VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Advent (8)

.

DE TERE STILTE VAN ADVENT

‘De oude adventsstemming, die vroeger de natuur nog aan de mensen geven kon wanneer de eerste sneeuwvlokken ritselden, de eerste ijsbloemen op de ruiten glinsterden en in de klare winterse atmosfeer de sterren zo uitzon­derlijk helder straalden, verdwijnt. Laten wij ons toch standvastig oefenen in die stemming! De kunst van de devotie en van de vroom­heid is eigenlijk een voortgezette advent, die wij ons nu niet langer laten schenken door de natuur, maar die wij doelbewust en ge­trouw in ons leven inplanten en inweven’.*

Ik vind advent een moeilijke tijd. In het gere­formeerde milieu waarin ik ben opgegroeid vormden de weken voor Kerst, samen met Kerst zelf, de meest religieuze tijd van het jaar. Als ik mij terug verplaats in de advents­stemming van toen, bekruipen mij gevoelens waar ik niet goed raad mee weet. Het gezinsleven was in die weken intiemer dan anders. De verhalen die werden verteld, de stil brandende kaarsen, het gezamenlijk op­tuigen van de kerstboom en het donkere weer buiten, riepen gezinswarmte op. Een soort nestwarmte. Die stemming is er nog steeds als een klein plekje warmte ergens in mijzelf. Niet geheel vrij van sentiment. Soms breekt dat gevoel plotseling door. Het brengt me op een bepaalde manier in verlegenheid. Emil Bock spreekt in bovenstaand citaat van devotie en vroomheid. Dat zijn stemmingen die haaks staan op de wereld waarin ik dage­lijks verkeer. De werkelijkheid vraagt om doortastendheid, oordelen, actie en bewe­ging. Devotie heeft geen praktisch nut en tijd ervoor wordt derhalve niet ingeruimd. Als ik eerlijk ben moet ik zeggen dat ik devo­tie enigszins ‘onmannelijk’ vind. Het behoort tot de schaduwzijde van mijn gevoelswereld, waarin ik me stukken minder goed thuis voel dan in de kwaliteiten die in onze ‘mannelij­ke’ samenleving worden gecultiveerd. Van­daar dat Emil Bock zegt dat het nodig is de stemming standvastig te oefenen.

Het vieren van advent moet voor kinderen gemakkelijker zijn dan voor ouderen. In de heilpedagogische kinderhuizen Veldheim en Stenia (Zonnehuizen**) te Zeist, wordt er veel aandacht aan besteed. Beide huizen hebben in totaal zo’n tweehonderd medewerkers. In Veldheim worden honderdtwintig in hun ontwikkeling gestoorde kinderen verzorgd, die nog wel de mogelijkheid hebben zich te ontwikkelen. Vaak kunnen ze – in welke vorm dan ook – weer gaan deelnemen aan het maatschappelijke leven. Ze gaan naar een school die gebaseerd is op de vrijeschoolpedagogie. Op Stenia blijven de kinderen in de regel hun hele leven in een therapeutische omgeving. Het werk op de school waar zij naar toe gaan, heeft ook meer een therapeu­tisch karakter. Op Stenia zijn vijfentachtig kinderen. In beide huizen leven kinderen van alle leeftijdsgroepen.

Ik sprak met vier medewerkers over de ad­ventsviering. Tijdens het gesprek blijkt dat de jaarfeesten een wezenlijk onderdeel vor­men van het leven in de school en in de af­zonderlijke groepen.

Wil van Haren, een medewerker van Stenia: ‘Als volwassene moet je binnen zo’n insti­tuut zorgen voor beelden waaraan de kinderen zich kunnen optrekken, waaraan ze een bepaalde stemming kunnen beleven. Vanuit zichzelf kunnen ze dat niet. De volwassenen moeten voor een jaarfeestencultuur zorgen, waaraan de kinderen van binnen een houvast hebben’.

