VRIJESCHOOL – Sociale driegeleding (4)

.

Zie over het waarom van dit artikel op deze blog:
sociale driegeleding alle artikelen

over de driegeleding van de maatschappij

Wij willen in de onderstaande beschouwing, aan de hand van een aantal voorbeelden op verschillende gebieden, laten zien, hoe nauw de drie-geleding met het samenleven van de mensen is verbonden. Op talrijke terreinen komt men drie-deling tegen, zodat het verleidelijk is te concluderen, dat drie-deling een verschijning is van het leven zelf.
In verschijnselen van drie-deling treft men een horizontale verdeling aan en een verticale.

De horizontale verdeling is meer statisch en men kan dan met recht spreken van drie-deling; de verticale is in beweging, er is een innerlijke opklimming (Steigerung) waar te nemen. Daarom zou voor deze groep verschijnselen beter van een drievoudige geleding (Dreiglicderung) kunnen worden gesproken ofwel van een drieledigheid.
Wat hiermede wordt bedoeld zal aan de voorbeelden duidelijk worden. Montesqieu heeft in 1748 in „Sur l’esprit des lois” het beginsel van de „Trias politica” uitgewerkt. Drie van elkaar te onderscheiden machten zijn in de staat werkzaam, te weten: de wetgevende, de uitvoerende en de rechterlijke macht. Alle drie werken onafhankelijk van elkaar. Deze gedachte is als organisatie-principe in het bedrijfsleven overgenomen, alwaar men een duidelijke scheiding maakt in voorbereidende, uitvoerende en controlerende werkzaamheden. die men aan verschillende functies opdraagt. Een horizontale scheidning dus, die meer als onderscheiding dient te worden gemaakt in het geval men, zoals tegenwoordig vaker gebeurt, tot een vorm van integratie van deze gebieden overgaat.
De vaardigheden, waarover men in het maatschappelijke leven de beschikking heeft zijn drieledig: de technische vaardigheid, die ieder zich, op zijn plaats en functie, heeft eigen te maken, de sociale vaardigheid, die in onze tijd van samenwerking van mensen onderling van zo’n eminent belang is, en de conceptuele vaardigheid, die van groter gewicht wordt, naarmate men, van zijn functie uit, aan grotere eenheden leiding geeft.
Een voorbeeld van een opklimmende driedeling is het begrip medezeggenschap. Medezeggenschap is niet iets afgeronds, iets concreets, maar integendeel beweeglijk, gedifferentieerd, in zich zelf groeiend en opklimmend. Medezeggenschap omvat immers een stijging van mede-weten via mede-overleggen naar medebeslissen. En dan is dit niet zó op te vatten, dat een vertegenwoordiging van het personeel begint in het stadium van het medeweten om dan later, misschien na meer kennis van zaken te hebben gekregen, in het stadium van mede-overleggen te komen, om tenslotte te eindigen met medebeslissen.
Neen, op het ene ogenblik zal men van bepaalde zaken slechts de medewetenschap kunnen krijgen, voortspruitend uit de aard van wat hier wordt medegedeeld. Op hetzelfde moment kan mede-overleggen over andere zaken aan de orde komen, wat in verband met wat moet worden bereikt, noodzakelijk is, terwijl het medebeslissen kan worden gevraagd in zaken, waarin niet alleen het oordeel van de vertegenwoordiging van belang is, maar die van zodanige aard zijn, dat men de beslissing aan deze vertegenwoordiging kan en wil overlaten. Verschuivingen kunnen hierin optreden, omdat hier niets star, maar alles bewegelijk is.
Een bedrijf kent een drievoudige oriëntering naar buiten toe: ieder bedrijf staat in relatie met zijn afnemers, zijn klanten; ieder bedrijf staat in relatie tot leveranciers van grondstoffen, halfproducten en van productiemiddelen en tot diegenen, die met de verschaffing van kapitaal te maken hebben. Zo staat ieder bedrijf in de maatschappij, in drie richtingen zich oriënterend.

