VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – St.-Nicolaas (12)

.

DE GOEDHEILIGMAN VAN MYRA ALS BINDMIDDEL

Sinterklaas komt uit Spanje?
‘Hoe kan dat nou? Hij is in Patara geboren en in Myra gestorven’.
Zover de archeoloog Özgur weet, heeft de goedheiligman deze Turkse streek nooit verlaten. Rond 350 na Christus stierf de bisschop, vermoedelijk op 6 december. Waarna de cultus pas goed op gang kwam en Myra uitgroeide tot de hoofdstad van Lycië.

Volgens goed Turks gebruik besprenkelt de bijrijder op de bus de handen van de passagiers met een scheut citroeneau-de-cologne. Dat is het sein dat de reis echt is begonnen. Niet in het slagschip met video, wc en airconditioning aan boord, dat voor het perron van de Otogar in Antalya stond geparkeerd, maar met de dubbele dolmus daarnaast. Een buurtbus dus, waarvan de stoelbekleding evenals de geluidsapparatuur sleet vertoont. Een soldaat schurkt zich tegen me aan, terwijl er voldoende lege plaatsen zijn. Hij moet wel: zitplaatsen zijn toegewezen volgens een strikt nummersysteem.

Het motregent wanneer we over de brede boulevards van Antalya rijden. De eindbestemming ligt op drie uur gaans. Demre. In Nederland beter bekend als Myra.

De dag ervoor slenter ik het museum van Antalya in, een verleidelijke herfstzon negerend. ‘Tegenover de zaal met de vloermozaïeken’, vertelt de receptioniste nadat ze haar haakwerkje heeft neergelegd. ‘Daar liggen ze.’ Ik passeer bodemvondsten uit het Bronzen Tijdperk, vitrines met Griekse vazen, sieraden, verdwaal in een zaal met imposante Romeinse beelden die zijn gevonden in de antieke stad Perge, en tref zo mogelijk nog mooiere sarcofagen aan in de zaal daarnaast.

In de zaal van de mozaïeken zie ik een muuruitstulping aan voor een klein relieken-tempeltje – fout, een stookhok – en het gangetje met iconen ertegenover ben ik doorgelopen voor ik er erg in heb. En toch bevinden ze zich daar,  in het allernederigste hoekje dat een goedheiligman zich denken kan. Het sieradenkistje met half vergaan fluweel bevat in de uitsparingen waar je broches en oorringen zou verankeren, een klein assortiment menselijk gebeente waarvan de ellepijp en een stuk bovenkaak het herkenbaarst zijn. De botten van Sint-Nicolaas. De receptioniste bezweert bij mijn ongelovige blikken dat ze het echt zijn.

De botten worden omringd door beeltenissen van de bisschop van Myra: een vervelde icoon waarvan ik later verneem dat zij uit de basiliek van Myra afkomstig is, een schilderij uit 1884 en – ruimhartig van de Turken – ook een Kerstman. Nicolaas is blijkens de afbeelding gezegend met een geprononceerde neus, heeft last van een wijkende haargrens (dus dat euvel verbergt de mijter) en knijpt op alle afbeeldingen de duim en middenvinger samen. Later krijg ik uitgelegd dat dit een zegenend gebaar is: de drie opgeheven vingers staan voor de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.

Vlak voor Kemer, een expansief toeristenoord, houdt de bus pardoes halt. Een kraan barricadeert de weg, in de berm staan twee beduusde vrouwen. De bus stroomt leeg. Tien meter lager bungelt op een richel een appelgroene Opel, de achterbank zwart geblakerd. Of hier nog iemand levend uitgekomen is?

Laag hangende bewolking is neergestreken op de uitlopers van het
Taurusgebergte waar we vervolgens doorheen rijden. Het voelt wat ongemakkelijk, die scherpe bochten, de plotseling opdoemende wolken en het zien van het volgende wrak dat achtergelaten tegen de asfaltrand leunt. Nee, saai is de rit allesbehalve. Als er geen verse ongelukken zijn, is het wel de grillige kustlijn die tussen de wolken en pijnbomen door de blikken gevangen houdt.

