Tagarchief: horoscoop

VRIJESCHOOL – Ontwikkeling door oefening

.
M.n. ook in zijn pedagogische voordrachten wijst Steiner erop dat de mens niet te begrijpen valt, zonder de kosmos te begrijpen:

Onderwijsmethodiek moet opbloeien uit de levensvoorwaarden voor de opvoeding. En die onderwijsmethodiek kán opbloeien uit de levensvoorwaarden voor de opvoeding als ze ontstaat uit een levendig zich-invoelen van de leerkracht, de opvoeder in de hele kosmos.

Methodik des Lehrens muß erblühen aus den Lebensbedingungen des Erziehens. Und sie kann erblühen aus den Lebensbedingungen des Erziehens, wenn sie erwächst aus einem lebendigen Sich-Erfühlen des Lehrenden, des Erziehenden im ganzen Weltenall.
GA 308/69
Vertaald/104

Maar het is niet eenvoudig door te dringen tot dergelijke inhouden;

De mens is een openbaring van de hele kosmos

Der Mensch ist ein Ausdruck des ganzen Kosmos
GA 202/23

In ‘Wegwijzers’ staan nog veel meer gezichtspunten uit de voordrachten:

6893435100108196213 240241242246248251262264295311319.

Hoe kan je nu een toegang vinden tot de genoemde kosmische wereld?

In onderstaand artikelen worden aanwijzingen en gezichtspunten gegeven om je daarbij te helpen.
.

Oefenen in actieve verwondering
.

Hoe kijkt een antroposoof naar de sterren?
.

Als de dagen korter worden, zijn de sterrenbeelden steeds beter zichtbaar aan de hemel. Als je ernaar kijkt kun je je zomaar ineens heel klein voelen, onderdeel van een indrukwekkend geheel. Aan de sterrenhemel is bovendien veel wijsheid te ontlenen. Maar waar begin je en hoe weet je waar je op moet letten? “Regelmatig’ kijken en volhouden is het belangrijkst,” zegt Silvia Rigters van het Elisabeth Vreede-instituut. 

De antroposofie zit vol met kennis over de werking van de sterren en planeten op ons dagelijks leven. Denk aan de biologisch-dynamische landbouw, waar de dag om bepaalde planten te zaaien of te oogsten mede afhankelijk is van de stand van de planeten.
Maar ook op de mens heeft de stand van de sterren invloed. We kennen allemaal de horoscoop uit de krant: ‘Ben je een Ram, dan ligt er deze week een nieuwe uitdaging op je te wachten. Ben je Weegschaal? Kijk dan deze week goed uit in het verkeer!’

“Zo simpel ligt het niet”, stelt Silvia Rigters ‘ van het Elisabeth Vreede-instituut, een organisatie die zich inzet voor de verspreiding van het werk van de antroposofisch georiënteerde astronome Elisabeth Vreede. Ze geeft workshops en verdiept zich al dertig jaar in de ‘astrosofie’: een vernieuwde vorm van de traditionele astrologie, op basis van de antroposofie. “Als je als mens op aarde komt, gebeurt er ook kosmisch gezien iets. Daarvan wordt een afdruk in de mens gemaakt. Vanuit dat startpunt ga je je ontwikkelen. Als je in die ontwikkeling stapt, wordt de horoscoop gaandeweg minder waar: het is niet meer waar je mee begon, want je leert.

Iemand kan ver van zijn eigen horoscoop verder zijn ontwikkeld op het moment dat je ernaar gaat kijken.. Daarom moet je erg oppassen met interpreteren. De reguliere astrologie maakt er een soort receptenboek van: heb je dit sterrenbeeld, dan heb je dat karakter.

Daar zitten wel kernen van waarheid in, maar je kunt het niet zo generaliseren.”

Silvia legt uit dat. dit moeilijk is om in kaart te krijgen, omdat alles met alles samenwerkt in de kosmos.. Bovendien hebben mensen een vrije wil, en daardoor is de werking van de sterren minder ‘dwingend’ dan dat bijvoorbeeld bij planten het geval is.
“Alle sterren en planeten werken door elkaar heen en dat werkt op ieder mens anders, omdat ieder mens z’n eigen geschiedenis meeneemt. Daardoor kan het effect van een bepaalde planeet op de een veel groter zijn dan op de ander.”
Pas door in gesprek te gaan, kun je er volgens Silvia echt achter komen wat iemands horoscoop betekent. “Maar ook dan moet je antennes kweken voor wat belangrijk is.”

