VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner – Algemene menskunde – voordracht 13 (13-2)

.

RUDOLF STEINER

ALGEMENE MENSKUNDE ALS BASIS VOOR DE PEDAGOGIE

GesamtAusgabe (GA) 293*
Vertaald*

Enkele gezichtspunten bij bladzij 187-188 van de vertaling.

Ook het vervolg van [13-1] op blz. 187 vind ik niet eenvoudig. En ik heb in het verleden meerdere keren gedacht: moet je dit echt allemaal kunnen doorgronden om goed vrijeschoolonderwijs te kunnen geven? 
Maar aan het eind van van blz. 187 komen we wél iets tegen wat in deze tijd actueel is: het grote aantal kinderen dat te dik is! 
Dus, als we kunnen doorgronden wat daar gebeurt, kunnen we ook inzien welke pedagogisch-didactische maatregelen we moeten nemen om het nadelige van het ‘te dikke’ in het tegendeel te doen verkeren. Dat kan natuurlijk niet zonder een aanpassing van het eetpatroon – hier zie je nog eens de samenhang van voeding/op-voeding – maar dat is de verantwoording van de ouders. En daaruit volgt weer dat er steeds een nauw contact moet zijn tussen leerkracht en ouders, wat Steiner ook nadrukkelijk bepleit.

Und die Waldorfschule ist eine Schule, die ganz darauf aufgebaut ist, mit der Elternschaft in enger Verbindung zu stehen. In der Waldorfschule werden jeden Monat, zuweilen auch öfter, die Eltern der Kinder zu einer Elternver­sammlung gerufen. Da wird gesprochen über das, was eben notwendig ist im Zusammenwirken von Schule und Elternhaus. Und da ist sehr vieles notwendig.

En de vrijeschool is een school die er helemaal op gericht is in nauw contact te staan met de ouders. Op de vrijeschool wordt er iedere maand, dikwijls ook frequenter voor de ouders een ouderavond georganiseerd. Daar wordt er gesproken over wat er nodig is voor het samenwerken van school en ouders. En er is erg veel nodig.

Man regelt nun im Zusammenwirken mit den Eltern die Diät in bezug auf den Zuckerzusatz zu den Speisen. Man steht also als Erzieher auf der einen Seite auf dem Boden, daß man überall das Physische berücksichtigt, insofern es die Unterlage des Geistigen sein kann, und daß man auf der anderen Seite das Kind so erzieht, daß man den möglichst gesunden Körperzustand hervorbringt mit Hilfe des Geistigen.

In het samenwerken met de ouders wordt er wat het dieet betreft iets afgesproken over suiker in het voedsel. Want als leerkracht sta je er enerzijds zo in dat je naar het fysieke kijkt in zoverre dat de basis kan zijn voor het geestelijke, en dat je aan de andere kant het kind zo opvoedt dat je met behulp van de geest een zo gezond mogelijke lichamelijke toestand schept.
GA 304A/135 e.v.
Niet vertaald

Op blz. 185 gebruikt Steiner het woord ‘drukken’ en op blz. 186 het woord ‘zuigen’.  

Dit ‘drukkende’ en ‘zuigende’ zijn in wezen eigenschappen van wat we ook al als tegenstellingen hebben onderzocht: het fysieke en het etherische, bv. bij fysiek lichaam en levenskrachtenlichaam: etherlijf. We komen het in een wat andere tegenstelling weer tegen als ‘stof en geest’ of  ‘materie en geest.

Op blz. 185 en 186 legt hij er niet zo zwaar de nadruk, maar elders bv. wel weer:

