VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – St.-Nicolaas (1)

Sint-Nicolaas: alle artikelen

De barmhartige Nikola

Al zijn we nog zo’n calvinistisch volk, Sint-Nicolaas is niet weg te denken. ‘Over zee’ komt hij een paar weken voor 5 december aangevaren en iedereen die kinderen heeft, moet hem zien. Hij treedt voor korte tijd in verschijning en dan gaat hij weer, in de nacht voor zijn sterfdag, 6 december, zonder dat iemand het opmerkt.

Ondanks de aanval van de commercie, die 5 de­cember tot een gigantisch pakkettenfestijn maakt, blijft Sint- Nicolaas het feest van de kleinigheid, het grapje en de lichte terechtwijzing. Sint-Nicolaas is er speciaal voor de kinderen: het wonder van de verrassing in jouw schoen, met jouw naam erop en de geheimzinnigheid van het weten van jouw deugden en ondeugden. Komt hij op bezoek, dan is hij als bisschop gekleed en durf je hem, bevangen door bewondering, nauwelijks een hand te geven.

Heel anders leeft de heilige Nikola in de verhalen van het Russische volk. In Nikola de Barmhartige, een prachtige verzameling vertellingen, bijeenge­bracht en bewerkt door Alexéj Remizov, en dezer dagen* nieuw uitgegeven, lees je het volgende:
‘Nikola is een oude man, gekleed als een gewone Russische boer, die door het onmetelijke Rusland zwerft. Met een rugzak over zijn schouders en een stevige stok in zijn hand, zoals het een echte zwer­ver of landloper betaamt, trekt hij door het land; hij overnacht bij arme mensen; hij brengt hulp, waar zijn hulp nodig is, maar hij doet het onopval­lend. Hij is door en door menselijk, een vriendelij­ke oude man, die het leven met al zijn moeilijkhe­den en lasten goed kent, die ook de zwakheden der mensen kent en van de mens geen onmogelij­ke dingen verlangt. Wanneer ge in nood verkeert, wendt u gerust tot Nikola! Dat doet de Rus dan ook.’

Het hele jaar aanwezig kun je hem overal tegenko­men. Meestal eerst niet herkend openbaart hij zich, ingrijpend in het praktische leven der men­sen, steeds als de ‘Barmhartige’. Een icoon van Ni­kola hangt in het huis van iedere gelovige. Vroeger op de wand waar het oog op viel als je een woning binnenkwam. De eerste groet was dan vanzelf­sprekend voor Nikola. Nu wordt zijn beeld vaak verstopt op een onopvallend plekje. Op 18 de­cember echter, aan de vooravond van de dag spe­ciaal aan hem gewijd, zijn de kerken ook nu nog boordevol. Hij wordt aanbeden en om raad ge­vraagd als de bemiddelaar tussen de mensen en Christus.

Hieronder een verhaal uit Nikola de Barmhartige.

Op het hoogste punt van een steilte stond het gro­te huis van de rijke boer Antip. Antip was gierig en schraapzuchtig; hij hield veel van geld en gaf nooit iemand een cent, al zou die vlak vóór zijn huis van honger omkomen. Wel gaf hij geld ter leen als men hem een pand gaf, maar hij leende nooit geld op de belofte, het geleende af te werken.

In hetzelfde dorp woonde de boer Sergej. Hij is zijn leven lang arm geweest, maar nu was de nood zo hoog, dat hij en de zijnen door de hongerdood bedreigd werden.
Hij piekerde er aldoor over, hoe een uitweg uit die vreselijke toestand te vinden. Eens zei hij tegen zijn vrouw:
‘Weet je wat, Marja, ik ga naar Antip.’ ‘Je bent een domme man, je weet toch, dat hij zon­der pand niemand iets geeft.’
‘Mij zal hij wel lenen. Ik heb iets bedacht.’
En hij verliet zijn hut.                                 

