VRIJESCHOOL – Grohmann – leesboek voor de plantkunde (48)

.

Gerbert Grohmann

‘leesboek voor de plantkunde’

blz.174, hoofdstuk 48                                                                             alle hoofdstukken

 

SPECERIJEN EN GENOTMIDDELEN

De kaneel
Is de bast van de kaneelboom die in Sri Lanka in het wild groeit en ook verbouwd wordt. De jonge stammetjes worden geschild. Dan wordt de buitenste laag die bitter smaakt, verwijderd. Het andere wordt gedroogd, waardoor het zich oprolt en ook de bekende bruine kleur krijgt.

Het laurierblad
Is het gedroogde blad van de laurierstruik of –boom. Zijn loof is altijd groen, leerachtig en dat kun je aan het gedroogde blad ook nog zien, licht gegolfd. Het moederland van de laurier is het Middellandse Zeegebied en van oudsher werden overwinnaars met laurierkransen gekroond. De plant is familie van de kruidnagelboom.

De muskaatnoot
Het is het grote zaad van de muskaatboom, die voorkomt op de Molukkeneilanden, dus niet zo ver van het thuisland van de kaneel, waarvan hij ook familie is. De vruchten hebben leerachtig vruchtvlees en worden desondanks door de inheemse bewoners gegeten.
De binnenste laag die om het zaad heenzit, ziet er oranjekleurig uit. Die wordt de zaadmantel genoemd en daaruit bereidt men een andere specerij. Tegenwoordig wordt de muskaatnoot* wegens de hoge waarde ervan in veel tropische landen verbouwd.
*(in het Nederlands komen de namen nootmuskaat en notemuskaat voor)

Tenslotte moet als naaste familie van deze drie specerijplanten ook de kamferboom genoemd worden. Hij stamt uit China en Japan, gedijt echter net zo goed in andere warme landen. De sterke en enigszins bedwelmende kamfer zit in alle delen van de boom. Behalve in medicijnen wordt de kamfer ook gebruikt om motten te verjagen.

De kruidnagel
Kruidnagels zijn de gedroogde bloemknoppen van de kruidnagelboom. Zij moeten al voor de bloei geoogst worden, opdat de welriekende olie behouden blijft. Je kunt de knoppen makkelijk herkennen, wanneer je een nagel in water week maakt.
Het thuisland van dit specerij zijn eveneens de Molukkeneilanden. Rond het jaar 1769 gelukte het een Fransman ze ook op andere tropische eilanden te verbouwen. De kruidnagelolie wordt eveneens uit de bloemknoppen gewonnen.
De eucalyptusboom is sterk verwant aan de kruidnagelboom. Het is een Australische boom en de hoogste loofboom op de wereld. Hij kan 150 m hoog worden. De eucalyptusolie waarvan ieder de smaak kent door de eucalyptusbonbons, wordt uit de bladeren gewonnen.

De peper
Deze komt van een klimplant die in Oost-Azië thuis is, tegenwoordig wordt hij echter ook in andere landen in de tropen verbouwd. Men kweekt ze als bonen op  staken. De onaanzienlijke bloesems hangen in lange trosjes naar beneden en worden later tot weliswaar kleine, maar scherpsmakende vruchtjes. Wanneer deze onrijp worden geoogst en gedroogd, krijg je de zwarte peper. Witte peper zijn alleen de zaadjes van de rijpe vrucht. Maar ook geschilde zwarte peper is wit.

De citroen
De citroenen waarvan men de vruchten zowel vanwege hun zuur sap als ook vanwege de aromatische schil zo graag gebruikt, worden in verschillende landen aan de Middellandse Zee, vooral op Sicilië, op grote plantages, verbouwd. Het blad is, net als bij de zusterbomen, de sinaasappel, de mandarijn-en de pompelmoesboom altijd groen en donker van kleur. Een gedicht van Goethe begint zo:

Kennst dus das Land, wo die Zitronen blühn,
im dunklen Laub die Gold-Orangen glühn,
ein sanfter Wind vom blauen Himmmel weht,
die Myrthe still und hoch der Lorbeer steht?

