VRIJESCHOOL – Grohmann – leesboek voor de dierkunde (14) – olifanten

.

GERBERT GROHMANN

            ‘LEESBOEK VOOR DE DIERKUNDE’

blz. 106                                                                                                   hoofdstuk 13

Olifanten

 

Vertaling en samenstelling: Joep Eikenboom. Met dank voor het ter beschikking stellen.
.

Iedereen moet toch wel toegeven dat de olifant, de grootste van alle op het land
levende diersoorten, ook tot de merkwaardigste behoort. Met zijn machtige, tot wel 5000 kilo zware lichaam, een kop met bijna geen hals en met zijn tot een slurf uitgegroeide neus, is deze kolos als een vreemdeling – of beter gezegd een
zonderling – tussen de andere landdieren. We weten dat hij een verlate nakomeling is van de dieren uit de oertijd, die allang zijn uitgestorven. Vele daarvan waren geweldig groot en ook plomp en lomp in vergelijking met de tegenwoordig levende dieren.
Door bijzondere gebeurtenissen in de geschiedenis van de aarde kwam het, dat in Noord-Siberië, waar de grote rivieren in de Noordelijke IJszee uitkomen, de
voorouders van onze olifanten zijn bevroren behouden in poolijs. Ze zijn daar
waarschijnlijk gestorven toen ze door een natuurramp werden verrast. En omdat
het ijs zelfs in de zomer niet dooide, zijn ze nog steeds met huid en haar
ingevroren in ijs en sneeuw, alsof ze pas gisteren gestorven zijn. De grote rivieren
spoelen ze uit, of ze kunnen worden opgegraven. Wolven en honden eten dan hun vlees.

De mammoet – want hierover gaat het – had zelfs grotere slagtanden dan de olifant. Van sommige waren de slagtanden 4 meter lang en 200 pond zwaar, maar ze waren meer naar binnen gebogen dan olifantentanden. De mammoet had een bruine vacht die extra lang en weelderig om de nek groeide, terwijl olifanten naakt zijn. Hieruit concluderen onderzoekers dat de mammoet in een ruiger klimaat moet hebben geleefd.
Slechts enkele nakomelingen van zulk soort oer-dieren hebben zich tot op de dag
van vandaag voortgeplant. Voor de mens zijn de olifanten daarvan het belangrijkst, omdat die duizenden jaren als rij- en werkdier hebben gediend.

De Afrikaanse olifant die door zijn grote uitstaande oren verschilt van de Indische, die behalve in India ook nog voorkomt op Sri Lanka en op de eilanden Sumatra en Borneo. De Indische olifant wordt beschouwd als de mooiere van de twee. Hij is goedaardiger en daarom ook gemakkelijker te temmen. Maar desalniettemin hebben de mensen vroeger ook geweten hoe ze de Afrikaanse olifanten dienstbaar konden maken. De beroemde olifanten met wie de legeraanvoerder Hannibal in 218 vóór Christus de Alpen overstak, waren Afrikaanse olifanten, steppen- of de kleinere bosolifanten.

Indische                                                         en                Afrikaanse olifant

