Tagarchief: Jezus historisch

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Kerstmis (34)

.
Steiner riep de leerkrachten op zich grondig te verdiepen in alles waarmee ze bezig zijn. Dat geldt zeker ook voor de jaarfeesten. 
Over Kerstmis zijn op deze blog veel artikelen verschenen die tot verdieping kunnen leiden. Daar horen ook artikelen bij die weer een andere kant laten zien, zoals deze:

Cas van Houtert, ED 23-12-1999
.

kerstverhaal is te mooi om waar te zijn

Het is onwaarschijnlijk dat Christus in Bethlehem is geboren. Het is zeker niet waar dat zijn geboorte het begin van onze jaartelling markeert; Christus is niet tweeduizend jaar geleden, maar enige jaren daarvóór of daarna geboren. De zogenaamde ‘onnozele kinderen’ zijn niet echt door de wrede koning Herodes afgeslacht. Er was dus ook geen ‘vlucht naar Egypte’ nodig.

Dat is allemaal geen nieuws, althans niet voor degenen die enigszins thuis zijn in de min of meer wetenschappelijke literatuur over Christus. Het is al meer dan twee eeuwen geleden dat de publicatie van de roemruchte Wolffenbütler Fragmente (1781) van Reimarus een begin maakte met de grote opruiming. Gezaghebbende wetenschappers als Lessing, Schweitzer, Strauss, Bultman en vele, vele anderen hebben sindsdien effectieve methoden ontwikkeld om in de wereld van de Bijbel het kaf van het koren te scheiden. In onze tijd is er bijna geen deskundige meer te vinden die de mooie verhalen van weleer onderschrijft.

De goegemeente daarentegen laat zich niet van de wijs brengen en zet zich elk jaar hartje winter massaal rond de kribbe. Om een traan weg te pinken, samen met het knoestige, aanvankelijk door een hemels gezang uit het veld geslagen, maar door de Engel des Heren zelve gerustgestelde en vervolgens diep ontroerde herderspubliek. Het blijft een hartverwarmend gebeuren. En dat laten wij ons niet door kale wetenschappers ontstelen. Dat zij er in zijn geslaagd ons te beroven van het wondermooie scheppingsverhaal is al erg genoeg.

Jaartelling

Op bevel van paus Johannes de Eerste ontwierp de chronoloog Dionysius Exiguus in 526 een nieuwe jaartelling, waarin niet langer de geboorte van keizer Diocletianus maar die van Jezus Christus het scharnierpunt was. Sindsdien deelt het grootste deel der mensheid de geschiedenis in in een periode vóór en na Christus. Maar Dionysius raakte enigszins in zijn berekeningen verstrikt, met als gevolg dat hij verkeerd uitkwam. Jezus blijkt nu, naar gelang het Evangelie van Matteüs danwel van Lucas als leidraad wordt gekozen, zes jaar voor of zeven jaar na Christus geboren te zijn. Matteüs meldt dat Jezus te Bethlehem ter wereld kwam, minstens twee jaar voor de dood van Herodes. Deze wrede koning immers liet alle te Bethlehem geboren jongetjes van 0 tot 2 jaar vermoorden om zich aldus van de potentiële koningszoon te ontdoen. Volgens de historici Flavius Josephus en Strabo echter stierf Herodes vier jaar voor het begin van onze jaartelling. Op dat moment was de aan zijn zwaard ontkomen Jezus al minstens twee jaar oud.

Lucas daarentegen meldt dat Jezus geboren werd in de dagen dat Augustus een volkstelling hield die door de Syrische landvoogd Quirinus werd uitgevoerd. Die volkstelling is inderdaad gehouden, zij het vermoedelijk alleen in Judea. Maar zij vond plaats in de winter van het zesde op het zevende jaar na Christus. Tussen beide geboortedata gaapt een kloof van minstens dertien jaar. Hetgeen natuurlijk ook consequenties heeft voor de leeftijd waarop Christus gestorven is. Op grond van historische bronnen gaan de geleerden er doorgaans vanuit dat Jezus in het jaar 30 ter dood is gebracht. Afhankelijk van de keuze voor Matteüs of Lucas is Jezus 35 of 23 jaar oud geworden.

Schijn tegen

Matteüs en Lucas noemen eendrachtig Bethlehem als geboorteplaats maar hebben op zijn minst de schijn tegen. Het is onwaarschijnlijk dat de Romeinse overheid, die aan de handhaving van rust en orde in het bezette Israël de handen meer dan vol had, geneigd was de onrustige onderdanen in het kader van een volkstelling van hot naar haar te sturen. Waarschijnlijk hebben de Evangelisten de geboorte in Bethlehem, de stad van David, gesitueerd om het volle gewicht van een aantal oudtestamentische voorspellingen te kunnen benutten. Beiden was er veel aan gelegen Jezus in beeld te brengen als afstammeling van David. De opvatting dat het de beloofde Messias betrof, volgde dan als het ware vanzelf.

