britse historicus Tom Holland daarover een boek, simpelweg Rubicon getiteld. In dit uitstekend gedocumenteerde werk, dat bij Uitgeverij Athenaeum in Nederlandse vertaling verscheen, beschrijft Holland hoe onder Julius Caesar de Romeinse republiek in een keizerrijk transformeerde. Bovendien weet Holland van de hoofdrolspelers, zoals de generaals Sulla, Pompeius en Julius Caesar, de politicus Cato en de redenaar Cicero, mensen van vlees en bloed te maken. De vele afbeeldingen en kaarten maken Rubicon tot een regelrechte aanrader van liefhebbers van de Romeinse (en dus de Italiaanse) geschiedenis.

Julius Caesar

Julius Caesar uitgebreide biografie

Julius Caesar in de Nederlanden

Julius Caesar in Engeland

6e klas: geschiedenis

vertelstof: alle biografieën

VRIJESCHOOL in beeld: 6e klas

.

493-456

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

Advertenties

10 Reacties op “VRIJESCHOOL – Vertelstof – biografieën – Julius Caesar

  1. Pingback: VRIJESCHOOL – Vertelstof – Biografieën – alle artikelen | VRIJESCHOOL

  2. Pingback: VRIJESCHOOL – Geschiedenis – 6e klas – overzicht (3) | VRIJESCHOOL

  3. Pingback: VRIJESCHOOL – 6e klas – geschiedenis (3-5) | VRIJESCHOOL

  4. Pingback: VRIJESCHOOL – Vertelstof – Biografieën – alle artikelen | VRIJESCHOOL

  5. Pingback: VRIJESCHOOL – Vertelstof – biografieën – Ptolemeus l | VRIJESCHOOL

  6. Pingback: VRIJESCHOOL – 6e klas – geschiedenis – Caesar in de lage landen (10-2) | VRIJESCHOOL

  7. Pingback: VRIJESCHOOL – Vertelstof – biografieën – Julius Caesar | VRIJESCHOOL

  8. Pingback: VRIJESCHOOL – Vertelstof – biografieën – Augustus | VRIJESCHOOL

  9. Pingback: VRIJESCHOOL – Geschiedenis – 6e klas (1) | VRIJESCHOOL

  10. Pingback: VRIJESCHOOL – 6e klas – geschiedenis – alle artikelen | VRIJESCHOOL

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.