VRIJESCHOOL – Advent (18)

.
Dieuwke Hessels postte dit artikel in de Facebookgroep ‘Vrijeschool’:
(november 2021)

.

ADVENT
.

“VREDE op aarde voor de mensen van goeden wille”.
.
Van het Zonnejaar door Alice Woutersen

Advent : voorbereiding en verwachting? Voorbereiding van wat?
Voor kinderen is het duidelijk: wij vieren de geboorte van Jezus, die voor de mensen het Licht op de aarde bracht, in feite [voor hun] vieren we de geboorte van ieder kind!!!!
Met Advent bereiden we langzaam maar zeker dit feest voor.
Op de seizoentafel wordt het naar de aarde gaan van het Kind duidelijk gemaakt en mogelijk wel als volgende :
Een Engel (of engelen) brengt iedere dag het Kerstkind een beetje dichter bij de aarde. Trede voor trede daalt zij af om in de Kerstnacht het kind in de armen van Maria te leggen.
Op de seizoentafel onder een adventsladder vormt zich door de vier adventsweken heen de aarde met alles wat erbij hoort.
Eerst dragen wij zand, stenen en water aan.
De tweede week komen de planten erbij (aangevuld met zelfgemaakte bloemen en bladeren).
De derde week volgt het dierenrijk en vormen onze handen uit klei of bijenwasfiguren die op dieren lijken. Ook [wollen] figuren kunnen ontstaan, zoals de schapen en de os en ezel.
De vierde week zijn wij aangekomen bij het rijk van de mensen. Uit klei, wol en/of lapjes ontstaan herders en ook Jozef en Maria.
Jozef en Maria verplaatsen zich samen met de ezel in de richting van de stal, die ondertussen ook al verschenen is. Elke dag een stukje verder, tot ze op Adam-en-Eva-dag (24 december) in de stal aankomen. Dit is de dag waar iedereen naar uitziet.
Vandaag wordt gezamenlijk de kerstboom opgetuigd, het huis versierd en met vereende krachten het kerstbrood gebakken. De kleintjes gaan naar bed, de groten naar een kerstnachtdienst of maken in het donker een mooie wandeling.
’s Avonds laat worden de kleintjes gewekt. Het hele huis is dan met kaarsen verlicht, en zingend gaan we naar beneden om in het stalletje te gaan kijken waar Maria, verlicht door een kaarsje, gelukzalig haar kindje wiegt. De kaarsjes in de boom branden nu ook en het warme kerstbrood staat te geuren.
Dan wordt het geboorteverhaal gelezen uit ‘Maria’s kleine ezel’, nog wat gezongen, en daarna wordt het kerstbrood aangesneden.

Zo is door de jaren heen dit bij ons de traditie geworden, die natuurlijk
van gezin tot gezin verschilt.
Maar wat verwacht ik nu zelf, wordt het voor mij innerlijk ook feest of ga ik ten onder aan alle drukte en familiespanningen van dingen die niet te combineren zijn?
Wat wil ik verwachtingvol beleven of in mijzelf wakker roepen c.q. geboren laten worden? Waar wil ik zelf bij stil staan (als het al mogelijk is om in deze tijd ergens de rust te vinden om stil te staan, vooral vlak voor kerst)? Het kost moed en kracht je hiervan bewust te worden en dan bedoel ik werkelijk innerlijk in jezelf te voelen wat je wilt en niet wat je met je hoofd bedenken kan.
Ik wil in die tijd mijzelf als mens beleven en mijn innerlijk goddelijke kern voelen. Ik wil bewust leren voelen dat ik de christuskracht, die Christus sinds het mysterie van Golgotha in ieder mens gelegd heeft, in mij draag en proberen deze vonk tot een mooie vlam te ontwikkelen. Wanneer ik dat werkelijk wil dan kost dat voorbereiding. Dit Licht in mijzelf kan alleen stralen en anderen tot heil zijn
als ik zelf stevig in mijn schoenen kan staan.

Daarop moet ik dus in eerst instantie mijn aandacht richten, niet egoïstisch, maar om daardoor de ander de ruimte te kunnen bieden zichzelf te kunnen zijn. Met Michaël neem je de moed op om deze weg te gaan. De weg naar het geestelijke in jezelf, de weg naar het geestelijke in de ander, de weg naar het geestelijke in de wereld, de weg naar alle geestelijke wezens die ons zorgend en wevend omringen.