De sint, lees ik in het boekje dat ik in het museum aangetroffen heb, is geboren in de vierde eeuw in de oude havenstad Patara. Volgens overlevering is het een bijzondere baby, want op woensdagen en vrijdagen zou hij al genoegen nemen met eenmaal borstvoeding. Abstinentie, daarin herkennen we de ware heilige. Vervolgens bestaan er meer mystificaties dan zekerheden over het leven van de latere bisschop van Myra. Dat hij een belangrijke bisschop moet zijn geweest, wordt afgeleid uit een manuscript met de mededeling dat hij in 325 na Christus heeft deelgenomen aan het concilie van Nicea.

Waar zijn status van weldoener aan te danken is? Er leeft minstens één anecdote voort waaruit zijn barmhartigheid blijkt. Een tot de bedelstaf vervallen koopman in de buurt van Myra zag geen kans zijn drie mooie dochters een waardige echtgenoot te bezorgen. Hem ontbrak het geld voor een behoorlijke bruidsschat. Er restte de dochters niets anders dan een smadelijk perspectief: het bordeel. Totdat de goedheiligman ingreep en tot drie keer toe ’s nachts een geldbuidel in het huis van de koopman wierp, waardoor de dochters van het slechte pad konden worden afgehouden en de koopman zelf tot Christus kon worden bekeerd. Dit sprookje duikt in verschillende publicaties op, de voedingsbodem voor zijn kinderverering.

Maar niet alleen voor kinderen was Nicolaas van Myra de beschermheilige, ook voor zeelieden. De talloze Nicolaaskerken in Europese havensteden zijn er het bewijs van. Toen de bewoners van Myra bedreigd werden met hongersnood, zou de bisschop op wonderbaarlijke wijze een schip met graan uit Egypte hebben laten komen.

Rond 350 na Christus sterft de bisschop, vermoedelijk op 6 december – we vieren dus niet zijn verjaardag, maar zijn sterfdag, maar dat is weer zijn hemelse geboortedag – en daarna komt de cultus pas goed op gang. Nicolaas is een qualitate qua-heilige, anders dan de eerste christelijke heiligen die de marteldood zijn gestorven. Myra groeit uit tot de hoofdstad van Lycië. Pelgrims stromen toe naar de basiliek die in de vijfde eeuw ter ere van de bisschop is gebouwd.

Overvallen en aardbevingen berokkenen de kerk schade in de achtste eeuw, maar de grootste tegenslag loopt het bedevaartsoord op in 1087, als Italiaanse zeelieden het skelet van de heilige uit een sarcofaag roven en meenemen naar Bari. Myra is van zijn betovering beroofd, en in Bari wordt tot op heden op twee plaatsen het gebeente van de sint bewaard. Afgezien dan van de vijf stukjes die de grafrovers over het hoofd hebben gezien en die in 1962 in het museum van Antalya terecht zijn gekomen.

Langdurig oponthoud op het busstation in Finike: we zijn halverwege. Het wachten is op een vertraagde dolmus uit de bergen. In Finike, gelegen aan een baai, ontluikt het toerisme ook al. De kaalslag en de riante boulevards voorspellen de komst van het doorsnee Turkse appartementenblok, een witte woontoren met veel balkons. In de tijd van de bisschop werd deze streek, Lycië, Pamphilië, bewoond door Grieken die er in een tijdspanne van twee eeuwen hun pantheïsme inwisselden voor een monotheïsme. Artemis maakte plaats voor Jezus Christus. Tot de laatste oorlog toe woonden de moslims en Grieks-orthodoxen naast elkaar, net als tot voor kort in Bosnië-Herzegowina. Zo kon het regionale museum de beschikking krijgen over de Nicolaas-iconen, vertelt Edip Özgür me, daags na de busreis naar Myra. Naast de grote Pacha-moskee van Antalya hebben vijf kerken gestaan. Er is niets meer van over.

