VRIJESCHOOL – Sociale driegeleding (10-1)

.

In het tijdschrift Jonas (eind jaren 1960 tot 2006) verschenen regelmatig artikelen over politiek tegen de achtergrond van de idee van de sociale driegeleding.
Met name Arnold Henny schreef deze artikelen.

Hoewel uiterlijke omstandigheden, data e.d. aan die tijd zijn gebonden, spreekt uit de artikelen vaak een visie die de nu ruim 40, 50 jaar verstreken tijd heeft doorstaan en eigenlijk nog steeds actueel zijn.

Wat er van deze politieke artikelen nog in mijn bezit is, zal ik op deze blog publiceren.

EUROPA, een labyrint van tegenstrijdigheden

Volgens de Griekse sage heeft de god Zeus zich in de gedaante van een stier op het strand van Phoenicië – het tegenwoordige Libanon – meester gemaakt van de nymf Europa en deze ontvoerd naar zijn geliefde Kreta. Daar, tegen de berghelling van de met sneeuw bedekte Ida, lag immers de grot waar Zeus ter wereld is gekomen.

Europs en de stier

Uit de verbintenis van Zeus en Europa kwamen drie zonen voort: Minos, Rhadamanthys en Sarpedon. Wie tegenwoordig door Kreta reist kan de overblijfselen bezoeken van de paleizen die deze drie heersers eens hebben bewoond: het paleis van Minos in Knossos, dat van Rhadamanthys in Phaestos en dat van Sarpedon in Mallia.

Het meest bekend van deze drie is tegenwoordig Knossos, een toeristische attractie, waar duizenden vreemdelingen, door middel van de reisbureaus, doorheen worden gespoeld.

Een merkwaardige ervaring: tussen Amerikanen, Afrikanen en Aziaten rond te wandelen in dit doolhof van gangen en vertrekken: op de geboortegrond van de mythe van Europa.

In het begin van deze eeuw is dit paleis van koning Minos opgegraven door Arthur Evans. Evenals Schliemann was hij er van overtuigd dat antieke mythen berusten op historische waarheid. Daarom wilde hij het labyrint opgraven, het doolhof van koning Minos, waarin de Minotaurus huisde.

De Minotaurus was een monster, half stier, half mens, een misgeboorte, verwekt uit de omhelzing van koningin Pasiphae – de vrouw van Minos – en de zeegod Poseidon, die in de gedaante van een witte stier haar verleid had, toen Minos verzuimd had hem als offer een witte stier te schenken. Zo wordt de geboorte van de Minotaurus een straf, opgelegd door de godheid, wanneer de mens, eigenzinnig en verblind door eigen aardse heerszucht, niet meer voldoet aan zijn verplichtingen jegens de goden.

De Minotaurus werd door Minos veilig opgeborgen in het labyrint, een kunstig doolhof, ontworpen door de bouwmeester van de koning, Daedalos.

Het was dít labyrint dat de verbeeldingskracht van Arthur Evans heeft geprikkeld en hem tot graven heeft aangezet, overigens geheel voor particuliere rekening…

Dit labyrint is tevens de schakel geworden die Kreta met Griekenland verbindt. Want – zo zegt de mythe – eens in de negen jaar moest vanuit Athene een mensenoffer aan de Minotaurus worden gebracht: zeven maagden en zeven jongelieden. Toen dit de tweede maal zou plaats vinden, stelde Theseus, een natuurlijke zoon van Aegeus, koning van Athene, zich ter beschikking. In de arena van Knossos voorgeleid, beviel hij de dochter van de koning, Ariadne, zózeer, dat zij hem tersluiks een kluwen toestopte, waarmee hij de terugweg uit het labyrint zou kunnen vinden door deze kluwen op de heenweg af en op de terugweg weer op te winden. Theseus doodde de Minotaurus en zeilde van Kreta weg met Ariadne aan boord. Het verdere verloop van de Theseussage is vol van tragiek maar heeft met het onderwerp van dit stuk, weinig meer te maken, zodat het mij beter lijkt ons van de sage verder te distantiëren.

Mythe en mysteriewijsheid

Ondertussen hebt u zich reeds afgevraagd: wat voor zin heeft het dit verhaal op te diepen uit de mythologie van Griekenland, aan de vooravond van de Europese verkiezingen? Wat heeft het huidige Europa te maken met het labyrint van koning Minos?

Ook al hebben dan de opgravingen van Arthur Evans en Heinrich Schliemann aan het licht gebracht, dat mythologische verhalen berusten op historische achtergrond, het lijkt toch wel erg gezocht het labyrint in Kreta – uit de tijd van 2000 v.Chr. – in verband te brengen met het huidige Europa, ook al kan dit dan met recht worden genoemd een ‘labyrint van tegenstrijdigheden’.

