Tagarchief: sterren kijken

VRIJESCHOOL – met kinderen sterren kijken (1-2)

.

leeftijd tussen  8 en 12jr.

STERRENWEGEN

In het vorige artikel hebben we ons bezig gehouden met de sterrenwereld en het kleine kind; nu willen we kijken naar de kinderen van de lagere schoolleeftijd en hun verhouding tot de sterren.

In de eerste plaats moeten we er ook nu weer van uitgaan dat de relatie van het schoolkind tot de natuur geen denkrelatie is, maar een gevoelsrelatie. Alles wat je aan het kind wilt vertellen over de natuurwereld, moet dus kunstzinnig-beeldend zijn, wil het er ook in zijn verdere leven wat aan hebben. Op de Vrije School krijgt het kind pas in de zesde klas te maken met de dode natuur: de mineralen en gesteenten. In dit gebied van de natuur zijn niet de wetten van het leven van toepassing, maar die van oorzaak en gevolg. Een eerste denkbenadering van de natuur dus, hoewel ook hier het beleven van de schoonheid van kleur en vorm een belangrijke plaats inneemt. Toch blijft het een dode wereld, waar je je als mens niet zo gemakkelijk in terugvindt. En daar blijkt het nu voor het lagere-schoolkind juist om te gaan: alle onderwijs moet het kind iets leren over de betrekking van de mens tot de wereld.

Wat moet je daarmee aan als het over de sterren gaat en kinderen van negen tot ongevveer dertien jaar? Je komt dan al gauw bij de sterrenbeelden terecht. Het vervelende is, dat zoiets vreselijk tegen kan vallen, als je iets heel moois denkt te gaan zien, terwijl het dan aan de hemel om puntjes blijkt te gaan die je door middel van streepjes met elkaar moet verbinden. En dan nog heb je geen beeld, alleen een soort beeldskelet.

Een goeie instap is het, die beelden te kiezen waar je echt iets in kunt zien. Daar komen een paar heel mooie dierenbeelden voor in aanmerking Het gaat maar om een paar. Je kind hoeft niet direct een levende sterrenatlas te worden. Het kan aan die paar beelden die het steeds weer terug kan vinden, geweldig veel beleven.
In de eerste plaats is er dat prachtige beeld de Zwaan*[8], dat in de zomernachten hoog over ons heen vliegt.

zwaan

Als je goed kijkt is het een echte zwaan, die daar met zijn enorme lichtende vleugelslag stil over ons heen ruist. Van de Zwaan*[8] wordt wel eens gezegd, dat hij het beeld van het menselijk bewustzijn is. De Zwaan, zo luidt het verhaal, was oorspronkelijk donker, onzichtbaar. Pas later werd hij wit. Komt ook het menselijk bewustzijn niet uit werelden van onbewustzijn tot het heldere denken dat in zijn hoogste vorm lichtkwaliteit heeft?

zwaan-2

Uit: Kleine Sternkunde-Verein für ein erweitertes Heilwesen

Als je het beeld van de Zwaan gevonden hebt, zie je ook meteen de Melkweg. Deze sterrenweg gloeit geheimzinnig op als het heel donker is geworden, ver van het stadslicht. Niet om veel bij te praten, wel om stil naar te kijken, want het zijn zeldzame ogenblikken als je in deze tijd de Melkweg ziet.

Een ander mooi beeld, leuk voor kinderen om te leren kennen is die lange sliert die daar langs de hemel kronkelt: de Slang*[15] met zijn driehoekige kop. Eerst wat moeilijk te vinden misschien, maar als je hem eenmaal kent spoor je hem steeds weer op. En dan is er natuurlijk de Draak die zich rondom de hemelnoordpool slingert. In veel verhalen ben je draken tegengekomen, maar dat er elke avond een boven je hoofd kronkelt, is nieuw! Stieren*[dierenriemteken 4] kunnen heel gevaarlijk zijn, ze stormen dan met bloeddoorlopen ogen op je af. Nou berg je dan maar. Met enorme horens komen ze aandenderen. Veiliger is het aan de hemel zo’n stier in de aanval te zien. Het rode oog kijkt je fonkelend aan. Hij kan in de wintermaanden de ene avond gevaarlijker zijn dan de andere. Dat kun je aan het fonkelen van zijn oog zien. Echt iets om zo nu en dan eens naar te kijken: hoe boos de Stier vanavond is.