Zo drukt de dichter het verlangen uit naar een land waar zulke heerlijke vruchten groeien. Tegenwoordig worden citroenen, appelsienen en pompelmoezen allang in veel andere warmere landen verbouwd. Het specerij citronaat wordt vooral uit de dikke schil van de citroen gewonnen door deze te koken in suiker.

De gember
Gember komt van de gedroogde wortelstokken van een plant die op een orchidee lijkt die in vele tropische landen gekweekt wordt. Men weet niet waar deze oorspronkelijk vandaan komt. Het scherp ruikende, brandende specerij doet een aangenaam warmtegevoel in de maag ontstaan. Je kunt gember ook in een krachtige suikeroplossing gekookt, als gekonfijte gember kopen.

De vanille
De vanille is een plantendeel waarvan je in het begin helemaal niet geloven zou, dat het zo heerlijk kan ruiken. Het zijn de lange, onrijp geoogste peulvruchten van een tropische orchidee, die op bomen groeit. De geur ontstaat pas bij het drogen. De vanilleplant is een klimplant uit het tropische Zuid-Amerika. Wanneer ze hoog genoeg geklommen is, vergaat ze aan de onderkant en groeit dan in de boomkronen als overplant verder als een plant met luchtwortels. Als ze gekweekt wordt, gebeurt dat op staken. Ze wordt nu in bijna alle tropische landen verbouwd. Vanillebloemen zien er onopvallend groen uit.

De cacao
De cacao, waarvan de kinderen zo houden en waarvan, zoals je wel weet, ook de chocolade wordt gemaakt, is een geschenk van het tropische Zuid-Amerika. De cacaoboom bereikt een hoogte van 15 meter,  gedijt alleen in een warm-vochtig klimaat en op een zeer voedingrijke bodem. Hij is een uitgesproken oerwoudboom. Dientengevolge kan hij niet overal verbouwd worden. Tegenwoordig wordt de meeste cacao niet in het thuisland van de boom, maar in het tropische West-Afrika geoogst.
De vruchten hangen in bosjes en komen direct uit de stam. Ze zien er bijna als augurken uit, zijn geel of rood van kleur en ongeveer 20 cm lang. In elke vrucht liggen in 5 rijen 40 tot 50 grote zaden geordend. Cacao wordt alleen uit deze zaden gewonnen. Zoals ze geoogst worden zijn ze niet te genieten, want ze smaken zo bitter als gal. Laat men ze echter, nadat het vruchtvlees verwijderd is, een paar dagen lang op hopen liggen, dan verliezen ze de bittere smaak. Pas dan worden ze verder getransporteerd voor bewerking.

Net als koffiebonen moeten cacaobonen eerst geroosterd worden en dan gemalen. De brij bevat een waardevol vet: de cacaoboter. Er kan zeep van gemaakt worden, maar ook in medicijnen verwerkt, omdat het al smelt bij de temperatuur van het bloed. Pas als het vet uitgeperst is, kan de cacao gekookt worden en kan er chocola uit gemaakt worden.

Je ziet hieraan, wat er allemaal nodig is en hoeveel mensen ijverig moeten werken, opdat wij cacao kunnen drinken of chocola kunnen eten. Voor de chocola moeten aan het cacaomeel nog suiker, of vanille of melk of alle mogelijke andere lekkernijen toegevoegd worden, zodat het water je in de mond loopt. Een deel van de cacaoboter wordt ook weer toegevoegd. In cacao zit ook wat van het gif dat in koffie zit, cafeïne.

Toen de veroveraars naar Zuid-Amerika kwamen, werd hun door de inboorlingen een schuimende drank aangeboden die ze chocola noemden. Zo lang kunnen de mensen deze drank al klaarmaken.

Cacaobonen dienden bij de inboorlingen bovendien als munten.