Sergej kwam bij de rijke man en zei tegen hem: ‘Antip, vadertje, heb medelijden, wij sterven van honger.’
Het spijt me, broeder, maar je weet, dat ik nooit ie­mand geld leen.’
‘En als ik je een borg breng?’
‘Dat hangt er van af. Wie is je borg?’
‘Nikola. Ik heb op mijn heiligenplank een beeld van Nikola staan. Dat zal mijn borgtocht zijn.’
Antip streek over zijn baard. Het was een moeilijk geval, hij kon niet zonder meer weigeren: Antip was een vrome man, hij was belezen in de Schrift.
‘Weet je wat, kom tegen de avond, ik zal er over na­denken.’
‘Goed, ik zal het doen,’  zei Sergej. En hij verliet het huis van Antip.
Sergej keerde naar huis terug: nu zullen zij geld hebben, zij zullen niet van hon­ger omkomen, hij zal zijn zaken weer in orde bren­gen.

‘Antip heeft mij niet geweigerd, hij is bereid op mijn voorstel in te gaan; ik moet vanavond bij hem komen!’ — zei Sergej tegen zijn vrouw opgewekt.
Wat heb je hem dan gezegd?’ ‘Ik heb Nikola als borg opgegeven.’
‘Grote God, wat heb je nou gedaan!’
‘Wat ben je toch dom, vrouw; als er iemand is, die alles ziet en alles weet, dan is dat toch zeker Nikola: hij zal nooit iemand in de steek laten.’
Toen het avond werd haalde Sergej het beeld van Nikola van de plank. Daarna zei hij tegen zijn vrouw: ‘Marja, kleed je warm aan en volg mij. Je gaat bij het huis van Antip dicht bij het raam staan en je luistert goed naar alles, wat er zal gebeuren. Als je mij hoort zeggen: ‘Vadertje Nikola de Wonderdoener, wees mijn borg!’, dan moet je buiten, met een lage mannenstem antwoorden: ‘Ik ben borg’ of iets dergelijks.’
Marja deed haar warme doek om en liep achter haar man; zij had angst en klappertandde.
‘Waarom heb je zo bang! Er is toch geen reden voor. Ik heb je gezegd, dat Nikola alles ziet, alles weet, dat hij nooit iemand in de steek laat!’ Zo gingen zij verder.
Sergej met het beeld van Nikola liep voorop. Ach­ter hem liep Marja.

Het was donker op straat. Het sneeuwde eerst zacht, daarna werd het een echte sneeuwjacht.
Zij kwamen bij de steilte. Marja bleef buiten staan, Sergej ging met de icoon van Nikola het huis van Antip binnen.
‘Ik ben gekomen, zoals wij afgesproken hebben.’
‘En heb je je borg bij je?’
Sergej zette het beeld op het heiligenbeelden­plankje neer.
Op dat ogenblik kwam de vrouw van Antip bin­nen.
Sergej bekruiste zich en bad: ‘Vadertje Nikola de Wonderdoener, wees mijn
borg!’

Antip stond op en keek naar de icoon: zou de Heilige werkelijk verklaren borg te zijn?’
‘Ik ben borg!’ hoorden zij plotseling een stem. Iemand had het met een zachte stem gezegd, maar zo duidelijk, dat iedereen het horen kon: en Sergej, en Antip, en de vrouw van Antip, ‘Vrouw, heb je het gehoord?’ ‘Ik heb het gehoord.’
‘En heb je veel geld nodig, Sergej?’ ‘Ja, veel, – zei Sergej; hij voelde zich niet meer zo zeker van zijn zaak: de stem klonk anders dan die van Marja, — veel: honderd roebel!’
‘Geef hem tweehonderd,’ — zei de vrouw van An­tip. Antip opende zijn kist en haalde twee bankjes van honderd.
‘Voor hoelang leen je het geld? Wanneer krijg ik het terug?’
‘Tot Nieuwjaar,’ — zei Sergej.
Hij nam het geld en verliet het huis.

