Tagarchief: Sprookje GA 100 vdr. 13 blz. 175

VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner over sprookjes, mythen, sagen (GA 100)

.

Eens vroeg een jonger kind mij wat ‘de eeuwigheid’ is.

Het is al lang geleden en het was in een tijd dat in het onderwijs de tendens heerste om de kinderen ‘gewoon’ te zeggen hoe de dingen zijn.
Dat begon steeds meer ook de houding te worden bij de seksuele voorlichting: er geen doekjes omwinden, de nuchtere werkelijkheid.

Dus lag het op de loer om over de eeuwigheid ‘begripsmatige’ antwoorden te geven: de woordenboekomschrijving of nu de AI-beschrijving.

Omdat ik toen net iets begon te begrijpen van wat ‘beeld’ is, koos ik voor een ander antwoord: ik vertelde het sprookje van ‘Het herdersjongetje’ (Grimm 152)
Het komt er (met veel meer woorden) op neer dat er elke honderd jaar een vogeltje komt dat zijn snaveltje aan de berg slijpt. Wanneer de hele berg is afgesleten, is er één seconde van de eeuwigheid voorbij. 

Toen ik klaar was, verzuchtte het kind: “O, DAT is lang!

Het begrip ‘eeuwigheid’ was op dat ogenblijk voor dit kind helemaal gevuld met beeld.

Hoewel de aanleiding om dit te zeggen vanuit een ander onderwerp komt, kunnen deze opmerkingen van Steiner ook op wat ik hierboven schrijf toegepast worden, denk ik:

( ) vergleichen Sie dies mit dem trockenen, nüchternen Verstandesbegriff, den Ihnen die heutige Wissenschaft gibt, dann haben Sie den Unterschied von Imagination und bloßem verstandesmäßigem Denken, die ganzen Weltvorgänge ins Bild gefaßt! Das ist wichtig, weil die bloßen Verstandesbegriffe, so wie sie der Mensch heute hat, nicht schaffend sind; bei dem, der diese Begriffe zum Bilde fügt, sind diese Bilder wirklich schaffend. Das hat man in alten Zeiten gefühlt, und das ist sogar bei der Erziehung des Kindes zu beachten. Ich möchte da eine aktuelle Frage besprechen. Man sagt heute so leicht: Was haben unsere Altvordern uns Kinder doch für dummes Zeug gelehrt mit dem Märchen vom Storch! Wir müssen heute den Kindern die Wahrheit sagen. – Wenn unsere Nachkommen uns so behandeln werden, wie wir unsere Vorfahren, dann werden sie auch über uns lachen, und werden dann sagen: Unsere Vorfahren haben gedacht, daß der Mensch durch materielles Zusammenwirken zustande kommt! – Und sie werden auf jene Zeit hinblicken, wo die Menschen den Kindern im Geiste diesen Vorgang klargemacht haben. Die Alten haben in den Zeiten, wo das Storchenmärchen aufgekommen ist, selbst daran geglaubt, weil sie ganz gut gewußt haben, daß, wenn ein Mensch geboren wird, die Seele aus der geistigen Welt herunterkommt; sie haben das immer in Beziehung gebracht zu etwas Geflügeltem. Und Sie können das auch noch in Kinderliedern wiederfinden, zum Beispiel in dem Liedchen:

Vergelijk dit eens met het droge, nuchtere begrip van het verstand dat de hedendaagse wetenschap u biedt, dan hebt u het verschil tussen imaginatie en louter rationeel denken, waarmee u alle wereldprocessen in beeld hebt gebracht! Dat is belangrijk, omdat de louter rationele begrippen, zoals de mens die tegenwoordig heeft, niet scheppend zijn; maar bij degene die deze begrippen tot een beeld samenvoegt, zijn deze beelden werkelijk scheppend.

Dat voelde men in vroeger tijden, en daar moet zelfs bij de opvoeding van het kind rekening mee worden gehouden. Ik wil daar een actuele kwestie bespreken. Men zegt tegenwoordig zo gemakkelijk: wat hebben onze voorouders ons kinderen toch voor onzin geleerd met dat sprookje over de ooievaar! We moeten de kinderen vandaag de waarheid vertellen. – Als onze nakomelingen ons net zo zullen behandelen als wij onze voorouders, dan zullen zij ook om ons lachen en dan zeggen: Onze voorouders dachten dat de mens door materiële samenwerking tot stand komt! – En zij zullen terugkijken naar die tijd waarin de mensen dit proces in de geest aan de kinderen duidelijk maakten. De ouderen geloofden er in de tijd dat het ooievaarssprookje ontstond zelf ook in, omdat ze heel goed wisten dat, wanneer een mens wordt geboren, de ziel uit de geestelijke wereld neerdaalt; ze brachten dat altijd in verband met iets gevleugelds. En u kunt dat ook nog terugvinden in kinderliedjes, bijvoorbeeld in het liedje:

Flieg, Käfer, flieg!
Dein Vater ist im Krieg!
Deine Mutter ist im Pommerland.
Pommerland ist abgebrannt!
Flieg, Käfer, flieg!