De koffie
Koffiebonen zijn de zaden van de koffiestruik. De plant stamt uit Abbessinië, waar ze tegenwoordig in de oerwouden van het hoogland nog in het wild voorkomt. Later is ook een andere soort uit Liberia als cultuurplant in gebruik gekomen. In de vruchten die er als kersen uitzien, zitten steeds twee bonen zo bij elkaar, dat de vlakke zijden, waar gleuven inzitten, naar elkaar zijn toegekeerd. De koffiebessen worden allereerst op hopen gegooid en net zolang omgeharkt tot het vruchtvlees verrot is. Dan wordt het zilveren huidje verwijderd. De zogenaamde ruwe koffie ziet er nog niet bruin uit, maar witachtig groen. Die heeft ook nog geen geur. Die ontstaat pas bij het branden. In koffie zit een sterk vergif voor het hart, de cafeïne. Omdat er maar weinig inzit, vergiftig je jezelf niet, wanneer je koffie drinkt, maar je voelt je opgewekt.
De koffieplant is eigenlijk een hoge, slanke boom met afstekende takken, die echter, in cultuur gebracht, gesteund moet worden, zodat je beter kan oogsten. Daarom spreekt men gewoonlijk van koffiestruiken. Ze moeten door ‘schaduwbomen’ voor de felle tropenzon beschermd worden. Het altijd groene blad lijkt op dat van de laurierboom. Tegenwoordig wordt de meeste koffie in het hete Amerika en op de Soenda-eilanden gekweekt.*

De thee
Thee, ook wel Chinese of zwarte thee genoemd, zijn de opgerolde en gedroogde jonge blaadjes van de theestruik. Pas in de 17e eeuw, ongeveer gelijk met de koffie, kwam de thee uit Oos-Azië waar hij van oudsher gewaardeerd werd, naar Europa en sindsdien wordt hij, vooral in Rusland en Engeland genoten. Zeer goede thee wordt er op het eiland Sri Lanka verbouwd.
Eigenlijk is de theeplant, net als de koffie, een boom, maar ook deze wordt tegen de oogsttijd laag gehouden. Het loof is altijd groen en de bloemen zien er bijna als rozen uit, maar toch behoort de theestruik tot de malvegewassen. De blaadjes worden na de oogst bij elkaar gegooid en moeten dan  gisten. De gisting moet op bekwame wijze tot stand worden gebracht, want hiervan hangt het latere aroma af. Pas bij deze gisting wordt de kleur van de theebladeren wat zwart. In de oude theelanden, in ’t bijzonder China en Japan, is de smaak voor goede thee veel meer ontwikkeld dan bij ons. Een heel fijn soort mocht vroeger alleen in koningshuizen worden gedronken. Ook de thee bevat een gif dat aan de cafeïne verwant is en waarop de stimulerende werking berust. Waar thee gedronken wordt, moeten goede gesprekken worden gehouden.**

De tabak
De tabak komt al in het reisdagboek van Columbus voor. Daar staat dat de inboorlingen de merkwaardige gewoonte hadden, de bladeren van een plant als een geweerpatroon op te rollen en de rook ervan op te snuiven. Tegenwoordig zouden we natuurlijk zeggen dat deze mensen sigaretten rookten. Hoe de planten eruit zien, weet tegenwoordig ieder kind, omdat ze overal verbouwd worden. Hun thuisland is het tropische Amerika. Omdat ze éénjarig zijn, kunnen ze ook in de gematigde zones gemakkelijk verbouwd worden. De tabak wordt van de bladeren gemaakt. Men moet ze eerst zorgvuldig drogen en dan weer natmaken en ‘fermenteren’. Voor dit doel wordt de tabak op hopen gelegd, tot er een gisting ontstaan. Daarbij worden de bladeren bruin. Het in de tabak voorkomende vergif, de nicotine, is zeer gevaarlijk en schadelijk. 0,05 gram al zou een mens kunnen doden.***

*De koffie tussen oost en west  [1]  [2]
**De thee tussen oost en west  [1]  [2]  [3]
***De tabak tussen west en oost   [2]  [3]  
 nr. 1 niet oproepbaar

Terug naar de inhoud

Plantkunde: alle artikelen

VRIJESCHOOL in beeld: 5e klas: plantkunde

 

54-52

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

 

Advertenties

3 Reacties op “VRIJESCHOOL – Grohmann – leesboek voor de plantkunde (48)

  1. Pingback: VRIJESCHOOL – Grohmann – leesboek voor de plantkunde (47) | VRIJESCHOOL

  2. Pingback: WAT STAAT OP DEZE BLOG | VRIJESCHOOL

  3. Pingback: GROHMANN: LEESBOEK VOOR DE PLANTKUNDE-inhoud | VRIJESCHOOL

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s