VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – St. Nicolaas (27)

.

SINTERKLAAS BESTAAT NIET……

Het slaat een keer toe: het twijfelen aan het bestaan van Sinterklaas. Bij het ene kind wat eerder, bij een ander wat later. Dat hangt van veel factoren af: oudere kinderen – meestal niet de oudere broertjes en/of zusjes: als die ‘ingewijd’ zijn proberen ze het ‘grote geheim’ nog wel even te bewaren.

Het zijn vaak de andere (oudere) kinderen die het geheim bewust of minder bewust verklappen.

En kinderen zijn meestal  goede waarnemers.
Toon Hermans wees ons daar als geen ander op.

Een andere impressie:

Vol verwachting klopt ons hart

‘Op de hoge, hoge daken rijdt de bis­schop met zijn knecht’. Als vijfjarige loop ik te dromen over ’t paard en die schuine daken – nog geen probleem. Moeder legt aan een ouder kind uit: ‘Ja, bij de alleen­staande huizen stapt ’t paard even van ’t dak’. ‘O’.

’s Avonds staan de schoentjes klaar bij de warme zwarte potkachel – mijn blik volgt telkens de kachelpijp, die uitmondt in de kachel. ‘Nina, (kinderjuf) komt ’t lekkers dan niet in ’t vuur terecht?’ – ‘Dat moet je mij niet vragen kind, je vindt ’t lekkers toch in je schoen?’ Nu toch een probleem.

Een jaar later, na een bezoek van de Goede Sint op school meegemaakt te heb­ben, vraag ik thuiskomend: ‘Waarom heeft Sinterklaas watten op zijn wangen?’ Ant­woord: ‘Dat heb je niet goed gezien, ’t is zijn witte baard’. ‘Nee toch, ik heb ’t echt gezien, ’t zijn watten’.

Nog een paar jaar later, 5 december ’s middags om half vier. Starend over de grijze Scheveningse bosjes zie ik mijn vader zoals gewoonlijk gaan wandelen. Over de tafel ligt alleen deze dag een bruin-oranje kleed, een schaar erop, alles voor de pak­jes. Hevig is het verlangen naar vaders te­rugkomst, dan gaat ’t feest beginnen.

Een generatie verder. Op het raam hangt een adventskalender, er is nog niet veel op te zien. Sinterklaasfeest staat straks voor de deur. We zingen onder ’t naar bed brengen met de kinderen ‘Het daghet in het Oosten’. Met volle overtui­ging zingen de kinderen: ‘Hij komt de wol­ken troosten’. Als het liederenrepertoire uitgebreid wordt met ‘Midden in de win­ternacht, gaat de hemel open’, zingt een kind blijmoedig: ‘een engel met ivoren snuit’ (fluit) (geen probleem).

Sinterklaas vereert ons met een bezoek, klimt moeizaam de hoge trap van ’t bo­venhuis op. Een driejarige glipt door de kamerdeur de gang op, ziet de rode mijter steeds dichterbij komen. Als Sinterklaas in de gang staat, zegt de peuter: ‘Wat heeft die meneer een mooie hoed op!’ Na ’t bezoek hoor ik zeggen: ‘Wat lijkt Sinter­klaas op meneer Koos hè?’ Ik denk aan de wattenbaard van vroeger en kan het vol­mondig beamen.

(Wendela van Mansvelt, Jonas 6 13-11-1981)

 

Het is voor veel ouders een probleem:

HOE VERTEL IK DAT SINTERKLAAS NIET BESTAAT

Ik vond in een krant – naam en datum onbekend – het volgende artikeltje:

Het grote geheim van Sinterklaas:
‘Papa, denk je dat Sinterklaas het erg vindt dat ik niet meer in hem geloof?’
Deze vraag van een kind met een wankelend geloof raakt de kern van het dilemma waar veel opvoe­ders mee worstelen: hoe en wan­neer vertel ik mijn kind dat Sinter­klaas niet bestaat?
Pedagoog dr. Bas Levering, werk­zaam aan de Universiteit Utrecht en aan de Fontys Hogescholen, vindt dat kinderen zo lang als kan, recht hebben op het geloof in de goedheiligman: „Kinderen leven tot vier, vijf jaar in een magische wereld. Sinterklaas past daar pri­ma bij. Kinderen zwelgen in het verhaal. Het maakt voor hun ervaringen niet uit. Een grote man in zo’n pak en mijter, de Zwarte Pie­ten. De omgetoverde wereld vin­den ze fijn. Zelfs als ze al weten dat hij niet bestaat. Een volgend jaar zakken ze gerust weer terug in hun geloof Omdat ze dat prettig vinden.”