De jaarfeesten hebben duidelijk een thera­peutische betekenis in het instituut. De kringloop van de jaarfeesten geeft de kinderen in­nerlijke stevigheid. Het is een draad van ge­beurtenissen die de kinderen in de hand kunnen nemen en waardoor ze zich geleid ku nen voelen. Jaarfeesten schenken veiligheid. Over advent zegt Eveline Hirschmann, een begeleidster van groepsleiders van Veldheim: ‘Het is heel vaak zo dat de herfsttijd proble­matisch is voor de kinderen. Ze gaan een beetje mee met de herfststemming. Er zijn vaak spanningen. Kinderen zijn snel geprik­keld en ze voelen zich wat chaotisch. Het is net als het weer buiten: het is nog niet hele­maal donker, maar ook niet meer helemaal licht. De zomer is voorbij, terwijl de winter nog niet definitief is aangebroken. Ze zoeken echt naar: wat wordt het nou? Vaak zijn in deze tijd de activiteiten moeilijk te leiden. De kinderen waaien als het ware met de herfststormen mee. Ieder jaar kun je merken dat problemen zich in de adventstijd oplos­sen. Het intieme en verstillende karakter van de activiteiten in de adventstijd werkt rust­gevend en oplossend’.

Welke zijn die activiteiten? Mevrouw Erlanger, een gepensioneerde
me­dewerkster van de beide Zonnehuizen die nog enige taken verricht: ‘Alle activiteiten zijn een voorbereiden, een toeleven naar Kerst. Op de eerste adventsdag hebben we een feestelijke gebeurtenis rond de adventstuin. Het idee van de tuin is uit Zweden overgewaaid. Oorspronkelijk opgebouwd in de vorm van een spiraal. Het werd met mos gemaakt dat door de kinderen in het bos was gezocht. De volwassenen bouwden in een grote ruimte met het mos een spiraalvorm en plaatsten in het midden ervan een kaars. Wij gebruiken dennengroen, omdat het niet gemakkelijk is zoveel mos hier te vinden. Bij het begin van de spiraal, aan de buitenkant dus, liggen allemaal rode appeltjes met kaars­jes. Ieder kind krijgt een kaarsje. De hele ruimte is donker. Alleen het lichtje in het midden brandt. Terwijl adventsliederen wor­den gezongen, begeleid door bijvoorbeeld liermuziek, gaan de kinderen één voor één de spiraalweg binnen. In het hart ervan, waar de grote kaars brandt, ontsteken ze hun kaarsje, dat ze daarna ergens neerzetten in het tuintje. Als de viering voorbij is, is de he­le ruimte verlicht.

Aan het begin van de viering wordt de stem­ming voorbereid door een verhaal, dat door één van de leerkrachten wordt verteld. Voor de kinderen gaan slapen lopen een paar vol­wassenen met oudere kinderen met lierinstru­menten door het huis en zingen heel zachtjes het adventslied. Dat gebeurt tot Kerst. De spiraalvorm symboliseert natuurlijk de weg naar de innerlijke wereld, de weg naar het Christuslicht. De adventstuin wordt met de jongere kinderen gevierd, zo tot het veer­tiende jaar. De ouderen zitten er dan bij en kijken toe. Zij ontsteken hun licht als het avond is geworden. Wanneer de kleinere kin­deren naar bed zijn, komen de ouderen terug en voor hen wordt dan een verhaal verteld dat meer bij hen past. Als zij de kaarsen heb­ben ontstoken maken ze de rondgang met de lichtjes door het hele huis en zingen advents­liederen, zoals reeds gezegd’.
Uwe Schöbel, die leerkracht is aan de school, vult mevrouw Erlanger aan: ‘De adventstuin is bedoeld voor de jongeren. Zij gaan hele­maal in het beleven ervan op. Voor de oude­ren ligt dat iets anders. Zij vinden het vooral fijn om iets voor de jongeren te doen. De grote knullen gaan mee om dennengroen en kerstbomen te halen. Ze helpen ook met het maken van de adventskransen. Het is voor hen duidelijk dat ze het feest op een andere manier vieren dan de kleine kinderen’.
Wil van Haren: ‘Dat is op Stenia moeilijker. Op zeker moment vonden we dat de oudere kinderen niet meer aan de viering moesten meedoen zoals de jonge kinderen het doen. Er waren toch heel wat kinderen die daar moeite mee hadden. Dat is begrijpelijk, omdat de zielenleeftijd vaak zes à zeven jaar is, terwijl de fysieke leeftijd achttien jaar is. Ze begrijpen niet waarom ze niet meer mo­gen meelopen. Waar het om gaat is dat we proberen ze naar de volwassenheid te bren­gen. Je kunt ze niet altijd als kinderen blij­ven behandelen, alhoewel ze dat in de ziel vaak wel zijn’.

