VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – St. Nicolaas (17)

.

SINTERKLAAS EN PÈRE NOËL

menselijke aspecten van twee kindervrienden

Elk jaar gaan er in de maand december twee gerenommeerde mannen op stap, die ’s nachts, in het geheim, geschenken uitdelen aan slapende kindertjes. Ze doen het overigens alleen maar, als de zo vredig sluimerende jeugd voldaan heeft aan twee belangrijke voorwaarden, waarvan nooit of te nimmer door hen kán en zál worden afgeweken:

1. ieder van de gelukkigen moet het hele jaar door braaf geweest zijn.
2. ze moeten op de bewus
te avond hun schoentjes hebben klaargezet.

Dán pas en niet eerder komen de twee al zo lang verbeide weldoeners.
Elk jaar opnieuw en steeds overal tegelijker
tijd.
Dan pas brengen ze de cadeautjes mee, die de tal
rijke kinderschare door middel van een verlanglijstje al zo dikwijls en zo nadrukkelijk gevraagd heeft.
Intussen heeft u natuurlijk al lang begrepen, wie deze twee legendarische, nooit meer weg te denken kindervrienden zijn.
Inderdaad, we hebben hier duidelijk te 
maken – voor wat Nederland betreft – met „Sinterklaas” oftewel „Sint-Nicolaas” en – in Frankrijk – met de daar
sinds jaar en dag bekende ,,Vader Kerstmis”, beter bekend onder de naam van „Père Noël”.
Twee door nie
mand te vervangen bejaarden die, ieder afzonderlijk, tijdens donkere nachten in de weer zijn om zich toegang te verschaffen tot de behuizingen, waar hun vriendjes na heel wat onrustig woelen tenslotte toch nog de slaap van de rechtvaardigen gevonden hebben.
Dat slapen is overigens de derde, subtiele, eveneens noodzakelijke voorwaarde vooraleer kan worden overgegaan tot het deponeren van de zo vurig verlangde cadeautjes. Geschenken, die tijdens de bewuste nacht
uitgedeeld worden aan bijna alle kindertjes van de twee genoemde landen.
Bijna ja, want er zijn nu eenmaal behalve bráve kinderen óók nog eens stóúte kindertjes!

En dié krijgen niets! Helemaal niets! „Sinterklaas” en „Père Noël” moeten, zo lang ze bestaan, niets van deze akelige soort kinderen hebben. Zulke kinderen
worden ieder jaar, zonder pardon, door hen overgeslagen! Wie wérkelijk stout is, krijgt alleen maar een roe!
En dat gebeurt dan in sommige gevallen lijnrecht in tegen de welgemeende raad van enkele kinderpsychologen, die beweren, dat door genoemde, grievende handelwijze het toch al zo uiterst gevoelige kind andermaal gedreven zal worden in de frustrerende hoek van de minderwaardigheidscomplexen ………………….
Nóch „Sinter
klaas”, noch „Père Noël” zijn ooit ondersteboven geweest van deze oprecht verontruste zielkundigen. Ze hebben zich nooit iets aangetrokken van nieuwe theorieën over de misdragingen van het jonge kind en de daartoe voortaan gewenste correctiemogelijkheden.
De eeuwen door hebben ze zich bediend van de ouderwetse, degelijke roe. Daarbij steeds geholpen door de Nederlandse knecht: „Zwarte Piet” en zijn evenknie in Frankrijk: „Vader Zweepslager”, alias „Père Fouettard”.
Zijn de beide heren er iets mee opgeschoten? Zijn de twee weldoeners geslaagd in hun opzet? Het antwoord:
Wis en waarachtig! De resultaten, die ze met deze gedragstherapie bereikt hebben, zijn nog steeds en in alle opzichten verbluffend te noemen. In Nederland hoeft men de naam van „Zwarte Piet” maar over de lip­pen te laten glijden, of een complete, rumoerige kinder­schare zwijgt vanaf het ogenblik, dat de knecht van de goede Sint in levende lijve voor hen staat. In Frankrijk ligt deze zaak al niet anders. Alleen het effect is nóg gro­ter! „Père Fouettard” blijkt in „la douce France” alleen al door het noemen van zijn naam in staat te zijn om de meest onverbeterlijke, opvliegende Gallische deugniet het klamme angstzweet in zijn kleverige handjes te doen krijgen!