Hoe doen we dat? Als je in de Michaëlstijd (dus oktober-november) om je heen kijkt in de natuur wordt het je duidelijk. Alle bomen doen het ons namelijk voor: “leg sierlijk en met vreugde je oude omhullingen (verdedigingsmuren enz.) af en behoud de gouden essentie van je zijn”.
Iedere boom laat in de herfst met gratie en tot vreugde van vele levende wezens zijn vruchten en bladeren vallen. Hij verschijnt dan in zijn naakte zijn, zijn wezenlijke gestalte en draagt een groot geheim bij zich.
Welk geheim? Hij lijkt wel kaal en naakt, maar in zijn knoppen ligt de gouden essentie van zijn zijn. In wezen is hij nu het meest zichzelf, stevig rechtop staand trotseert hij iedere storm. Die stevigheid moeten wij ook zoeken. Wij moeten dan zelf op zoek gaan naar de gouden essentie van ons eigen zijn.
De antroposofie kan je daarbij helpen. Het is en blijft een persoonlijke zoektocht. En als je deze gouden essentie gaat naderen, dan voel je je warm van binnen worden, je voelt dat de vonk in jezelf gaat opvlammen. Het gaat echter niet alleen om jezelf. Deze vonk wordt pas echt een vlam als hij in het sociale kan opvlammen.
Daar sta je dan als een boom, kaal maar eigenlijk het meest jezelf en overal in je knoppen draag je de gouden essentie van je eigen zijn. Nu komt de eerst proef: het feest van Sint-Maarten. Ben je in staat te delen? Dit is de eerste stap in de grote adventstijd die op 11 november begint en 43 dagen duurt.
Men spreekt ook wel over de grote kersttijd die zich uitstrekt van Sint-Maarten tot en met Maria Lichtmis (2 februari, 40 dagen na Kerst).
Het sociale oefenen is begonnen. Kun je werkelijk delen op alle denkbare gebieden ? Sint-Maarten deelde zijn mantel in tweeën en gaf zijn halve mantel weg. De andere helft van zijn mantel behield hij.
Dit laatste moeten wij goed tot ons door laten dringen. Een mens kan namelijk niet meer goed functioneren als hij innerlijk alles weggeeft. Ieder mens moet een deel behouden en zal dan merken dat deze halve mantel steeds weer heel, zo niet groter, wordt. Hierdoor kan men steeds weer en steeds meer schenken.
Dit delen en schenken is een hoge kunst, een kunst die je pas goed kan leren hanteren als je inzicht hebt gekregen in jezelf dus in je eigen gouden essentie.

De volgende proef is het Sinterklaasfeest, het feest van creatief en sociaal bezig zijn.
Voor dit feest moet je je werkelijk verdiepen in de andere mens, je probeert van haar of hem een levend beeld te maken. Door de andere mens zo zuiver mogelijk te proberen te zien kun je hem datgene geven wat die ander juist nodig heeft. Met humor en creativiteit kun je de ander een handje helpen op zijn levensweg. HUMOR is daarbij onontbeerlijk. Vrolijkheid, lachen, zingen, creativiteit en
humor zijn een soort smeerolie in het leven. Het is overigens niet alleen je inleven in de ander, want de ander houdt jou ook een spiegel voor. Dit kan je weer helpen beter inzicht te verwerven over jezelf en hoe je overkomt bij anderen.
Je verzamelt dus eerst de moed om je gouden essentie te gaan zoeken (en zodoende jezelf te leren kennen), dan om te leren werkelijk te delen met anderen en vervolgens om te proberen levende beelden te ontwikkelen van je medemensen en hen met liefde en humor tegemoet te treden en tevens leer je ook in je eigen spiegel te kijken om zo een eerlijk beeld over jezelf te vormen.
Door deze ontwikkeling te gaan kun je een open en onbevangen houding ten opzichte van je medemensen krijgen waarbij je niet overheerst noch dominant voelt en waar de ander zich ook veilig en gezien kan voelen. Ontmoeten wordt dan ook echt ont-moeten, dus je moet niet meer en mag jezelf zijn. Wanneer mensen elkaar zo ontmoeten, dan geeft dat nieuwe energie (“waar twee of meer
in mijn naam verenigd zijn ben Ik (Christus) in hun midden”).
Wij worden weer enthousiast (zijn in God en-thou-siast).
Op deze wijze zou ik het kerstfeest willen naderen: rustend in mijzelf en open voor de ander. En als het je lukt niet alleen je eigen vlammetje te laten opvlammen, maar ook dat van de anderen, dan voel je de jubel: het lukt (ook al is het soms kortstondig)! Er kan dan een intense vrede ontstaan, een
vrede waarin iedereen zichzelf kan zijn in zijn diepste wezen.

