VRIJESCHOOL– De beeldentaal van de sprookjes (3-3/12)

Pieter HA Witvliet, vrije weergave van het voorwoord van de uitgever van ‘Die Bildsprache der Märchen’ van Friedel Lenz
.

DE BEELDENTAAL VAN DE SPROOKJES

Aan het eind van haar boek ‘Die Bildsprache der Märchen somt de schijfster Friedel Lenz een reeks woorden op die veelvuldig in de sprookjes voorkomen. Zij geeft er een verklaring voor, m.a.w. ze zegt wat deze woorden in de sprookjes ‘verbeelden’.

Bij dit soort uitleg bestaat het gevaar dat degene die de uitleg ‘leert’ in een bepaalde intellectuele afstand tot het sprookje komt te staan, immers: bij het ‘weten’ kan het ‘gevoel’ makkelijk op de achtergrond raken.
Dat is natuurlijk niet de bedoeling, eerder omgekeerd: dat het doorleven van het beeld leidt tot een andere houding bij het vertellen: een houding waarin de eerbied en de bewondering voor deze beeldentaal dóórklinken. 
Je moet er a.h.w. zelf in ‘geloven’, ze als ‘ware beelden’ kunnen beleven, wil je het kind ermee bereiken. Dat leert immers van ‘ziel tot ziel’ en niet van ‘oor tot oor’. (Steiner in GA 294, voordracht 1)*

Wanneer het over mensen gaat, is het niet makkelijk je zodanig met hen bezig te houden, dat ze zich ‘uitspreken’ wat hun wezen betreft. Onze voorstellingen zijn meestal danig gekleurd door wat wij zelf ooit over hen vernamen en de symboliek die hier gebruikt wordt, is vooral ontleend aan het antroposofisch mensbeeld.

De mens als symbool

De mens als geest-zielenwezen doet zich voor als het dubbele wezen van het mannelijk-vrouwelijke: mannelijk de geest, op het denken gericht, onderzoekend en kennend op de wereld gericht; vrouwelijk de ziel, vol toewijding en innigheid, sterk in het voelen en meer in het innerlijk actief levend.
Knaap, jongeling, man en grijsaard zijn ontwikkelingsfasen van de geest.
Meisje, jonge vrouw, vrouw en oude vrouw zijn ontwikkelingsfasen van de ziel.

Geest, ziel en lichaam zijn een eenheid. Het doel van veel sprookjes is, deze eenheid om te werken naar bewuste persoonlijkheid waarbij zowel het geestelijk-mannelijke als ook het zielsmatig vrouwelijke tot op het hoogste niveau worden ontwikkeld.
Wordt  het Ik – de zoon – een onzelfzuchtig, liefhebbend, bezield Ik, dan wordt het geestelijk-denkend mannelijke tot het eeuwig-mannelijke. Wordt de ziel – de dochter – een onzelfzuchtige, liefhebbende, doorgeestelijkte ziel, dan wordt het zielsmatig-vrouwelijke tot eeuwig-vrouwelijke.

Bruiloft

Het één worden van geest en ziel komt in het beeld van de bruiloft naar voren. Wanneer de Ik-wording in de hoogste zin is bereikt, wordt deze voorgesteld als de koninklijke bruiloft (ook in het evangelie). We herkennen in onze sprookjes, in de taal van de middeleeuwen de mystieke en chymische bruiloft. 
Als het sprookje loutering en verandering van de ziel schetst door naar de bruidegom-geest te verwijzen (naar de zoon) herkennen we de beelden van de mystieke bruiloft. Laat het sprookje beelden van een scholing zien, die niet allen de ziel verandert, maar ook het lichaam tot in de aanleg, dan duiden die beelden op een chymische bruiloft. 

Dochter

Staat voor een fase van de ziel.

Het beeld van de persoonlijke, met ik-verwante ziel die vrij wordt. Als het sprookje over de ‘enige’ dochter spreekt, wordt de individuele ziel zelf bedoeld.
Naast het beeld van de drie zonen die het geestelijke proces van individu-wording schetst, staat het beeld van de drie dochters, de drie zusters. Het is de tegenhanger van het bovengenoemde proces van individu worden, maar nu voor de ziel; de ziel die tot Ik-kwaliteit in denken, voelen en willen komt.

Grijsaard

Een ontwikkelingsfase van de geest

Jongeling

De jongeling is de volwassen wordende mens in zijn ontwikkeling een persoonlijkheid te worden

Jonge vrouw, jonkvrouw

Het beeld voor de ziel die geestelijk rijper wordt.

Knaap

Staat voor de nog jonge, naïeve mens, ook voor de wordende wil.

Man

Staat voor de rijpe persoonlijkheid.

Meisje

Het kleine meisje staat voor de nog jonge, naïeve ziel, ook voor het nog kinderlijke gevoel.

Moeder

Staat voor een fase van de ziel.

De moeder is het zinnebeeld voor de ziel, die de mens als oeraanleg is gegeven. Ook deze was vroeger sterk afhankelijk van de bloedsbanden en het stamverband, was veel meer nog groepsziel dan individuele ziel.

Oude man

Heeft een bijzonder rijk intuïtief weten.

Oude vrouw = oude man

Stiefmoeder

De stiefmoeder, letterlijk de ‘stijve’ moeder staat voor het verhardende, materialistische en egoïstische van de ziel. Soms doet ze zich voor in de gedaante van een heks: onder invloed van demonische toverkunst wordt ze een verleidster die de mens betovert met atavistische pseudowijsheid.

Vader

Staat voor de oude, uit oertijden stammende mens, het Zelf. Voor zich de vrije persoonlijkheid vormde, leefde dit Zelf nog in de bloedsbanden, de stam. Daarom wordt de vader in veel sprookjes verlaten.

Vader

Staat voor een fase van de geest.

Voorvader = oude man

Voormoeder = oude man

Vrouw

De wetende, ervaren ziel.

Zoon 

Staat voor een fase van de geest.

Betekent ook de vrije persoonlijkheid, die weggroeit van het Zelf van de stam: het Ik. De zoon moet de wereld in – hij moet de wereld leren zien – hij moet opgaven uitvoeren en proeven doorstaan, ervaringen opdoen, het rijk van de ziel vinden, met de jonge-(jonk)vrouw trouwen. Modern gesproken: het Ik moet een hoger Ik worden en een sterkere ziel.
Vaak is in de sprookjes sprake van drie zonen, drie broers. Het tot ontwikkeling komen van de vrije persoonlijkheid nam in de mensheid een bepaalde tijd in beslag, zoals die ook in de mens een langere tijd nodig heeft. Allereerst begon het individueel worden in het gevoelsleven. De gewaarwordende, voelende mens is de eerste zoon en broer – het Ik in het voelen. Dan wordt het denken gevormd. De verstandig-denkende mens is de tweede zoon en broer – het Ik in het denken. De willende mens is de derde en jongste zoon en broer – het Ik in de wil.
Bij ieder mens spelen deze drie basiskrachten door elkaar heen, ze werken samen, soms tegen elkaar in, tot de jongste, de willende geest, de leiding neemt.

.

*Hoe tussen volwassene en kind zich veel in het ‘imponderabele’ afspeelt, beschrijft hij in de verschillende pedagogische voordrachten. Die opmerkingen zijn te vinden in mijn artikelen over ‘Algemene menskunde’ [9-1-1]

De beelden nader uitgelegd (inhoudsopgave)
In alfabetische volgorde

Sprookjesalle artikelen, waaronder ook sprookjes uit bovengenoemd boek

Vertelstofalle artikelen

Vrijeschool in beeld: sprookjes

.

2262

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.