VRIJESCHOOL – Ontwikkelingsfasen (1-8)

.
N00r Prent, Weleda Puur Kind, herfst 2004 nr. 14
.

Een ondernemende dreumes hoort geen ‘nee’

Zeg me wat het is, leer me hoe het klinkt, voelt en ruikt, toon me waar het voor dient en hoe jij wilt dat ik er mee omga – dat is kort samengevat de levenshouding van een kind van één jaar. Noor Prent, consultatiebureauarts, merkt dat ouders niet altijd goed raad weten met de ontdekkingsdrang van hun eenjarige.

Jonas van twaalf maanden speelt een ‘geef-en-neem’ spelletje met blokjes met me. Ondertussen vraag ik zijn vader of hij denkt dat Jonas al begrijpt wat hij tegen hem zegt. ‘Oh ja, hij weet het donders goed als ik “nee, dat mag niet” zeg als hij naar de tv kruipt. Dan kijkt hij om naar mij, schudt zijn koppie en gaat toch weer met zijn handje naar de knoppen. Ik moet hem dan wel een tik op zijn vingers geven.’

Dit soort verhalen hoor ik vaak over kinderen van die leeftijd. Als je kind eraan toe is op eigen beentjes de wereld te gaan ontdekken, zijn er een paar dingen om in het oog te houden.

Gebaren nabootsen

Een kind wordt geboren met een positieve wilskracht de wereld te ontdekken. Zodra hij kan kruipen of lopen, weerhoudt niets hem ervan op onderzoek uit te gaan. Als hij zijn motorische ontwikkeling op eigen kracht (dus zonder loopstoeltjes en andere stimulansen van buitenaf) heeft kunnen maken, zal hij niet snel dingen ondernemen die hij niet aan kan of die gevaarlijk voor hem zijn. Toch zal hij jouw beschermende gebaar nog nodig hebben. Eigenlijk vraagt hij je om hem bij de hand te pakken en de wereld te laten zien. Dat geeft zekerheid en richting aan zijn leerproces. Samen met jou ontdekt hij hoe je de hond van de buren, de eendjes in het park of de bloemen in de tuin van oma moet benaderen. De gebaren die jij daarbij maakt, zal hij feilloos nabootsen. Omdat een gebaar meer is dan een beweging van een hoofd of een hand, maar ook gevoelens uitdrukt, zal hij met het nadoen van je gebaren innerlijk ook je gevoelens en intenties nabootsen. Bloemen die jij met zorg in een vaas hebt gezet, zal je dreumes er niet zo snel ruw uit rukken. Al kunnen ze wel zo onweerstaanbaar voor hem zijn dat hij ze wil aanraken, ombuigen of fijnknijpen. Probeer dan niet om hem bij de bloemen vandaan te houden, maar loop met hem mee en bewaak het ontdekken. Meestal zal het niet al te moeilijk zijn om zijn aandacht daarna naar iets ander te leiden.
Bij heel spannende nieuwe ontdekkingen moet je zo’n begeleidend proces soms eindeloos herhalen voordat je kind weet wat de bedoeling is. Je hebt in deze fase een berg geduld nodig. Soms kan hij te veel vragen van je verdraagzaamheid en dan rest je niets anders dan steviger optreden. Even op de gang, met het risico van een huilbui, is dan een optie. Maar laat je eigen emoties zo min mogelijk oplopen. Realiseer je dat je kind alleen maar deed wat zijn temperament hem ingaf. Alleen met jouw hulp kan hij dat temperament leren hanteren.

Driftbuien

In de omgang met ondernemende krabbelaars hoor je de woorden ‘nee’ en ‘niet’ veelvuldig. Maar het onderbewustzijn van een éénjarig kind kent eigenlijk geen nee of welke andere ontkenning dan ook. Als je ‘niet aankomen’ zegt, hoort hij vooral: ‘aankomen’ en doet dat dan ook. Door jouw reactie begrijpt hij of dat de bedoeling was of niet. Laat hem vooral zien wat hij allemaal mag. Bijvoorbeeld dat er boeken zijn die in de kast willen blijven staan, maar dat er ook een plank is met boeken die wel door hem willen worden gepakt. Ga zo zijn steeds groeiende leefomgeving met hem langs, geef de dingen hun naam, vertel waar ze voor zijn, orden ze en geef ze de betekenis die ze voor jou en je partner hebben. Dat geeft je kind het vertrouwen dat zijn wereld in elkaar zit zoals hij hoort te zitten.

Negatieve gevoelens

Als een kind te vaak een tik op zijn vingers krijgt of nee hoort, kan dat leiden tot een stuwing in zijn energie en driftbui of agressieve uitbarstingen in gang zetten. Meestal kennen ouders hun kind goed genoeg om te weten wanneer er een driftbui op komst is. Maak daar gebruik van. Als je uit ervaring weet dat je peuter een driftbui krijgt zodra je hem verbiedt aarde uit de planten te gooien, buig dan zijn intenties in een vroeg stadium af. Roep hem of ga naar hem toe zodra hij richting planten loopt, leidt zijn aandacht af en buig zijn onderzoeksdrang ongemerkt om naar iets anders.

Dat vereist de nodige wakkerheid en creativiteit en het zal alleen maar goed lukken als je er al je aandacht in stopt en zelf ook echt in je afleidingsmanoeuvre gelooft. Door jezelf daarin te oefenen, zul je innerlijk krachtiger tegenover je kind komen staan. Je hebt dan een waardevol opvoedingsinstrument ontwikkeld, want door afleiding voelt je kind zich niet afgewezen maar juist gesteund in zijn drang om de dingen om hem heen te (be)grijpen.

In de eerste jaren van zijn leven kent je kind eigenlijk nog geen
antipathiegevoelens. Als hij iets doet wat niet mag, doet hij dat niet omdat hij jou dwars wil zitten. Hij gaat ervan uit dat de wereld goed is, dat de mensen goed zijn. Met ruim twee begint hij wel min of meer je grenzen op te zoeken. Hij komt in de peuterpuberteit en gaat krachtig en bewust nee zeggen. Vanaf dat moment zal hij moeten leren omgaan met negatieve gevoelens.
.

Noor Prent, arts, in Puur kind, Weleda herfst 2000 nr. 6
(met toestemming van de auteur)
.

voor consultatiebureauswww.kinderspreekuur.nl

Ontwikkelingsfasenalle artikelen

Menskunde en pedagogiealle artikelen

Opvoedingsvragenalle artikelen

.

1891

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.