Olifanten lopen in telgang, wat wil zeggen dat ze altijd de poten van dezelfde kant optillen. Het machtige dier kan niet draven noch galopperen. Nee, je kunt hem niet lichtvoetig te noemen, maar de olifant legt in een enkele nacht toch
verbazingwekkende afstanden af; in rustige gang al 6 kilometer per uur, op de
vlucht een veelvoud daarvan. Ook vermijdt hij bergen niet, maar bijzonder steile
hellingen veroorzaken altijd wel moeilijkheden voor olifanten. Bergopwaarts zie je ze soms zelfs op hun knieën naar boven klimmen. Steil naar beneden glijden ze half-zittend, omdat ze het enorme lichaam anders niet kunnen houden. De olifanten gebruiken toch altijd dezelfde paden tijdens hun trektochten, die vervolgens worden platgetreden en worden ook door andere wilde dieren, zoals nijlpaarden en neushoorns, als pad gebruikt. Dat er dan bomen in de weg staan maakt voor de olifanten niets uit. Die kunnen dienen als een grote wig waarmee alles uit elkaar kan worden geduwd. En wanneer dat nodig is, wordt het obstakel gewoon met de slurf uitgerukt. Ook bestaan hindernissen op de grond niet voor olifanten. De kuddes, die wel uit honderden dieren kunnen bestaan – vooral in vroegere tijden toen de olifanten nog niet vervolgd werden zoals nu – lopen meestal achter elkaar in ganzenmars waarbij ze worden aangevoerd door een vrouwtje van wie de aanwijzingen allemaal bereidwillig worden opgevolgd.
De kuddes zijn nog te vinden op hoogtes van 2000 tot 3000 meter, waar het in de ochtend nog best erg koud kan zijn. We weten dat de Afrikaanse olifant vroeger verder naar het noorden dan tegenwoordig voorkwam en zelfs in het Atlasgebergte woonde. In Zuid-Afrika, waar olifantenkuddes nog maar op heel weinig plaatsen voorkomen – namelijk waar ze beschermd zijn – kwamen ze meer voor.
Wanneer de olifanten achter elkaar door het bos sloffen, kunnen hun stappen bijna onhoorbaar zijn. Dat komt doordat de poten een brede en zachte, goed opgevulde zool hebben waarvan de omtrek eivormig is. De poten zijn als vier sterke zuilen met dikke botten, waarop de olifant zelfs staande kan slapen. Van de tenen zie je alleen de heel korte hoefachtige nagels. Op plekken waar olifanten bezig zijn, hoor je natuurlijk de bomen kraken, als ze de stammen met hun slagtanden splijten en de schors eraf trekken, of wanneer ze met hun slurf hele takken ombuigen. Graag woelen olifanten met hun slagtanden de bodem om, om wortels of knollen op te graven en om ze dan ook op te eten. Hoe machtig de olifant er ook mag uitzien, toch is het een echte herbivoor, dat wil zeggen een planteneter, zoals sowieso de grootste dieren helemaal geen roofdieren zijn.
Laten we eens een beschrijving door een reiziger lezen, over hoe het eraan toegaat wanneer zich een olifantenkudde in het oerwoud te goed doet.
“Stil en geruisloos verloopt zo’n maaltijd niet, het veroorzaakt eerder een hels
kabaal. Het knakken van de takken, het kraken van de takken, vaak afgebroken
met vereende krachten, het kauwen, ademen, het poepen, het doffe borrelen van
gassen in de darmen, het stampen van zware poten in het moeras, het natspuiten
van hun lijf met de slurf, het flappen van de grote oren, die vaak als zonnescherm
worden uitgeklapt, het schuren van de massieve lichamen tegen dikke
boomstammen en daar doorheen het schrille en diepe gebrul van de dieren vormt samen een oorverdovend geheel. Even groot als dat lawaai is de schade die een olifantenkudde in het bos aanricht. Die gaat elke beschrijving te boven. Alles wat de grote poten niet diep in de grond trappen wordt omgegooid, de stevigste boom wordt ontworteld en de takken eraf gebroken; het kreupelhout ligt kriskras door elkaar, alsof er een razende wervelstorm is langsgetrokken; stammen, die
eeuwenlang allerlei stormen hebben getrotseerd, zijn afgeknakt als een rietje.”
De zoöloog Alfred Brehm voegt zijn eigen ervaringen met oerwoud-olifanten er aan toe: “Takken sterker dan een arm worden zonder aarzeling door de olifanten
verslonden. Lage twijgen, vooral die op bek-hoogte, duwen ze als een bundeltje of bosje in hun bek en ze bijten, of beter gezegd ze pletten die dan met hun tanden.”