Nu zijn mythen niet alleen aanwijzingen van historische achtergrond. Wanneer men ze weet te duiden, onthullen zij tevens grote geheimen, niet alleen van het verleden maar ook van de toekomst van volk en mensheid. Rudolf Steiner spreekt hierover in zijn boek ‘Het christelijk opstandingsmysterie’ (Das Christentum als mystische Tatsache). Daarin wijst hij op de mysteriewijsheid die in iedere mythe verborgen ligt. Hij wijst ook op het beeld van het labyrint waarmee in de Theseussage een diepere waarheid symbolisch tot uitdrukking wordt gebracht.

De mythe geeft aan hoe de mens verstrikt kan raken in de doolhof van de zintuigelijke wereld, waarin zijn verbinding met de goddelijke wereld, waaruit hij is voortgekomen, verloren gaat. Door de kracht van de herinnering – de draad van Ariadne – kan, na een reeks van beproevingen, de weg naar deze goddelijke samenhang weer worden gevonden, via zelfstandig inzicht. Deze weg is vol beproevingen. Niet alleen Theseus, ook Odysseus gaat deze weg. Uit de ondergang van Kreta en Troje verrijst de wereld van Athene, de wereld waarin weliswaar de mens tot eigen oordeelsvermogen komt, maar een wereld die door de grote Griekse zangers en tragediedichters als een tragische wordt beschreven, waarin de mens wordt geteisterd door de lotsbeproevingen die hem door de goden wordt opgelegd. Waarom gaat deze ontwikkelingsweg gepaard met tragiek?

Weliswaar komt de mens tot eigen oordeelsvermogen. Door een begin van natuurwetenschappelijk denken maakt hij zich los uit de oude kosmische samenhang van mens en wereld. Hij ontwerpt zelf, als individualiteit, een democratisch bestuur van de stad, in tegenstelling tot de door priester-koningen geregeerde theocratieën in Klein-Azië en Kreta. Maar daarmee gaan de oude zekerheden verloren, van de door priesters behoede mysteriewijsheid, zoals wij die kennen in Egypte en Babylon.

Zó ontstaat de geboorte van het continent Europa: uit de verdeeldheid van de Griekse stadsgemeenschappen na de afrekening met de Perzisch-Aziatische theocratie; uit de verdeeldheid binnen de Romeinse republikeinse rechtsorde met zijn strijd tussen patriciërs en plebejers, optimaten en populares.

Later ontstaat, uit de erfenis van Griekenland en Rome, tijdens de Renaissance, de verdeeldheid van Europa in nationale staten, in nationale kerken, in nationale handelscompagnieën.
Want sinds de wedergeboorte van de antieke wereld, sinds de reformatie en de ontdekkingsreizen schijnt Europa zichzelf te verliezen in de rivaliteit van de volkeren. Na de heerschappij van de Spanjaarden en Oostenrijkers – 16e eeuw – komt de heerschappij van de Fransen – 17e eeuw -. Daarna de heerschappij van de Engelsen -18e en 19e eeuw -. Dit alles, ten slotte, uitmondend in twee wereldoorlogen van de 20e eeuw. Sindsdien wordt Europa zich ervan bewust, dat het als continent, zijn overheersende positie in de wereld gaat verliezen; dat het een onderdeel is geworden van de mensheid als totaliteit, de mensheid als ‘eenheid in verscheiden heid’ van volkeren en rassen.

Uit dit relativisme is uiteindelijk de integratie van Europa voortgekomen na Wereldoorlog II en de vraag ontstaat: wat is Europa? Een kolonie – economisch gezien – van Amerika?
Of een schiereiland – ideologisch gezien – van Azië?
Of een middengebied dat een kiem in zich kan dragen van evenwicht tussen Oost en West?

De integratie van Europa

Met de totstandkoming van de Europese organisaties – de Raad van Europa in 1949, de Europese Kolen- en Staalgemeenschap in 1951, en de Europese Gemeenschap in 1957 – schijnt de onderlinge tegenstrijdigheid tussen de volken van Europa opgeheven. Naar het voorbeeld van de nationale regeringsvorm – scheiding tussen uitvoerende en wetgevende macht en rechtspraak – ontstaat iets van een supranationale eenheid: het Verenigd Europa met haar Raad van Ministers, haar Europese Commissie, haar Europees Parlement en Europees Gerechtshof.

Dadelijk wordt een volgende stap gezet in dit integratieproces: de Europese verkiezingen, waardoor de parlementariërs in Straatsburg niet langer meer indirect – via de Europese parlementen – maar direct gekozen worden, door de ‘burgers van Europa’.

