VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner – Algemene menskunde – voordracht 1 (1-7-2/4)

.

Enkele gedachten bij blz. 23/24 in de vertaling van 1993.

ALGEMENE MENSKUNDE ALS BASIS VOOR DE PEDAGOGIE

luidt de titel van de vertaling van GA* 293 [1].

De voordrachten die Steiner hield hadden tot doel uiteen te zetten wat vrijeschoolpedagogie omvat.
Van 21 augustus tot en met 6 september 1919 volgden de leerkrachten voor de te beginnen school deze cursus die, naast de in de morgen gehouden voordrachten GA 293, ook nog bestond uit de over de rest van de dag verdeelde cursussen  (GA 294) [2] en (GA 295) [3]

In een vorige artikel dat beschouwd kan worden als een inleiding op wat hier volgt, werd erop gewezen dat ‘schematiseren’ eigenlijk niet kan; en dat het willen verklaren en definiëren steeds weer het gevaar in zich draagt de werkelijkheid tekort te doen.
En toch kunnen we, wanneer we niet het helderziende vermogen hebben zoals Steiner kennelijk had, niet zonder een zoektocht met ‘het gezonde verstand’. Daartoe is dit een poging.

Op blz. 24 is sprake van het ‘astrale lichaam.’ Wat valt daar o.a. over te zeggen:

ASTRALE LICHAAM

Ook dit ‘lichaam’ is geen fysiek lichaam, maar een ‘lijf’, het krachtencomplex, het vermogen om iets te kunnen. Je komt het ook tegen als ‘astraallichaam en als ‘astraallijf’. Op deze bladzijde stelt Steiner het gelijk aan het gewaarwordingslichaam, (dat ik dus liever vertaal als gewaarwordingslijf).

Maar zoals het gewaarwordingslijf de mens de mogelijkheid biedt gewaarwordingen te hebben en de gewaarwordingsziel die gewaarwordingen o.a. als primaire gevoelens te beleven, zo zou je dat ook van het astraallijf kunnen zeggen. 

Dat hier een nadere benaming wordt gebruikt voor een zelfde verschijnsel mag verwarrend zijn, je moet het toch zien als een gedetailleerder spreken over de mens. Steiner vermijdt om juist wat de mens betreft, deze te vangen in definities. Hij blijft karakteriseren en hoewel hij natuurlijk, wanneer hij over de mens spreekt, vaak herhaalt wat hij er ooit al eens over zei,  zal je ook zien dat het toch nét weer anders is; van tijd tot tijd belicht hij de aspecten vanuit totaal verschillende hoek. 
Het gaat bij ‘astraal’ om de menselijke ziel, om dat vermogen waarmee we de buitenwereld tot binnenwereld maken en onze binnenwereld weer ‘teruggeven’ aan de buitenwereld. ‘Astraal’ is het ‘eerste’ bewustzijn van een buiten en een binnen. Met ‘astraal’ wordt verwezen naar de verbinding van de ziel met de sterrenwereld, zoals ‘ether’ wijst naar de etherruimte van de kosmos. 

(Tot slot van dit artikel over de naam astraal, enige opmerkingen van Steiner)

Wanneer Steiner specifiek over de vierledige mens spreekt, gebruikt hij vaak: fysieke lichaam, etherlijf, astraallijf en Ik.
Wanneer hij over de drieledige mens spreekt, gaat het o.a. om denken, voelen, willen. Dan is het ‘voelen’: de ziel, of het astraallijf, of de astraalziel of de astrale ziel. En omdat ‘ziel’ bij deze beschouwing wordt verdeeld in: gewaarwordingsziel, verstands- gemoedsziel en bewustzijnsziel, is er ook sprake van verschillende ‘astraliteiten’. De gewaarwordingsziel is nog sterk gebonden aan het lichaam (middels het etherlijf), begrensd a.h.w. Dan zou je dat ‘stukje’ astraallijf, astraallijf in begrensde zin – in engere zin – kunnen noemen. Daarmee heb je wel als vanzelf een soort tweedeling in astraliteit gekregen, wat dan vaak benoemd wordt als ‘lagere’ en ‘hogere’ astraliteit.

Zoals ik al opmerkte: van alle kanten belicht Steiner zijn onderwerpen gedurende de vele voordrachten. 

Daarvan hier een klein voorbeeld:

Die Pflanzen haben einen physischen Leib und einen Ätherleib, sie haben aber etwas nicht, was Tiere und Menschen haben: sie haben nicht Leid, nicht Lust, keine Schmerzen und keine Empfindung. Das ist der Unterschied von Tier und Mensch einerseits und den Pflanzen andererseits. Der Unterschied beruht darauf, daβ in Tier und Mensch sich Innenvorgänge abspielen.

De planten hebben een fysiek lijf en een etherlijf, zij hebben echter niet wat dieren en mensen hebben: zij kennen geen leed, lust, geen pijn en geen gewaarwording. Dat is het verschil tussen dier en mens enerzijds en de planten anderzijds. Het verschil berust op het fiet dat er in het dier en de mens zich innerlijke processen afspelen.

Hier unten in der physischen Welt hat nur der Mensch und das Tier Begierde und Leidenschaften, Freuden und Schmerzen. Warum? Weil sie auβer dem physischen Leib und Ätherleib auch noch den Astralleib haben, das dritte Glied der menschlichen Wesenheit.

