Tagarchief: Lindgren Astrid

VRIJESCHOOL – Kinderboekbespreking (29)

.

Er zijn heel veel kinderboeken.
Ze zijn en worden door allerlei recensenten besproken. Die hebben allemaal een opvatting of een boek mooi, goed, enz. is.
Er staan vaak illustraties in. Ook die worden mooi, dan wel minder mooi of zelfs lelijk gevonden. Maar hoe geldig zijn deze criteria. Smaken verschillen en als ze opvoedkundig beoordeeld worden, spelen allerlei mensbeelden, bewust of onbewust, ook hun rol.
De kinderen zelf vormen de grootste maatstaf. Als een boek telkens voorgelezen en of bekeken moet worden; als het ‘met rode oortjes’ wordt gelezen, verslonden, zelfs, dan weet je dat de schrijver of illustrator een snaar heeft weten te raken die nog lang naklinkt. Ook de kinderen hebben een smaak en het ene zal dit, het andere dat boek fijner vinden.
In de artikelenreeks ‘Kinderboekbespreking’ op deze blog zal er een aantal de revue passeren.

Nu de avonden langer worden, het licht eerder aangaat en storm of regen je soms al wat langer binnenhouden, pak je vaker een boek om samen met je kind te lezen en te bekijken. Kinderboekhandelaar Inge Ebbinge over haar favoriete nieuwe kinderboeken.

Inge Ebbinge in Weleda Puur Kind, herfst 2003, nr.12

De echte durfal, die er niet eens bij stil staat dat je ergens moed voor zou moeten verzamelen, zal zich helemaal kunnen vinden in Lotta kan al fietsen.
Lotta is een wildebras, ondeugend, maakt de nodige brokken. Ze is de jongste in het gezin en zou dolgraag kunnen fietsen. Ze bluft er op los en neemt zelfs stiekem de fiets van haar veel te lieve buurvrouw, waarmee ze dan prompt een flinke smak maakt. In dit vrolijke prentenboek voor de zesplussers ligt veel nadruk op de sociale omgeving: gezin, buren, school, straat. Een ouderwets Astrid Lindgren-verhaal met kleurrijke tekeningen van Non Wikland.

Lotta kan al fietsen

Astrid Lidgren
Ill. Non Wikland

Boek

Rond 6jr

.

Kinderboekbesprekingalle titels

Kinderboekbesprekingalle auteurs

.

1920

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

 

Advertenties

VRIJESCHOOL – Kinderboekbespreking (10)

.

Er zijn heel veel kinderboeken.
Ze zijn en worden door allerlei recensenten besproken. Die hebben allemaal een opvatting of een boek mooi, goed, enz. is.

Er staan vaak illustraties in. Ook die worden mooi, dan wel minder mooi of zelfs lelijk gevonden. Maar hoe geldig zijn deze criteria. Smaken verschillen en als ze opvoedkundig beoordeeld worden, spelen allerlei mensbeelden, bewust of onbewust, ook hun rol.

De kinderen zelf vormen de grootste maatstaf. Als een boek telkens voorgelezen en of bekeken moet worden; als het ‘met rode oortjes’ wordt gelezen, verslonden, zelfs, dan weet je dat de schrijver of illustrator een snaar heeft weten te raken die nog lang naklinkt. Ook de kinderen hebben een smaak en het ene zal dit, het andere dat boek fijner vinden.

In de artikelenreeks ‘Kinderboekbespreking’ op deze blog zal er een aantal de revue passeren.

Dwergenwoorden en kinderhumor

Zeker voor de peuter en de kleuter geldt dat herkennen een feest is. Het eindeloos herhalen van liedjes en verhaaltjes is als het ritme van het telkens terugkerende tij voor hem: het geeft vastheid en zekerheid.

Dag en nacht, ontbijt, middag- en avondeten, de seizoenen met de feesten die daarbij horen of het verhaaltje voor het slapen gaan, dat alles bouwt aan het vertrouwen dat een kind heeft in de wereld die hem omringt. En dat vertrouwen heeft hij de eerste járen hard nodig om – op zijn eigen manier en in zijn eigen tempo – te kunnen groeien.

De behoefte aan ritme zie je terug in de innige tevredenheid die kleine kinderen uitstralen als in een verhaaltje een bepaalde zin, een woord of een grappige klank voortdurend wordt herhaald. Hetzelfde liedje of spreuk kan maandenlang onderdeel zijn van het bedritueel zonder dat het een peuter ook maar een moment verveelt.

Tomte Tummetot

Wanneer je zelf een verhaaltje verzint om bij het naar bed gaan aan je kind te vertellen, kun je die ritmische herhaling naar hartenlust inbouwen. Maar er zijn ook voorlees- en prentenboeken die veel met herhaling werken, zoals Astrid Lindgrens prentenboek Tomte Tummetot. Tomte is Zweeds voor kabouter en Tomte Tummetot is huiskabouter op een boerenhoeve in het hoge noorden van Zweden.

‘Het is bitterkoud en in een nacht als deze letten de mensen er goed op dat het vuur in de haard niet uit gaat,’ zo begint het verhaal.
Tomte Tummetot waakt over zijn boerderij en over iedereen die er woont, ’s Nachts maakt hij zijn ronde langs de slapende mensen en de dieren in de stallen. En iedere keer weer fluistert hij hen iets toe – dwergenwoorden, en iedere keer dezelfde: ‘Veel winters en veel zomers heb ik zien komen en gaan. Heb nog geduld! Het wordt weer lente!’

Op de prenten van Harald Wiberg is de ijskoude nacht te zien. De sterren fonkelen en op iedere bladzijde zie je de rode kaboutermuts en de waakzame oogjes van Tummetot oplichten. Dit boek kun je in de winter wekenlang ’s avonds voorlezen of, met de allerkleinsten, samen bekijken.

v.a. 2jr.

boek

Amalia Baracs, Weleda Puur Kind, herfst 2000, nr.6

.

Kinderboekbesprekingalle titels

Kinderboekbesprekingalle auteurs

.

1668

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.