VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Sint-Nicolaas (31)

 

Vijf december, ha dat is de blijde dag

Er kunnen boeken vol worden geschreven over het belangwekkendste, interessantste, merkwaardigste, oudste, bekendste feest op folkloristisch gebied. Wat men ook wil beweren, Sint-Nicolaas zal altijd hoge ogen gooien bij zo’n vergelijking. En er zullen ook nog mensen zijn die zich waarachtig en principieel keren tegen de goedheilig man.

Luister naar dit stukje proza.
‘Wat nu de St. Nicolaes- avonden belangt, die insonderheyt in deze onse Stadt Amstelredamme tot een blaem van onse Reformatie geviert ende jaerlijks onderhouden worden, het is niet ande’rs als een versiert en afgodisch werck.’

Zo foeterde dominee Wittewrongel in een oud boekje Christelicke Huyshouding. Na verteld te hebben dat de verhalen over Sint-Nicolaas ‘leugenachtige legenden’ zijn, vervolgt hij: ‘Wie en siet oock niet, dat de vruchten van de St. Nicolaesavonden, onvruchtbaer wercken der duysternisse zijn? Dat men sijne kinderen onderwesen heeft hare schoenen oock in de schouwe te hangen opdat desen Sint-Nicolaes oock daer iets goed in mochte bringen? Zijn het oock niet dagen van enckel weelde en wellust geweest, sal men nu noch geloove ende vertrouwen willen stellen op eenen Afgodt? Van eenen versierden Sant so veel wercks maken? Konnen versierde fabulen ende leugenen van een afghesette Sant noch goede vruchten geven? Wie en siet oock niet dat de vruchten van de St. Nicolaesavonden ongodsdienstige wercken der duysternisse zijn? En grouwelijcke afgoderijen? Voorwaar, sulcke vermaek ende apenspel moet nootsaekeleick op het eynde eene bitterheid sijn.’

De eerwaarde Wittewrongel stond niet alleen. In de zestiende eeuw werden in verschillende steden keuren uitgegeven om aan openbare Sinterklaasvieringen paal en perk te stellen en in de ‘gereformeerde’ kerken werd op de zondag voor 5 december met klem tegen de ‘Spaanse’ bisschop gepreekt. Het protestantse verzet tegen Sinterklaas is nooit helemaal verdwenen, al wordt het tegenwoordig weinig serieus genomen. Toch hoort men van tijd tot tijd nog van acties in streng calvinistische streken tegen ‘dit spotten met de heilige beginselen van de reformatie’, zoals een Staphorster raadslid dit in 1964 formuleerde.

Hoe vreemd het misschien mag lijken, toch werd een uit Klein Azië afkomstige, door de kerk nauwelijks erkende, heilige het middelpunt van Nederlands meest gevierde volksfeest. Om de verwarring nog groter te maken, komt hij ieder jaar uit Spanje per schip naar Nederland, waar hij te paard en omstuwd door Zwarte Pieten in vele steden en dorpen zijn glorieuze intocht houdt.

Hoewel 6 december de naamdag van Sint Nicolaas is, gaat het toch echt om 5 december; dat is de blijde dag.

De dag van pakjesavond, angst, beven, surprises, eten, snoepen, feest, pret, plezier. Daar is de nodige voorbereiding aan voorafgegaan. Dagen, soms reeds weken van tevoren, wordt door de kinderen voor het slapen gaan bij de schoorsteen gezongen. En waar geen schoorstenen meer zijn, wordt altijd wel een andere plaats gevonden waar de sinterklaasliedjes ten gehore worden gebracht. De schoen wordt gezet, gevuld met eten voor het paard en natuurlijk het verlanglijstje. Want daar gaat het om.

Piet komt alles hoogstpersoonlijk ophalen. De volgende dag ligt er een presentje in de schoen; een bewijs dat Sinterklaas bestaat en een voorproefje van wat nog komen gaat.