Ja, waarschijnlijk zal elke Afrikaanse inlandse bosbewoner onder de indruk en bang geweest zijn! Maar in de onmetelijke oerbossen, waar behalve Moeder Natuur zelf niemand anders aan bosbouw doet, maakt het niet uit of olifantenkuddes op hun eigen manier lekker volop een feestmaal houden. Ja, olifanten hebben zelfs hun lievelingsbomen, die zij bijzonder graag afgrazen. Ze zijn niet alleen fijnproevers, maar ze hebben ook – net als de herkauwers – een zeer fijn reukorgaan.
Met andere dieren leven de olifanten in vrede, hoewel zij die allemaal zouden
kunnen verpletteren, als ze dat zouden willen. Maar olifanten zijn vredelievend en zelfs angstig. Een muis kan bij hen zelfs al onrust veroorzaken. Voor mensen zijn olifanten niet bang, zolang ze geen slechte ervaringen met mensen hebben gehad, wat jammer genoeg bij alle in het wild levende olifanten wel het geval is. Tamme olifanten zijn goedaardig, ook aanhankelijk als ze niet slecht worden behandeld.
Bereidwillig doen ze allerlei werk en ze leren steeds weer nieuwe taken uit te
voeren. Je kunt van olifanten zeggen, dat ze hun ervaringen verzamelen en die dan ook zinvol toepassen. Veel verhalen over olifanten leggen daarvan getuigenis af.
Een onderzoeker vertelt:
“Op een avond reed ik in de buurt van Kandy (Sri Lanka) door het woud. Plotseling schrok mijn paard van een geluid, dat uit het tamelijk dichte bos klonk en steeds werd herhaald met dof klinkende klanken: ‘Oermf, oermf’. Toen ik naderbij kwam werd duidelijk wat het was. Het kwam van een tamme olifant, die bezig was met zwaar werk maar helemaal alleen was, dus zonder begeleider. Hij versleepte een zware balk, die hij over zijn slagtanden had gelegd en die hij, doordat het pad te smal was, niet goed verder kon dragen. Door het smalle pad werd hij gedwongen zijn kop steeds naar de ene en de andere kant te draaien en van inspanning maakte hij die geluiden. Toen het slimme dier ons zag, hief hij zijn kop, keek een ogenblik, wierp plotseling de balk weg en schoof achterwaarts het kreupelhout in, om de weg voor ons vrij te maken. Mijn paard aarzelde en de olifant merkte dat. Hij drukte zich nog dieper in het struikgewas en herhaalde zijn ‘Oermf, oermf’, maar veel milder van toon, klaarblijkelijk met de bedoeling om ons aan te moedigen. Mijn paard bibberde nog. Ik was veel nieuwsgieriger naar het doen en laten van deze twee slimme wezens, dan dat ik me er wilde inmengen. De olifant week nog verder en verder achteruit. Eindelijk betrad mijn paard de weg, rillend van angst. Wij gingen voorbij en ogenblikkelijk kwam de olifant weer uit het struikgewas tevoorschijn. Hij tilde zijn vracht opnieuw op en zette zijn moeilijke weg voort.”

Omdat hij zo sterk is heeft de olifant onder de viervoetige dieren en de vogels geen vijanden. Maar hij wel heeft last van stekend en bloedzuigend ongedierte. Dat nestelt zich in de plooien van de naakte huid, omdat die daar, hoewel ze ook
leerachtig en dik kan zijn, dun en zacht is. Maar de natuur heeft ook hierop iets gevonden. Allerlei vogels, die een olifantenrug zien als of het een berg is waar zij
voedsel kunnen vinden. In ieder gebied zijn et weer andere soorten vogels, die met de olifanten bevriend zijn en graag geduld worden.

“Men zich kan geen mooier beeld voorstellen dan de geweldige, donkere, rustig
lopende reus waarop een tiental van de sierlijke, oogverblindend witte vogeltjes
zitten of wandelen, de ene in rust, een andere zich poetsend, een derde die alle
rimpels van de huid onderzoekt en hier en daar jaagt om een insect of een
bloedzuiger, die de dikhuid tijdens zijn nachtelijk bad heeft opgelopen, op te
pikken.”

Zo beschrijft zoöloog Alfred Brehm de vriendschap van de olifant met de
koereigers.
Olifanten kunnen alleen daar leven waar zich veel water bevindt. Ze hebben water in overvloed nodig, om te drinken maar ook om erin te baden of om er zichzelf tenminste met hun slurf mee te kunnen schoonspuiten. Wanneer ze drinken spuiten ze het water met hun slurf in hun bek. Kan een olifant geen water vinden, dan neemt hij een zandbad voor lief, of hij spuit zichzelf zelfs schoon met zand en stenen. Maar het liefst rolt hij natuurlijk in een volledig bad. Het maakt hem niets uit of het water helder is of modderig. Gebade olifanten zijn soms van top tot teen met modder bedekt. Wanneer de modder opdroogt valt het weer af en neemt dan ook nog eens lastige bloedzuigers mee.