Hier beneden in de fysieke wereld hebben alleen de mens en het dier begeerten en hartstochten, vreugde en pijn. Waarom? Omdat ze naast het fysieke lijf en etherlijf ook nog het astraallijf hebben, het derde deel van het mensenwezen.

Mit diesem dritten Glied verhält es sich anders als mit dem physischen Leib und Ätherleib. Wenn nähmlich der Mensch schläft, liegt im Bett nur der physische Leib und Ätherleib, während sich der Astralleib mit dem Ich herausgehoben hat; wenn dagegen der Astralleib und der Ätherleib heraustreten aus dem physischen Leibe, dann tritt der Tod ein, und damit ja der Zerfall des physischen Leibes.

Met dit derde wezensdeel is het anders dan met het fysieke lichaam en etherlijf. Wanneer de mens namelijk slaapt, ligt er in bed alleen het fysieke lichaam en het etherlijf, terwijl het astraallijf en het Ik ‘weggegaan’ zijn; wanneer het astraallijf en het Ik definitief weggaan, treedt de dood in en daarmee het verval van het fysieke lichaam.

Warum heiβt dieses Wesensglied nun Astralleib. [In der Nacht arbeitet er an dem physischen und Ätherleib. Während des Tages nutzen Sie den physischen und Ätherleib ab, denn alles, was Sie tun, ist ja Abnützung des physischen Leibes, und der Ausdruck dieser Abnützung ist ja die Ermüdung. Das nun, was Sie während des Tages abnutzen, das bessert der Astralleib während der Nacht wieder aus. Tatsächlich schafft der Astralleib während des Schlafes die Ermüdung hinweg. Daraus ergibt sich die Wichtigkeit und Notwendigkeit des Schlafes. Das erquickende des Schlafes beruht darauf, daβ der Astralleib am physischen und Ätherleib richtig gearbeitet hat. Weil der Astralleib aber erst in den physischen und Ätherleib zurückkehren muβ, tritt die Erquickung des Schlafes erst allmählich, das heiβt etwa eine Stunde nach dem Erwachen auf.

Waarom heeft dit wezensdeel nu astraallijf? ’s Nachts werkt het aan het fysieke lichaam en etherlijf, want bij alles wat je doet, verbruik je je fysieke lichaam en de uitdrukking van dit verbruik is de vermoeidheid. Wat je overdag verbruikt, vult het astraallijf gedurende de nacht weer aan. Het astraallijf laat daadewerkelijk de vermnoeidheid verdwijnen. Daaruit volgt het belang en de noodzaak van de slaap. Het verkwikkende van de slaap berust erop dat het astraallijf goed aan het fysieke lichaam en het etherlijf heeft gewerkt. Omdat het astraallijf eerst in het fysieke en etherlijf moet terugkeren, merk je de verkwikking van de slaap pas langzaam op, d.w.z. ongeveer een uur na het wakkerworden.

In der Nacht reichen die Kräfte des Astralleibes bis in die Gestirnenwelt, (  ) und aus dieser Welt nimmt er seine Kraft. Der Astralleib ruht in der Welt, in der die Gestirne eingebettet sind.

’s Nachts reiken de krachten van het astraallijf tot in de sterrenwwereld en uit deze wereld neemt hij zijn kracht mee. Het astraallijf rust in de wereld waarin de sterren ingebed liggen.

In dieser Gestirnwelt lebt der Astralleib während der Nacht. Und während er am Tage in eine Art Disharmonie kommt mit den weltlichen Dingen, ist er in der Nacht, während des Schlafes, wieder eingebettet in den Schoβ der Sternenwelt. Und dann kommt er morgens zurück mit dem, was er sich aus dieser Welt mitgebracht hat an Kräften. Die Harmonie der Sphären bringt man sich aus dieser Astralwelt mit, wenn man herauskommt aus dem Schlafe. In der Gestirnwelt, der Astralwelt, hat der Astralleib seine wahre Heimat, und deshalb ist er auch so genannt worden: Astralleib.

In deze sterrenwereld leeft het astraallijf gedurende de nacht. En terwijl hij overdag in een soort disharmonie komt met de dingen van de wereld, is hij ’s nachts, gedurende de slaap, ingebed in de schoot van de sterrenwereld. En dan komt hij ’s morgens terug met wat hij uit deze wereld meegebracht heeft aan kracht. De harmonie der sferen breng je uit deze astraalwereld mee, wanneer je weer uit de slaap komt. In de sterrenwereld, de astraalwereld heeft het astraallijf zijn ware thuis en daarom werd het zo genoemd: astraallijf.
GA 100/32-3
Niet vertaald

.

Ik heb hier ook verschillende gezichtspunten over het astraallijf weergegeven.
.

*GA= Gesamt Ausgabe, de boeken en voordrachten van Steiner

[1] GA 293
Algemene menskunde als basis voor de pedagogie
[
2] GA 294
Opvoedkunst. Methodisch-didactische aanwijzingen
[
3] GA 295
Praktijk van het lesgeven
.

Algemene menskundealle artikelen

Rudolf Steineralle artikelen op deze blog

1311

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s