Sint Nicolaas 3

Op 5 december is de schoen te klein. Dan worden de pakjes vaak bij mandenvol, zakkenvol, krattenvol binnengedragen. Hier en daar verschijnt Sinterklaas in eigen persoon, spreekt een vermanend woord, prijst het kind dat goed zijn best deed, laat de Pieten pepernoten strooien, laat zijn cadeautjes achter en vertrekt snel naar het volgende adres. Want de goedheiligman heeft het, zoals iedereen, steeds drukker.

In de hoofdstad wordt het Sinterklaasfeest steeds zeer uitbundig gevierd. Dat is begrijpelijk want Sint- Nicolaas is niet alleen de schutspatroon van de zeevarenden, maar ook van Amsterdam. De eerste parochiekerk die hier in 1306 werd gesticht, werd opgedragen aan de bisschop van Myra en een van de bekendste kerken, recht tegenover de haven en het Centraal Station is nog steeds de Sint – Nicolaaskerk. Een oud liedje zegt heel terecht:

Sinterklaassie bisschop
Zet je hooge mutse op,
Trek je beste tabberd an,
Rij ermee naar Amsterdam.

Grote bekendheid kregen de Sinterklaasmarkten die van de zeventiende tot en met de negentiende eeuw op de Dam werden gehouden. Jos. Winkelmeyer heeft in zijn schetsen over oud-Amsterdam van zo’n markt – de laatste werd in 1836 gehouden – de volgende, levendige impressie gegeven.

’De Amsterdammers van elken stand stroomden daarheen, en onder het vroolijkste gewoel en gejoel kocht men de geschenken voor ouden en jongen. Men trakteerde elkaar op ‘Sinterclaeskoeck, amandel-broot, honincktaert en massepeyn’. Dan kwam de doedelzakblazer in de stad, en sprong op een ton, ergens in een hoekje op den Dam, bij een steegje en blies lustig zijn ’deuntgen’, terwijl de jeugd en de mannelijke leeftijd in uitgelaten vroolijkheid rondsprongen en dansten. Dan kwamen de reizende sprooksprekers of comedianten en sloegen hun schavot of plankier op, een stellaadje van planken op biertonnen of palen, en speelden hunne kluchten met een grappigheid, dat ’t volk het uitschaterde van het lachen. Dan vloog de komieke nar, met rinkelbellen behangen, links en rechts over den Dam, tot groot vermaak van iedereen.’

Sinds 1934 kent de hoofdstad het jaarlijks weerkerende feest van de ‘blijde inkomste’ van de goedheiligman. Gevolgd door praalwagens waarmee handel en industrie onderstrepen dat zij belang bij het Sinterklaasfeest hebben, rijdt Sint- Nicolaas dan door zijn stad. Aanvankelijk geschiedde de aankomst op de zaterdag voor de naamdag van Sinterklaas; de laatste jaren werd dit vervroegd, maar het blijft op zaterdag. Bij de Dam staat een beker bisschopswijn als traditionele begroetingsdronk te wachten. Vele Amsterdamse burgemeesters hebben in de loop der jaren de grijze maar vitale bisschop op plechtige en eerbiedige wijze welkom geheten, vroeger op het Stadhuis, daarna op de Dam.

Niet alleen Amsterdam weet wat Sinterklaasfeest is. Op de Waddeneilanden gebeurde en gebeurt er ook heel wat. Daar is Sinterklaas een heel apart feest. En daar gebeuren dan de gekste dingen.

Op Ameland heeft men in 1955 danig in het nauw gezeten of een zending buffelhorens wel op tijd zou aankomen. Die zending moest komen van missionaris De Jong in West-Afrika, een neef van wijlen kardinaal De Jong, die evenals zijn neef op Ameland werd geboren. Sinds eeuwen was er vrijwel in ieder huis van dit Waddeneiland ten minste één buffelhoren te vinden. Niemand scheen te weten waar die horens precies vandaan kwamen. Door het intensieve gebruik en het steeds toenemend aantal gebruikers moesten er nieuwe horens komen. Die horens zijn op tijd gekomen. Uit Afrika! Maar waarom? Om er op te blazen. Bij het feest van de Sunde- klazen. Inderdaad, niet te geloven. Maar absoluut waar. Want missionarissen laten wat Afrika en Sint Nicolaas betreft, niet met zich spotten. En zo konden dan de Amelanders op de oude en hun zo vertrouwde wijze Sinterklaas vieren: het feest van de Sundeklazen.

