VRIJESCHOOL – Specifieke gezichtspunten (2)

.
In ‘Weleda-berichten’, een uitgave van de firma WELEDA, verschenen artikelen over de door haar geproduceerde artikelen. Daarnaast artikelen over het brede begrip ‘gezondheid’.
Die konden ook over ‘opvoeding en onderwijs’ gaan.
Onderstaand artikel is uit 1969, maar bevat nog genoeg essentiële gezichtspunten over het vrijeschoolonderwijs. 
De woorden van von Kügelgen doen wellicht wat oubollig aan, maar wanneer je achter zijn betoog denkt aan hoe het gedrag is van grote groepen jongeren (en zij niet alleen!), met droevige uitschieters in bedreiging, geweld, moord zelfs en diefstal, plundering, ‘het zich-uitleven’, krijgt bij zijn woorden wel het gevoel dat hij iets wezenlijks aanroert.
.

Erich Gabert* en H.J. von Kügelgen**, Weleda-berichten nr. 83, sept. 1969

DE SCHOOL ALS VOEDINGSBRON VAN HET LEVEN

Dit artikel werd geschreven n.a.v. het vijftigste jaar van de Waldorfpedagogie

*Op het gebied van de pedagogie hebben de genezende impulsen van Rudolf Steiner vanuit de antroposofie wel de meest opmerkelijke uitwerkingen gehad. Er bestaan tegenwoordig in de wereld in totaal 80 Freie Waldorfscholen of Rudolf Steinerscholen of vrijescholen. [Het aantal in febr. 2020 bedraagt 1190 scholen wereldwijd]

Een oude, zeer ervaren schoolinspecteur, die de eerste Stuttgarter Waldorfschool grondig leerde kennen, zei eens: „Wat u op vele andere scholen — ook staatsscholen – vóór hebt, is dat u, zo geheel zonder compromis, alleen maar van het wezen van het kind tracht uit te gaan”.
Daarmee is al veel gezegd. In de Waldorfscholen hecht men er de grootste waarde aan, dat opnemen van nieuwe leerlingen gebeurt onafhankelijk van de sociale positie en het inkomen van de ouders of van een of ander van buitenaf gesteld doel, zoals b.v. „de industrie heeft mensen nodig” of „mijn jongen moet eens mijn bedrijf overnemen”.
Het grote ideaal is, dat geen enkel sociaal, economisch, confessioneel enz. onderscheid gemaakt wordt. Niet eens het verschil in begaafdheid mag een rol spelen, voor zover er niet in moeilijke gevallen maatregelen op orthopedagogisch gebied getroffen moeten worden. Ook het in aanmerking nemen van een later beroep mag, tenminste tot het 14e jaar, nog geen invloed uitoefenen. Elk kind moet op dezelfde wijze alle mogelijke hulp geboden worden, opdat het ook werkelijk te voorschijn kan brengen, wat als aanleg in hem aanwezig is aan begaafdheden op het gebied van het denken, maar zeer in ’t bijzonder ook op het gebied van het gevoelsleven en het gemoed, alsook van de wilskrachten en de praktische zin. Onze huidige wereld heeft toch juist levende persoonlijkheden met een groot aanpassingsvermogen nodig, werkelijke individualiteiten met scheppende vermogens, vol initiatieven en niet alleen wezens, die volgens bepaalde normen werken.
Zij die aan de Waldorfscholen werken hebben door Rudolf Steiner en de antroposofische geesteswetenschap de mogelijkheden gekregen, hun doen en laten op te bouwen volgens een diepere, meer omvattende kennis van het wezen van het kind dan tegenwoordig mogelijk is en wel langs een voor iedereen begaanbare, streng wetenschappelijke weg tot inzicht in het wezen van het kind in ’t algemeen, van zijn ontwikkelingsfasen en de veranderingen daarin door acceleratie of vertraging van het in elkaar werken van lichaam, ziel en geest.