Will man wirklich zum Verständnis der Welt kommen, dann muβ man bereits das schwer Materielle beim Äther aufhören lassen. Dann muβ man sich klar sein, daβ der Äther nicht mehr solche Materie ist wie diejenige, von der wir als den Raum erfüllend sprechen, so denken wir uns, wenn ich schematisch spreche, eben den Raum ausgefühlt mit Materie. Wenn wir aber von Äther sprechen, so dürfen wir uns nicht den Raum ausgefüllt denken von Materie, sondern wir müssen uns den Raum entleert denken von Materie. Wenn gewöhnliche Materie an etwas anstöβt, so drückt es dieses, schiebt es weiter. Wenn Äther sich diesem nähert, so saugt er das an sich und zieht es in sich herein. Es ist die gerade entgegengesetzte Wirkung, zu der gewöhnlichen Materie. Der Äther übt Saugwirkungen. Wenn der Äther nicht Saugwirkungen übte, dann schauten Sie hinten so aus, wie vorne, denn schon in dem, was die Verschiedenheit des Menschen macht, hinten und vorne ist ein Ergebnis auf der einen Seite der drückenden Wirkung der Schwere-Materie und der saugenden Wirkung der Äther-Materie oder des Äthers.

Ihre Nase wird herausgetrieben aus Ihrem Organismus durch die Schwere-Materie, Ihre Augenhöhle wird hineingesaugt durch die saugende Kraft des Äthers.

Und so, indem Sie hinten anders sind wie vorne, vorne anders sind wie hinten, wirkt in Ihnen drückende und saugende Substantialität.

Als je de wereld werkelijk wil begrijpen, dan moet je het zware stoffelijke laten ophouden bij de ether. Dan moet je helder voor ogen hebben, dat de ether niet meer die materie is zoals de materie waarvan we kunnen zeggen dat die een ruimte opvult. Schematisch zouden we kunnen denken dat de hele ruimte gevuld is met materie. Maar als we over ether spreken, dan moeten we niet denken dat de ruimte gevuld is, maar juist zonder materie, leeg. Wanneer de gewone materie tegen iets aanstoot, dan drukt dit ertegen, schuift het verder. Wanneer de ether dit nadert, dan zuigt het daaraan en trekt het in zich. Dat is de tegenovergestelde werking van de gewone materie. De ether oefent zuigwerking uit. Als dat niet zou gebeuren, zouden we er van achteren net zo uitzien als van voren; want het verschil bij de mens tussen voor en achter, is het resultaat van enerzijds de drukkende werking van de zwaarte-materie en anderzijds de zuigende werking van de ethermaterie of de ether.
Uw neus wordt naar buiten gedrukt door de zwaarte-materie, uw oogkassen worden naar binnen gezogen door de zuigende werking van de ether. En zo, wanneer we er van achter anders uitzien dan van voren, werkt in u de drukkende en zuigende kracht.
GA201/124
Niet vertaald

Dit ‘niet-stoffelijke’ wil a.h.w. het stoffelijke ‘opzuigen’. 
Dit ‘niet-stoffelijke’ noemt Steiner op blz. 186 ‘het geestelijke’, dat dus materie wil doen verdwijnen:

Blz. 185/186  vert. 186/187

Der Mensch steht der Außenwelt gegenüber. Das Geistig-Seelische strebt danach, ihn fortwährend aufzusaugen. Daher blättern wir außen fortwährend ab, schuppen ab. Und wenn der Geist nicht stark genug ist, müssen wir uns Stücke, wie zum Beispiel die Fingernägel, abschneiden, weil der Geist sie, von außen kommend, saugend zerstören will. Er zerstört alles,und der Leib hält diese Zerstörung des Geistes auf. 

De mens staat tegenover de buitenwereld. Het geestelijke streeft ernaar hem voortdurend op te zuigen. Daarom bladderen we aan de buitenkant voortdurend af, we schilferen af. En wanneer de geest daar niet sterk genoeg voor is, moeten wij stukken afknippen, zoals de vingernagels; want de geest wil ze van buitenaf opzuigen en vernietigen. De geest vernietigt alles en het lichaam houdt dat tegen.

Dat is a.h.w. een proces dat van nature verloopt. Maar dat wél beïnvloedbaar is. En beïnvloed moet worden wil de mens ‘gezond’ kunnen functioneren. En ‘gezond’ is ‘als het ene niet de overhand heeft over het andere’ – wat je ook invult voor ‘het ene’ of ‘het andere’.

Und es muß im Menschen ein Gleichgewicht geschaffen werden zwischen dem zerstörenden Geistig-Seelischen und dem fortwährenden Aufbauenden des Leibes. 