Ameland kent twee Sinterklaasavonden; de eerste op 4 december voor de jongens tot achttien jaar en de tweede of wel de grote Sundeklaasavond op 5 december, wanneer de mannen van boven de achttien jaar de straat op gaan. Let wel: het feest is een zuiver mannenfeest, waarbij een vermomming nodig is. Als een vrouw, zoals dat heet ‘in het pak’ kruipt, heeft zij een bijzonder slechte avond als de mannen dat merken. Mevrouw Van Brakel- Immink, de echtgenote van een Amelander predikant heeft in De Vrije Fries in 1929 beschreven wat er allemaal gebeurt.

‘Bij den echten Hollumer zit de onrust reeds de gehele dag in ’t huisgezin. Te ruim vier uur treft men op alle hoeken der straten, voornamelijk op ‘de Driesprong’ als centrum, troepjes jongemannen, omringd door kinderen, die angstig uitzien en bij elk verdacht witte aanblik uitroepen: ‘daar is er een’ en dan het bekende ba! ba! schreeuwen. Haastig lopend vrouwvolk, die je aan kunt zien dat ze anders zijn dan gewoon, haastig, onrustig, bang sommigen, vreugdevol, angstig. De spanning is er een van ‘vol verwachting klopt ons hart’ voor de te verwachten vreugdevolle avond. Van . . . zullen we ze kennen, wie wel en wie niet, hoe zullen ze zijn en hoeveel …’ Op 4 december, dus de kleine editie, gaan de jongens tegen de schemering de straat op. Zij zijn gehuld in lakens en kleden. Op 5 december komen de grote Sundeklazen, voorzien van de ons nu al bekende buffelhorens en onherkenbaar vermomd. De deuren van allerlei huizen staan voor de Sundeklazen open; in die huizen zit het vrouwvolk. De Sundeklazen kunnen nogal eens hardhandig en doortastend optreden, maar dat hoort er nu eenmaal bij. Het ideaal is onbekend te blijven. Wie dat bereikt, heeft de dag van zijn leven. Iedereen probeert door stemverdraaiing of anderszins zo min mogelijk op zichzelf te lijken. Wat de data 4 en 5 december betreft, nog wel één punt. Het kan vanwege zondagsheiliging ook op 7 en 8 december vallen. Dus vóór het verkleden wel informeren.

Op Terschelling kent men iets soortgelijks. Speciaal in Midsland trekken op 6 december verklede mannen en jongens met rammelende kettingen en veel getoeter door de straten. Vrouwen worden ook hier niet geduld. De deuren staan open en in de huizen worden de rondtrekkende personages getracteerd. ‘Sinterklaes koom krek as op de aest- en noardfriese eilânen in dei letter as op de feste wal, 6 December. Dà wy lyts wanen, ronne dir jongs op de borren grizige Sinterklazen mei grinzen foar, en mei swiere, izeren kettings. ’t Waes akelik om to sjean, mar tige lillike dingen dogen se toch net. It slimste hwat ik wit is, se trokken wol rys troch de krûme schorstienen binne in grette izeren pot fol koitsjende sikkelaet nei boppen: ’t koe dir boppen op sò’n dak eak sò tige kâld wèze.’

Zo vertelt Knop over zijn jeugd op het eiland; een verhaal dat vermoedelijk niet al te veel moeilijkheden bij het vertalen oplevert.