Advent

Een tijd waarin het zonlicht steeds korter bij ons is op de dag, de natuur (in ons deel van de aardbol) verstilt, kan ons helpen om dichter bij ons zelf te komen en bij wat er werkelijk toe doet. Om het ‘nieuwe licht’ dat geboren wil worden straks goed te kunnen ontvangen.
De school wordt schoongemaakt; alle herfstspullen worden opgeruimd en er wordt ruimte gemaakt voor een adventskrans die symbool staat voor de 4 weken voor kerst waarin de dagen korter worden en wij het innerlijke licht meer en meer laten schijnen en in de kleuterklassen worden er blauwe gordijnen opgehangen, alle seizoentafels krijgen blauwe kleden, daarop kunnen er de 1e adventsweek ‘stenen’ gelegd worden als symbool voor het aarde element.
De andere 3 weken zal daar telkens een element bij komen: plant, dier en mens.
De ramen worden beplakt met gele vloeipapieren sterren en blauw van de hemel.
In de gangen verschijnen adventpotjes  [blauwvloeipapier geplakt om lege glazen potjes], deze worden door de kinderen gemaakt.
Op de adventsmaandagen zal er bij binnenkomst een speciale entree zijn: muziek [in de hal].
En gaan kinderen elke maandag het licht van de adventskrans in de zaal halen om daarmee een eigen licht in de klas aan te steken. De stemming zal dus veranderen.
En speciaal is, ook weer dit jaar, dat we midden in de adventstijd Sint-Nicolaas verwelkomen. Ook Sint-Nicolaas kan maken dat ons hart vol verwachting klopt en daarmee worden niet alleen de cadeautjes bedoeld!


Seizoentafel advent:

Blauwe kleuren als ondergrond en achtergrond, Jozef en Maria gaan op weg om op de dag van de kerstviering aan te komen in het stalletje; de grote engel daalt iedere week een stapje naar beneden, de berg met gouden noten [er zit voor ieder kind een klein geschenkje in] als adventkalender, het stalletje en kribje staan klaar en er liggen wat mooie mineralen.


Op de foto niet afgebeeld: 4 lichtjes: 1e week de 1e, 2e week de 2e enz.

De symboliek van de adventstuin

Bijzondere dagen, zo vlak voor advent. Alles buitelt over elkaar heen: regen en hagel, pietjes, Jan de Wind, de duisternis, maar ook de kinderen – vol van verwachting. Sint-Nicolaas is onderweg, en vlak na zijn verjaardag vieren we de geboorte van het kerstkind.
December is de tijd van wachten en verwachten, maar ook van bergen prikkels.

Het ritueel

4 zondagen voor Kerstmis is de 1e zondag de 1e advent: Dan begint de Stille Tijd: het duurt dan nog precies vier weken tot kerstavond. Op deze dag op veel vrijescholen jonge kinderen het adventstuintje: het moment alleen al is speciaal: op maandagochtend; als het nog schemert komen kleuters en een van hun ouders bij elkaar in de klas, waar een spiraal van schelpenzand met
goudsterren erin [vroeger dennengroen] ligt. In het midden staat één grote kaars. De ruimte wordt slechts verlicht door kleine adventpotjes, verdeeld in de ruimte.. Daar word je vanzelf al stil van. Elk kind krijgt een appel met gouden ster aangereikt, waarin een kaarsje is gestoken; de engel is een leerling uit de hoogste klas van de school. Er zijn meerdere engelen: sommige geven de kaarsjes aan en begeleiden een kleuter in het tuintje en andere grote kinderen maken begeleidende of ondersteunende muziek. Er is dus muziek en zang. Kleuters gaan een voor een de spiraal in naar het middelpunt toe. Daar ontsteken ze hun eigen lichtje aan de grote kaars en dan cirkelen ze weer terug.
Onderweg zetten ze op een gouden ster van de spiraal hun lichtje neer.

De gedachte

November is onstuimig en ruilt oud in voor nieuw. Voordat de winter komt, ploegen de boeren hun land en spitten wij onze tuinen om, zodat alles straks optimaal kan wortelen en groeien.
Ook het kosmische kan dan diep in de aarde doordringen.
In de adventstijd zaait de hemel nieuw leven met sterrenkracht. En ook
al is het buiten donker, diep in het binnenste van de aarde ontkiemt alweer licht.
De bloemen die komend jaar zullen bloeien, zijn er nu al: diep verborgen in het binnenste van de aarde.
Kijken we naar onszelf omdat we een innerlijke weg willen gaan, dan zullen we
moeten beginnen met het maken van diepe verbindingen.
De donkere dagen voor Kerstmis werpen ons terug op onszelf. Wanneer je minder wordt afgeleid door wat er zich buiten je afspeelt, lukt het beter om af te stemmen op jezelf. Als het donker en stil wordt, voelen we ook intenser. Door onze aandacht te vestigen op ons innerlijk, kan daar zich iets ontwikkelen.