Buiten was het pikdonker. De sneeuwjacht nam steeds toe. ‘Kom naar huis, Masja ‘(1), zei Sergej met zachte stem tegen zijn vrouw. Marja liep te klappertanden.
De volgende dag hebben zij allerlei dingen ge­kocht – als je geld hebt, kun je van alles krijgen! Zij kochten suiker, grutterswaren van alle soorten, meel en ook brandhout en dachten: wat zal nu het vuur in de oven vrolijk branden! Het leven in het huis van Sergej werd nu aange­naam als nooit tevoren.

De tijd vloog voorbij. Het werd Kerstmis, Nieuw­jaar naderde:
Sergej moest zijn schuld betalen, maar hij had geen geld. Sergej had gehoopt, dat hij met het ge­leende geld zijn zaken in orde zou brengen, dat hij wat zou verdienen, dat hij het geld op de een of andere wijze wel zou vinden, — maar hoe kan ie­mand die zo arm is als hij aan zulk een geweldig bedrag komen?

Het waren immers tweehonderd roebel!

Het werd Nieuwjaar — Sergej bracht het geld niet.
Antip wachtte nog een dag, daarna nog een dag, maar vergeefs. Het verdroot hem erg: hij had zulk een vertrouwen in het geval en nu blijkt het, dat het bedrog was.!
De derde dag nam Antip het beeld van Nikola en droeg het naar de markt. De gehele dag had hij over de markt rondgelopen, het beeld te koop aan­geboden — niemand wilde het beeld kopen. Antip werd wrevelig en verweet Nikola aldoor: ‘Wat is dat nou: ge hebt persoonlijk gesproken, ge hebt verklaard borg te zijn voor die zwerver en nu blijkt alles bedrog te zijn geweest!’ Hij wilde geen geld meer hebben, het kon hem niet meer schelen, dat hij zulk een verlies had gele­den, als hij maar tot bedaren kon komen: te bedenken, dat hij er zó ingelopen was!
Laat in de avond keerde Antip naar huis terug, met het beeld in zijn handen, en was vervuld van zijn bittere gedachten.
Onderweg ontmoette hij een oud mannetje.
‘Waar gaat ge naar toe, mijn zoon?’
‘Ik wil een heiligenbeeld verkopen’ — zei Antip; hij had die woorden in de loop van de dag reeds zo veel keer herhaald.
‘Wat wil je er voor hebben?’
‘Het kan mij niet schelen. Je kunt het zonder geld krijgen.’
De oude man nam de icoon, haalde uit zijn zak twee bankjes van honderd roebel en gaf ze aan An­tip.
‘Ga met god, mijn zoon.’
Op weg naar huis moest Antip de bevroren rivier oversteken. Het was reeds volkomen donker — hij hield de twee bankbiljetten stevig in zijn vuist ge­klemd.
Bij de oever was het ijs met sneeuw bedekt. Het was erg glibberig; Antip gleed uit en ging op het ijs zitten – doch toen hij weer wilde opstaan, lukte het hem met.
Hij probeerde het zus en zo — het hielp niet.
Toen begon hij om hulp te roepen. Hij riep zo hard, dat van alle kanten mensen kwa­men aansnellen: men herkende de stem van de rij­ke man; zij tilden hem op en droegen hem naar zijn huis.
Van af die tijd kon Antip niet meer lopen, al zijn geld kon hem niet meer helpen. Sindsdien bracht hij zijn dagen zittend door.