Sint - Nicolaas 4

Op Texel gaat het weer anders toe. Daar zijn ook twee data te vermelden. Op 5 december vindt het huiselijk feest plaats. Een week later wordt Oude Sunderklaas gevierd. Dat is een openbaar feest dat op straat plaats vindt. Als het op 12 december donker begint te worden, stromen verklede en mooi toegetakelde kinderen de straat op. Later op de avond komen de volwassenen. Met iedereen en met alles wordt de draak gestoken.

In De Cocksdorp trekken de Sunderklaasspelers van huis tot huis; daar staan alle deuren open. En zo wordt Oude Sunderklaas een feest van deinende, hossende mensen. De muziek schijnt nooit te stoppen en de feestvreugde lijkt nooit op te houden. Met slechts één doel: onbekend te blijven.

Een aardige variant op het sinterklaasfeest bestond in het Noord-Hollandse dorp Koedijk, waar op oudejaarsavond het feest van de Gouden Engel werd gevierd, dat in vele opzichten herinnert aan wat elders op 5 december gebeurt. Hier reed niet Sinterklaas maar de Gouden Engel rond om zijn geschenken te brengen. Over de oorsprong van deze verlate pakjesavond bestaan veel veronderstellingen. Een van de mooiste is wel dat Koedijk vroeger een vissersdorpje was en dat de vissers pas tegen het einde van het jaar thuiskwamen. Zij konden dus niet eerder het sintnicolaasfeest vieren. De benaming Gouden Engelfeest zou dan ontleend zijn aan het feit dat de mannen met goede vangsten in de thuishaven arriveerden. Zoals het hoort. Maar helaas. Oude Koedijkers weten er nog wel van mee te praten, maar ook in Koedijk komen mensen van elders wonen en dat nam die Gouden Engel niet. En zo is dit ook al weer een feest dat hard aan het verdwijnen is.

Sint Nicolaas is – dat kunnen wij uit de moderne psychologie leren – zo’n overheersende en dominerende persoonlijkheid dat wij er maar al te weinig bij stil staan dat hij – naar men zegt – ook nog een broer heeft gehad, die met hem op reis ging en meehielp bij de uitdeling van de geschenken en versnaperingen op zijn naamdag. Maar – hoe bestaat het? – zij kregen ruzie. Dat was in Friesland onder Irnsum bij de weg naar Grouw. Sint – Nicolaas wilde naar Leeuwarden, maar broerlief wilde eerst naar Grouw. De ruzie ging zover dat Sint-Nicolaas met alle geschenken naar Leeuwarden trok. Broer bleef achter in Irnsum. Wat mismoedig keerde hij terug naar Spanje om geschenken op te halen, omdat hij de kinderen van Grouw niet in de steek wilde laten. De vervoersmogelijkheden waren toen ook voor Sint – Nicolaas’ broer nog zeer beperkt en Sint – Pieter – dat was de naam van de broer – keerde pas op 21 februari in Grouw terug. Dat gebeurt nu nog. Op de vooravond van Sint- Pieter komt deze Sint nog steeds in Grouw aan; een figuur die verdacht veel op Sinterklaas lijkt. Hoe kan het ook anders. Natuurlijk wordt hij toegezongen en uiteraard in het Fries:

Sint Pietersdei,
Dan grienet de wei,
Dan keallet de kou,
Dan leit de hin,
Dan hat de hûsman
It nei syn sin.

Zij die de brave heilige Sinterklaas zo graag aan vruchtbaarheidsriten koppelen, krijgen ook hier hun zin. Het zit er bij Sint- Pieter dik in: de weilanden worden groen, de koe kalft, de kip legt een ei en de boer heeft het naar zijn zin.

Shell Journaal 1972

Vijf december, ha dat is de blijde dag: lied

Sint-Nicolaas: alle artikelen

905

 

 

 

 

 

 

Advertenties

2 Reacties op “VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Sint-Nicolaas (31)

  1. Pingback: VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Driekoningen (21) | VRIJESCHOOL

  2. Pingback: VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Sint-Nicolaas – alle artikelen | VRIJESCHOOL

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s