VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – advent (14)

.

ADVENT, 1 JANUARI, PASEN

Wanneer is het jaar jarig:

Is advent, de eerste januari of Pasen het begin van het jaar?
‘Het jaar is een kringloop, zodat van een begin en einde in absolute zin geen sprake kan zijn.’

Maarten Udo de Haes doet in zijn artikel een poging tot het vinden van een beginpunt.

Wanneer een ring of de schakel van een ket­ting geen zichtbare naad vertoont of kenne­lijk niet gesoldeerd of gelast is, zal het onmo­gelijk, zelfs zinloos zijn een begin en einde aan te wijzen.

Ook bij de kringloop in de levende natuur, kunnen we moeilijk begin en einde bepalen. Wanneer we bijvoorbeeld naar de kringloop in de plantenwereld kijken, dan kunnen we terecht zeggen dat deze begint wanneer het zaad in de aarde valt. Maar is het bestaan van die zaadkorrel niet ondenkbaar zonder de vrucht, die daarvóór is ontstaan, terwijl die vrucht op zijn beurt ook weer het resultaat is van het ontkiemen van een vorige zaadkorrel en de groei en bloei die daar het gevolg van is? Kortom, het proberen te vinden van het begin staat gelijk met het bekende probleem van de kip en het ei. Wanneer ik bij een kringloop toch een begin moet bepalen – bij het natrekken van een cirkel bijvoorbeeld – dan zal ik ‘ergens moeten beginnen’, maar ik zal het zogenaamde beginpunt als absoluut willekeurig beschouwen. Het is namelijk geen objectief begin, maar subjectief door mij als zodanig aangewezen.

Ook het verloop van het jaar is een kring­loop, zodat van begin en einde in absolute zin geen sprake kan zijn. Ieder door ons be­paald ‘begin’ lijkt willekeurig te zijn. Zoals, bijvoorbeeld nu het burgerlijke jaar 1 januari begint, zo viel het begin vroeger kennelijk in maart, hetgeen wij nog uit de maandnamen september tot en met december (zevende tot en met de tiende maand!) kunnen afleiden. De gevolgtrekking ligt dan ook voor de hand dat of het jaar niet op een bepaald tijdstip een vanzelfsprekend begin of einde heeft, met andere woorden dat de jaren letterlijk eindeloos voortcirkelen, of dat het begin dat wij bepalen willekeurig is en dus toch geen echt beginkarakter heeft. Of – en dat is ook wel een mogelijke gevolgtrekking – is een begin wel degelijk als zodanig aanwijsbaar of ervaarbaar, terwijl tevens de mogelijkheid van andere momenten met beginkarakter niet uitgesloten wordt. Dat betekent dat een proces, een ontwikkeling, meerdere ‘begin­nen’ kan hebben. Een voorbeeld hiervan vin­den we in het Nieuwe Testament, wanneer we kijken naar de verschillende beschrijvin­gen van het evangelie.

De eerste woorden van het evangelie volgens Marcus luiden: ‘Begin van het Evangelie van Jezus Christus de Zoon van God,’ waarna de doop in de Jordaan wordt beschreven. Deze gebeurtenis ziet Marcus dus als het begin, en terecht, want daarmee begint inderdaad de werkzaamheid van Christus onder de mensen op aarde.

Lucas daarentegen plaatst aan het begin van het evangelie de geboorten van Johannes de Doper en Jezus. Ook dit is niet willekeurig, maar eveneens als het begin van het evangelie te beschouwen.

Het Johannesevangelie beschrijft nog weer een ander begin, namelijk de wereld van het scheppende woord van waaruit Christus stamt en wat Hij tegelijkertijd zelf ook is: ‘In den beginne was het Woord…’ Afgezien van het feit dat er zo drie ‘begin­nen’ van het evangelie aan te wijzen zijn, kan er zelfs nog een ander begin worden ervaren. Een begin dat weliswaar subjectief, maar daarom niet minder wezenlijk en beslist willekeurig te noemen is, namelijk het ‘begin van het evangelie’ valt op het moment dat ik ermee begin, het moment waarop het tot le­ven wordt gewekt in mijzelf. In dit verband moet ik denken aan het ge­dicht ‘Mein Jahr’ van Conrad Ferdinand Meyer, waarin hij tot uitdrukking brengt dat het tijdstip van zijn verjaardag niet zo zeer van buiten, door de kalender wordt bepaald, maar door het moment van een innerlijk be­gin, een initium. Het zijn die momenten in het leven waarop iets nieuws wordt geboren in de zin van een inspiratie of een besluit, een ontmoeting of een belevenis.