Özgür is de schrijver van het boekje De Sint-Nicolaaskerk van Myra. Of liever: de samensteller. Gezeten in de museumtuin zegt hij: ‘Sinds 1982 wordt hier een Sint- Nicolaas-symposium gehouden, dat zoveel verschillende legendes, hypotheses en theorieën aanbrengt, dat het tijd werd ze te bundelen.’ Met verrassing heeft hij pas vorig jaar kennisgenomen van de geloofsovertuiging in Nederland dat Sinterklaas uit Spanje komt. Uit Spanje! ‘Hoe kan dat nou? Hij is in Patara geboren en in Myra gestorven. Hij heeft bij mijn weten deze streek nooit verlaten.’

Over de vraag waarom de Nederlandstalige landen de goedheiligman uit Spanje in plaats van Turkije laten komen, doen verschillende theorieën de ronde. Een ervan is dat de kustvaarders in de middeleeuwen geen sterk onderscheid maakten tussen Bari in Zuid-Italië en Spanje, en ja, de stoomboot is weer de knipoog naar Nicolaas als patroon van de zeelieden. De connectie met de zee staat in ieder geval vast. Sint- Nicolaas wordt vooral vereerd langs vaarroutes. Zwarte Piet, dat is weer een heel ander verhaal.

De status van die paar botjes is net zo ongewis als de wederwaardigheden van de bisschoppelijke cultus. Of ze echt zijn? Özgür haalt zijn schouders op. ‘Wie weet dat nou. Ik vind dat ook niet zo belangrijk. Als er iets bestaat om de gelovige bij zijn herinnering of bij zijn gebed te helpen, is dat voor mij voldoende. Dezelfde twijfel hangt er over de sarcofaag in de kerk. We hebben vastgesteld dat het deksel niet origineel bij de kist hoort; de zijkant van de kist is opengebroken. Dat suggereert die aanval van de dieven uit Bari. Maar opnieuw: wie weet dat nu?’

Iconografen houden het erop dat de echtheid van botten er voor gelovigen nooit toe doet. Ze groeien in de loop der tijd vanzelf uit tot reliek, bijvoorbeeld door aanraking.
Schrijfster Hélène Nolthenius berekende in verband hiermee ooit dat als je alle splinters van het kruis die overal ter wereld aanbeden worden, zou samenvoegen, je drie arken van Noach zou kunnen bouwen.

Özgür is archeoloog met een van de rijkste gebieden ter wereld onder zijn beheer, ongeveer zeshonderd kilometer zuidkust van Turkije. Myra is een van de pareltjes in die schatkist. In 1962 begon het archeologisch onderzoek aan de Sint-Nicolaas-basiliek, en het is nog steeds niet afgerond. Wat Özgür betreft zou het accent verlegd moeten worden: niet verder graven, maar restaureren en conserveren wat er gevonden is. ‘De fresco’s in de kerk, uit de elfde eeuw, zijn in zeer slechte staat. We weten ook nog steeds niet goed wat de meeste voorstellen.’
Tja, en dan die beenderen: röntgenologisch onderzoek zou klaarheid kunnen scheppen. Maar wie betaalt het, verzucht de archeoloog. ‘We hebben gewoon te veel erfschatten.’

Na twee gecrashte auto’s in de bocht van de weg te zijn gepasseerd, rijdt de bus de laagvlakte van Demre binnen. In de modderige bodem van een reusachtig binnenmeer zoeken Turken met opgestroopte broekspijpen kokkels en alikruiken. De motregen sijpelt langs de vuile ramen, maar belangwekkend is het uitzicht toch niet. Aaneengeregen tunnels van plastic waaronder paprika’s, komkommers en tomaten worden vermoed.

Het is één uur ’s middags wanneer de bus het emplacement van het buurtschap Kale (gemeente Demre) opdraait. Rondrennende bediendes met een dienblad vol cai en veel paraplu’s. Dat is geen overbodige luxe. We hebben de bus nog niet verlaten of de hemel zet het op een lozen.

