VRIJESCHOOL – Vertelstof – biografieën – Antonie van Leeuwenhoek

.

Antonie van Leeuwenhoek 1632-1723

Antonie* van Leeuwenhoek kreeg grote vermaardheid door microscopisch onderzoek, met behulp van zelf geslepen lenzen, die voor die tijd perfect genoemd mogen worden.

Antonie van Leeuwenhoek werd geboren in Delft, op 24 oktober 1632. Van zijn jeugd weten we alleen dat hij geen schoolopleiding genoot en dat hij in 1648, toen zijn stiefvader overleed, in Amsterdam in de leer ging bij een lakenkoopman. Vier jaar later, in 1652, keerde hij terug naar Delft, waar hij zelf een lakenhandel dreef. In 1660 werd hij benoemd tot kamerbewaarder van de schepenen van de stad Delft. De financiële onafhankelijkheid die deze post hem bezorgde, stelde hem in staat veel tijd te besteden aan zijn liefhebberij, het bestuderen van allerlei dingen door een microscoop.

De microscoop die toen in Europa verkrijgbaar was, bestond uit twee of meer achter elkaar geplaatste lenzen om een vergroot beeld te vormen. Die microscoop werd waarschijnlijk uitgevonden door de Nederlandse brillenslijper Zacharias Jansen, rond het jaar 1590. Doordat het in die tijd uiterst moeilijk was om glas te maken van voldoende zuiverheid, veroorzaakten de lenzen van die microscopen vertekeningen van het beeld. Ook veroorzaakten ze kleurenringen rond de voorwerpen die bekeken werden.

Enkele van de oudste microscopen, waaronder een kopie van Van Leeuwenhoeks oorspronkelijke model

Om deze tekortkomingen te omzeilen, legde Van Leeuwenhoek zich toe op het vervaardigen van enkelvoudige lenzen van hoge kwaliteit en met een korte brandpuntsafstand. Die lenzen, tussen twee dunne koperen plaatjes geklemd, hadden een grote vergrotingsfactor. De kundigheid van Van Leeuwenhoek hierin werd zo groot, dat sommige van zijn lenzen niet groter waren dan een spelcdenknop. Het is bekend dat hij tijdens zijn leven meer dan 400 lenzen heeft geslepen, met verschillener vergrotingsfactoren, van 50x tot 300x. De manier waarop hij de uiterst kleine voorwerpen onder zo’n microscoop belichtte, is een mysterie gebleven. Dat was het enige geheim dat hij niet wilde onthullen, en hij nam dat geheim mee in zijn graf. Men heeft Van Leeuwenhoek wel eens verweten dat hij bij het uitvoeren en optekenen van zijn onderzoekingen te weinig de geijkte wetenschappelijke methoden gebruikte. Toch werden zijn waarnemingen en gevolgtrekkingen gekenmerkt door uiterste nauwkeurigheid. Ze waren zeer waarheidsgetrouw. Hij leefde in een tijd waarin de generatio spontanea (het ‘spontaan’ ontstaan van leven uit dode stof) een algemeen aanvaard en wetenschappelijk geloof was. Zo dacht men dat maden uit bedorven vlees ontstonden en dat vlooien uit zand en stof voortkwamen. Van Leeuwenhoek toonde voor het eerst aan, dat al die beestjes zich voortplantten en uit eitjes kwamen die waren gelegd door vrouwtjes, nadat ze door mannelijke diertjes bevrucht waren, net als bij andere dieren. Hij ontdekte ook dat bladluizen zich voortplanten door middel van parthenogenese: zonder dat de eitjes door een mannetje worden bevrucht.

Het grondigst waren zijn studies van protozoën (eencellige organismen) en van bacteriën. Toen hij regenwater bekeek, zag hij uiterst kleine organismen, die hij animalcules (kleine diertjes noemde. Hij kwam tot de slotsom dat die animalcules konden worden ‘meegevoerd op de wind, tezamen met de stofdeeltjes die in de lucht zweven’.
Naderhand nam hij monsters uit de mond en de ingewanden van de mens. En daarin trof hij ook dergelijke animalcules aan, waaronder bacteriën, hoewel hij dat zelf niet wist. De eerste afbeeldingen van bacteriën kunnen we aantreffen in tekeningen van Van Leeuwenhoek, in de Philosophical Transactions (Natuurwetenschappelijke Verhandelingen) uit 1683 van de Royal Society in Londen.

De eerste nauwkeurige beschrijvingen van bijvoorbeeld rode bloedlichaampjes en spermatozoën (zaadcellen) van mensen, honden en insecten, vinden we in zijn brieven aan leden van de Royal Society vanaf het jaar 1673. Hij schreef die brieven in het Nederlands, waarna ze door de ontvangers werden vertaald en gepubliceerd. Bijna al zijn ontdekkingen werden in deze brieven medegedeeld. Uiteindelijk werden er 14 omvangrijke boekdelen van uitgegeven. In 1680 werd Van Leeuwenhoek gekozen tot lid van de Royal Society en in zijn testament vermaakte hij een collectie lenzen aan dit genootschap.

Van Leeuwenhoek stierf in Delft, op 27 augustus 1723, bijna 91 jaar oud. Praktisch tot het eind van zijn leven bleef hij bezig met zijn lenzen en het onderzoek dat hij ermee verrichtte. Het schijnt dat hij tot op het laatst geestdriftig bleef om verder onderzoek te verrichten. Dat hielp hem bij het ontsluieren van tot dan toe onbekende onderdelen van de schepping. Ook dat droeg bij tot het bereiken van zijn doel: het aantonen van de ingewikkeldheid van alle schepsels, zelfs van de vlo, zo ‘nietig en verfoeid’.

*Je komt verschillende schrijfwijzen tegen

 

alle biografieën

.

1306

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

Advertenties

Een Reactie op “VRIJESCHOOL – Vertelstof – biografieën – Antonie van Leeuwenhoek

  1. Pingback: VRIJESCHOOL – Vertelstof – Biografieën – alle artikelen | VRIJESCHOOL

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s