Het opsporen van drie-ledigheden is niet een gedachtenspel, daarvoor kan men dit verschijnsel te algemeen vaststellen. In de natuur kent men de drie agregaattoestanden, waarin een stof zich kan bevinden: de vaste, de vloeibare en gasvormige toestand.
Het leven openbaart zich in plant, dier en mens: driedelingen met een innerlijke stijging. In de wereld van de muziek zijn het de melodie, de harmonie en het ritme, die tezamen, ieder met eigen wetmatigheid, de muziek gestalte geven. Het evenwicht tussen deze drie elementen bepaalt de gaafheid van de muzikale schepping. Het klassieke toneel kent de eenheid van tijd, plaats en handeling. In het overbrengen van een idee, van kennis of wetenschap vallen de volgende drie sectoren te onderscheiden: propaganda, voorlichting en advies. Hier is duidelijk een opklimming in intensiteit, verdichting waar te nemen, van het algemene naar het bijzondere, het concrete, het ene geval. Ook in de wijze, waarop de mens tot diegenen staat, die hij in deze wereld kent: zijn bekenden, zijn kennissen en zijn vrienden, is deze opklimming naar een hoger niveau van intensiteit waar te nemen. Het zijn duidelijke voorbeelden van een verticale onderscheiding.

ln het maatschappelijke leven zijn het de elementen van het geestelijk-culturele, het politiek-sociale en het economische leven, die om een onderscheiding vragen, zodat ieder dezer drie sectoren zich naar eigen aard kan ontwikkelen. Een centralistische beschouwingswijze laat geen ruimte voor de eigen aard, de eigen sfeer, waarom de drie bestanddelen van het maatschappelijk leven vragen en die met vrijheid, gelijkheid en solidariteit aangegeven kunnen worden.

Dit maatschappelijke leven kan zich slechts, evenals de muziek, gaaf en evenwichtig ontwikkelen, wanneer deze drievoudige geleding van het maatschappelijke organisme wordt doorzien en in de vormen van dit maatschappelijke leven zelf worden gerealiseerd.

En ook de mens, die in zijn wezen eveneens drievoudig is geleed – waarvan zijn uitingen denken, voelen en willen een voorbeeld zijn —, staat in deze wereld drievoudig georiënteerd: naar wat boven hem is, naar wat om hem heen is en naar wat beneden hem is. Naar „de hemel”, naar zijn medemensen, en naar de natuur. Goethe sprak in dit verband over de drievoudige eerbied. De bovengenoemde drievoudige ordening van het maatschappelijke leven is een doorwerking van deze grond-houding van de mens.

Na Marx is het te doen gebruikelijk de drie-deling van kapitaal, leiding en arbeid als de laatste wijsheid te zien. In deze trits staan dan kapitaal en arbeid als onverzoenlijke productiefactoren tegenover elkaar, als twee polen, en de leiding als de verzoenende brug, tussen de tegengestelde machten geslagen. Voor de toekomst kan alleen deze driedeling vruchtbaar zijn: Kapitaal — leiding én arbeid – markt. En omdat leiding en arbeid één zijn, zoals de twee zijden van een medaille verbonden zijn, kan men stellen, dat voor de toekomst de driedeling kapitaal — arbeid — markt geldt.

Wij willen deze abstracte economische termen verlevendigen, vermenselijken en dan in deze volgorde: werkers — afnemers — kapitaalverschaffers. In deze trits werken de twee polen werkers en kapitaalverschaffers tezamen ten behoeve van de afnemers, de uiteindelijke consumenten.

In deze drie-deling ligt gans het leven besloten. Men begint dit leven, in economische zin gesproken, als afnemer, uitsluitend als consument. Vervolgens wordt men, „ongeschoold” of „geschoold”, opgenomen in de grote kring van werkers, men wordt op de een of andere wijze opgenomen in het economische proces van productie en distributie om tenslotte, al of niet, tot de kring van kapitaalverschaffers, groot of klein, te gaan behoren.

Men zal begrijpen, dat deze trits de mogelijkheid in zich houdt van verzoening van kapitaalverschaffers en werkers als twee polen, in tegenstelling tot de onvruchtbare polariteit, die sinds Marx het kenmerk van het economische leven is geweest. Daartoe zullen wij ons moeten verdiepen in de doelstelling van de onderneming als belangrijk facet van het economisch leven.