Als een kind iets heeft gehoord van de prachtige verhalen uit de Griekse mythologie, dan is het toch wel erg leuk om die grote helden en heldinnen aan de sterrenhemel weer tegen te komen. Door de machtige goden daar geplaatst als beloning voor hun grote daden en als eeuwig lichtend voorbeeld voor de mensen. Dat kan je ook een gevoel van verbondenheid geven met die mensen van heel lang geleden. Zij keken op naar dezelfde beelden als die wij nu boven onze hoofden hebben. Ze staan soms zelfs zo aan de hemel dat ze ons hun geschiedenis laten zien als een groot beeldverhaal. Neem nu de held Perseus*[4] die de schone Andromeda*[3] het leven redde. Zie ze daar aan de hemel staan, alle betrokkenen uit dit verhaal: Andromeda, Perseus met het afgehakte hoofd van Medusa in zijn hand, de moeder van Andromeda: de ijdele Cassiopeia*[3] en haar vader Cepheus*[3]. Verder wil ik nog noemen als mooie beelden: Orion*[20] met zijn twee honden, de grote en de kleine, en Hercules*[12].

Een klasse apart is de bekende Grote Beer*[1]. Als sterrenbeeld is het niet zo moeilijk te vinden, als we ons tenminste beperken tot de zeven helderste sterren, die samen ook wel de Steelpan of de Wagen genoemd worden. Het hele beeld Grote Beer is echter veel groter, er horen nog een heleboel veel zwakkere sterren bij. Pas als je die erbij neemt kun je er een reusachtige lopende beer in zien. Als beeld spreekt het dus niet zo aan, als je alleen de bekende zeven sterren kent. Toch is het wel fijn als de kinderen deze sterrengroep leren kennenL je kunt er de befaamde Poolster mee vinden en als je die gevonden hebt, weet je precies waar het Noorden is. Voor de oriëntatie is het beeld dus erg belangrijk. In het volgende artikel komen we hier weer op terug.

Als je zo’n jaar of twaalf bent geworden heb je meestal al iets van de meetkunde geleerd. Je weet dan dat er vierkanten bestaan, rechthoeken, driehoeken enzovoort. Zulke figuren kun je ook aan de hemel terug vinden. Het is zelfs zo dat elk jaargetijde gekenmerkt wordt door zo’n meetkundige figuur aan de sterrenhemel. In de zomer wordt de zuidelijke hemel beheerst door een grote driehoek, de Zomerdriehoek, gevormd door de sterren Deneb in de Zwaan, Wega in de Lier*[8] en Altaïr in de Arend*[10].

De herfsthemel wordt gekenmerkt door het Herfstvierkant, gevormd door de sterren van Pegasus*[5], het gevleugelde paard. De winterhemel laat ons de imponerende Winterzeshoek zien, gevormd door de sterren Capella in de Waterman*[dierenriemteken 1], Castor en Pollux van de Tweelingen*[dierenriemteken 5], Procyon van de Kleine Hond*[19], Sirius van de Grote Hond*[19], Rigel in Orion*[20] en Aldebaran, het rode oog van de Stier*[dierenrienteken 4]. In de lente prijkt het Lentetrapezium aan de zuidelijke hemel, gevormd door de helderste sterren van het sterrenbeeld de Leeuw*[dierenriemteken 7]. Verder zou ik niet gaan met deze kinderen. Geen planeten, ook geen verduisteringen: dan kom je te snel op het ruimtelijke, en dat gebied zou ik liever voor de puberteit bewaren, waar de beweeglijke wereld van de planeten in de eigen ziel beleefbaar wordt, waar de wereld van licht en duisternis hun wereld wordt.

Op deze wijze vindt het kind heel geleidelijk de weg langs de sterrenhemel, hij krijgt er zijn vertrouwde plekje vanwaaruit de verkenningstochten kunnen worden voortgezet. Verder wil ik er voor de duidelijkheid nog even op wijzen dat niet alles wat er in dit stukje genoemd wordt, geschikt is voor iedere willekeurige leeftijd tussen negen en dertien jaar. De dierensterrenbeelden lijken me echt iets voor kinderen van de vierde klas [10 jaar], de mythologische beelden voor de vijfde klas [11 jaar] en de met de meetkunde samenhangende jaargetijdeveelhoeken voor de zesde klas [12].

Ook is het natuurlijk zo dat je je kind alleen maar wegwijs kunt maken als je zelf iets meer dan de Grote Beer aan de hemel kunt vinden. Het is niet mogelijk alle informatie daarvoor hier in deze artikelen te verwerken.