Waarom een appel?

Een peuterjuf zei me ooit: “We doen hier niets voor niets: alles heeft een reden of
een betekenis.” Dat geldt ook voor het lichtje dat de kinderen dragen. Hun kaarsje is gestoken in een gouden ster, in een appel. Die ster verwijst naar de ster die de herders en de drie koningen de weg wees naar de stal. De sterrenkracht die in de aarde huist, ook al zien we het niet, kunnen we opvatten als een teken van hoop en houvast. De appel verwijst naar de boom van kennis van goed en kwaad – in het hart van het Paradijs – waar ook de zondeval begon.
Dit lichtje herinnert ons dus ook aan het gegeven dat we nu leven op aarde, waar we onze eigen keuzes moeten maken en dragen.
De lichtjes van de kinderen langs de spiraal maken de ruimte steeds lichter. Zij zijn nog niet vertrouwd met alle symboliek en toch voelen ze de plechtige stemming haarfijn aan: de ingetogenheid en ieders aandacht. Klein en groot, iedereen beleeft dit ritueel op zijn eigen manier. Kijk ook eens naar hoe
kinderen het adventstuintje lopen. Ieder kind loopt anders, want elk kind gaat zijn eigen levensweg.
Die eenheid in verscheidenheid samen beleven en zien hoe vele kleine vlammetjes het donker doen oplossen, wekt vertrouwen. In elk van ons vonkt een beetje sterrenkracht!


[ naar “inspiratie voor ouders”]

Adventstuintje

In de kleuterklassen wordt een adventtuin gelegd van zilverzand met in het midden een grote kaars.
Daar omheen worden stoeltjes klaargezet voor kinderen en tafels voor ouders om op te zitten.
Ook is er ruimte nodig voor de muzikanten uit de hogere klassen en een tafel staat apart voor appelkaarsjes.
Bij het adventtuintje mag per kind één ouder aanwezig zijn

Zie hier:

Daniël Udo de Haes heeft ooit een verhaal geschreven om het Sinterklaasfeest en het kerstfeest met elkaar te verbinden.
Hierin het beeld van Maria die kinderen onder haar warme mantel meeneemt naar de aarde en die de mensenkinderen die terug willen keren naar de geestelijke wereld, onder haar kleed mee terugneemt:
“Eens reed Sint-Nicolaas over de wolken van Spanje naar Holland. Daarboven in de hemel ontmoette hij Maria, die het Kerstkind in haar armen droeg. Zij vertelde aan Sint-Nicolaas dat zij het Kind juist weer voor een poosje naar de aarde wilde brengen. Daar mocht het dan weer met de kinderen spelen.
Toen kwamen dadelijk van alle kanten de sterren naderbij en vroegen of ze mee mochten gaan.
Dat mag, zei Maria, als de Maan jullie de weg wil wijzen want jullie passen niet allemaal onder mijn warme mantel.
Dat hoorde Sint-Nicolaas en hij reed op zijn paard snel naar de maan: ‘Goedenavond Maan!’
‘Goedenavond Sint-Nicolaas’, zei de Maan. ‘Maan, wil je de sterrenkinderen die met Maria mee naar de aarde willen de weg wijzen’? ‘Natuurlijk’, zei de Maan, ‘als de Zon dan overdag wil helpen…’
Sint-Nicolaas reed naar de Zon. ‘Zon, wilt u Maria helpen om de sterrenkinderen de weg naar de aarde te wijzen, de Maan helpt in de nacht, kunt u overdag helpen?’
‘Wat willen de sterrenkinderen op de aarde doen, Sint-Nicolaas?’ ‘De sterrenkinderen willen spelen met het Kerstkind en de aardekinderen.’ ‘Ik help graag mee’, zei de Zon.
Toen kwam de Zon naast Maria staan en de Maan aan de andere kant. Maria nam vele sterrenkinderen onder haar mantel en de sterrenkinderen zagen de glans van het Kerstkind dat Maria op haar arm droeg. De Zon liet zijn stralen lichten op het pad dat Maria ging…
Sint-Nicolaas reed ondertussen op zijn paard met rasse schreden vooruit over de wolken en kwam als eerste op de aarde aan. Daar aangekomen vertelde hij aan een ieder die het maar wilde horen dat het Kerstkind weldra op aarde zou komen. Sint-Nicolaas gaf de kinderen speelgoed zodat zij straks met het
Kerstkind konden spelen. Toen Maria met het Kind op aarde aankwam, sprongen vele sterrenkinderen van haar schoot en waren mensenkinderen geworden. Ze speelden samen.
Na een poosje keerde Maria terug naar de Hemel en vele mensenkinderen mochten met haar mee om daar dicht bij de Zon, Maan en Sterren te zijn…”