(1) Masja is een verkleinvorm van Marja, dus: Rie)

*Deze legende werd met toestemming van de uitgever overgenomen uit: A. Remizov, Nikola de Barmhartige, Uitgeverij Vrij Geestesleven, Zeist 1986, in Jonas 7, 28-11-1986)

Sint Nicolaaslegende

In Myra, de stad waar de heilige Nicolaas bisschop was, heerste hongersnood. Toen bijna al het voedsel op was, hoorde Nicolaas dat er in de haven een schip volgeladen met tarwe was binnengevaren.   Nicolaas ging naar de kade waar het schip was afgemeerd en vroeg de scheepslieden of ze hem 100 maten tarwe wilden geven om de uitgehongerde mensen te redden. De scheepslieden wilden echter niets geven, omdat het graan in Alexandrië gewogen was en zij die afgewogen hoeveelheid graan naar de korenschuren van de keizer moesten brengen. Toen zei de heilige Nicolaas: ‘Doe wat ik U zeg en ik zweer U bij het woord van God dat er bij het nawegen geen korrel gemist zal worden.’
De scheepslieden volgden zijn gebod op en toen zij bij de graanwegers van de keizer kwamen, was in het schip precies zoveel graan als er in Alexandrië hadden ingeladen. Ze vertelden iedereen wat er gebeurd was•en prezen God en zijn knecht. Intussen deelde de heilige Nicolaas het koren uit, iedereen kreeg zoveel als hij nodig had. En van het weinige graan dat hij van de scheepslieden gekre­gen had, kon hij, de hele stad voeden.


De stijgbeugel van Nikola

Er leefde, er was eens een boertje; hij heette Morgoen.Morgoen sloofde zich af, werkte tot hij er bij neerviel, pakte van alles aan, maar niets lukte hem, alles liep verkeerd af.

Eens was Morgoen bezig zijn moestuin te bewerken, die vlak aan de straatweg lag; op de weg reed Nikola de Genadige.
“God helpe u, boer!”
“Dank u wel, Sint Nikola! Waar gaat ge, de Gode Welgevallige, naar toe?”
“Ik ga naar de Verlosser.”
“Barmhartige Nikola,wilt ge oók goed zijn de Verlosser te vragen, of er iets in de wereld is, dat mij geluk zou kunnen brengen?”
“Goed, ik zal het vragen.”
“Zult ge het heus niet vergeten?”
“Neen, ik vergeet het niet, wees gerust.’
Het boertje keek aandachtig en zag: de stijgbeugel aan het zadel van Nikola waren van goud.
“Genadige Nikola, wilt ge zo goed zijn een stijgbeugel af te binden en hem hier te laten, Als ge bij de Verlosser weer op uw paard zult gaan zitten, zult ge bemerken, dat er een stijgbeugel ontbreekt en dan zult ge aan ons gesprek denken.”
De Barmhartige stemde er in toe, maakte een stijgbeugel los, gaf hem aan het boertje en met één stijgbeugel reed hij naar de Verlosser.

Nikola, de Gode Welgevallige, kwam bij de Verlosser;hij besprak er, wat hij te bespre­ken had en maakte aanstalten om te vertrekken,- doch hij dacht niet aan de afspraak met Morgoen. Toen hij zijn paard zou bestijgen, herinnerde hij zich zijn belofte en zei:” Allerreinste Verlosser, de Waarachtige! Het boertje Morgoen heeft mij verzocht U naar zijn geluk te vragen. Hij is zo ongelukkig; is er iets in de wereld, dat hem geluk zou kunnen brengen?” “Zeker, ook voor hem is er iets, dat hem geluk zou kunnen brengen.” “Waarin zit zijn geluk?”  Zijn geluk is: stelen en zweren.”

Morgoen werkte op zijn moestuin en wachtte op Nikola. Nikola, de Gode Welgevallige, zou hem vertellen, waarin zijn geluk zatl Er is veel tijd voorbijgegaan. Het boertje was doodop, maar hij bleef wachten. Doch daar zag hij Nikola, de Gode Welgevallige, rijden. Nikola reed naar de boer.
“Genadige Nikola, hebt ga naar mijn geluk gevraagd?”
“Wel zeker. Er is ook voor u geluk in de wereld.”
“Waarin steekt mijn geluk?”
“Uw geluk is stelen en zweren. Geef me nu mijn stijg­beugel terug.”