„Sinterklaas” en „Père Noël”:
In heel veel opzichten lijken ze op elkaar: het zijn kinder­vrienden, ze zijn alle twee voorzien van een indrukwek­kende, witte baard, die „in het seizoen” als een pas gepermanente paardenstaart gezapig om hun kin speelt. En voor wat hun leeftijd betreft: de heren zijn geen van beide heel erg jong meer. Ze hebben een achtens­waardige leeftijd bereikt.

Natuurlijk is dat allemaal waar, maar al die zaken zijn eigenlijk maar heel gewone dingen te noemen. En nu we het tóch over gewone dingen hebben, zullen we toch ook nog even moeten praten over dingen, die helemáál niet zo „gewoon” zijn. Heel belangrijke dingen, die te maken hebben met „Sinterklaas” en „Père Noël” en waarvoor nog nooit iemand een redelijke verklaring heeft kunnen vinden! Want wat denkt u eigenlijk van het feit, dat de beide weldoeners tijdens hun onverwachte, nachtelijke bezoek plotseling overal tegelijkertijd zijn? Hoe komen de beide heren er achter, wat alle kindertjes aan hen gevraagd hebben? En hoe krijgen ze al dat moois ter bestemde plaatse zonder, dat ze door iemand worden opgemerkt? En dat allemaal zon­der een enkele vergissing! Wie ’s morgens opstaat, vindt de trein of de poppenwinkel. Verwarring ontstaat alleen, als volwassenen wat achteloos, wat nonchalant met de „gereden” geschenken hebben omgesprongen!

Grote overeenkomsten dus tussen „Sint-Nicolaas” en „Père Noël”. Maar er zijn óók verschillen! Grote ver­schillen zelfs! Neem bijvoorbeeld het verschil in ont­staan van de twee kindervrienden. Hun verschil in oorsprong.

Op dat punt liggen de twee uitzonderlijke figuren nogal een eindje uit elkaar. Van „Sinterklaas” weet iedereen zo zachtjesaan wel, dat de man vroeger, heel lang gele­den, bisschop moet zijn geweest. En óók, dat hij niet heel veel later, na zijn dood, heilig is verklaard.
Hoe heel anders, hoe veel wereldser manifesteert zich in deze de rondborstige ietwat corpulente figuur, die men  „Père Noël” noemt! De goede man is nooit van zijn leven bisschop geweest! Laat staan, dat hij in de loop der tijden heilig verklaard zou zijn. Dat laatste zou overigens wel heel moeilijk gekund hebben, want „Père Noël” is vanaf het begin van zijn loopbaan een zoge­naamde dwalende broeder geweest. Een heiden, die destijds, in de dagen van de wat ruwe, zwoele zonne­wendefeesten een bijzonder geheimzinnige rol moet hebben gespeeld. Een duistere figuur, waarvan de oor­sprong iets te maken moet hebben gehad met de god Saturnus, de Romeinse god van de vruchtbaarheid. Vandaar misschien ook het feit, dat de Franse kerstman aangeduid wordt met “Père”, de aanduiding van een levenverwekkende persoon van de mannelijke kunne: „Vader”.
Het is jammer, dat de geschiedenis van „Père Noël”, voor zover het dit zo specifieke onderdeel betreft, vanaf het allereerste begin in dichte nevelen gehuld is ge­bleven. Nergens wordt verwezen naar zijn vrouw en het aantal kinderen! Men spreekt daarom enkel een vermoeden uit, als men beweert, dat „Père” en „Mère Noël” wel degelijk gezegend zijn geworden met een talrijke kinderschare. Het zijn enkele bekende historici van de laatste tijd geweest, die de Gordiaanse knoop van de vruchtbaarheid hebben doorgehakt. Zij geloven perti­nent in de potentiële krachten van „Père Noël”. Ze zien er ook de allervoornaamste reden in, waarom deze figuur tenslotte is uitgegroeid tot een ware kinder­vriend, die in heel Frankrijk en zelfs ver daar buiten, zijns gelijke nog nooit gevonden heeft!

