VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – St.-Nicolaas (14)

.

DE PSYCHOLOGISCHE ACHTERGROND VAN SINTERKLAAS

Ons land leeft weer* in de ban van Sinterklaas, het grote feest voor alle kinderen en…volwassenen, want deze gedragen zich ten opzichte van het
sinterklaasfestijn weer als kinderen. Velen hebben zich dit ook wel eens gerealiseerd, zonder er echter dieper over na te denken. De psychologie van het sinterklaasgebeuren zal dan ook voor menigeen een verrassing betekenen, boeiend en moeilijk als zij tege­lijk is. Onze medische medewerker dr. Kater beschrijft deze psychologische achtergronden, terwijl Han Wielick, in de (vreemde) geschiedenis van Sinterklaas duikt.

Al wekenlang zetten de kinderen in ons land hun schoen onder de schoorsteen, bij een radiator van de centrale ver­warming of in de douchecel, zoals de Amerikaanse kinde­ren hun kousen op deze plekken hangen rond Kerstmis. Van het moment dat de goedheiligman — als schutspatroon van de stad — door de burgemeester van Amsterdam offi­cieel is begroet, neemt hij bezit van ons landje en gaat hij — zoals de legende dat zegt op zijn schimmel over de daken rijden, vergezeld van een zwarte knecht, die op zijn bevel goede gaven — vooral pepernoten — door de schoorsteen gooit.

Iedere kenner van symbolen erkent hier de reminiscenties aan oude vruchtbaarheids- en bevruchtingsriten. Niet zo vreemd, want in de goedheiligman is veel verenigd: zo is het wel zeker dat hij in de plaats kwam van mythische figuren als Donar, Fro en vooral Wodan. Figuren die in de tijd van het vroegste christendom en daar­voor eigenschappen werden toe­geschreven en voorwerpen bij zich droegen die onze sint nu nog steeds heeft. Bij voorbeeld de pepernoten en de roede, zin­nebeelden van  vruchtbaarheid, de vrijers en vrijsters, de magi­sche koeken, die tot liefde en huwelijk aanspoorden en uiter­aard het witte paard, dat door het luchtruim kan rijden.

Frappant
De overeenkomst met bijvoor­beeld Wodan is frappant. Bereed de mystieke god een wit paard Sleipnir, onze Sint zit op een naamloze schimmel**, had Wodan een lange stok in de hand, onze sint heeft altijd een staf bij zich en droeg Wodan een lange cape, onze  goedheiligman heeft  een rode lange mantel aan. Voor Wodan offerden de mensen huiverend vlees, koeken en veel vruchten, nu eeuwen later zetten onze kinderen een schoen gevuld met wortelen, brood — op het platteland hooi — voor sints paard klaar.

Een en ander wil niet zeggen dat St.-Nicolaas niet zou hebben geleefd. Dit is onbetwistbaar be­wezen, al zal hij wel niet de door een slechte herbergier ge­slachte jongetjes weer tot leven hebben gewekt. Hij kan best, zoals aan hem wordt toegeschre­ven, iedere nacht een klompje goud door het venster van drie adellijke, doch zeer verarmde zusters — die geen bruidschat bezaten, niet konden huwen en onkuis verder moesten leven — hebben gegooid. Hij was name­lijk de enige zoon van zeer wel­gestelde ouders, door de broer van zijn moeder — die aartsbis­schop van Myra was — tot de geestelijke stand gevormd. Later — toen hij het vermogen van zijn ouders had geërfd — volgde hij zijn oom op en stond hij be­kend als een bisschop die een­voudig leefde — een uitzondering in de derde eeuw na Chr. bij geestelijk
hoogwaardigheids­bekleders — en veel van zijn vermogen weggaf aan
maat­schappelijk zwakken. Ook een opmerkelijk feit in die tijd, en daarom verbreidde zijn goedheid zich ver over de grenzen van Lycië (in Klein-Azië).

Glans
Zijn openlijke afkeer voor keizer Diocletianus, die de christenen gruwelijk vervolgde, liet marte­len en ter dood brengen, waarte­gen hij predikte, gaf Nicolaas nog meer glans, terwijl  zijn sprekerscapaciteiten — hij be­heerste bijvoorbeeld de kerkver­gadering in Nicea in 325 volko­men — hem beroemd maakten bij zijn geestelijke broeders. Toen hij in 342 stierf, werd hij begraven in de kathedraal van Myra, maar  zijn bekendheid was en bleef zo groot dat Ita­liaanse vissers omstreeks 800 zijn gebeente uit de inmiddels door de Mohammedanen ver­woeste kerk haalden en naar Bari brachten, waar hij in de St.-Nicolaasbasiliek werd bijge­zet.