Mein Jahr

Nicht vom letzten Schlittengleise
Bis zum neuen Flockentraum
Zähl’ ich auf der Lebensreise
Den erfüllten Jahresraum.

Nicht vom ersten frischen Singen
Das im Wald geboren ist,
Bis die Zweige wieder klingen,
Dauert mir die Jahresfrist.

Von der Keiter nicht zur Keiter
Dreht sich mir des Jahres Schwung,
Nein, in Flammen werd’ich alter
Und in Flammen wieder jung.

Von dem ersten Blitze heuer,
Der aus dunkler Wolke sprang,
Bis zu neuem Himmelsfeuer
Rechn’ ich meinen Jahresgang.

Conrad Ferdinand Meyer

Drieslag
Misschien heeft de cyclus van het jaar of van de dag ook wel meerdere beginmomenten, ieder met een eigen karakter, met een be­paalde kwaliteit.
Wanneer we bijvoorbeeld naar het dagbegin kijken, zullen we in de eerste plaats aan de morgen denken, wanneer het licht wordt, de zon opgaat en over het algemeen de werk­dag begint. Vooral in het oude Babylonië werd het moment van de zonsopgang als dagbegin beleefd. Maar het begin van de burgerlijke dag valt op een heel ander tijdstip, namelijk te midder­nacht. Volgens de klok 24.00 uur of 0.00 uur, respectievelijk op het moment dat de zon onder de horizon het diepste punt heeft bereikt. Aangezien dit inhoudt dat het ‘grote licht van de dag’ op dat moment weer begint te stijgen, heeft dit tijdstip ook echt beginkarakter en is meer dan slechts een formele, min of meer willekeurige afspraak. (Hier is afgezien van het verschil tussen middernacht in astronomische zin en het tijdstip 24.00, dat voor een gehele tijdzone op aarde geldt.) Zelfs een derde dagbegin kan als zodanig worden beleefd, namelijk wanneer de dag ‘eindigt’ (’s avonds, respectievelijk bij zons­ondergang). Dit moment – dat onder andere in de joodse cultuur als begin van de dag wordt gezien – wordt gekenmerkt door het terugblikken op de dag die achter ons ligt en het vooruitzien, plannen maken of voorbe­reidingen treffen voor de volgende dag, die daarmee in kiem dus inderdaad begint. Ge­bruiken zoals sinterklaasavond op de avond vóór de eigenlijke verjaardag op 6 december of ook kerstavond of bijvoorbeeld het Duitse woord Sonnabend voor zaterdag wijzen nog op de realiteit dat de avond als einde van een dag eveneens de kiem van de nieuwe dag in zich draagt.

De innerlijke of religieuze dag begint ’s avonds en is te beschouwen als de kiemlegging, de astronomische of burgerlijke dag be­gint te middernacht, waar de dag als het ware geboren wordt, terwijl het begin van de werkdag in principe bij zonsopgang begint, waar deze kiemlegging en geboorte ten slotte tot verwerkelijking leidt. Deze drieslag, die in christelijke zin trinitarisch karakter heeft, vinden we eveneens te­rug in de opbouw van het jaar. Met advent, begin van het christelijk-religieuze jaar, wordt een kiem gelegd die ver­zorgd en beschermd wil worden. Met ver­wachting kijken wij uit naar het komende of zelfs naar De Komende. En niet slechts wij alleen leven ‘in verwachting’, maar er wordt ongetwijfeld ook iets van ons verwacht: dat wij innerlijk naar het komende toeleven, het mee-voorbereiden.

Het ‘tweede begin’ van het jaar is het meest exact aanwijsbaar, namelijk 1 januari 0.00 uur, het tijdstip waarop het burgerlijke jaar begint. Zoals advent de avond van het jaar genoemd kan worden, zo valt oudejaarsnacht in de middernachtstijd van het jaar. Daarbij is het opvallend dat dit moment tevens in het midden van de kersttijd valt, zodat in de feesttijd van de Geboorte kennelijk ook het jaar geboren wordt. Het aanvankelijk wille­keurig schijnende moment, blijkt bij nader in­zien diepere zin te hebben. Dit tijdstip geldt dan ook als het ‘officiële’ uitgangspunt voor onze jaartelling: Ab Incarnatione Domini.