Regelmaat

Hierbij kunnen de sterren echter ook behulpzaam zijn. Als je regelmatig naar de sterrenhemel kijkt, ontwikkel je een soort innerlijke stabiliteit en alertheid.
“Als je dat een periode doet, in de herfst of de winter, zijn er vaak periodes met regen en bewolking waarin je helemaal niets ziet. Dan kan het lastig zijn om vol te houden en raak je snel de draad kwijt,” weet Silvia. “In mijn workshops ‘Sterrendans’ probeer ik mensen toch een bewustzijn te laten krijgen van waar de planeten staan, ook als het donker of bewolkt is. Zodat je weet en voelt: “Oh ja, Mercurius en Mars staan vandaag bij elkaar. Weten waar de zon staat en al die planeten, en dat het beweegt en onderdeel is van onszelf, ook dat is onderdeel van ons dagelijks leven. Daar kun je heel veel mee doen en aan beleven, maar dat bewustzijn moet langzaam groeien.”

De regelmaat vasthouden en het überhaupt volhouden om telkens naar de sterrenhemel te kijken is het belangrijkst. Als je het een keer vergeet, is dat niet erg:- het is een oefening, bij oefenen hoort dat je ‘fouten’ maakt. Dus dan pak je de draad daarna gewoon weer op. “Als je dan buiten komt, en voelt hoe rustig en blij je dan wordt van het kijken naar de sterrenhemel, dat is fantastisch,” zegt-Silvia. “Dat komt vanuit de sterrenhemel naar je toe, maar je hebt er eerst in geïnvesteerd. Je kunt heef simpel beginnen: ’s avonds voordat je naar bed gaat, ga je even naar buiten om te kijken. Ook al is er maar één ster te zien tussen de wolkjes door. Je hoeft niet te weten welke ster het is. Gewoon kijken en het op je laten inwerken. Niets erbij verzinnen, maar leren ervaren dat die rust van de sterrenhemel er altijd is.”

Durven loslaten

Voorkennis is dus niet nodig om vertrouwd te raken met de sterrenhemel. Al kan het helpen om te weten welke planeten of sterrenbeelden goed zichtbaar zijn in welke periode van het jaar. Silvia: “Je kunt beginnen met je op de maan te richten. Het fijne daaraan is, dat je die ook overdag kunt zien. Natuurlijk kun je een sterrenkalender, planetengids of allerlei websites raadplegen, maar op het moment dat je gaat kijken, moet je al je kennis loslaten. Als je erg geoefend bent, kun je een sterrenkijker gebruiken. Je kunt ook een programmaatje op de iPad erbij pakken. Maar je zult merken dat dat een heel andere ervaring is dan kijken met het blote oog. Er zit dan toch iets tussen.

Ook het leren voelen van dat verschil is van groot belang. Het gaat erom dat je vanuit die actieve verwondering kijkt. Dan kun je je op een praktische manier verbinden met de sterren: durven loslaten, maar tegelijk actief en wakker zijn voor wat er vanbinnen gebeurt.”

Astrosofie
.
Steiner: De sterrenwereld en de mens

Oefenen van de wil

‘Over de zgn. ‘Nebenübungen‘’

7e klas: sterrenkunde

.

3040-2855

.

.

.

.

.

VRIJESCHOOL – 7e klas – sterrenkunde (4)

.

De 7e klas – de eerste van de middelbare vrijeschool – heeft in het leerplan een periode sterrenkunde staan.

Het gaat vooral om ‘de blik omhoog’; de verder zich voltrekkende puberteit brengt ook met zich mee dat de jonge mens aanvankelijk erg op zichzelf betrokken raakt – de sterrenkunde opent andere perspectieven.

Het is geen periode astrologie met horoscopen o.i.d. meer een eerste kennismaking met waar en hoe je in de wereld staat t.o.v. de kosmische processen die o.a de jaargetijden veroorzaken.

Grondslag voor een nieuwe astrologie

Waarnemen van de sterrenhemel

Astrologie en natuurwetenschap hebben zich beide vervreemd van de werkelijke sterrenhemel. Voor een dergelijke ontwikkeling zijn historische lijnen aan te wijzen. Een nieuwe benadering kan ontstaan door de menselijke waarneming als uitgangspunt te kiezen. Met dat uitgangspunt ligt een oefenweg open.