Rinke Visser, Jonas14, 10-03-1978

Deze artikelenreeks is vooral geschreven voor ouders die met hun kind(eren) op een bepaalde leeftijd naar de sterren willen kijken.

5-7 jr        v.a. 12jr

Op de vrijeschool wordt in klas 7 – de eerste klas van de middelbare vrijeschool – een periode sterrenkunde gegeven.

*de namen met een asterisk zijn hier als sterrenbeeld te vinden; het cijfer verwijst naar het volgnummer daar.

7e klas – sterrenkunde: alle artikelen

Klaar Zicht

1175

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – met kinderen sterren kijken (1-1)

.

leeftijd 5 – 7jr

Sterrenwandelen met kinderen

Een paar jaar* geleden maakte ik voor het eerst met mijn** kinderen een echte nachtwandeling. Het was op Terschelling in de herfstvakantie. Het is dan niet zo laat donker. De kinderen huiverden buiten van spanning. Natuurlijk zagen ze niet voor het eerst de sterrenhemel. Daar hadden we te vaak voor gekampeerd. Maar nu gingen we speciaal voor de sterren…

In het begin waren geheimzinnige struiken spannender dan het hele heelal bij elkaar. Vreemde donkere vormen tekenden zich af tegen de lichtende sterrenhemel.

Na een tijdje waren ze een beetje vertrouwd geraakt met de nieuwe wereld waarin ze nu rondliepen. De stemmetjes waren van opgewonden-hoog tot eerbiedig-laag geworden. De blik ging nu meer en meer omhoog. Jupiter stond stralend boven de duinen. Hij zou ons gedurende de hele lange tocht begeleiden.

Als er geen bomen meer om ons heen zijn, blijven we stil staan. We kijken en luisteren. Merkwaardig, het lijkt alsof het verre geroep van een uil en het stille geflonker van de sterren bij elkaar horen. Het is heel stil. Dan, na lang zwijgen, zegt zacht een kinderstem: ‘God ziet ons’.

En daarmee geeft het kind aan hoe het zich voelt, daar lopend in de nacht onder de sterren. Het ziet niet de duizend verre lichtpuntjes, het kind ervaart de aanwezigheid van God. Een goddelijke wereld wordt boven onze hoofden zichtbaar. Een wereld van licht, waarin het kind zich veilig voelt. ‘God ziet ons’ is geen waarschuwing, het is een geruststellende ervaring.

Als we als volwassenen onze kinderen iets willen laten beleven van de sterrenhemel, is daar in principe maar één voorwaarde voor: dat wij het kind de gelegenheid geven ons iets van die lichtwereld te laten beleven. In wezen zijn de rollen dus omgekeerd! Als je die relatie tot de sterrenhemel hebt gekregen die het kind je wil geven, dan heb je meer geleerd dan veel moeilijke boeken waar kunnen maken. Je kunt je geen betere sterrengids wensen dan het kind. Diep in zijn wezen is hij nog zo vertrouwd met de kosmische wereld, geen namen en begrippen staan hem in de weg voor zijn belevingen. Maar hoe nu verder? Je kunt daar toch niet blijven stilstaan. Je wilt het kind toch graag wat meer van de sterrenhemel laten ervaren dan deze globale lichtbeleving. Hoe kun je dat nu het beste doen? Welke dingen kun je een kind vertellen waar het wat aan heeft? In een paar artikelen wil ik proberen vanuit mijn eigen ervaring met sterren en kinderen wat te vertellen.

De verleiding is zo groot om een kind van zes jaar allerlei sterrenbeelden aan te wijzen en te vertellen hoe ze heten: ‘Zie je die heldere ster daar? Nee die niet, die, die rooie. Als je nu een beetje naar rechts gaat….nee, andere kant op, je kijkt niet goed, kijk dan…dat beeld heet de Grote Beer!’ Je kind is dan gauw uitgekeken op de sterren Kinderen willen van het heel grote naar het steeds kleinere. Je maakt pas de stap naar het kleinere, als de grote totaliteit door hen opgenomen is.
Samen kijk je naar die hele grote hemel. Je draait een paar keer rond je as. Je staat een tijdlang met je hoofd in de nek naar boven te kijken. En je zegt niet te veel. De kinderen zien dan groepjes sterren, die volgens de atlas helemaal niet bij elkaar horen, maar die voor het oog wel erg mooi zijn. Kinderen maken hun eigen beelden. Dan zien ze daar allerlei mooie dingen in: een rode ster, of een ster die geweldig fonkelt, of twee heldere sterren die vlak bij elkaar staan. Je loopt dan verder, en als je wat later dan weer stil staat, zoeken ze hun eigen vondsten weer op. Hun ogen dwalen langs de hemel en dan, plotseling hebben ze het weer gevonden…