In de zesde eeuw was St.-Nico­laas al beroemd als heilige en waren in hem heidense riten verenigd.

In verschillende sinterklaaslied­jes komt men nog steeds de overblijfselen van die voor-chris­telijke riten tegen. In het stadje Sint-Nicolaas in Vlaanderen
zin­gen de meisjes nog:
„Help ons lieve Sinterklaas”
„ik ben al achttien en in volle bloei”
„waarom wachten, vervul mijn wensen”
„anders verkommer ik mijn hele leven”

of:

„dit sintenbiertje, blond en hel­der”
„doet mirakels in de Kelder”.

Wij vinden dezelfde symboliek aangeduid in de dromen van jonge meisjes die hun prins ver­wachten, schrijft prof. dr. J. A. M. Meerloo in zijn essay over „Sint-Nicolaas en de psychologie van het geven”.

’t Is een vroeger gepubliceerd uit­treksel van zijn boek „Sinter­klaas op Broadway”, dat bin­nenkort zal verschijnen en waar­aan de psychologische beschou­wing in dit artikel ten dele werd ontleend.

Bijna nooit wordt symboliek zo duidelijk unaniem gehanteerd als in de sinterklaasperiode. Het ritueel van geven en ontvangen, dat onbewust deel schijnt te zijn van de alom gevierde midwin­terfeesten, is voor velen heel moeilijk. Dat openbaart zich bij het uitkiezen en kopen van ge­schenken en de verborgen frus­traties waarmee zij vaak ge­paard gaan. De grappen en grol­len van sinterklaasavond bren­gen die spanning gewoonlijk wel tot ontlading.

Dat is moeilijker in die landen waar Santa Claus om praktische (commerciële) redenen naar Kerstmis werd verschoven. Het geven en ontvangen staat daar veel meer onder spanning en de oude „heidense” motieven die in het sinterklaasfeest meespelen zijn daar meer naar het onder­bewuste verdreven. Daarom moeten wij onze Hollandse Sin­terklaas goed in ere houden, raadt prof. Meerloo aan.

Het midwinterfeest is bijna uni­verseel. Het juulfeest was het voorchristelijk feest van het licht dat terugkeert, het feest van de rijzende hoop en verwach­ting dat het jaar herboren zou worden. De 25ste december was oorspronkelijk de geboortedag van de zonnegod Mithras. De Ro­meinen vierden hun Saturnalia omstreeks deze tijd.

Al die oude mythische feesten hebben betrekking op wat eens in voorhistorische tijden werd gevierd als de zonnewende, de terugkeer van het licht en daar­mee de vruchtbaarheid van de grond. Op een hoger niveau be­tekenen Sinterklaas en Kerstmis de overwinning van goed op kwaad, zoals verschillende reli­gies dat op hun eigen wijze uit­drukken. In het joodse chanoeka­feest wordt dit ook duidelijk.

Alle prehistorische midwinterfes­tijnen waren bekend als gewijd aan de vruchtbaarheid van de mens en moeder aarde. Kaars­licht, dennengroen, mistletoe en het vrije zoenen zijn deel van de zorgenloze libidineuze feesten. In Amerika staan de kantoorfees­ten voor kerst bekend om hun te vele drinken en hun ritualisti­sche ongeremdheid.
Het rijden over daken en het laten vallen van goede gaven zijn deel van een universeel vruchtbaarheids­symbool. Gods goede gaven wor­den verwacht ter wille van de continuïteit der mensheid.
Dit toevallige samenvallen van oude diepgewortelde heidense midwinterriten en de Sint-Nicolaassage verklaart volgens prof. Meerloo waarom de (universele libidineuze) drang die achter die riten schuilt, veroorzaakt heeft dat de twee belangrijkste protes­tantse landen na de 16e eeuw, Holland en Hongarije, alle refor­matie en beeldenstorm ten spijt, toch die ene roomse heilige trouw bleven.