Tegenover het stadhuis – onopgesmukt modern – probeer ik schuilende onder een afdakje me voor te stellen hoe het er over een paar weken zal uitzien. Dan bruist hier een tent vol congresserende Nicolaasgangers uit de hele wereld met een delegatie uit Bari als eregasten. Na tien jaar kleinschalige opzet moet het festival dit jaar* groots worden, voorspelt Muammer Karabulut van de organisatie. En het thema is al even ambitieus: A call for peace in the world. De heilige Nicolaas in een opgepoetste functie als ‘bindmiddel’: tussen verschillende religies, tussen Oost en West en tussen arm en rijk. Het was de Armeense patriarch in Istanbul die in 1982 met dit idee op de proppen kwam, en het werd gretig opgepikt door een reisorganisatie die met een festival de slappe wintermaanden denkt op te tuigen.

Nee, de weldoener die met cadeautjes strooit, die man kennen de Turken niet, zegt Karabulut. Wel geven de families elkaar met oud en nieuw geschenken. Het is in Turkije al niet anders dan elders in de wereld met Kerst. Over de waarde van het festijn doet de organisatie schimmig. ‘Peace. Voorlopig lijkt het ons al heel belangrijk dat we geloofsverschillen overbruggen.’ En de figuur van Sint-Nicolaas is symbolisch voor het ‘belangeloze geven’. Dat is het ware blijk van liefde.

Maar van de festivalkoorts is in het druipende Kale nog weinig te merken. Het is een plaatsje dat niet zozeer in het teken staat van het toerisme of mystiek dan wel van de tuinbouw. Tegen de gevels van de huizen staan de kassen gedrukt, een enkele opgetrokken uit glas, de meeste uit landbouwplastic. Omdat de hevige regen een wandeling onmogelijk maakt, besluit ik met een taxi eerst naar de grootste bezienswaardigheid van Kale te rijden, het Romeinse theater en de Lycische rotsgraven. De terrassen voor de entree doen in deze omstandigheden lachwekkend aan, en de kassa is gesloten. Er wordt toch geen bezoeker verwacht.

Glibberend langs een helling bereik ik het Romeinse theater, dat in luttele uren tijds de reuk heeft aangenomen van een druipsteengrot. Het kost halsbrekende toeren om de bovenste rijen van de tribunes te bereiken, omdat gangen rivieren geworden zijn en hellingen glijbanen. Ik raak verdwaald in ingestorte gangen. Tussen het geklauter door zie ik de rotsgraven; het zou alleen gekkenwerk zijn die nu te willen bezichtigen. Jammer, jammer, want in deze necropool uit de vijfde eeuw vóór Christus bevinden zich wandschilderingen en reliëfs. De Lyciërs begroeven hier hun doden, in kleine kopieën van hun eigen huizen, met uitzicht op de Middellandse Zee in de verte.

Dat panorama bestaat nu uit een zee van plastic kassendaken. De tomatenteelt is zelfs opgerukt tot de rand van het amfitheater, het voormalige decorgebouw dat door aardbevingen is ingestort. De bisschop moet het theater wel gekend hebben, het kan niet anders, hoewel het hellenistische Myra een volstrekt andere stad was dan het byzantijns-christelijke Myra. De nieuwe religieuzen, met Nicolaas als hun voorman, bouwden op de ruïnes een nieuwe stad, zoals de Turken hun kassen weer bovenop het byzantijnse verleden hebben geplant. En anders hebben wel de lagen modder uit de bergen de antieke stad in de loop der eeuwen bedekt.

De taxichauffeur, die al die tijd voor de poort heeft gewacht, start de auto. Op naar de basiliek.

Springend over plassen land ik op een hoge stoep; en terwijl ik de helling afloop naar de basiliek, krijgt de stortbui gezelschap van gerommel in de lucht. De basiliek schuilt, grotendeels droog godzijdank, onder een dak van golfplaat dat de archeologen en de kwetsbaar blootgelegde vondsten moet beschutten. Uit de vijfde eeuw dateert het oudste gedeelte: een middenschip met één noordelijke en twee zuidelijke zijbeuken. Het is aardedonker in het gebouw.
Als mijn ogen aan het licht zijn gewend, blijken mijn voeten te rusten op een marmeren vloermozaïek onder een kruisgewelf in het middenschip. Op de plaats van het altaar staan zes incomplete zuilen, het koor is een eenvoudig amfitheater van natuursteen, getuige de frisheid vermoedelijk een recente toevoeging. Het is een sobere basiliek, die in de elfde eeuw werd uitgebreid en helaas bij een restauratie halverwege de negentiende eeuw werd verminkt.