Wanneer iemand in een kleine roeiboot midden op een enorme zee zit met water aan alle kanten zover het oog reikt, dan ziet hij de horizon of beter: zijn horizon. Deze horizon wordt anders wanneer hij zich ook maar minimaal verplaatst. Zo heeft iedereen een horizon die met hem mee beweegt. De horizon is een individueel gegeven. Ieder mens heeft, waar hij ook is, altijd de helft van de sterrenhemel boven zich en de andere helft onder zich. Steeds opnieuw geldt dus dat de mens in het midden van de sterrenwereld, de kosmos staat. Boven zich heeft hij zijn zenith. Dat is het punt aan de hemel dat in het verlengde ligt van de vertikale lijn die de opgerichte gestalte vormt. Ook het zenith is daarmee strikt individueel.

De sterren bewegen zich in cirkelbogen en de cirkelboog waarvan de waarnemer het middelpunt is, wordt de hemelequator genoemd. Deze sterrencirkel is voor ieder menselijk individu dezelfde en kan daarom mensheidscirkel genoemd worden.

Kiest de waarnemer zich een bepaalde plaats dan zullen de mensheidscirkel en de horizon elkaar op twee punten snijden en wel in oost en west. Oost en west kunnen daarom als de punten worden beschouwd, waar mensheid en individu met elkaar verbonden zijn. Deze wetmatigheden zijn door eenvoudige waarneming en bewustwording vast te stellen. Zij gelden voor de waarnemer die zich op de aarde bevindt.

De waarneming als mogelijkheid om de wereld te leren kennen, heeft in de geschiedenis van de mensheid een veranderlijke betekenis. Ver voor het begin van onze jaartelling leefde in de mensen nog een innerlijke wijsheid, die ‘gegeven’ was en waarvoor geen harde, individuele oefenweg van studie nodig was. Die wijsheid deed de mens de kosmos op natuurlijke wijze kennen, zonder dat hij hiervoor de fenomenen aan de hemel behoefde te bestuderen.

Ptolemeus was een van de laatsten die de oude wijsheid bezat en om deze niet geheel verloren te laten gaan, schreef hij die neer in zijn boek Tetrabiblos.
Vanaf die tijd stelde de mens zich vragen over vroeger vanzelfsprekende verschijnselen. Wanneer de inhouden van de wereld de mensheid niet meer duidelijk en helder zijn, ontwaakt de drang om antwoorden te zoeken op deze onbegrijpelijkeheden. En waar de poort naar het religieuze zich meer en meer sluit, wordt de mens gedwongen om verstandelijke verklaringen daarvoor in de plaats te stellen.
Plato viel het op dat de planeten, die door de Grieken als goden werden voorgesteld, geen mooie gelijkmatige banen aan de hemel beschrijven, maar grillige slingers.

Hoe te verklaren dat de planetengoden zich als dronken mannen langs de hemel bewegen? Een ander voorbeeld van deze manier van vragen stellen, waarin het meetbare en het religieuze ongemerkt verward worden, is dat in de middeleeuwen de mensen zich afvroegen hoeveel engelen er op de punt van een naald pasten.

Sinds Kopernikus, die rond 1500 zijn wereldbeeld lanceerde, begon datgene wat wij nu met het begrip natuurwetenschap aanduiden, opgang te maken. Een wetenschap die zich gedachten vormt over de natuur. Sterrenbeelden kunnen dan niet meer als realiteiten worden opgevat.

De sterren die voor ons oog aan de hemel de Grote Beer vormen, kunnen lichtjaren uit elkaar liggen en ons zo het idee geven dat een sterrenbeeld uit kleinere en grotere sterren bestaat. Ook over de gang der planeten worden verklaringen gegeven.

Natuurwetenschap

Een belangrijke stap in de ontwikkeling van de natuurwetenschap wordt gezet door Francis Bacon (1561-1626). Hij formuleert uitgangspunten* :

1. het wantrouwen in de zintuigelijke waarneming
2. de subjectiviteit van het gevoelsleven
3. het misleidende karakter van kwalitatieve begrippen

Bacon formuleert deze stellingen niet geheel ten onrechte, maar bij het eerste punt bijvoorbeeld zijn er twee manieren waarop je kunt proberen met deze onvolmaaktheden om te gaan:

— het persoonlijke aspect en de zintuiglijke waarneming uitschakelen en vervangen door het uiterst objectieve opnemen en registreren via instrumenten; — het waarnemingsvermogen oefenen.

Francis Bacon ‘koos’ voor de eerste manier, wat tot gevolg had dat de onderzoeker steeds verder en verder afgroeide van de realiteit en de werking van de kosmos, daar deze meer dan alleen maar meetbaar is. De natuurwetenschap was destijds in ontwikkeling gekomen tot verruiming van het bewustzijn; het resultaat was echter een verarming.