Over de vraag, wat het doel is van de onderneming, is veel gepraat en ook wel geschreven. Vroeger heette het kortweg: het doel van de onderneming is het maken van winst. Later, toen bleek, dat andere factoren toch ook een rol spelen, werd wel geformuleerd: het doel van de onderneming is te zorgen voor de continuïteit. Maar zou een dergelijke uitspraak al kunnen gelden voor bestaande ondernemingen, nimmer kan continuïteit het ondernemingsdoel zijn wanneer een nieuwe onderneming wordt opgericht. Men zou ook kunnen stellen (en het lijkt er tegenwoordig veel op, dat dat gebeurt), dat het doel van de onderneming ligt in het verschaffen van werkgelegenheid. Ik waag te betwijfelen of er één onderneming is opgericht met dit oogmerk. Wanneer men aan verschillende mensen zou vragen, wat in hun ogen het doel van een onderneming is, zal men misschien nog meer doeleinden opgenoemd krijgen.

Hierover nadenkend heb ik in 1962 in een toespraak ter opening van een congres van het toenmalige Nederlandse Instituut voor Efficiency, thans omgedoopt in Nederlandse Vereniging voor Management, een drievoudige doelstelling ontwikkeld, omdat een enkelvoudige doelstelling voor de onderneming niet langer te handhaven is. Later is deze doelstelling opgenomen in een studie van de hand van Dr. P.H. van Gorkom: „Ondernemingen vakbeweging.” (1969). Het is interessant, dat deze drievoudige doelstelling aansluit bij de zojuist ontwikkelde drie-deling.
Het doel van de onderneming kan dan, drievoudig, als volgt worden aangegeven:
1. Het vervaardigen van goederen of artikelen, of het leveren van diensten die door de afnemers worden gewenst, van een kwaliteit en tegen een prijs en met een service in overeenstemming met de wensen van de klant en met de mogelijkheden van de onderneming. Deze wensen worden actief opgespoord. Dit vervaardigen kent zijn morele grenzen.

2. De vervaardiging of productie geschiedt door een groep van samenwerkende mensen, die met elkaar het bedrijf vormen en die werken met het door de aandeelhouders ter beschikking gestelde en aan de onderneming toevertrouwde kapitaal. De groep doet dit op een zodanige manier, dat wordt gestreefd naar een persoonlijke ontplooiing der betrokkenen en naar een gezonde onderlinge coördinatie, opdat men zich in het bedrijf in het algemeen en in de arbeidssituatie in het bijzonder als mens en tegelijkertijd als mede-mens kan gevoelen.

3. De voorwaarde voor het vervaardigen is, dat de onderneming winst maakt, enerzijds opdat de continuïteit van het ter beschikking gestelde kapitaal, van onderlinge arbeid van de groep en daarmede van de afzet aan de afnemers kan worden gehandhaafd en anderzijds als blijk van het economische succes van de gezamenlijke inspanning.

Dit is wel een mondvol, maar in deze drievoudige doelstelling worden alle drie de onderdelen van de eerstgenoemde trits opgenomen, in volgorde: de afnemers, de werkers, inclusief de leiding en de kapitaalverschaffers, die allen als groepen bij het succes van het streven van de onderneming belang hebben. Men zou het belang van de groepen van leveranciers bij de onderneming erbij kunnen betrekken. De kring van degenen, die bij de gang van zaken van de onderneming betrokken zijn, is nu eenmaal wijd. Ook de Staat, als belastingontvanger, hoort daarbij.
De onderneming staat midden in de maatschappij en is met haar drievoudige doelstelling daarmede verweven: met haar sociale, humane en economische doel in engere zin. Voor diegenen, die de belangrijke reeks voordrachten van Rudolf Steiner kennen, uitgegeven onder de titel: „Die Erziehungsfrage als soziale Frage”, [1] herkennen in de doelstelling de in de derde voordracht genoemde elementen Ware, Arbeit, Kapital en wel in dezelfde volgorde. De ontwikkeling in onze industriële samenleving hangt in hoge mate samen met de ontwikkeling van de geest. Dit geldt binnen de onderneming met name voor de verhouding van leiding tot ondergeschikten, die in de aanvang van het industriële tijdperk werd aangeduid met die van patroon tot werkman/arbeider. Dit was in de tijd, dat het sociale vraagstuk zich allereerst manifesteerde als een broodvraagstuk. Alle inspanning ter verbetering van het lot van de arbeider was toen gericht op verbetering van de loonverhoudingen.
In een later stadium richtte zich de aandacht van het directe brood naar de rechtspositie van de mensen in het arbeidsproces, reden waarom deze fase wordt aangeduid met rechts-vraagstuk. De verhouding tussen leiding en personeel wordt nu uitgedrukt met de begrippen werkgever — werknemer. De patroon is werkgever geworden en men spreekt niet meer van arbeiders, maar van
werknemers.