Eveline Hirschmann: ‘De kleintjes zie je heel spontaan stralen bij de adventstuin. Met pro­blematische kinderen die in de puberteit zijn is dat natuurlijk wat anders. Maar als je één van hen vraagt om bij de adventstuin het voorbeeld te geven door de eerste kaars aan te steken, dan zie je dat ze dat heel serieus doen. Zo’n jongen speelt dan niet, maar is heel ernstig. Zulke kinderen kunnen in de adventstijd open komen te staan voor intieme dingen, terwijl dat het verdere jaar altijd moeilijk blijft’.

Wat gebeurt er behalve de adventstuin nog meer?
Eveline Hirschmann: ‘Op de zondagochten­den worden de kinderen gewekt met muziek. Dat begint heel stilletjes met misschien maar twee instrumenten. Langzaam wordt dat op­gevoerd. Dan is er natuurlijk het aansteken van de eerste kaarsen van de adventskransen. In de kamers van de groepen wordt in een hoek het kerststalletje voorbereid. Ook dat wordt langzaam opgebouwd: je begint bij­voorbeeld met het neerzetten van Maria. In de daaropvolgende weken komen dan Jozef, de herders en ten slotte het kerstkind er bij. De tweede adventszondag is er ook wekmuziek en het aansteken van de tweede adventskaars. We zingen dan het lied: Nu daghet in het Oosten. Je werkt zo heel bewust naar Kerst toe. Op de derde zondag wordt de der­de kaars erbij aangestoken, en zo door. Bij het stalletje wordt langzaamaan het hele kerstgebeuren uitgebeeld. Het hele groeps­leven is er op ingesteld’.
Uwe Schöbel: ‘Op school in de klassen doen we heel intensief mee met de voorbereiding naar Kerst toe. Sommige leerkrachten maken ook een spiraalvormig tuintje in de klas. Ie­dere ochtend ontsteek ik een grote kaars. Ie­der kind krijgt een kaarsje in een appeltje. Die mogen ze allemaal één voor één ontste­ken. In een hoek ontstaat langzaamaan een kribbe, net als in de groepsruimten. Het ge­wone lesprogramma valt een beetje weg. Er­voor in de plaats doen we bijvoorbeeld knut­selwerk dat iets met Kerst te maken heeft. Het is vaak zo dat als het lukt moeilijke kin­deren in deze tijd te betrekken in het groeps­gebeuren, dan heb je ze er voor het hele ver­dere jaar bij. De adventstijd in de klas werkt heel verbindend. Sommige klassen spelen ook een kerstspel. Daar kijken ze lange tijd van te voren naar uit. Ze vragen nu (half no­vember) al of ze het dit jaar weer mogen spe­len’.
Wil van Haren: ‘Zelfs de heel zwakke kinde­ren beleven het kerstspel heel intens. Sommi­ge kunnen geen woord uitbrengen, maar aan de gebaren waarmee ze Jozef en Maria spelen kun je zien hoe intens ze er mee bezig zijn’.
Uwe Schöbel: ‘Ik heb eens meegemaakt dat na een kerstspel Maria met haar kindje staat te kijken naar de herders die zich aan het uit­kleden zijn. Plotseling realiseert ze zich dat ze het kindje nog in haar armen draagt. ‘Waar moet ik nou met het kindje heen?’ vraagt ze. Ze zijn er zo innig mee bezig, dat ze doorgaan als het spel afgelopen is’.

Volwassenen moeten, zegt Emil Bock, devo­tie oefenen. Kinderen hebben dat van zich­zelf. Eenvoud, overgave en spontaniteit – het zijn kwaliteiten die je vindt in een heilpedagogisch kinderhuis. Misschien dat we de ko­mende weken de kunst van het advent vieren kunnen afkijken bij de kinderen.

* Uit Emil Bock: ‘De jaarfeesten als kringloop door het jaar’. Uitgeverij Christofoor. Prijs f 23,50. Een prachtig boek, waarin de christelijke jaarfees­ten worden behandeld. Het begint bij advent en eindigt met Michaël.

(Jelle van der Meulen, Jonas 7, 28-11-1980)

**onder deze naam en in deze vorm bestaan deze tehuizen niet meer

.

332-312

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

Advertenties

Een Reactie op “VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Advent (8)

  1. Pingback: VRIJESCHOOL – JAARFEESTEN – Advent – alle artikelen | VRIJESCHOOL

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s