,,Sint-Nicolaas” dus de heilige bisschop en „Père Noël” waarschijnlijk iemand, die bepaalde geneugten des levens niet zonder meer naast zich neer heeft willen leggen.

Vanzelfsprekend moet er dan ook verschil in kleding hebben bestaan! Al was het alleen maar, omdat een bisschop de eeuwen door onderscheiden is geworden door een mijter en een tabbaard. Attributen, die voor de vader van een talrijke kroost nu niet direct kenmerkend hoeven te zijn.

Laten we daarom vanwege het verschil in kleding, eens wat gedetailleerder ingaan op die van de goedheilig man. Laten we een wat serieuzer blik werpen op het schoeisel van deze eerbiedwaardige, tot ascese geneig­de kindervriend. Wat zien we dan? We constateren onmiddellijk, dat de schoenen van „Sint-Nicolaas” eigenlijk helemaal geen schoenen zijn! Het zijn eerder een soort onhandige, bijzonder onpraktische muilen! Meestal paars van kleur, modieus van snit en met een gouden kruisje boven op de magere tenen. Prachtig om te zien, dat wel. Net als de zogenaamde tabbaard, het bovenkleed, dat men zonder overdrijving het summum van onberispelijkheid zou kunnen noemen. Evenals trouwens de rest van de kleding. Tot en met de mijter.
En ……..  vooral ook niet te vergeten de hyperlange, katoenen, witte, waarlijk smetteloze kousen, waarvan ik in mijn jonge jaren een keer het genoegen heb mogen smaken om ze tot in hun uiterste lengte te mogen aan­schouwen, toen een wat onzekere Sint verwoede pogingen aanwendde om zijn geduldig wachtende ros met veel vallen en opstaan tenslotte te bestijgen …. Hoe héél anders komt de goedmoedige, onbezorgde, van levenslust blakende „Père Noël” voor ons aller ogen uit de verf! Voor hem geen kledingstukken, die ten allen tijde door een ringetje gehaald kunnen worden. Voor hem geen nepschoenen van een model en een kwaliteit, die geen enkele forse beweging toelaten. Niets van dat alles! Maar voor hem wél een paar onver­valste, rendierharen sokken, waarin de goed ontwikkel­de voeten en benen van „Père Noël” een goed heenko­men hebben gezocht en gevonden. Zo is het ook gesteld met de leren, zeer solide lieslaarzen, waarmee in het allerslechtste weer zonder veel strubbelingen geopereerd kan worden.

En voor wat de „bedrijfskleding” van „Père Noël” betreft: de goede man voelt zich pas écht in zijn knollen­tuin, als hij tijdens zijn menslievende werk gekleed is in een forse, vooral in het kruis niet te krap zittende, rood fluwelen, broek. Hij is pas helemaal zichzelf, als hij zich omgeven weet door een ruime, dikke jas van dezelfde kleur, afgezet met echt, handdik, wit bont, dat hem vol­doende bescherming biedt tijdens een nacht van ein­deloos ploeteren, als het kwik een heel eind onder het vriespunt gedaald is.

Tenslotte is de onhandige, gruwelijk in de weg zittende mijter van „Sinterklaas” bijzonder doeltreffend ver­vangen door een warme soort slaapmuts. De punt daar­van is – zoals duidelijk in de kleine lettertjes van de gebruiksaanwijzing staat vermeld – uitermate geschikt om op discrete wijze een heupflacon Franse cognac te verbergen ….

De zo pontificale staf van de Sint is vervangen door een dikke, knoestige stok die wérkelijk steun geeft, als de vermoeidheid na het eeuwige opdraven met cadeautjes en de slaperigheid na het consumeren van enkele behoorlijke neuten een ongewoon belangrijke rol is gaan spelen.

Is het dus iedereen duidelijk geworden, dat de kleding van de twee fenomenen nogal wat van elkaar verschilt, hun optreden wordt eveneens gekenmerkt door gedra­gingen, die voor ieder van hen afzonderlijk, voor wat hun persoon en voorkomen betreft, bepalend zijn. Zo weet bijvoorbeeld iedereen in de Franse hoofdstad, dat ,,Père Noël” zich in de warenhuizen van Parijs voortbeweegt met een ongedwongenheid, die men nooit of te nimmer bij de toch al tot ascese geneigde „Sint-Nicolaas” zal aantreffen. Bij dezelfde gelegenheid zal de Franse „Père” er ook volstrekt geen been in zien om, tussen de bedrijven door, enkele goede glazen wijn tot zich te nemen.