Die restauratie, vertelt Özgür me later, heeft een merkwaardige geschiedenis. In opdracht van de Russische tsaar Nicolaas II werden de ruïnes onderzocht en gefotografeerd. Vervolgens voerde de Franse architect August Salzmann rond 1860 een restauratie uit, die nu alom wordt beschouwd als mislukt. Kon ik ooit maar die foto’s van Salzmann achterhalen, is de grootste hoop van de archeoloog, want zij zouden veel inzicht kunnen geven in de toenmalige staat van de kerk.

De tsaar in Myra. Özgür heeft dank zij de experts op het Nicolaas-symposium kunnen reconstrueren dat Nicolaas rond de basiliek een kolonie met pelgrimsoord wilde stichten. Hij zou de grond gekocht hebben dank zij de bemiddeling van de Russische en Britse consul op Rhodos. Maar verder dan een kapel met Russische inscripties en de mislukte restauratie kwam het niet. De Osmaanse sultan was – niet geheel ten onrechte – beducht voor een Russisch landshoofd en stak een stokje voor Nicolaas’ religieus schimmenspel.

In de donkere zijbeuk licht een Duitse toerist me bij en zie ik de sarcofaag met twee onthoofde bisschoppen op het deksel, twee Nicolazen. De bres in de zijkant, het wijst me iets te nadrukkelijk in de richting van inbraak, als in een goedkope detectiveroman. Waar is Nicolaas zelf? Opnieuw ben ik hem gewoon voorbijgelopen. In het gewelf van de zuidoostelijke zijkapel – het deel uit de elfde eeuw – komt hij tevoorschijn uit de muurverf. Hij hanteert het zwaard – tekenend voor een schutspatroon – en hij draagt het typerende onderscheidingsteken voor een bisschop, een pallium, als een lange sjaal om de schouders. Dit is het rijkst versierde deel van de basiliek, want in de nis zijn met enige moeite ook profeten te bespeuren, hun hoofden gevat in medaillons.
Ongemerkt is de basiliek gevuld met groepjes toeristen en ja hoor, uit de gewelven klinkt ineens een bekende strofe: ja hij komt in donk’re nachten, op zijn paardje oh zo snel. Het lijkt op een heel andere Nicolaas te slaan die daar streng vanaf de muur toekijkt. In de tuin voor de basiliek staat een versie die eerder bij de westerse beleving aansluit, een bronzen Nicolaas omringd met kinderen. Maar die dateert beslist niet uit de elfde, laat staan uit de vijfde eeuw.
Vluchtend voor de stortregen die nog steeds aanhoudt, duik ik een nabijgelegen restaurantje in. Aan het onweer is weer even onverwacht een einde gekomen als het begon. De bus terug naar Antalya is nog maar nauwelijks aan de klim uit de laagvlakte van Demre begonnen, of de hemel breekt open. Je zou er gelovig van worden.

Op de toppen van de Lycische bergen is de eerste sneeuw van de winter gevallen.

Bronnen: Die St. Nikolaus Kirche in Myra und deren Umgebung
door Edip Özgür.
Van Nicolaas van Myra tot Sinterklaas
door Rita Ghesquiere (Acco Amersfoort). Met dank aan Kasper Staal                  (Catharijneconvent Utrecht), Mehmet Yildiz en Ismaïl Ayldin.

(Jaap Huisman, De Volkskrant, * 04-12-1993)

.

Sint-Nicolaasalle artikelen

Jaarfeestenalle artikelen

VRIJESCHOOL in beeldSint-Nicolaas

 

331-311

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

Advertenties

2 Reacties op “VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – St.-Nicolaas (12)

  1. Pingback: VRIJESCHOOL – JAARFEESTEN – St. Nicolaas – alle artikelen | VRIJESCHOOL

  2. Pingback: VRIJESCHOOL – JAARFEESTEN – St. Maarten (1) | VRIJESCHOOL

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s