Levering vindt Sinterklaas – on­langs gekozen tot nummer één van de belangrijkste honderd tradi­ties in ons land – ‘het mooiste wat er is’. Ook om pedagogische rede­nen. „Het is fantastisch om te zien dat kinderen zelf langzaam door­krijgen dat Sinterklaas niet bestaat. Het is voor hun ontwikkeling zeer belangrijk. Als kinderen ‘het’ een­maal weten, komen ze aan de andere kant van de streep, bij de vol­wassenen te staan. Ze voelen zich groot. En kijken opeens heel an­ders aan tegen kinderen die wel ge­loven.”

Eigenlijk staat de hele sinterklaastraditie haaks op de huidige
opvat­tingen over opvoeden, stelt Leve­ring: „Tegenwoordig wordt alles gladgestreken. De ontwikkeling van een kind zou een doorgaande lijn moeten zijn. Maar dat is na­tuurlijk niet zo. Sprongen maken in de ontwikkeling is goed.”
Tegenstanders van liegen zijn er ook. De Amsterdamse pedagoge Channah Zwiep verklaart – op de website opvoeden doe je zo – dat ze haar eigen dochter al op 2-jarige leeftijd ‘op heel laag niveau’ vertelde dat Sinter­klaas niet echt bestaat maar dat het een mythe is. „Kinderen gelo­ven 110 procent in Sinterklaas, en dan blijkt dat verhaal later niet te kloppen. Ik ben nog steeds blij dat ik niet heb gelogen tegen mijn kind.”

En psychotherapeute Riekje Bos­wijk-Hummel schreef in 1988 al het boek De shock van Sinterklaas. Met verhalen van getraumatiseer­de volwassenen. Ouders logen te­gen hen over Sinterklaas en daar­om vertrouwen ze niemand meer. Levering herkent het, maar zo trau­matiserend is het natuurlijk zel­den. „De meeste kinderen ervaren het niet als bedrog.”

‘Goed kijken naar je kind’, is daar­om zijn advies. „Als het zo’n acht jaar is en nog steeds gelooft, moet je het een handje helpen en het wel vertellen. Anders komt het kind alleen te staan, wordt het uit­gelachen of gepest.” Een kind onnodig lang ‘gelovige ziel’ laten zijn, is evenmin goed. Le­vering: „Als een kind het door­krijgt, en ouders gaan het tegen­spreken, dan is er wel sprake van bedrog. Ouders vinden al die gelo­vige kinderen, de blijde gezichten zelf vaak veel te leuk. Maar dat mag geen reden zijn om te liegen tegen je kind.”

Er worden ook tips gegeven:

tips voor ouders van een (on)gelovig kind

Vertel niet in de sinterklaasperiode maar bijvoorbeeld in de zomer dat Sinterklaas niet bestaat. Dan komt het niet zo hard aan, en wordt de sintpret niet bedorven.

Vraag een twijfelend kind tussen neus en lippen door: ‘Weet je al van het geheim van Sinterklaas?’ en kijk hoe het reageert.

Houd er rekening mee dat kinderen vanaf groep vijf van de basisschool vaak al surprises voor elkaar maken. Er worden lootjes getrokken. Licht een leerkracht in, en be­denk een oplossing als een kind nog in Sinterklaas ge­looft.

Islamitische kinderen geloven niet in Sinterklaas. Thuis wordt het feest ook niet gevierd. Als uw kind (veel) met islamitische kinderen omgaat, kan dat verwarring opleveren.

Wees er alert op dat een kind wel­licht al langer niet gelooft maar be­wust zijn mond houdt uit angst om cadeautjes mis te lopen.

Bedenk of u zelf nog weet hoe en wanneer u erachter kwam dat Sinter­klaas niet bestaat. En was die ervaring traumatisch of niet? Het kan van nut zijn bij gesprekken met uw kind.

Betrek een kind dat niet meer gelooft, in het spel. Dat voelt zich daardoor heel erg groot.

Bamber Delver, algemeen directeur Stichting Kindercon­sument, schreef Het grote geheim van Sinterklaas. Het gaat over een jongen die boos is op zijn moeder omdat zij tien dagen voor de verjaardag van Sin­terklaas onthult dat sint niet bestaat. Het geeft zijn boze en verwarrende ge­voelens weer. Het boek Het grote ge­heim van Sinterklaas, een boek alleen voor grote kinderen kan helpen bij gesprekken over de onthulling. Er is een thuisversie en een schoolversje met tips.