**Dit jaar [1969] is het een halve eeuw geleden dat de Freie Waldorfschule in Stuttgart, niet alleen als school en opleidingsinstituut, maar ook als bron van leven, werd opgericht. Zij die later in een beroep werkzaam werden, hadden de mogelijkheid, door dat wat ze in deze school aan levende impulsen hadden opgenomen, ieder op zijn terrein een mens met initiatieven te worden. Wat in de school geleerd werd, vergeten de leerlingen in hun beroep nimmer. Dit werd een bron van zich steeds vernieuwend leven. Maar ook de ouders, de gezinnen die met de school verbonden zijn en niet in de laatste plaats de leraren zelf, vormen, creatief in het culturele leven staande, de grote schoolgemeenschap van de Freie Waldorf Schulen.

De nieuwe pogingen, die de staat op het gebied van het onderwijs instelt, van de grote industrieën tot aan de z.g. beroepsscholen toe, hebben alle een „totale school” op het oog en willen een brug uit één stuk bouwen, die van de kinderjaren naar de zo totaal veranderde beroepen leidt.

Zij die de idee van de Waldorf Schulen in praktijk trachten te brengen, zien enerzijds dat hun scholengemeenschap, die uit 12 gedifferentieerde leerjaren bestaat, steeds dringender nodig is. Aan de andere kant wordt het menselijke fundament van de opvoedkunst met zo’n geweld aangevallen en vernietigd, dat men de onrust onder de jeugd en ook al onder de leerlingen alleen maar kan zien als een voorbode voor nog groter crises.

Wanneer door de grondvesting van de z.g. „totaalschool” de tot nu toe bestaande schooltypes in één geweldig geheel worden samengevoegd, dan is daarmee aan de kwaliteit van de school niets wezenlijks veranderd, maar wel is de vorming van het levensorganisme „school” overgeleverd aan het gevaar van massaliteit en anonimiteit.
De enkeling wordt, met behulp van verscherpte selectiemethodes, door de  gespecialiseerde groeperingen van de „totaalschool” gesluisd.

In de zin van de Waldorfschoolpedagogie kan een totaliteit slechts het edele beeld van de mens zijn, waardoor de krachten van het omvattend menselijke in het kind tot harmonie komen en zich versterken, voordat het opgroeiende mensenwezen aan zijn eigen ontwikkeling begint. Tussen vrije individualisering in de levensgemeenschap van een school en de gespecialiseerde vorming van een elite in een „totaalschool”, die uit is op prestaties, gaapt een afgrond van opvattingen over het doel, dat het onderwijs thans nastreeft. Deze afgrond wordt opengereten door de autoritaire macht van het geloof in de wetenschap, dat het scherpzinnig materialisme tot een gemaskeerde triomftocht in de zielen van de mensen heeft doen worden.

Maatregelen, die vijandig zijn aan het lot en het leven

Op heel bepaalde belangrijke punten kunnen de levensbronnen van een echt schoolorganisme worden aangetast:

I. Door de vaststelling of het kind „schoolrijp” is door een prestatietest. Vaardigheden, die het kind op de nog niet leerplichtige leeftijd aangeleerd zijn, kunnen camoufleren, dat een bepaalde levensfase nog niet bereikt is.

II. De groep kinderen, die door het lot wordt samengevoegd, zou vervangen worden door samenvoeging van leerlingen die iets bepaalds presteren en die door deze maatregel snellere vorderingen zouden maken. Het komt er niet op aan dat een harmonie tot stand gebracht wordt, maar dat de „begaafdheden” nuttig effect opleveren; niet de mens, maar het reservoir aan begaafdheden wordt gezocht. Het begrip „begaafdheid”, in de zin van erfelijke aanleg, is door recente pedagogische onderzoekingen echter twijfelachtig geworden. Men ziet dat invloeden van de buitenwereld een grotere werking hebben. Alleen met de derde factor, de zelfopvoeding door de geestelijke kracht van het Ik, die al het geleerde omsmelt, die maakt, dat in de laatste jaren voor de volwassenheid uit de opgenomen stof eigen inzichten tot stand komen, wordt te weinig rekening gehouden.