Zoals bij de dag, kunnen we ook bij het jaar nog een derde begin aanwijzen of ervaren, namelijk Pasen. De opstanding uit het rijk van de dood is de verwerkelijking van datge­ne wat met kiemlegging en geboorte is voor­bereid. Met Pasen gaat al het voorgaande in vervulling. In die zin staat dit gebeuren on­der het motto: ‘Het is volbracht’. Maar dit draagt tevens een totaal nieuw begin in zich, vergelijkbaar met de schepping. De evangelist Marcus geeft een overduidelijke tijdsbepaling van dit gebeuren:

‘Toen de sabbat was voor­bijgegaan, kochten Maria van Magdala, Maria de moeder van Jakobus, en Salóme geurige kruiden om hem te gaan zalven. En zeer vroeg in de morgen van de eerste dag der week, toen de zon opging, kwamen zij aan het graf’.

Aan het begin van de week – dus zondag – bij het aanbreken van de dag, bij zonsopgang, valt dit herscheppingsgebeuren. Hierbij worden we aan de woorden aan het begin van de Genesis herinnerd: ‘Er zij licht’. Naast het ‘Ab Incarnatione Domini’ als begin voor onze jaartelling, vinden we hier een heel ander uitgangspunt, dat we ‘Ab Ressurectione Christi’ kunnen noemen.
Pasen 1983* is dan te beschouwen als het begin van het jaar 1950, namelijk het 1950ste wederkerende jaar na het gebeuren van dood en opstanding van Christus. Op deze wijze is bovengenoem­de tijdsaanduiding ook weergegeven in de jaarlijks uitkomende Sternekalender van de mathematisch-astronomische Sektion aan het Goetheanum te Dornach. (‘Mit Ostern 1983 sind verflossen 1950 Jahre nach des Ich Geburt durch das Mysterium von Golgatha’).We kunnen bij het jaar dus ook drie begin­momenten onderscheiden, die alle als zoda­nig geldigheid hebben en qua karakter weer overeenkomen met de drie beginmomenten van de dag, die we kort kunnen weergeven met: kiemlegging, geboorte en verwerkelij­king.

Paradox
Ten slotte kunnen we ons met C.F. Meyer afvragen of het begin van mijn jaar nóg weer op een ander tijdstip valt, hoewel het onge­twijfeld in relatie staat met de overeenkom­stige momenten van het jaar. Want hoewel ik Pasen kan zien als de voleinding, namelijk de verwerkelijking van het opstandingslichaam van Jezus door Christus, ligt deze verwerke­lijking voor mij nog ver in het verschiet. Wat in Jezus is voltooid, ligt voor mij nog in een verre toekomst, is pas in eerste aanleg op mij van toepassing. Of, om met Christian Mor­genstern te spreken: ‘We staan niet aan het einde, maar aan het begin van het chris­tendom’.
Deze paradoxs dat de opstanding tegelijkertijd zowel een feit als ook nog toe­komst is, komt onder andere tot uitdrukking in de woorden van Jezus: ‘Het uur komt en is er reeds…’De verschillende momenten in het jaar waarop een duidelijk begin valt, kunnen we ook beleven in de innerlijke christelijke ontwikkeling. Pasen kan het adventskarakter van een eerste kiem in de menselijke ziel aannemen of als een volgend begin geboren worden, als het ware Kerstmis doorlopend. In navolging van Christus krijgt het na onzegbaar lijden uiteindelijk zijn eigenlijke paaskarakter. Dit feest, dit gebeuren, deze realiteit van dood en opstanding leeft in Vol’eind’ing in Jezus, is in ‘begin’sel voor ons en uit’einde’-lijk door ons voor de aarde bestemd.

(Maarten Udo de Haes, Jonas *16, 01-04-1983)

.

Adventalle artikelen

Jaarfeestenalle artikelen

VRIJESCHOOL in beeldadvent spiralen e.d.    jaartafel

 .

369-348

 

 

 

 

 

 

 

 

.

Advertenties

3 Reacties op “VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – advent (14)

  1. Pingback: VRIJESCHOOL – JAARFEESTEN – Advent – alle artikelen | VRIJESCHOOL

  2. Pingback: VRIJESCHOOL – JAARFEESTEN – Advent – alle artikelen | VRIJESCHOOL

  3. Pingback: VRIJESCHOOL – JAARFEESTEN – Kerstmis (4) | VRIJESCHOOL

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.