Hij bleef tot hun onbewuste be­hoeften spreken. Hij is voor ons allen de vriendelijke gever en betekent het voortbestaan van alle leven.

Spanningen
Juist omdat de Sinterklaasvie­ring zo diep verworteld is met de behoeften van ons instinct — de belofte om geschenken te krij­gen, de behoefte om zich voort te planten, de strijd tussen goed en kwaad — kan deze viering tot nieuwe innerlijke spanningen lei­den op het moment dat we zui­vere feestvreugde verwachten. Maar door de manier waarop in ons land sinterklaasavond wordt gevierd, wordt dit op een pretti­ge wijze voorkomen. Het is een feest van geven van geschenken door jong en oud, onder het zingen van bijpassen­de liederen. Dat geven gebeurt weer in allerlei dikke verpakkin­gen, met duizend touwtjes en knopen eromheen. Vaak moet je lang naar het cadeau zoeken. De gever voegt meestal een stekelig gedicht bij zijn geschenk, dat de ontvanger hardop moet voorlezen. De doopceel van de ontvanger wordt gelicht in humoristisch rijm en heft daardoor reeds de spanning van het ambivalente geven op.

Kannibalisme                                
De ontvanger wordt belachelijk gemaakt maar krijgt iets daarvoor terug. En ieder geschenk wordt gegeven uit naam van deze goedheiligman, wiens beeltenis onderwijl in speculaasvorm, als chocola of suikergoed wordt opgegeten.
De psycholoog ziet dit
 als een overblijfsel van oude kannibalistische bijgedachten,  en het ‘geven’ in etymologische samenhang met ‘gif’ of ‘vergeven’.
Verder drukt dit typisch Hollandse ritueel van geven en ontvangen en zo mooi de tweeslachtigheid van alle geven. Onbewust willen wij immers allen de rijke almachtige gevers zijn, en niet de arme ontvangers. Maar in gemeenschappelijke pret en gelach veroveren de sinterklaasvierders hun wederzijdse vijandigheden, want vanavond kunnen schimpscheuten met gratie worden voorgedragen.
Zelfs de eetbare chocoladeletters die onze namen voorstellen, en de eetbare vrijers, laten ons zien hoe gesublimeerde kannibalistische ­tendensen in dit oeroude feest nog meespelen, concludeert de psycholoog. In de diepste zin vertegenwoordigt Sinterklaas het symbool van het voortdurend ontstaan van nieuw leven, van het gezegend-worden met nakroost, hetgeen voor onze voorvaderen de belangrijkste investeringen voorstelden.

Opwinding
Gedurende de nacht kruipt deze heilige in ieders bloed, waar hij zowel heilige als profane opwinding veroorzaakt. En dat geldt evenzeer voor vader kerstmis of vadertje winter (zoals het in Rusland wordt genoemd), of voor de Schimmelreiter in Duitsland of Frau Holle in Scandinavië.

Wekenlang zijn we gevangenen in de sinterklaas- en kerstdrukte. Etalages kijken, en nog eens kijken, en nog eens kijken, cadeautjes kopen of zelf maken. Leeftijd speelt geen rol, jong en oud doet eraan mee. Tot de geschenken horen ook allerlei vreemde dingen: sigaren en sigaretten van chocolade of suikergoed, munten, poppetjes, en meer. Tot en met het chocoladepotje-met-inhoud.
Als een overblijfsel van de instinctieve gewoonte van de baby die het geven van zijn lichaamsproducten als zijn eerste gave aan zijn ouders beschouwt, zo leert de psychologie verder.

Geven en ontvangen vormen de voornaamste activiteiten van de sinterklaasviering. De psycholo­gische betekenis van het geven van geschenken is voor velen niets anders dan het magisch bezitnemen van de ontvanger.

En zij voelen dat ze die weldadi­ge bedoeling van de schenker met een tegengeschenk moeten neutraliseren. Het onbewuste be­sef van wat geven psychologisch kan betekenen wekt vaak ach­terdocht bij de ontvanger, voor­al ook omdat hij eigenlijk zelf de almachtige weldoener zou willen zijn. Daarom bestaat er vaak een onwil om dankbaar te zijn, hoewel de gift goed bedoeld was.