Olifanten kunnen ook zwemmen. Bij tijd en wijle steekt een kudde een rivier of een meer over, waar ze zich dan gewoon instorten en zwemmend de andere oever bereiken. De slurf moeten ze daarbij natuurlijk omhoog in de lucht houden.
Als het
enigszins mogelijk is vermijden de olifanten het zonlicht. Je zou ze nachtdieren kunnen noemen, maar met hun jongen stoeien ze graag ook overdag in de schaduw van het bos, waar je ze kunt bekijken als je de kunst verstaat om ze tegen de wind in en volledig geruisloos te benaderen. Daarbij mag zelfs geen takje kraken. Velen proberen het jaren lang tevergeefs om een olifantenkudde in het wild te zien. Je merkt het niet, dat ze jou allang hebben gehoord en dan stil verdwenen zijn. Iedereen moet weten, dat dieren in het wild ongelooflijk veel fijnere zintuigen hebben dan wij mensen. En dat is dus ook zo bij de plompe olifanten. Wanneer een jager eindelijk getrompetter hoort, komt dat meestal uit de verte.
Aan de aard van zijn grote kop, ervaar je ook wat een eigenaardig dier de olifant
eigenlijk is. In verhouding tot zijn lichaamsgrootte heeft hij bijvoorbeeld nogal kleine ogen, en men zegt ook dat olifanten niet bijzonder goed kunnen zien. Daarentegen is het gehoor zeer goed, wat je al aan de grote oren kunt zien.
Maar de lange slurf
maakt de olifant pas tot een echte olifant. Deze is zo lang, dat de olifant hem zelfs een beetje opgerold moet dragen zodat hij niet over de aarde sleept.