In de mens moet een evenwicht tot stand worden gebracht tussen de vernietiging door het geestelijke en de voortdurende opbouw door het lichaam.

In de tweede voordracht werd dit ook al vanuit een andere optiek geconcludeerd:

Die Aufgabe der Erziehung, im geistigen Sinn erfaßt, bedeutet das In-Einklang-Versetzen des Seelengeistes mit dem Körperleib oder dem Leibeskörper. Die müssen miteinander in Harmonie kommen, müssen aufeinander gestimmt werden, denn die passen gewissermaßen, indem das Kind hereingeboren wird in die physische Welt, noch nicht zusammen. Die Aufgabe des Erziehers und auch des Unterrichters ist das Zusammenstimmen dieser zwei Glieder.

De taak van de opvoeding in geestelijke  zin is nu om de zielengeest en het lichamelijk organisme of organisch lichaam met elkaar in overeenstemming te brengen. Die moeten met elkaar in harmonie komen, moeten op elkaar afgestemd worden, want die passen in zekere zin nog niet bij elkaar wanneer het kind geboren wordt. De taak van de opvoeder en ook van de leraar is om deze twee delen op elkaar af te stemmen.
GA 293/24  vert. 24**  

So werden wir uns bewußt werden müssen, wenn wir einem Kinde diesen oder jenen Lehrgegenstand beibringen, daß wir dann in der einen Richtung wirken auf das mehr in den physischen Leib Hineinbringen der Geistseele und in der anderen Richtung mehr auf das Hereinbringen der Körperleiblichkeit in die Geistseele.

We zullen ons bijvoorbeeld bewust moeten worden in welke richting we werken door een kind bepaalde leerstof bij te brengen: dat we met het ene onderwerp meer de geestziel laten doordringen in het fysieke lichaam en met een ander onderwerp meer het lichamelijk organisme in de geestziel brengen.
GA 293/27   vert. 27**

In [13-1-1] is e.e.a. al verder uitgewerkt.

We zagen in [13-1] al, dat de ‘stroming’ van geest-ziel in het hoofd een soort ‘dam’ ontmoet. Op blz. 187 blijkt er al een hindernis voor deze stroom te zijn opgeworpen door het borst-buikstelsel. Met name in de buik hebben we de plaats waar materie binnenkomt en verwerkt wordt. Voedsel is een belangrijke leverancier van materie. Dat moet worden afgebroken en weer opgebouwd ten dienste van de instandhouding van het leven:

Es ist eingeschoben in diese Strömung das Brust-Bauchsystem. Und das Brust-Bauchsystem ist dasjenige, welches sich entgegenwirft der Zerstörung des eindringenden Geistig-Seelischen und welches von sich aus den Menschen durchdringt mit Materiellem.

Midden in die stroming is het borst-buikstelsel geplaatst. En dit stelsel stelt zich te weer tegen de verwoesting door het binnendringende geestelijke en doordringt op zijn beurt de mens met materie.

In de 10e voordracht werd ons uitgelegd dat de ledematen in hoge mate geest-ziel zijn. Dan ligt het voor de hand dat zij het meest aan die materie zullen ‘zuigen’. En dat gebeurt uiteraard wanneer de ledematen doen, waarvoor ze er zijn: bewegen. 

De ledematen zijn het meest geestelijk:

Daraus aber ersehen Sie, daß die Gliedmaßen des Menschen, die hinausragen über das Brust-Bauchsystem, wirklich auch das Geistigste sind, denn da in den Gliedmaßen wird noch am wenigsten der Materie erzeugende Prozeß im Menschen vorgenommen. Nur dasjenige, was vom Bauch-Brustsystem hineingeschickt wird an Stoffwechselvorgängen in die Glieder, das macht, daß unsere Glieder materiell sind. Unsere Glieder sind in hohem Grade geistig, und sie sind es, welche an unserem Leib zehren, wenn sie sich bewegen.