Maar Morgoen bleef staan, als had hij niets gehoord, als was hij doof geworden.
“Ik zeg u, geef mijn stijgbeugel terug!”
“Wat voor stijgbeugel? Ik kan er een eed op doen: ik weet niets van een stijgbeugel af!”
En zo moest Nikola met één stijgbeugel verder rijden.
Hij reed door het Russische land, hij leerde de nood en ellende der mensen kennen: de Barmhartige was steeds bereid snel te helpen, waar hulp nodig was.

Intussen heeft het boertje de gouden stijgbeugel aan een paal vastgemaakt -de stijg­beugel schittert en scheen als de zon.
De boer ging met zijn werk voort.
Op de weg reed uit Sint Petersburg een rijke heer met een driespan – de belletjes aan de paarden rinkelden vrolijk. Reeds op grote afstand zag hij de gouden stijgbeugel en reed naar de boer. Bij de paal hield hij    zijn paarden in.

‘Waar hebt ge de stijgbeugel gestolen, boer?”
“Maar u vergist u, uw edele, ik kan er een eed op doen, het is mijn eigen stijgbeugel”
“Dat lieg je, ik zal je voor het gerecht brengen.”
Maar Morgoen bleef op zijn stuk staan, hij zwoer bij alles wat heilig is: “Ik ben bereid ook voor de rechtbank alles onder ede te verklaren; de stijgbeugel is van mij.”

De heer haalde de stijgbeugel van de paal, beval de boer op de bok naast de koetsier plaats te nemen en zij reden naar de rechtbank.
Onderweg bekeek de heer het boertje: “Wat ziet ge er vreselijk uit,”zei de heer, “ge hebt geen kleren aan, maar alleen vodden. Ik schaam mij iemand in zulke vodden voor de rechter te brengen. Weet je wat: hier heb je mijn overjas, trek hem aan.”
Daarna bedacht de heer, dat het niet genoeg was. Hij haalde uit zijn koffer een hoed en een paar schoenen en gaf ze aan Morgoen. Deze trok alles aan en zag er piekfijn uit: niemand zou hem nu herkennen. Morgoen zag er als een heer uit, toen zij voor de rechtbank kwamen. De heer, die hem meegebracht had, getuigde tegen hem en zei, dat de boer de gouden stijgbeugel moest hebben gestolen, dat het niet anders kon.
“Ik kan een eed afleggen, dat de stijgbeugel van mij is!”  hield de boer voet bij stuk. En iedereen geloofde hem.
Toen keek Morgoen naar de heer en zei: “Nu zult ge nog wellicht gaan beweren, dat de jas, die ik aan heb, ook niet van mij is?
“Dat is toch zo, het is mijn jas.”
En dat het driespan ook van u is?
“Maar natuurlijk is het driespan van mij!” En ik kan een eed afleggen, dat zowel de jas als het driespan mijn eigendom zijn!”
En iedereen in de zaal geloofde hem.
Ook de rechters geloofden hem en wezen het boer­tje toe: én de gouden stijgbeugel én het driespan van de heer.
Van af die tijd werd de boer steeds rijker: hij had zijn geluk gevonden.

En hij dacht nooit meer aan zijn treurig lot van voorheen.

St.NIKOLA

(SCHOOLKRANT, NADERE GEGEVENS ONBEKEND)
Jaarfeesten: alle artikelen
Advertenties

5 Reacties op “VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – St.-Nicolaas (1)

  1. Pingback: VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Sint-Nicolaas (2) | VRIJESCHOOL

  2. Pingback: VRIJESCHOOL – JAARFEESTEN – St. Nicolaas – alle artikelen | VRIJESCHOOL

  3. Pingback: VRIJESCHOOL – JAARFEESTEN – St. Nicolaas (5) | VRIJESCHOOL

  4. Pingback: VRIJESCHOOL – JAARFEESTEN – St. Nicolaas (2) | VRIJESCHOOL

  5. Pingback: VRIJESCHOOL – JAARFEESTEN – St. Nicolaas – alle artikelen | VRIJESCHOOL

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s