Integendeel! Bovendien is deze drank hét aangewezen middel gebleken om hem in een stemming te brengen, die hem tenslotte zal doen belanden in een soort uitge­latenheid, die warenhuisdirecteuren zo zeer op prijs stellen. Want juist dié voor deze feestelijke gelegenheid zo aangepaste vrolijkheid van ,,Père Noël”, blijkt de ver­borgen verleider te zijn, die er de talrijke clientèle toe doet overgaan om met volle beurs en gulle hand alsnog de geschenken te kopen, waarover ze enkele ogenblik­ken geleden nog geen enkele beslissing hadden durven nemen!

Stelt u zich voor, dat „Sint-Nicolaas” op déze, geheide manier voor het zo besluiteloze publiek zou moeten optreden! Zoiets is, laten we het maar gerust zeggen, de voormalige, heilige bisschop ten enenmale niet gegeven! Het is eigenlijk zó, dat zijn stem in de meest onverwachte omstandigheden vlak en ingehouden blijft klinken. Het is, zo menen velen, vooral het ontbreken van elk gevoel voor humor, dat aan „Sinterklaas” een bepaalde, kenmerkende kleurloosheid in zijn optreden heeft gegeven. Een reageren op gebeurtenissen, waar­aan een bepaalde bloedeloosheid in gedachten bepaald niet te ontkennen valt. Veelzeggend is, voor wat dit betreft, het verhaal, dat iemand mij niet zo lang geleden verteld heeft. Het is de tekenende geschiedenis van wat een man in zijn prille jaren daarvan heeft meegemaakt. „Op een avond in december, toen ik nog een kind was”, zo zei hij mij, „werd ik door iemand naar de Sint geleid. Niet, omdat ik het hele jaar door zo braaf was geweest. Neen, veel meer, omdat ik bij herhaling dingen gedaan had, die mijn ouders niet zo prettig vonden. Toen ik bij „Sinterklaas” was aangekomen, zette iemand mij op de knokige schoot van een man, die de heilige bisschop moest zijn. Voor de eerste keer in mijn leven bevond ik mij heel dicht bij het hoofd van de goede Sint. Ik keek naar zijn prachtige mijter en zijn gezicht met de roodomrande, wat vochtige ogen. Toen ik nog wat later keek, in de buurt van zijn smalle, door een plukje baardharen wat verborgen mond, zag ik tot mijn grenzeloze verbazing, dat de baard van „Sinter­klaas” nog maar voor de helft aan zijn kin vastzat! Hoe het gekomen is, zou ik niet precies kunnen zeggen, maar om de een of andere reden kon ik niet nalaten om aan de gedeeltelijk losgeraakte baard vlak vóór me te trekken. Wat ik tóén zag, was voor mij bijna niet meer te geloven: de baard was helemaal losgeraakt en ik had enkel nog een gespannen elastiekje in mijn hand, waar­aan de hele baard en zelfs ook nog de snor was vastge­maakt!

Van schrik liet ik alles los! Met een kort kletsend geluid zwiepte het witte haarstuk tegen de konen en de kin van de Sint! Ik dacht: O, wat zal dié direct beginnen te lachen! Want zoiets heeft ie beslist nog nooit meegemaakt!
Maar het pakte allemaal anders uit! Schielijk en wat boos duwde de Sint mij van zich af. Het leek, of hij nog vlug iets heel onnets wilde zeggen, maar hij hield zich in. Daarna zat hij daar met bijna toeë ogen en keek en deed, alsof hij aan twee kanten tegelijk kiespijn had gekregen_____ “