Zijn hiermee de oude tegenstrijdigheden opgeheven, of worden zij alleen maar toegedekt: door een illusie van eenheid?

Het antwoord is pas de komende jaren mogelijk. Een aantal vraagstukken zal daarbij steeds van gewicht blijven:

1. Het vraagstuk van de verschillen van de volkeren.
Hoe wordt bijvoorbeeld de verhouding tussen de Engelse parlementariërs en de parlementariërs van de Benelux, Ierland, Frankrijk, West-Duitsland, Italië en Denemarken? [Duitsland is weer één en inmiddels zijn er nog veel meer landen toegetreden].Want historisch gezien, berust het Engelse parlement – het moederparlement van Europa! – op geheel andere tradities dan dat van de hier genoemde acht staten. ‘Het aparte van het Britse parlement is, dat daar geen breuk tussen vorst en volksvertegenwoordiging is gekomen’ – aldus drs. Joh. Wijne in de Reflector van april* – ‘Er wordt nog steeds geregeerd door ‘The King (of Queen) in Parliament’. Bij alle bijeenkomsten van zowel Lager- als Hogerhuis is de vorst vertegenwoordigend aanwezig. In het Hogerhuis wordt hij vertegenwoordigd door de Lord Chancellor. In het Lagerhuis door een voorwerp: ‘the Mace’. Dit is een mooie staf, die voor de voorzitter van het Lagerhuis uit wordt gedragen wanneer deze een zitting gaat openen.

De breuk tussen uitvoerende macht en wetgevende macht, die op het ‘continent’, sinds het uitbreken van de Franse revolutie bestaat, gaat in Engeland veel minder diep. Dat heeft te maken met de ‘consideratie’ (considerness) die in het Engelse parlementaire stelsel bewaard is gebleven ten opzichte van de oppositie, ‘his Majesty loyal opposition’. Juist deze loyale verhouding, die ook op het sportveld aanwezig is – men kan niet op zijn eentje een partij tennis spelen – ontbreekt op het continent dikwijls volledig. Regeringspartij en oppositie zitten, om zo te zeggen, met het mes op tafel tegenover elkaar, om elkaar te bestrijden.

2. Dadelijk zal in Straatsburg uit de volksvertegenwoordiging van de negen Europese staten, één socialistische, één christelijk-democratische en één liberale fractie worden samengesteld. Hoe verhouden bijvoorbeeld de socialisten zich onderling tot elkaar? Historisch gezien, is het socialisme in Europa gegroeid uit drie verschillende benaderingen: in Duitsland, Engeland en Frankrijk. De Duitsers, meer theoretisch ingesteld: Marx voorop met zijn ‘dialectisch materialisme’. De Engelsen, meer pragmatisch: Robert Owen met zijn praktisch-sociaal experiment in New Lanark. De Fransen, meer vanuit het gevoelssentiment van Jean Jacques Rousseau: Proudhon, Fourier als ‘utopisten’.

Zullen deze verschillen worden opgeheven, zodra de Duitse-, de Engelse- en de Franse socialisten broederlijk naast elkaar zitten in Straatsburg, of zullen ook daar deze volkerenpsychologische verschillen van invloed blijven?

3. Wélk Europa wordt voortaan in Straatsburg vertegenwoordigd? Ook wanneer dadelijk de Grieken, de Spanjaarden en de Portugezen meedoen?
De vertegenwoordiging blijft daarmee beperkt tot West- en Zuid-Europa. Oost-Europa is buitengesloten, dat wil zeggen de landen achter het Ijzeren Gordijn. Ziedaar een tegenstrijdigheid die sinds de rede van Churchill te Zürich in 1946 is blijven bestaan, ondanks Europese verkiezingen. Churchills oproep destijds, ‘Europa arise!’ was een appel aan West-Europa zich aaneen te sluiten. Hij wilde in de eerste plaats een verzoening tussen Frankrijk en Duitsland (West-Duits-land wel te verstaan) tot stand brengen. Met name om het hoofd te bieden aan de Sovjetdreiging. Daarvoor stelde hij zijn oude idee voor: een Raad van Europa. Deze is later uitgegroeid tot de Europese Gemeenschappen. Oost-Europa is hiermee afgestoten. Voor West-Europa vormt Oost-Europa een bedreiging. (Zie Jonas 19). Daarmee is een volkerenpsychologische basis voor samenwerking tussen West en Oost verloren gegaan. Maar is deze staatkundige aaneensluiting van West-Europa een gezonde basis tegenover de staatkundige aaneensluiting van de landen van het Warschaupact? Zou, voor de totstandkoming van een ‘Europa van de Atlantische Oceaan tot aan de Oeral’ – zoals eens door De Gaulle is gesuggereerd – niet naar een geheel andere basis moeten worden gezocht, dan die, waarop het huidige West Europa berust?

