VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner – Algemene menskunde voordracht 8 (8-4-11)

.

Artikel in opbouw

Enige opmerkingen bij blz. 130 vert.

.
DE TWAALF ZINTUIGEN

11. LEVENSZIN

Blz. 133/134  vert. 130

Wir haben also neben dem Gleichgewichtssinn einen Bewegungssinn, und wir haben außerdem noch für die Wahrnehmung des Gestimmtseins unseres Leibes im weitesten Sinne den Lebenssinn. Von diesem Lebenssinn sind sogar sehr viele Menschen sehr abhängig. Sie nehmen wahr, ob sie zuviel oder zuwenig gegessen haben, und dadurch fühlen sie sich behaglich oder unbehaglich, oder sie nehmen wahr, ob sie ermüdet sind oder nicht, und dadurch fühlen sie sich behaglich oder unbehaglich. Kurz, die Wahrnehmung der Zustände des eigenen Leibes spiegelt sich im Lebenssinn

We hebben bovendien nog de levenszin, het zintuig waarmee men waarneemt hoe het in de ruimste zin gesteld is met het lichaam. Veel mensen zijn zelfs zeer afhankelijk van deze levenszin. Ze nemen waar of ze te veel of te weinig gegeten hebben en voelen zich daardoor prettig of onprettig, of ze nemen waar of ze vermoeid zijn of niet en voelen zich daardoor prettig of niet. Samengevat: de waarneming van de toestand, de gesteldheid van het eigen lichaam wordt door de levenszin gespiegeld.

Blz. 134  vert. 130

Da haben wir zunächst vier Sinne: Tastsinn, Lebenssinn, Bewegungssinn, Gleichgewichtssinn. Diese Sinne sind hauptsächlich durchdrungen von Willenstätigkeit. Der Wille wirkt hinein in das Wahrnehmen durch diese Sinne.

De tastzin, de levenszin, de bewegingszin en de evenwichtszin worden voornamelijk doordrongen door wilsactiviteit. De wil werkt door in het waarnemen door deze zintuigen.

Blz. 134  vert. 131

In den Lebenssinn wirkt der Wille ja sehr stark hinein,

In de levenszin werkt de wil heel sterk.     In de drift bijv. [4-3-2]

Blz. 134  vert. 131

 Gleichgewichtssinn, Bewegungssinn, Lebenssinn und Tastsinn sind Willenssinne im engeren Sinne. Beim TastSinn sieht der Mensch äußerlich, daß er zum Beispiel seine Hand bewegt, wenn er etwas betastet: daher ist es für ihn offenbar, daß dieser Sinn für ihn vorhanden ist. Beim Lebenssinn, Bewegungssinn und Gleichgewichtssinn ist es nicht so offenbar, daß diese Sinne vorhanden sind. Da sie aber im besonderen Sinne Willenssinne sind, so verschläft der Mensch diese Sinne, weil er ja im Willen schläft. 

Evenwichtszin, bewegingszin, levenszin en tastzin zijn wilszintuigen in engere zin.
Bij de tastzin ziet de mens van buitenaf dat hij bijvoorbeeld zijn hand beweegt wanneer hij iets betast. Daardoor blijkt duidelijk dat dit zintuig bestaat. Bij de levenszin, de bewegingszin en de evenwichtszin treedt dat niet zo duidelijk aan de dag. Omdat ze namelijk in het bijzonder wilszintuigen zijn ‘verslaapt’ de mens deze zintuigen; hij slaapt immers in de wil.

GA 293   vertaald

Zintuigenalle artikelen

Algemene menskunde: zintuigen [8-4]

Algemene menskunde: voordracht 8 – alle artikelen

Algemene menskundealle artikelen

Rudolf Steiner: alle artikelen op deze blog

Menskunde en pedagogiealle artikelen

.

2091

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

 

.

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.