Ikzelf kan jammer genoeg niet bogen op dergelijke, aangrijpende jeugdherinneringen. Wél kan ik u iets ver­tellen over iets, wat mij als jongetje toch wel enigszins is bijgebleven. De gebeurtenis, waarmee ik u wil bekend maken, heeft zich eveneens jaren geleden voor­gedaan, toen ik „Sinterklaas” ontmoette op de „cour” van een café, nadat hij van het toilet gebruik had gemaakt. Overigens wist ik dat nog niet op het ogen­blik, dat hij mij passeerde. Maar op het moment, dat hij langs me kwam, keek hij mij aan, alsof hij iets te ver­bergen had. Of beter gezegd: hij wilde om de een of andere reden niet laten merken, wat hij zo juist gedaan had. Maar toen ik hem nakeek, zag ik tóch, wat hij nog niet zo heel lang geleden gedaan moest hebben, want een gedeelte van zijn mantel was achter als een frot in een oude, opgelapte broek gestopt! Ik moet bekennen, dat ik van het zo juist aanschouwde tafereel erg geschrokken was! Zoiets had ik nog nooit gezien!

Vlug liep ik daarom terug naar de Sint en vertelde hem, wat ik zo juist gezien had. En ook hier weer: geen sprake van gevoel voor humor van de kant van „Sinterklaas”!.
Integendeel! De Sint keek me, naar ik zeker meen te weten, even verbijsterd aan en ging daarna zó staan, dat ik het gedeelte van de in zijn broek verzeild geraakte bisschopsmantel niet meer kon zien! Terwijl zijn wangen en neus steeds roder werden, gaf hij mij meerdere malen de zegen en zei, dat ik maar heel vlug de groeten moest gaan doen aan mijn lieve ouders……

Hoe héél anders, hoe véél menselijker gedroeg zich de „Père Noël”, die ik dezer dagen ’s avonds in de „Rue Séveste” („Montmartre”) mocht aantreffen. Ik zag hem, kennelijk nogal gehaast, voortspoeden in het don­kere straatje, waar verder niemand te bespeuren viel. Met ongeschoeide hand torste hij met enig gesteun een zak over zijn rechterschouder, waaruit een pop en een speelgoedkonijntje bengelden. Een ontroerend gezicht, ware het niet, dat ik plotseling bemerkte, dat het konijn­tje met een korte zwiep over de straat gesmeten werd. Ik raapte het op, wendde me tot „Père Noël” en wilde hem het stuk speelgoed overhandigen. Maar met een gespannen trek op zijn gezicht zei hij: „Een ogenblik, alstublieft! Un moment, s’il vous plaît” Daarop spoedde hij zich naar een donkere hoek tussen twee huizen. Ofschoon ik me uiteraard vanaf dit moment discreet teruggetrokken had, hoorde ik hem rechtop staande vanuit de duisternis meerdere malen opgelucht zeggen: „Hèh! Hèh! Net op tijd! Wat een opluchting!”

Enkele ogenblikken later kwam hij totaal ontspannen en zelfs glimlachend mijn kant op. Hij verontschuldigde zich, dat hij mij enige tijd in de steek had moeten laten.

Het konijntje wilde hij niet terughebben. Ik mocht het houden. Bovendien kreeg ik ook nog een flinke neut uit het flesje, dat hij zonder dralen en met van pret twinke­lende ogen uit de punt van zijn slaapmuts viste! Wat een verschil van benaderen van een zo menselijk probleem! Wat een ontwapende openheid aangaande een noodzakelijke, onvermijdelijke sanitaire stop! Wat een fijn nuanceverschil tussen „Sint-Nicolaas” en “Perè Noël” om zich na dit buitengebeuren weer frank en vrij onder de mensheid te begeven!

Verschillende aspecten in het optreden van „Sint-Nico­laas” en „Père Noël” dus. Niemand van ons zal het wil­len of kunnen ontkennen. Maar hoe dan ook: de beide heren zijn en blijven wel allebei wonderdoeners! Het jonge kind blijft daar onvoorwaardelijk in geloven! „Sin­terklaas” en „Père Noël” kunnen alles! En dat is ook zo! Want welk sterfelijk wezen kan, om maar iets te noe­men, net als „Sinterklaas” met een paard over de daken rijden? En wie kan, net als „Père Noël”, per arreslee met een duizelingwekkende vaart door de donkere met ster­ren bezaaide hemel koersen? En wie van de grote men­sen brengt elk jaar cadeautjes voor de kinderen mee? Elk jaar opnieuw, alsof het de gewoonste zaak van de wereld zou zijn?