Zo gaat dat een paar keer op zo’n avond. Geweldig is het als er ergens een grote plas water is blijven staan van een regenbui die ’s middags is gevallen. Daar ga je in kijken.. .in peilloze diepten kijk je, daar heel ver onder je staan de sterren. Het water is zo diep als de hemel hoog is.. .Je moet dan, als de kinderen voorover gebogen staan vooral luisteren wat ze tegen elkaar zeggen. Ik heb de indruk dat dit soort wandelingen het meest zinvol zijn, als je met een paar kinderen gaat, liefst in leeftijd niet te ver uit elkaar liggend. Ze zeggen dan dingen die je erg kunnen helpen op zo’n tocht.

Het wordt al later, we lopen terug. Hé, wat is dat nou? ‘Zopas stond dat groepje sterren veel hoger boven de duinen dan nu en die sterren daar staan ook anders.. .Sterren bewegen…Niet zomaar kriskras door elkaar, ze bewegen samen… bewegen ze als de wolken? Waaien ze voorbij? Komen ze morgen allemaal weer terug? Waar gaan ze heen. Soms zie je een ster vallen. Die komt vast nooit meer terug. Waar blijft die dan? Allemaal vragen. En probeer daar nu maar eens het antwoord op te geven wat ze eigenlijk willen horen. Het lijkt wel iets op de vraag waar de kinderen vandaan komen. Kinderen stellen heel andere vragen dan je denkt. Ze willen ook heel andere antwoorden dan die je op het punt staat te geven. Het kind stelt zijn vragen vanuit de wereld waar het waar is dat God ons ziet als de sterren boven ons hoofd staan. Ze willen antwoorden die daar bij passen.

Kijken naar de maan.. .Schijngestalten heten nog niet schijngestalten. De maan is de ene week gewoon anders dan de volgende week. Zelden vraagt een klein kind hoe dat komt. Hij aanvaardt het dat de maan er niet altijd gelijk uitziet. Waarom zouden alle dingen ook elke dag gelijk moeten zijn. Wij als volwassenen vermoeden meteen een groot mysterie als iets veranderlijk blijkt te zijn. Voor de kinderwereld is verandering de gewone zijns-toestand van de dingen. Behalve uiteraard die dingen waaraan ze hun zekerheid ontlenen.

Als je wandelt loopt de maan met je mee. Je kijkt dan na een tijdje opzij, en hij is er nog. Je ziet hem boven de bomen, de huizen, of waar je maar bent, meelopen. De maan is als een vriend, hij loopt naast je.

Het zou jammer zijn als de kinderen de indruk kregen dat de sterren er alleen maar zijn als je met vakantie bent. Soms, als je ’s avonds vlak na het eten even buiten komt, zie je Venus prachtig helder, als een edelsteen onder de maansikkel hangen. Dat mag je je kinderen niet laten ontgaan. Mooie samenstanden zijn altijd indrukwekkend voor kinderen. In deze tijd komen de drie heldere planeten van west naar oost, Jupiter, Mars en Saturnus, die we tegenwoordig aan de zuidelijke hemel zien staan in de avonduren binnen kinderbereik. De maan loopt er langs, ze beurtelings een groet brengend.

De zonsondergang hoort natuurlijk ook helemaal in dit verhaal thuis! Daar kun je een hele tijd stil naar staan kijken. Een mooie halo om zon of maan is ook iets wat kinderen erg kan imponeren. En voor welk kind is het niet indrukwekkend als er links en rechts van de zon fel verlichte plekken te zien zijn, alsof er drie zonnen aan de hemel staan? En wie heeft er zijn kinderen al eens gewezen op die mooie maanboot die in het voorjaar ’s avonds ondergaat?

Dat waren zo een paar dingen die je met kinderen van vijf tot zeven jaar kunt doen: niets uitleggen, alleen kijkend voelen, en samen met je kinderen opkijkend naar de sterren, weten: ‘God ziet ons’.

**Rinke Visser, Jonas 13 *24-02-1978

.

7e klas – sterrenkunde: alle artikelen

Met kinderen sterren kijken:      8-12jr       v.a. 12jr

 

1173

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.