Hieruit kunt u afleiden dat de ledematen, die uitsteken buiten het borst-buikstelsel, ook werkelijk het meest geestelijk zijn, want in de ledematen wordt het minst materie geproduceerd. Alleen de stofwisselingsprocessen die onder invloed van het buik-borststelsel zich in de ledematen afspelen, maken dat de ledematen materieel zijn. Onze ledematen zijn in hoge mate geestelijk en zij zijn het ook die ons lichaam afbreken wanneer ze bewegen.

En dan is er de zin die niet nader uitgewerkt wordt:

Und der Leib ist darauf angewiesen, in sich dasjenige zu entwickeln, wozu der Mensch eigentlich veranlagt ist von seiner Geburt an.

En het lichaam moet in zichzelf dat ontwikkelen waartoe de mens vanaf zijn geboorte is voorbestemd.

Je zou je kunnen afvragen: waartoe is dan de mens vanaf zijn geboorte voorbestemd. Wat bedoelt Steiner hier?
Het is niet zo moeilijk zelf antwoorden te geven vanuit alles wat er aan de orde is geweest: hij is bv. voorbestemd een denkend, voelen en willend wezen te worden; hij is in zekere zin onderworpen aan de ontwikkelingswetmatigheden: hij is voorbestemd die ontwikkelingsweg af te leggen. Ligt het ook besloten in de vraag die in het blad Vrije Opvoedkunst aan oud-vrijeschoolleerlingen wordt gesteld: ‘Ben je geworden wie je bent?’

En met het oog op de te dikke kinderen en volwassenen:

Dit is de oorzaak van het ‘vervetten’ en de gevolgen voor het leren: de weg naar het hoofd wordt bemoeilijkt!:

Bewegen sich die Glieder zuwenig, oder bewegen sie sich nicht entsprechend, dann zehren sie nicht genug am Leibe. Das Brust-Bauchsystem ist dann in der glücklichen Lage – in der für es glücklichen Lage -, daß ihm nicht genügend weggezehrt wird von den Gliedern. Das, was es so übrig behält, verwendet es dazu, um überschüssige Materialität im Menschen zu erzeugen. Diese überschüssige Materialität durchdringt dann dasjenige, was im Menschen veranlagt ist von seiner Geburt aus, was er also eigentlich haben sollte zu der Leiblichkeit, weil er als seelisch-geistiges Wesen geboren wird. Es durchdringt das, was er haben sollte, mit etwas, was er nicht haben sollte, was er nur als irdischer Mensch hat materiell, was nicht geistig-seelisch veranlagt ist im wahren Sinne des Wortes; es durchdringt ihn immer mehr und mehr mit Fett. Wenn aber dieses Fett in abnormer Weise eingelagert wird in den Menschen, dann stellt sich ja eigentlich dem geistig-Seelischen Prozeß, der als ein Saugprozeß, als ein verzehrender Prozeß eindringt, zuviel entgegen, und dann wird ihm sein Weg erschwert zum Kopfsystem hin.

Bewegen de ledematen te weinig – of niet adequaat – dan breken ze het lichaam niet genoeg af. Het borst-buikstelsel is dan in de gelukkige situatie — althans voor zichzelf gelukkig — dat de ledematen er niet genoeg aan knagen. Wat het buikstelsel overhoudt, gebruikt het om overtollige materie in de mens te produceren. Deze overtollige materie doordringt dan dat wat vanaf de geboorte als aanleg in de mens aanwezig is en wat hij eigenlijk zou moeten hebben naast zijn lichamelijkheid, omdat hij ook als zielen- en geesteswezen geboren wordt. Het buikstelsel doordringt dat wat de mens zou moeten hebben met dat wat hij niet zou moeten hebben, met dat wat er alleen is doordat de mens aards en dus materieel is, met dat waartoe hij niet in de ware zin van het woord naar geest en ziel is voorbestemd. Het doordringt de mens meer en meer met vet. Wanneer dit vet zich nu al te zeer ophoopt in de mens, dan is er te veel weerstand voor het geestelijke proces dat als een zuigingsproces, een verteringsproces binnendringt en dan wordt de weg naar het hoofd bemoeilijkt.