Maar de ontwikkeling gaat verder, want er is een kern in het sociale vraagstuk, dat met brood en recht niet is beroerd en dat is de mens zelf in zijn ontwikkeling naar mondigheid en menselijke waardigheid. Het gaat in de derde fase van de ontwikkeling van het sociale vraagstuk om de mens zelf als een mondig, zich emanciperend wezen. Daarom wordt deze fase aangeduid met het
mondigheidsvraagstuk. De verhouding in het menselijke vlak wordt nu uitgedrukt met: de ondernemer en zijn medewerkers.
Het is hierbij natuurlijk een kwestie van accent, want in de mondigheidsfase is het niet zo, dat de elementen uit de twee eraan voorafgaande fasen niet langer de aandacht zouden behoeven, integendeel; het zwaartepunt van de aandacht moet in de derde fase echter liggen bij de ontwikkeling tot mondigheid van de werkende mens. Hoe vreemd het misschien in menig oor ook moge klinken, toch moet men de betekenis van de bedrijven gaan doorgronden als een geestelijk-cultureel milieu van met elkaar samenwerkende mensen. Ook hier weer een drie-deling met een sterke opklimming van de natuurlijke grondslag uit, via de rechtspositie naar de geestelijke kern van de werkende mens.

Het woord „medewerker” wordt tegenwoordig veel en gemakkelijker uitgesproken. En dat het bedrijf een werkgemeenschap zou zijn is ook al geen vreemd begrip meer. Maar toch zijn de consequenties uit bovenstaande ontwikkeling nog nauwelijks getrokken. Het is hier echter niet de plaats er verder op in te gaan.

Wel willen wij nog op een andere driedeling wijzen, die al enigszins werd aangeduid. De inwendige structuur van de onderneming als een groep van met elkaar samenwerkende mensen kan namelijk nog van een andere kant worden bekeken. Er zijn in deze groep twee polen te onderscheiden: denken en doen. De ondernemer met zijn naaste medewerkers vormen de denkende pool, natuurlijk met allerlei vertakkingen naar beneden in de organisatie. De medewerkers in de fabriek, in de administratie, in de verkoop, die de gedachten van de eerste groep in daden of in de stof omzetten, vormen de executieve pool, het zijn de doeners. Er zijn in deze zaken alleen onderscheidingen en geen strikte scheidingen te maken. Er zijn geen uitsluitende denkers noch alleen maar doeners.

De ideeënbus, in vele bedrijven geïntroduceerd, is er om te bewijzen, dat men het denken bij de „doeners” wil aankweken en bevorderen. Men zou zich kunnen voorstellen, dat de „denkers” door kunstzinnige handenarbeid meer met de materie in aanraking zouden komen. Voorshands waarschijnlijk nog een onwennige gedachte!

Het leidinggevende en toezichthoudende personeel zien wij, binnen de groep van samenwerkende mensen, de gedachten van de denkende pool overbrengen naar de uitvoerende pool. Het brengt tussen gedachte en daad die sfeer, dat klimaat, ik zou willen zeggen, die ziel tot stand, waardoor het geheel van de samenwerking vruchtbaar en tot een stuk werkelijk leven wordt.

Zoals de mens in zijn denken, voelen en willen drievoudig geleed is, zo is de samenwerkende groep mensen in zijn wezen drievoudig geleed in denken en doen, met daartussen het voelen, dat zich uitdrukt in de sfeer, in het klimaat van de onderneming. Zo is de taak van de leiding van hoog tot laag van eminente betekenis. Wanneer de beide polen denken en doen door een sfeervolle verbinding worden geharmoniseerd, kan van een gezonde samenwerkende groep worden gesproken. De opleiding van het leidinggevende kader is daarom van zo’n grote betekenis.

Wij willen hiermede onze beschouwing over de drie-deling beëindigen. Nogmaals zij vastgesteld, dat het leven zich overal drievoudig geleed manifesteert. Wanneer men bij de vormgeving van de levensverbanden met de drievoudige geleding rekening houdt, is men op de goede weg.

Ir.J.M.Matthijsen, Jonas, 3e jrg.17, 13-04-1973

.

Sociale driegeleding: alle artikelen

.

1305

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s