De huidige wetenschapsbeoefening kent een geweldige catalogiseerijver. In het onderzoek van de kosmos beperkt de methode zich tot de vraagstelling: Waar is wat in de ruimte? Het antwoord vinden op die vraag is in principe een oneindige bezigheid. Het registreren van gegevens via de wetenschappelijke apparatuur kan onbeperkt voortgaan, De registraties leiden vervolgens tot hypothesevorming. De modellen van de werkelijkheid die zo ontstaan, hebben met menselijke waarneming en ervaring niets meer van doen. Er wordt slechts uit duidelijk hoe instrumenten reageren op kosmische verschijnselen.

Het is zinvol om hiernaast de verwaarloosde weg van de waarneming te plaatsen, vanuit de vraagstelling: Wat neem ik waar? Het is dan nodig dat de waarneming wordt geoefend.

Het belang van het scholen van het waarnemingsvermogen ligt onder meer in het feit dat de mens door de fenomenen te bestuderen, opnieuw buiten zich kan ontdekken wat vroeger als vanzelfsprekende wijsheid binnen hem leefde. Wanneer wij de fenomenen in ons opnemen, kunnen we tot een ‘innerlijke ruimtevaart’ komen.

Er heerst tegenwoordig de neiging om terug te grijpen naar oude mysteriën (oude, naar binnen gerichte wegen), die zouden kunnen helpen de innerlijke wijsheid te heroveren. Het bereiken van de goddelijke wereld langs deze natuurlijke weg is niet meer passend in deze tijd. De enige toegang ontstaat pas weer door het scholen van het bewustzijn. Het is moeilijk voor de moderne mens om naar de dingen te kijken en zuiver binnen de waarnemingswereld te blijven zonder er meteen een hypothese uit af te leiden.

De waarnemingswereld is tegenwoordig een verborgen, dus occulte mogelijkheid om de werkelijkheid te beleven. Toegepast op de kennismaking met de kosmos levert een waarnemende methode op dat de sterrenwereld als beeld verschijnt. Ruimte immers valt niet waar te nemen, die is alleen theoretisch voor te stellen. Alleen begrenzingen van ruimte zijn zichtbaar.

Astrologie

Nu dringt zich vanouds de vraag op hoe de samenhang tussen mens en kosmos is met het oog op de menselijke levensloop en de menselijke vrijheid.
De oude astrologie beschreef die samenhang door de mens gebonden te zien aan de sterrenconstellatie op het moment van zijn geboorte. Deze geboorteconstellatie, die een beeld gaf van de ervaringen die een mens in zijn voorgeboortelijke bestaanstoestand in de planetensferen had doorgemaakt, was bepalend voor de rest van zijn aardeleven. De kracht van de menselijke individualiteit was nog niet geboren en de enkeling kon zich als zelfstandige persoonlijkheid nog niet beleven. Door de komst van Christus op aarde en door de gebeurtenissen op Golgotha is de mens vrij geworden. Van zijn gang door de sterrenwereld neemt een mens ook nu een afdruk mee bij de geboorte, maar die behoeft dankzij de Ik-ontwikkeling van de mensheid niet meer bepalend te zijn voor de rest van zijn leven. In tegenstelling hiertoe draagt de mens datgene wat hij door vrije wilsontplooiing ontwikkeld heeft gedurende het leven, na zijn dood mee in de sterrenwereld.

De waarde van de voorspellende astrologie is om deze reden beperkt. Wanneer een zorgvuldige geboortehoroscoop zich gedurende het leven inderdaad realiseert, dan blijkt daaruit dat de betrokken persoon in sterke mate gebonden bleef aan de sterrenconstellatie van zijn geboortemoment. Op de mate waarin een mens zich door een krachtige persoonlijke ontwikkeling een stuk innerlijke vrijheid verwerft, kan de geboortehoroscoop geen betrekking hebben.

Het is overigens opmerkelijk hoe de voorspellende horoscopie nog pas een jonge twijg is van de astrologische wetenschap. Vooral na 1930 heeft de horoscopie een enorme vlucht gemaakt, die tenslotte heeft geresulteerd in de wekelijkse horoscopen in dagbladen en tijdschriften.

Terwijl de natuurwetenschappen vervreemd waren van de menselijke waarneming — zoals eerder beschreven —, overkwam de astrologie in feite hetzelfde. Ook de astrologie betrekt zich niet meer op de eigenlijke waarnemingen, doordat zij te werk gaat met traditie en overgeleverde wijsheid. De natuurwetenschap stelde voor de menselijke zintuigen het gewapende, instrumentele oog in de plaats.