De slurf is niets anders dan de wonderbaarlijke, extreem in de lengte gegroeide
neus van de olifant. Helemaal aan het uiteinde heb je de twee neusgaten en het
puntje van de neus. De olifant kan hem gebruiken alsof het een vinger is. De slurf is zo handig, dat hij er zelfs muntjes en papiersnippers mee kan oprapen. Wie anders zou zich kunnen beroemen op zo’n puntje van zijn neus? Iets anders wat
merkwaardig is, is dat de olifant met zijn neuspunt water kan sproeien. Maar
bovenal is de slurf als een geweldig sterke arm, die naast de neusgangen enkel en
alleen uit spieren bestaat. Als de olifant zijn slurf niet had gehad, zou hij dan ook
nog nuttig zijn geweest voor de mens? Geheel terecht wordt er van de olifantenslurf gezegd, dat hij lippen, vingers, hand en arm tegelijk is, en daarbij natuurlijk ook nog een neus. De verlengde neus is een compensatie voor het feit dat de olifant met zijn kop niet tot op de grond kan reiken, zonder daarvoor door de knieën te gaan.
Andere
dieren moeten zich tevreden stellen met vier poten, maar de olifant heeft er nog een extra arm bij. Door deze arm wordt hij zowat een beetje gelijk aan de mens. Als hij het wil, hoeft hij zijn voedsel niet met de mond op te pakken, maar gebruikt hij daarvoor zijn slurf, zoals wij onze handen.
Nee, het is niet alleen de grootte van zijn
lichaam, die de olifant doet uitsteken boven de dieren.
Maar zijn bijzondere aard wordt pas echt duidelijk, wanneer we in zijn bek kijken.
De twee slagtanden zijn omgevormde bovenste snijtanden en zij hebben geen tandwortel, zoals ook bij de knaagtanden van een haas. Daarom blijven zij
doorgroeien zolang de olifant leeft, omdat zij steeds weer verder naar buiten
geschoven worden. Vooral de oudere mannetjes hebben de grootste slagtanden.
Het maakt niet uit, dat ze door gebruik langzaam afslijten! Maar omdat ze zo groot zijn, kan de olifant ze niet meer gebruiken om te bijten, maar ze hebben er een werktuig en wapen aan. Helaas zijn ze vaak genoeg ook het ongeluk voor de
olifant, omdat ivoor zo kostbaar is.
Al in de oudheid werden er allerlei sieraden en
gebruiksvoorwerpen van ivoor gemaakt. Vele tonnen aan slagtanden werden over de rivier de Nijl verscheept naar de ivoorstad Assoean. (De naam Assoean is afgeleid van het Oud-Egyptische woord Swenet dat ‘handel’ betekende.)
Een
olifantenslagtand kan wel 100 kilo wegen. Tegenwoordig zijn de olifanten
beschermd en is de handel in ivoor verboden, anders waren de olifanten allang
uitgestorven.
Aan de olifant kunnen we ook zien, in hoeveel opzichten bij dieren de specifieke
manier van leven wordt voorgeschreven door hun lichaam. Wie er zo uitziet als een olifant, moet ook als een olifant leven.
Naast zijn slagtanden heeft de machtige olifant alleen nog een enkele tand aan
elke kant van zijn kaak, in totaal dus maar vier tanden. Dat is toch verrassend.
Deze kiezen kunnen immers enorm groot en breed zijn, maar ze moeten ook
armdikke takken en grote bosjes steppengras vermalen. Dat kan makkelijk omdat ze er hetzelfde uitzien als de kiezen van herkauwers, met veel haaks op elkaar staande snijvlakken, die door het gebruik niet bot, maar steeds scherper worden. Maar ze slijten wel af. Is zo’n olifantenkies opgebruikt, dan is er achterin alweer een nieuwe doorgekomen en al naar voren geschoven. Tenslotte valt de kies uit en de nieuwe tand neemt diens plaats in. Dit merkwaardige proces van tanden wisselen vindt zes keer plaats in het leven van een olifant, zodat je met recht kan zeggen dat een olifant 24 kiezen heeft die niet allemaal tegelijk verschijnen. Maar je kunt ook zeggen, dat een olifant zijn hele leven lang tanden wisselt. Blijft hij ook een leven lang een groot kind, dat eeuwig tanden wisselt? Is hij zo groot omdat hij niet kan ophouden als een kind te groeien?

Ja, een olifant geeft veel stof om over na te denken. Een pasgeboren
olifant is 90 centimeter hoog en groeit 20 tot 24 jaar. De tanden worden eerst met 2 jaar gewisseld, dan met 6 en 9 jaar, later nog maar zelden.
Veel Afrikaanse volken en islamieten beschouwen de olifant als hun stamvader,
waardoor ze het vlees niet eten. Daaraan zien we, dat natuurvolkeren dat
bijzondere, bijna menselijke van dit geweldige dier bespeurden.

Ten slotte moet nog verteld worden, hoe sterk onder de olifanten het gevoel voor familiesaamhorigheid voorkomt. De kudde – dat kunnen er best honderd zijn – is
altijd als een grote familie. Ze blijven samen en staan niet toe dat vreemden zich bij hen aansluiten.
Hindoes, die de olifanten goed kennen, zien deze saamhorigheid in
een bepaalde familie ook in de wildernis. Droevig is echter het lot van de eenling.
Het komt af en toe voor, dat een olifant ontsnapt uit zijn gevangenschap en in het oerwoud terugkeert. Wanneer hij zijn oude kudde niet terugvindt, dan wordt hij niet in een andere kudde opgenomen en moet hij eenzaam en verbitterd om zijn bestaan strijden. Men weet, dat zo’n eenling dan boosaardig, agressief en daardoor gevaarlijk kan worden, zoals dat ook bij een verstoten mens zo zou kunnen gaan.

Der Elefant, der Elefant
hält seine Nase in der Hand;
solang sich Nas und Hand nicht trennen
wird man ihn ewig einen –
Elefanten nennen!

Grohmannleesboek voor de dierkunde – inhoud

dierkundealle artikelen

Grohmannleesboek voor de plantkunde

VRIJESCHOOL in beeld4e klas- dierkunde

.

1809

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.