III. Daarmee wordt de derde realiteit over het hoofd gezien, nl. die van het lot. Deze wordt als wetenschappelijk niet te bewijzen en romantisch afgedaan. Er zijn reeds scholen, waarin men door middel van verplaatsbare wanden voortdurend wisselende groepen kan maken.

IV. De tendentie is onmiskenbaar om opvoeding te degraderen tot uitsluitend informatie, met behulp van alle daartoe geschikte middelen.

V. De ontwikkelingsgedachte van de biologie, waaraan Rudolf Steiner door zijn onvermoeid werken op het menselijke niveau een geestelijke betekenis heeft geschonken, wordt door het consequente uitwissen van de grenzen tussen dier en mens tot een vernietiger van het beeld van de mens. Het is geen toeval, dat de scheppers van de intellectuele „verleiders”, Corral en Lückert, bij hun proeven op dieren tot inzichten kwamen, die nu in de kleuterklassen reeds doordringen.

Vervroegen van het leerproces, vervroegen van de relatie tussen de geslachten, vervroeging als acceleratieverschijnsel, vervroeging van democratische vormen van „planning” en medezeggenschap (leerlingenparlementen), vervroeging daarmee worden de tere kiemen van de kinderlijke ontwikkeling, die zouden moeten worden behoed en gekoesterd, ontijdig belaagd.

De nimmer opdrogende bron van het leven van iedere Waldorfschool (vrijeschool of Rudolf Steiner school) als levend organisme, met een eigen gezicht, is de liefde tot het ware mensenwezen, is de kennis van de mens. die rekening houdt met de werkelijkheid van de geest, d.w.z. een wetenschappelijk, geesteswetenschappelijk gegrondveste kennis van de mens. Als vrucht van een zodanig inzicht kan liefde voor de mens ontstaan, eerbied voor het wezen van het kind, geestdrift voor de kunst van het opvoeden.

Het christelijke karakter van de Waldorfscholen, dat volkomen vrij laat, berust op een streven naar inzicht, waarin liefde en waarheid samengaan, en dat niet de ogen sluit voor de geestelijke macht en de sluwheid van het boze. Zoals voor het klassieke Griekenland de grote onzekerheid opdoemde, hoe met het raadsel van de dood geleefd kon worden, zo groeit sedert het aanbreken van de nieuwe tijd een andere onzekerheid. Evenals de Hades van de doden verbleekte tot een spookachtig schimmenrijk, zo laat de nijvere gedragspsycholoog die het onderscheid tussen dier en mens loochent, de zichtbaarheid van het boze, dat niet in de natuur, wel echter in het innerlijk van de mens werkt, verdwijnen. Het instinctleven van het dier vertoont geen moraal, ontwikkeling is er alleen maar in de betekenis van voortplanting. Wanneer dus de mens als intelligent dier gekwalificeerd wordt, dan ontneemt men hem de innerlijke strijd met het boze en stimuleert hem ertoe, zich uit te leven. Men ontketent alle vervroegingen op die manier. Het is echter de opdracht van ons cultuurtijdperk — en dat is in deze tijd en ook voor de naaste toekomst wel duidelijk — om met het raadsel van het boze te leven. Dit heeft de neiging om zich te verbergen, zich fatsoenlijk, uiterst wetenschappelijk, idealistisch en als dat „wat nu eenmaal zo is” voor te doen. Het verbergt zich achter talloze maskers, maar bovenal geldt, het boze te doorzien, want zijn wezen is bedrog.