In dit licht is het begrijpelijk dat Matteüs als stamhouder van het Huis van David de bescheiden timmerman Jozef aanwijst, ‘de man van Maria, uit wie Jezus geboren is’. Minder logisch is vervolgens de uiteenzetting dat Jozef aan Jezus’ geboorte part noch deel heeft gehad. Zijn verloofde was weliswaar zwanger, maar dat was, zoals hem officieel door een engel werd meegedeeld, het werk van de heilige Geest geweest. Weg relatie met David dus. Overigens was de tussenkomst van God om de geboorte van een baanbrekende figuur te bewerkstellen, in de bijbelse geschiedenis bepaald geen novum. Verschillende grote Bijbelfiguren werden uit een onvruchtbare vrouw geboren. Heeft de twijfel over de houdbaarheid van het ene mooie verhaal eenmaal toegeslagen, dan valt ook het andere om. Matteüs vertelt dat magiërs uit het Oosten – in Iran wijst men nog met gepaste trots hun woonplaats aan – een veelbelovende ster volgden en, naïef als zij waren, bij Herodes aanklopten voor informatie over het adres van ’de nieuwe koningszoon’. Waarna Herodes ‘zeer verschrikt raakte en heel Jeruzalem (?) met hem’. Het gevolg zou dan de ijzingwekkende moord op de jonggeborenen van Bethlehem zijn geweest. Ook verzonnen, zeggen de geleerden. Want de al genoemde Flavius Jozefus, die als een trouw boekhouder de gruweldaden van koning Herodes noteerde, heeft aan de slachtpartij geen woord gewijd. Ook hier hebben ’de volksmond’ en de Evangelist gemene zaak gemaakt om aansluiting te krijgen bij vertrouwde profetieën uit het Oude Testament. Ook de legendarische ‘Vlucht naar Egypte’ verdwijnt nu naar het rijk der fabelen. Ook hier was de associatie met het Oude Testament (de verlossing uit de slavernij) iets te verleidelijk. Terwijl ook het feit dat Matteüs zijn Evangelie in Egypte het licht deed zien – hij verbleef in de boezem van de brave gemeente van Alexandrië – zijn inspiratie zal hebben beïnvloed.

Jeugd

Over de jeugd van Jezus is weinig bekend. En niet alles wat ‘bekend’ is, kan als ‘echt gebeurd’ worden gekenmerkt. Vrijwel zeker is bijvoorbeeld dat Jezus niet is opgegroeid in Nazareth maar in het nabijgelegen Kafarnaüm. Nazaret was, zo is uit opgravingen gebleken, een achterlijk gat zonder synagoge. Terwijl Jezus toch goed onderwezen was. De verwijzing naar Nazareth is waarschijnlijk het gevolg van de toevoeging ’de Nazarener’ die Marcus hanteert. Maar ’Nazarener’ (of ’Nazorener’) stond niet voor Nazareth maar voor een Joods-religieuze beweging die tot strenge ascese verplichtte en tot verregaande trouw aan de Joodse wet. Het is niet uitgesloten dat Jezus enige tijd de leider van deze beweging is geweest. Zijn neef Johannes, die doopte in de Jordaan, zou hem daarin zijn voorgegaan.

Niet in Nazareth maar in het veel grotere Kafarnaüm is Jezus opgegroeid-Daar had hij,  Marcus zegt dat meer dan, eens, zijn huis en kwam hij na zijn omzwervingen ’thuis’. Daar had hij ook zijn opleiding tot timmerman genoten – mogelijk op een scheepswerf – en ontving hij goed onderricht in de synagoge. De traditie wil dat Jezus opgroeide in een mooi en hecht gezin  met een zorgzame vader en een zachte, lieve moeder, maar de werkelijkheid zou wel eens anders geweest kunnen zijn. De Tilburgse filosoof Charles Vergeer maakt aannemelijk dat het gezin onderhevig was aan de spanningen die bij het verzet tegen een onderdrukker horen. Niet voor niets was Jezus (de Griekse vorm van het Hebreeuwse Jesjua of Jehoshua) genoemd naar Jozua, de held die het Beloofde Land op de heidenen veroverde. Ook de vier (!) broers van Jezus droegen strijdbare namen, ontleend aan succesvolle aartsvaders en opstandige Makkabeeën: Jakobus, Jozef, Judas en Simon. Hun moeder die Mirjam (’de opstandige’) heette, was de volle nicht van Elisabeth, die in Johannes een geboren religieuze en politieke rebel had voortgebracht.
Jezus had overigens ook nog zusters, maar die worden nergens met name genoemd. Zij waren in de cultuur van het oude Israël niet in tel, hetgeen in het christendom tot op de dag van vandaag zijn sporen nalaat.

De veronderstelling dat in het gezin van Jozef en Maria alles koek en ei is geweest, wordt teniet gedaan door de berichtgeving van Marcus. Hij meldt dat de hele familie een kijkje kwam nemen toen Jezus in de buurt met zijn onderricht bezig was. Maria en de jongens probeerden zijn aandacht te trekken, maar vergeefs. Hij negeerde het bezoek volledig, afgezien van de slagvaardig in zijn preek verwerkte steek onder water: Mijn familie, dat zijn de mensen die mijn roeping serieus nemen. Eerder waren zijn familieleden hem al eens achterna gegaan ’om hem in bedwang te houden, aangezien ze van mening waren dat hij zichzelf niet was.’
Geen support dus, maar wederzijdse ergernis en zelfs een poging hem kalt te stellen.
.
Kerstmis: alle artikelen

Jaarfeesten: alle artikelen

.

1982

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.