0-0-0

Verschillende keren is hier sprake van ‘liegen’, ‘bedrog’. En dat is wel het laatste wat je wilt: tegen je kind liegen of het voor de gek houden.

Uit dit gedicht komt nog iets anders naar voren:

Voor alle OUDERS die twijfelen

 Sint-Nicolaas

Sint-Nicolaas, Goedheiligman,
die oud is, maar niet sterven kan,
zolang nog ergens op de aarde
een mensenkind zijn droom, bewaarde.

Maar kleine kinderen worden groot
en telkens moet hij dat beleven
en elke keer verschrikt hij even,
en telkens gaat hij even dood.

Totdat, van ver, een kleine stem
voor het eerst en huiverig gaat zingen
van de oude 5 decemberdingen.
En zie, dat lied betovert hem.

Zijn ogen worden groot en licht,
er komt een glans op zijn gezicht.
Hij mag dit jaar opnieuw bestaan,
dat heeft een kinderstem gedaan.

Laat in ons hart, waar dat mensenkind
van vroeger nog zijn plekje vindt,
de Goede Sint ook blijven leven,
zodat we daarvan kunnen geven.

Dááruit schenken het geloven
want dat gaat alles toch te boven,
In Sint en Piet en oude tijden,
Het is veel waard daarvoor te strijden.

Sint-Nicolaas, Goedheiligman,
die oud is, maar niet sterven kan,
zolang je als dat mensenkind
Sint steeds weer in je hart hervindt.

Harriët Laurey

Ook ik kreeg met dit verschijnsel te maken: als ouder, maar vooral ook als leerkracht.

Ik wilde iets vinden waarbij de kinderen helemaal niet het gevoel zouden hoeven krijgen dat ze ‘bedrogen’ werden. zoals hierboven door ouders ervaren. Dat ze niet het gevoel zouden hebben dat de ouderen tegen hen logen, hun voor de gek hielden.

Ze zouden moeten kunnen ervaren dat ze ‘nu zo groot geworden waren, dat ze HET kunnen begrijpen; en dat ze vanaf nu ook mee kunnen doen met de groten als geschenk aan de kleintjes.’

Ik had dus wel een ‘motief’, maar geen uitwerking daarvan. Nu weet ik niet meer of ik ‘iets’ heb gelezen of gehoord; het kan zijn dat mijn verhaal op de een of andere manier bestaat.

Want dat ik het geheim moest onthullen middels een verhaal, stond voor mij wel snel vast. Alle andere korte verklaringen blijven in wezen toch gewoon nuchtere mededelingen die het gevoel niet raken of toch juist dat gevoel van ‘bedrogen’ oproepen.

Ik heb het geluk gehad dit verhaal of een bepaalde vorm daarvan, aan verschillende kindergroepen te kunnen vertellen.

Na afloop was er steeds een diepe stilte en viel het begrip naar volle tevredenheid op zijn plaats:  ‘wij zijn het zelf – Sint Nicolaas –

En als je hem in de sinterklaastijd wilt zijn, dan doe je ook als Sinterklaas: in de keuze van je geschenkjes aan de ander heb je met aandacht op de ander gelet; in je gedicht heb je met een milde, maar liefdevolle spot, iets van de persoon opgemerkt, maar ook met bewondering zijn of haar te prijzen eigenschappen of daden. Is je surprise met zorg gemaakt (en niet pesterig met veel stroop, b.v.) Al mag een vaak te laat komend kind wel een grote wekker krijgen waarin het cadeautje zit verstopt.
Om grote cadeauverschillen te vermijden spraken we altijd een bedrag af: iets van rond de …..euro.

De verhalen over de twijfel die veel kinderen al hadden – ik vertelde het verhaal in de 3e klas – dan zijn de kinderen 9 à 10 jaar – waren kostelijk om aan te horen.

In die klas werden voor het eerst lootjes getrokken en surprises gemaakt.

Van een aantal oudleerlingen weet ik dat ze het verhaal indrukwekkend vonden en dat zij nooit het gevoel hebben gehad voor de gek te zijn gehouden.
.

Voor mijn verhaal zie Sint Nicolaas 28

Pieter HA Witvliet

.

Sint-Nicolaasalle artikelen

Jaarfeestenalle artikelen

VRIJESCHOOL in beeldSint-Nicolaas

.

366-345

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

..

Advertenties

2 Reacties op “VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – St. Nicolaas (27)

  1. Pingback: VRIJESCHOOL – JAARFEESTEN – St. Nicolaas (28) | VRIJESCHOOL

  2. Pingback: VRIJESCHOOL – JAARFEESTEN – St. Nicolaas – alle artikelen | VRIJESCHOOL

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s