Dieses «flieg», das ist als ein Bild gemeint für die Menschenseele, weil man eine Ahnung hatte von dem astralen Raum, von den dort fliegenden Körpern, die von da hereinkommen in die physische Welt. Und was ist «Pommerland»? «Pommer», oder was dasselbe ist: «Pummerle», ist nichts anderes als der Name für ein kleines Kind; und Pommerland, Pummerleland ist das Kinderland, woher die Mutter das kleine Kind holt. Man muß das nur ganz aus der geistigen Welt heraus erklären. Wenn Sie sich dann erinnern, daß tatsächlich dieses Bild vom Storch, der die Kinder bringt, ein Bild ist für einen geistigen Vorgang, die Reinkarnation, dann werden Sie einsehen, wie unendlich wichtig es ist, daß der Mensch zuerst im Bilde etwas aufnimmt, weil sein Gemütszustand ein ganz anderer ist, wenn man dem Kinde zuerst das Bild für den geistigen Vorgang beibringt, so daß es in heiliger Ehrfurcht auch den physischen Vorgang hören kann. Nun werden Sie wiederum selbst an den Storch glauben können, wenn Sie dieses wissen: dieser Storch ist Ihnen das Bild für die herabfliegende Seele! Ihre Unterweisung wird die Phantasie des Kindes beflügeln, und wenn Sie die Wahrheit einsehen, wird ein geheimnisvolles Fluidum davon ausgehen, und das überträgt sich auf das Kind. So ist es mit allen Imaginationen. Man kann alles den Kindern beibringen. Haben Sie die Frage vorliegen: Wie ist es mit dem Leben nach dem Tode? – dann führen Sie das Kind zu einer Schmetterlingspuppe: wie der Schmetterling aus der Puppe, so fliegt die Seele aus dem Körper heraus, nur daß man es nicht sehen kann. Aber nur der wird es mit Überzeugung dem Kinde beibringen, der selbst daran glaubt, und für den das Herauskommen des Schmetterlings aus der Puppe auf niederer Stufe dasselbe ist wie das, was auf höherer Stufe mit der Seele vorgeht. Wenn die Geisteswissenschaft wiederum die Menschen in das Verstehen der geistigen Welt taucht, so daß in den Herzen der Menschen Bilder leben werden, dann werden die Menschen auch wiederum in ganz anderer Weise erziehen können und nicht dem Kinde die trockenen Verstandeswahrheiten geben, die das Gemüt roh machen. Man muß sie nur nicht ins Groteske und Komische ziehen, sondern sich klarmachen, was für wichtige Lebensdinge dahinterstehen.

Vlieg, kevertje, vlieg!
Je vader is in de oorlog!
Je moeder is in Pommerland.
Pommerland is afgebrand!
Vlieg, kevertje, vlieg!

Dit ‘vlieg’ is bedoeld als een beeld voor de menselijke ziel, omdat men een vaag idee had van de astrale ruimte, van de daar rondvliegende lichamen* die van daaruit de fysieke wereld binnenkomen. En wat is ‘Pommerland’? ‘Pommer’, of wat op hetzelfde neerkomt: ‘Pummerle’, is niets anders dan de naam voor een klein kind; en Pommerland, Pummerleland is het kinderland, waar de moeder het kleine kind vandaan haalt. Men moet dit alleen helemaal vanuit de geestelijke wereld uitleggen. Als u zich dan herinnert dat dit beeld van de ooievaar die de kinderen brengt inderdaad een beeld is voor een geestelijk proces, de reïncarnatie, dan zult u inzien hoe oneindig belangrijk het is dat de mens eerst iets via het beeld opneemt, want zijn gemoedstoestand is heel anders wanneer men het kind eerst het beeld van het geestelijke proces bijbrengt, zodat het in heilige eerbied ook naar het fysieke proces kan luisteren. Nu zult u zelf weer in de ooievaar kunnen geloven, als u dit weet: deze ooievaar is voor u het beeld van de neerdalende ziel! Uw onderricht zal de verbeelding van het kind prikkelen, en als u de waarheid inziet, zal daaruit een mysterieuze uitstraling voortkomen, die zich op het kind overbrengt. Zo is het met alle verbeeldingen. Men kan kinderen alles bijbrengen.

*Dat doet wellicht grotesk aan, maar in deze voordrachtenreeks heeft Steiner over deze ‘wezenheden’ in de astrale wereld gesproken die daar niet statisch, maar bewegend aanwezig zijn. 

Als je de vraag krijgt: hoe zit het met het leven na de dood? – leid het kind dan naar een vlinderpop: net zoals de vlinder uit de pop komt, zo vliegt de ziel uit het lichaam, alleen kun je dat niet zien. Maar alleen degene die er zelf in gelooft, en voor wie het tevoorschijn komen van de vlinder uit de pop op een lager niveau hetzelfde is als wat er op een hoger niveau met de ziel gebeurt, zal dit met overtuiging aan het kind kunnen bijbrengen. Als de geesteswetenschap de mensen weer onderdompelt in het begrijpen van de geestelijke wereld, zodat er beelden in de harten van de mensen gaan leven, dan zullen de mensen ook weer op een heel andere manier kunnen opvoeden en het kind niet de droge verstandelijke waarheden geven die de ziel verruwen. Men moet het alleen niet in het groteske en komische trekken, maar zich realiseren welke belangrijke levenszaken erachter schuilgaan.
GA 100/175-176
Niet vertaald
.

Rudolf Steiner over mythen en sagenalle artikelen

Vertelstofalle artikelen

Menskunde en pedagogie: alle artikelen

Opvoedingsvragenalle artikelen

Vrijeschool in beeldalle beelden

.

3600-3393

.

.

.