De zin van het eigen lot

Onzichtbaar, maar alom tegenwoordig is de angst heden ten dage een grondtrek van de menselijke ziel. Zijn bron is, wat niet wordt doorzien, in het bijzonder het boze en ook, wat niet wordt overmeesterd. Overal duikt de angst op: bij de verhoren van misdadigers uit verveling, of ten gevolge van bezetenheid, op de enquêteformulieren van opiniepeilers, in de stormloop op steeds nieuwe verstrooiingen, in de toevlucht die men zoekt bij verdovende en bedwelmende middelen.

Een wapen tegen de angst smeedt men, doordat men zich steeds op menselijke doelstellingen en taken richt, die naar de toekomst wijzen; doordat men de zin van het eigen lot, ook als dat zwaar is, positief aanvaardt, doordat de mens ziekten en leed niet als vijanden van het leven beschouwt, maar als iets wat erbij hoort, doordat hij de eigen naderende dood aanvaardt als datgene wat zijn lot tot voleinding brengt. Maar ook doordat de mens zich verbonden weet met het lot van zijn volk en van zijn tijd en de zin van zijn arbeid op aarde leert zien als verbonden met een kosmos die door de geest gedragen wordt. Dit is het wapen tegen de levensangst: een zin te vinden en doelstellingen na te streven, die boven het alledaagse uitgaan! De kracht om de angst te overwinnen is echter de liefde, die haar oorsprong heeft in een wereldomvattende belangstelling, die het centrale doel van de opvoeding is in de jaren van de pubertijd en de adolescentie. Het is de liefde, waarvan het evangelie zegt: Wie angst heeft, die ontbreekt het aan liefde.

Het meest in het oog lopend werden in de laatste tijd aanslagen op de menselijkheid gepleegd, waarbij juist het woord „liefde” misbruikt werd. Een aanval op de eerste zeven levensjaren uit z.g. liefde tot het jonge kind en de aanval op het schaamtegevoel, waarbij de lichamelijke liefde in de plaats gesteld werd van een omvattende wereld- en mensenliefde. Het schaamtegevoel moet in de tweede periode van zeven jaren weer als een beschermende omhulling gevormd worden, opdat de verinnerlijking in de derde periode niet tot een verraad aan het lichaam wordt en opgeofferd wordt aan een schamel genot. De jonge mens, die in de puberteit en de adolescentie steeds innerlijker wordt, biedt in zijn ziel het strijdtoneel voor de confrontatie met het boze. Wanneer hij het „z.g. boze” uit zijn geweten bant, en zich over geeft aan zijn instincten (als hoogst ontwikkeld dier, dat door zijn instincten van buitenaf geleid wordt) dan ontaardt het woord menselijkheid tot een lege frase. Wanneer hij zich echter met het boze wil meten, dan moet hij door zijn groeiende zelfstandigheid streven naar een nieuwe kracht om zich op te richten en vanuit het Ik een midden zoeken tussen de kilheid van het intellect en de verhitting door de begeerten, tussen machtswellust en erotiek, tussen gretig egoïsme en verkwisting aan oppervlakkige gemeenschappen. Het is de strijd van het zich ontwikkelende Ik om de betekenis van het eigen lot en om de verantwoording tegenover de sociale opgave.

Sociale vormkracht, persoonlijkheidskracht en eigen vindingrijkheid bij de opbouw van het beroep, hangen met elkaar samen; dat is de „geboorte van het Ik” tussen het 18e en 21e jaar, zoals Rudolf Steiner het mondig worden in zijn menskunde heeft genoemd. Het Ik heeft echter een wilsmatig karakter; het kondigt zich aan in besluiten, die door het bewustzijn zijn voorbereid en waaraan het geweten een irrationele, doorslaggevende kracht geschonken heeft.
„Mens worden is een kunst” zegt Novalis en hij gaat verder: „De mensenwereld is het gemeenschappelijke orgaan van de Goden….”
Hij wist, dat de bestemming van de mens niet gevonden kan worden zonder boven de aardse mensen uit of in de aardse mensenziel te schouwen, waar hij geest was, is en wordt in het stoffelijke kleed van de aarde.

.

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.