Niemand natuurlijk! Oók al wordt de laatste jaren in Frankrijk zonder blikken of blozen beweerd, dat het nu echt maar eens afgelopen moet zijn met die komedie van „Père Noël”! Dat er zachtjesaan een einde dient te komen aan al die flauwe kul in de kersttijd! En mocht het voorlopig echt nog niet anders kunnen, zorg er dan voor, dat het werk van „Père Noël” kan worden overge­nomen door een of andere romantische leek, die daar toevallig zin in heeft!

Zo’n verfoeilijke gedachtengang is niet alleen een grove misvatting te noemen, maar vooral een schandelijke manier om het werk van „Père Noël” in een puur men­selijk vlak te trekken!

Maakt u zich daar overigens maar niet al te ongerust over, want het kind kijkt bliksemsnel door deze bijzon­dere onsmakelijke gang van zaken heen. Het doorziet onmiddellijk en feilloos het slinkse werk van de snode dubbelganger, die verwoede pogingen aanwendt om een gebied, dat niet tot het zijne behoort, tot zich te trekken, De kinderziel onderkent zelfs het geval, waar­uit zou moeten blijken, dat de mens erin geslaagd is om zichzelf op dit gebied te overtreffen! Maar ook dan blijkt alles alleen maar pure tragiek te zijn! Net als de held van het klassieke drama is hij ook hiér weer de mens, die bezig is aan zijn ondergang op een tijdstip, waarvan hij dacht, dat het grootste geluk hem zo juist in zijn schoot was gevallen …
Een  typisch voorbeeld  hiervan  is de noodlottige geschiedenis, die zich verleden jaar heeft voorgedaan in een dorpje niet ver van de plaats „Clermont-Ferrand”, gelegen in het hoogland van Auvergne.

Tegen Kerstmis schrijft een jongetje daar aan „Père Noël”:
„Beste „Père Noël”, papa heeft geen werk meer en mama is heel ziek. Mijn broer en mijn zusters hebben geen kleren meer om aan te trekken. U merkt dus, dat we allemaal heel ongelukkig zijn. Als u mij echter 200 francs zou willen sturen, zou u ons een groot plezier doen. Dank je wel „Père Noël”.”

Het jongetje doet daarna het briefje in een enveloppe en adresseert die aan: „Père Noël”. Op de achterkant zet hij zijn adres en doet daarna de brief op de bus. De postbeambte, die de brief in zijn handen krijgt, meent, dat de brief nooit bij „Père Noël” zal aankomen! Daarom maakt hij de brief open en leest daarin, wat het knaapje in het volste vertrouwen aan de kindervriend gevraagd heeft. Hij besluit – in zijn verregaande roeke­loosheid! – om met enkele van zijn collega’s voor „Père Noël” te gaan spelen !
Ze houden daarom een collecte en als het geld geteld wordt, blijkt, dat ze met zijn allen 100 francs bij elkaar gekregen hebben. Het geld wordt in een enveloppe gedaan, waarbij ingesloten een briefje, dat ondertekend is door „Père Noël”! Daarna wordt de brief verstuurd naar het arme jongetje.

Drie dagen later vinden de postbeambten een andere brief van het jongetje in de postbus, die eveneens ge­adresseerd is aan „Père Noël”. Met grote
nieuws­gierigheid wordt de enveloppe open gemaakt. Met z’n allen lezen ze:

„Dank je wel, beste „Père Noël”. Ik ben blij met het geld, dat ik van u ontvangen heb. Maar ik moet er wél iets bij vertellen. Ik vind het erg vervelend, dat die smeerlappen van postbeambten de helft van het bedrag in hun eigen zak gestoken hebben!”

(Bertrand Verhelst, De Vacature, 24-11-1077)

.

Sint-Nicolaasalle artikelen

Jaarfeestenalle artikelen

VRIJESCHOOL in beeldSint-Nicolaas

350-329

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

 

 

 

 

 

 

 

Advertenties

Een Reactie op “VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – St. Nicolaas (17)

  1. Pingback: VRIJESCHOOL – JAARFEESTEN – St. Nicolaas – alle artikelen | VRIJESCHOOL

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s