De astrologie verloor zich in speculatieve gedachtespinsels; zij vervreemdde van de waarneming, doordat zij zich niet oriënteerde op de werkelijke fenomenen, mede door een gebrek aan astronomische kennis. Dit heeft er onder andere toe geleid dat de benamingen van de dierenriemelementen, zoals vissen, ram, stier, enz. voor tweeduidige uitleg vatbaar zijn. Dit feit wordt weinig onderkend.

Voor het goede begrip is het nodig een onscheid te maken tussen sterrenbeeld en sterrenteken. Wanneer iemand geboren is tussen 21 maart en 21 april, dan draagt hij van oudsher het dierenriemteken ram, omdat het eerste teken na het lentepunt ram wordt genoemd. Op deze wijze werkt de astrologie met een indeling van het jaar in twaalf tekens, samenhangend met de seizoenen. Feitelijk komen echter deze twaalf tijdvakken niet meer overeen met de gang van de zon door de beelden van de dierenriem. Dit komt door het verschuiven van het jaarritme binnen de dierenriem:

Platonisch wereldjaar

Tot de interessante ontdekkingen die bij waarneming aan de nachtelijke hemel kunnen worden gedaan, behoort ook de cirkelbeweging van de sterren. Alleen de poolster verschijnt voor onze waarneming elke nacht weer en gedurende alle uren van één nacht als een vast punt. Het is mogelijk om ook waarnemingen uit veel vroeger tijden bijeen te leggen; de eerste die zoiets deed was de Griekse filosoof en natuuronderzoeker Hipparchus (190 – 125 v Chr). Hij stelde vast hoe Homerus vele eeuwen voor hem het sterrenbeeld van de Grote Beer had zien ondergaan in de oceaan, terwijl dat in zijn eigen tijd reeds een circumpolair sterrenbeeld was, dat wil zeggen een sterrenbeeld dat zijn boog aan de hemel zodanig maakt, dat het altijd zichtbaar blijft en dus niet op- en ondergaat. Het hier gesignaleerde ritme van verschuivingen drukt zich ook uit in de veranderlijkheid van het lentepunt. Wanneer de zon opkomt op 21 maart – het moment in het jaar waarop dag en nacht even lang duren, zoals ook bij het herfstpunt – dan staat er op die plaats aan de hemel een dierenriemteken. Na 2160 jaar blijkt dat lentepunt in de dierenriem een teken te zijn verschoven. Pas wanneer twaalfmaal 2160 jaar, dus 25920 jaar zijn verstreken, lig het lentepunt weer op dezelfde plaats in hetzelfde teken van de dierenriem. Dit tijdvak heeft de naam platonisch wereldjaar. Nu valt een opmerkelijke samenhang met de mens op aarde vast te stellen. De menselijke ademhaling, die gemiddeld 18 maal per minuut plaats vindt, blijkt zich gedurende één dag juist datzelfde aantal van 25920 malen voor te doen. Om die reden kan het platonisch wereldjaar ook worden aangeduid als één aardedag, waarbij dan één jaar is te benoemen als één aarde-ademhaling, in- en uitgaand in winter en zomer.

Zo kan het goed zijn dat de persoon uit het voorbeeld wel als dierenriemteken ram heeft, maar dat de feitelijke situatie aan de sterrenhemel op de dag van zijn geboorte zo was, dat de zon opkwam in het sterrenbeeld van de vissen. Omdat de tekens betrekking hebben op de verschillende seizoenen werkt de astrologie dus met de samenhang tussen aarde en zon en niet met de samenhang van aarde en sterren.

Voor een juiste verhouding tot de kosmos is een helder begrip van de fenomenen van belang. Een eenvoudige waarneming laat zien dat het lentepunt zich momenteel in het sterrenbeeld van de vissen bevindt en niet in de waterman. De geruchten over het aquariustijdperk, waarin de huidige mensheid thans zou overgaan, missen daarmee een fundament. Het zal nog enkele eeuwen duren alvorens het lentepunt feitelijk zal zijn verschoven naar het sterrenbeeld van de waterman.
.

*R. van Romunde – Materie en straling in ruimte en tijd.
J.von Baravalle, ‘Erscheinungen am Sternenhimmel
Kraul, ‘Erscheinungen am Sternenhimmel
E.Mulder, Zon, maan en sterren

.

Ir. L.de la Houssaye, Jonas 8/9, 19-12-1975
.

Sterrenkunde: alle artikelen

.

1570-1470

.

.