Steiner blijft nu bij het fysieke proces:

Daher ist es nicht richtig, wenn man den Kindern erlaubt, zuviel fetterzeugende Nahrung zu nehmen. Dadurch wird ihr Kopf abgegliedert vom GeistigSeelischen. Denn das Fett legt sich in den Weg des GeistigSeelischen, und der Kopf wird leer. Es handelt sich darum, daß man den Takt entwickelt, so zusammenzuwirken mit der gesamten sozialen Lage des Kindes, daß das Kind in der Tat nicht zu fett wird. Später im Leben hängt ja das Fettwerden von allerlei anderen Dingen ab, aber in der Kindheit hat man es bei nicht abnorm gebildeten, das heißt besonders schwach gebildeten Kindern, die, weil sie schwach sind, leicht fett werden, also bei normal gebildeten Kindern immerhin in der Hand, nachzuhelfen durch eine entsprechende Ernährung gegen das zu starke Fettwerden.Aber man wird diesen Dingen gegenüber nicht die rechte Verantwortlichkeit haben, wenn man nicht ihre ganz große Bedeutung ermißt; wenn man nicht ermißt, daß man in dem Fall, wo man dem Kinde erlaubt, zuviel Fett ansammeln zu lassen, dem Weltenprozeß, der etwas vorhat mit dem Menschen, was er zum Ausdruck bringt dadurch, daß er sein Geistig-Seelisches durchströmen läßt durch den Menschen, daß man da diesem Weltenprozeß ins Handwerk pfuscht. Man pfuscht tatsächlich dem Weltenprozeß ins Handwerk, wenn man das Kind zu fett werden läßt.

Daarom is het niet goed wanneer men kinderen toestaat te veel vetproducerend voedsel te eten. Daardoor komt het hoofd los te staan van geest en ziel. Want het vet staat het geestelijke in de weg en het hoofd wordt dan leeg. Men zal tactvol moeten inspelen op de gehele sociale situatie van het kind, opdat het kind inderdaad niet te dik wordt. In het latere leven wordt men ook dik door andere oorzaken, maar in de jeugd heeft men het bij normale kinderen – dat wil zeggen, niet bij kinderen die bijzonder zwak gebouwd zijn en daardoor snel dik worden — toch in de hand dat ze niet te dik worden, door ze met goede voeding te helpen. Maar een werkelijk verantwoordelijkheidsgevoel op dit gebied kan men alleen hebben wanneer men de grote betekenis ervan inziet, wanneer men beseft dat men de wereldontwikkeling tegenwerkt wanneer men een kind te dik laat worden. De wereldontwikkeling is namelijk iets van plan met de mens, wat tot uitdrukking komt in het geestelijke dat door de mens stroomt. Men dwarsboomt werkelijk de wereldontwikkeling wanneer men een kind te dik laat worden.

De wereldontwikkeling is iets van plan….Opnieuw een voor ons raadselachtige zin; misschien niet voor de toehoorders die Steiner al veel vaker hadden gehoord. Wat bedoelt hij daarmee.  Dat wil ik graag nog uitwerken (→ nog niet oproepbaar.)

**Vertaling van GA* 293 [1].

De voordrachten die Steiner hield hadden tot doel uiteen te zetten wat vrijeschoolpedagogie omvat.
Van 21 augustus tot en met 6 september 1919 volgden de leerkrachten voor de te beginnen school deze cursus die, naast de in de morgen gehouden voordrachten GA 293, ook nog bestond uit de over de rest van de dag verdeelde cursussen  (GA 294) [2] en (GA 295) [3]

*GA= Gesamt Ausgabe, de boeken en voordrachten van Steiner

[1] GA 293
**Algemene menskunde als basis voor de pedagogie
[2] 
GA 294
Opvoedkunst. Methodisch-didactische aanwijzingen
[
3] GA 295
Praktijk van het lesgeven

Algemene menskunde voordracht 13: alle artikelen

Algemene menskundealle artikelen

Rudolf Seineralle artikelen op deze blog

Menskunde en pedagogiealle artikelen

.

2624

.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.