Overheersing
Kinderen zijn zich goed bewust dat menig cadeau een vorm van nieuwe overheersing kan aan­kondigen, en voelen zich erg on­zeker als ze een cadeau krijgen, en bang dat dit weer zal worden afgenomen. Het geven wordt vaak misbruikt als omkoperij om goed op te passen en braaf te zijn. Kinderen die van alles krijgen kunnen het niet laten om dat wat ze weggeven te vergelij­ken met wat ze ontvangen. Maar ook volwassenen blijven aan die meetlat hangen, en ver­gelijken de waarde, zonder naar de bedoeling van die geschenken te vragen.

Het feit dat na Sinterklaas en Kerstmis duizenden mensen hun geschenken proberen te ruilen in de winkel waar ze gekocht zijn, bewijst dat de bedoeling van de gever minder wordt geapprecieerd dan de geldelijke waarde van het cadeau.

Gelukkig bestaat er bij de meeste mensen een vol­wassen manier van geven en ontvangen. Psycholo­gisch bewijs je iemand een goede daad wanneer je zijn geschenk in dank ontvangt, mits schenker en ontvanger dit gevoel van wederkerigheid de­len.
Mijn-plezier-is-zijn-plezier. En daarom hoort bij een sinterklaasge­schenk een gedicht, als de creatieve uiting van sym­pathie.

SINT DOORSTOND VELE STORMEN

In ons land wordt Snterklaas al eeuwenlang gevierd. De goedheiligman was – en is nog steeds – de heilige van allerlei vereni­gingen en ambachten, schutspatroon van steden en broederschap­pen en was het van veel gilden. Reeds rond het jaar elfhonderd was hij heilige van het ambacht, in 1341 van de advocaten en daarna werd hij het van de zeelieden, bakkers, apotheken, nota­rissen, specerijhandelaren, kolendragers, voerlieden, kappers en zo kunnen wij nog even door gaan.

Kampen was de eerste stad die hem als stadspatroon aannam, daarna volgde Amsterdam.
Sint-Nicolaaskerken zijn er in tientallen steden en dorpen en zelfs ziekenfondsen kozen hem als hun schutspatroon.
Gemakkelijk heeft de oude sint het niet altijd gehad, want tij­dens de Reformatie werden alle „paapse invloeden” verboden, maar ondanks strenge keuren (verordeningen) zelfs tegen het schoen zetten rond het sinterklaasfeest, bleef men Sinterklaas trouw. Daarna had hij in onze tijd alleen nog een stormpje van pedagogen te doorstaan, die strijd voerden tegen alle oneerlijk­heid in de opvoeding van het kind en dus ook ten strijde trokken tegen Sinterklaas. De goedhelligman deed wel een paar conces­sies: zijn knecht verbood hij te veel met de gard te zwaaien en kinderen met de zak te dreigen, terwijl hijzelf minder dan vroe­ger bestraffend optrad.

In de sinterklaasviering kwam vooral na de tweede wereldoorlog grote verandering, – om van de cadeaus maar niet te spreken – want werd 5 december (strooiavond) voor de tweede wereldbrand bijna niet gevierd – er werden in de meeste gezinnen toen geen cadeautjes uitgepakt, die vonden de kinderen pas de volgen­de morgen op de plek waar zij de avond te voren hadden gezon­gen, uitgestald op een met een wit laken gedekte tafel – nu is de viering bijna overal op 5 december en vergiste een quizkandi­daat zich hierdoor zelfs in de datum van St.-Nicolaas’ verjaardag. Berend Boudewijn noemde – terwijl de kandidaat zich vertwijfeld tegen het voorhoofd sloeg – toen de volgens hem juiste datum: 6 december. De quizmaster was echter even fout als de onder­vraagde, want wanneer er één zaak zeker is in de mysteries rond Sinterklaas is het wel dat 6 december niet de verjaardag was (en is) van de goede sint, maar zijn sterfdag, dit jaar* zes­tienhonderddertig jaar geleden….

(Dr. Kater en Han Wielinck in onbekend landelijk dagblad, *02-12-1972)

**deze heet nu Amerigo

.

Sint-Nicolaasalle artikelen

Jaarfeestenalle artikelen

VRIJESCHOOL in beeldSint-Nicolaas

.

347-326

 

 

 

 

 

 

 

 

.

                                                       

Advertenties

Een Reactie op “VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – St.-Nicolaas (14)

  1. Pingback: VRIJESCHOOL – JAARFEESTEN – St. Nicolaas – alle artikelen | VRIJESCHOOL

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s