Kaarsjes “trekken”… in de adventtijd

Activiteit:
getekende ster op goudpapier opvullen met verschillende
materialen [in dit geval glazen schijfjes]

Vloeipapieren sterren vouwen
Zie hier.

Origami lampje vouwen
Zie hier  (link onduidelijk)

In deze weken kerststalletje knutselen


[vanuit het Oberufer Kerstspel] aanzegging:
Engel: Wees gegroet gij begenadigde!
God den heer is met u!
Gij zijt gezegend onder de vrouwen,
want gij zult bevrucht worden
en enen zoon baren
en zult zijnen naam heten Jezus.
En hij zal over zijn volk koning zijn in der eeuwigeid.
Maria: Hoe zal dat wezen,
dewijl ik genen man en bekenne?
Engel: Ziet, ik ben den engel Gabriël
zo ‘t u verkondigt:
de kracht des allerhoogsten zal u overschaduwen.
Daarom ook dit heilige dat uit u geboren wordt
zal Gods zone genaamd worden.
En ziet, Elisabeth uw nichte
is ook zelve bevrucht mit enen zone in haren ouderdom
en deze maand is haar,
die onvruchtbaar genaamd was, de zesde.
Want geen ding en zal bij God onmogelijk zijn.
Maria: Ziet de dienstmaagd des heren,
mij geschiede naar uw woord

 

Een verhaaltje:

Een oude man die het einde van zijn leven voelde naderen riep zijn drie zoons bij zich en zei: “Ik kan mijn bezit niet door drieën delen, want wat ik nalaat is niet te verdelen. Daarom heb ik besloten alles wat ik heb na te laten aan degene die het meest intelligent is en het helderste inzicht bezit, anders gezegd: aan mijn beste zoon.
Op tafel ligt voor ieder van jullie een muntstuk. Pak dat. Wie er iets van koopt waarmee deze hut waarin we wonen geheel gevuld kan worden zal alles krijgen.”
Ze vertrokken.
De eerste zoon kocht stro, maar dat reikte slechts tot halverwege.
De tweede zoon kocht zakken met veren, maar ook hem lukte het niet de hut te vullen.
De derde zoon, die de erfenis uiteindelijk zou krijgen, kocht maar iets heel kleins.
Het was een kaars.
Hij wachtte tot het donker was, stak de kaars aan en vulde de hele hut met licht.


Het Luciafeest is een typisch Zweeds lichtfeest dat op 13 december, de
naamdag van Sint-Lucia, wordt gevierd. De traditie is ontstaan in de
middeleeuwen en heeft zich in de 20e eeuw van Västergötland naar de rest
van Zweden en naburige landen verspreid. In Zweden markeert het Luciafeest
nu het begin van de kerstperiode. De traditie heeft elementen van het
voorchristelijke midwinterlichtfestival overgenomen. In vroegere tijden kwam
de dertiende december overeen met de midwinternacht. Door
kalenderwijzigingen in de loop van de eeuwen is het moment van de kortste
dag op de kalender verschoven, hoewel het feest op 13 december bleef staan.
De traditie in Zweden is dat er vroeg in de morgen meisjes in witte kleding
met een rode sjerp en met kaarsjes op hun hoofd het gezin en ouderen
wekken en eten brengen. Daar worden dan ook speciale Lucialiedjes bij
gezongen. Ook is het traditie dat elk dorp jaarlijks een eigen ‘Lucia’ kiest.
Tijdens het Luciafeest worden er vaak lussekatter (gele safraanbroodjes)
gegeten. (uit wikipedia)


Donker wordt de aarde,
Duister overal.
Maar ons hart bewaarde
Licht, dat blijven zal.

Dat het helder brande,
Lichten mag heel ver,
Dan zal eens de aarde
Worden tot een ster!

Lena Struik

Advent:

Jaarfeesten: alle artikelen

Vrijeschool in beeld: advent  – jaartafel

.

2552

 

 

 

 

 

 

 

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.