Europa tussen West en Oost

Op de hier gestelde vragen is maar niet zo, een twee drie, een antwoord te geven. Vooral de tegenstelling tussen West- en Oost-Europa is na 1945 een onoplosbaar probleem geworden. Maar juist daardoor kan duidelijk zijn dat Europa voorlopig een ‘labyrint van tegenstrijdigheden’ blijft, ook al zijn deze toegedekt, door een vertegenwoordiging van Europese parlementariërs.

Rudolf Steiner heeft sinds 1917 vele malen gewezen op de taak van Midden-Europa tussen West en Oost. Daarmee wees hij niet alleen op de volkerenpsychologische tegenstelling tussen Amerika en Azië, maar ook op die tussen Rusland en Engeland.

In 1953 is in Den Haag door het ‘Centrum voor Vrij Geestesleven’ een internationale conferentie georganiseerd over het thema, ‘De geboorte van Europa, een geestelijk vraagstuk’. Vooral dank zij de bezielende leiding van Dr. F.W. Zeylmans van Emmichoven, vonden daarbij gesprekken plaats onder de circa 800 deelnemers, behorende tot 18 verschillende nationaliteiten. Gesprekken over volkerenpsychologie, als basis voor internationale samenwerking op economisch en cultureel gebied. Daarbij werd uitgegaan van een drieledig aspect: Europa tussen West en Oost, in tegenstelling tot het dualistische aspect dat destijds en ook nu nog, de tegenstrijdigheid tussen West- en Oost-Europa beheerst. Historisch gezien, berust deze tegenstrijdigheid niet alleen op een tegenstelling tussen kapitalistische en communistische wereld, maar ook op een tegenstelling, die veel dieper ligt en door de gehele geschiedenis van Europa heenloopt: een geestelijke tegenstelling, vanaf het grote kerkelijke Schisma tussen de katholieke en de Russisch-orthodoxe kerk in 1054.

Voor een werkelijke ‘eenwording van Europa’ kan het daarom van belang zijn om, aan de hand van een ‘draad van Ariadne’ door te dringen in het labyrint van raadselvragen, die de geschiedenis van Europa ons stelt. Daarvoor moet men zich inzicht veroveren in de bewustzijnsontwikkeling van de volkeren, die zich in verschillende fasen voltrekt.

Daarvoor is ook nodig, dat men door de machtsverhoudingen die Midden-Europa tegenwoordig hebben toegedekt, leert heenzien. Want wat is – sinds het neerlaten van het IJzeren Gordijn – nog overgebleven van het oude Midden-Europa? Wat komt er voor in de plaats?

Reeds deze vragen verduidelijken de gecompliceerdheid van de situatie, waarin het huidige Europa verkeert, de tragiek van Europa als labyrint, waarin de verschillende volken nog verstrikt zijn onder de schijn van eenheid van een supra-nationale Europese staat.

Wat zijn de problemen die in Straatsburg aan de orde zullen worden gesteld na de totstandkoming van het nieuwe parlement? Voor welke taken zal dit parlement zich geplaatst zien? Twee voorbeelden:

1. De toetreding tot de Gemeenschap van de drie kandidaten, Griekenland, Portugal, Spanje. Economisch zullen daarbij offers moeten worden gebracht, vanuit de welvaart van de negen staten. Zal hiervoor het nodige volkerenpsychologische begrip aanwezig zijn?

2. De verhouding van Europa tot Afrika, waarbij Europa aan een vijftigtal Afrikaanse staten een bepaalde hoeveelheid export waarborgt, voor gestabiliseerde prijzen. Een test-case voor Europese economische samenwerking, bijvoorbeeld tussen het rijke West-Duitsland enerzijds en het arme Italië en Engeland anderzijds. Een samenwerking, die reeds bij de ‘Dialoog’ tussen Noord en Zuid op de proef werd gesteld, kan wederzijdse afhankelijkheid op economisch gebied worden aanvaard, wanneer de basis ontbreekt, voor wederzijds begrip voor verscheidenheid van volksaard?

Voor hoelang nog zullen de nationale belangen hierbij gerelativeerd kunnen worden? Niet alleen in het Europese parlement maar ook in de Europese Commissie en de Raad van Ministers, waar uiteindelijk de beslissingen zullen vallen.

In het ‘labyrint van Europa’ is de Minotaurus een vergeten monster uit de Griekse mythologie. Hetgeen niet wil zeggen dat hij ons niet nog steeds bedreigt!

.

A.C.Henny, Jonas 20, *01-06-1979

.

Sociale driegeleding: alle artikelen

.

1712

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.