VRIJESCHOOL – Ritme (3-11)

DE BETEKENIS VAN RITMISCHE VORMGEVING AAN HET LEVEN

Bijna alle cultuurvolken van de Oudheid bezaten reeds een eigen kalender. Dit bewijst, dat de mens niet alleen in de ruimte en de tijd leeft, zoals alle andere wezens, maar een bewustzijn van de tijd heeft en de behoefte voelt om daaraan vorm en ordening te geven. De maatstaf daarvoor vindt hij in de grote, ons totale leven doortrekkende kosmische ritmen, in ’t bijzonder van de loop van de dag, de periodiciteit van de maan en van de jaarlijkse zonnebaan.
Ontkiemen, bloeien en vruchtvorming in de plantenwereld openbaren op allerlei manieren, hoe het leven op aarde zijn oorsprong heeft in deze ritmen en zijn voortbestaan ervan afhankelijk is.
De hogere dierenwereld en de mens hebben veel ritmische processen losgemaakt van de kosmos, bijv. in de polsslag. Aan dit feit bovenal hebben zij hun eigen vrije beweeglijkheid en zelfstandigheid te danken. Een derde vorm van levensritmiek ontstaat uit het maatschappelijke en sociale leven van de mensen. Want eet- en slaappauzes, werk- en vrije tijd, maatschappelijk en reisverkeer hebben een bewuste regeling nodig, die zonder ritmisch zich herhalende geledingen ondenkbaar is. Hiervoor heeft de mens door middel van de kalender en de chronometer twee onmisbare instrumenten gemaakt.

Een gezonde ordening van het menselijk leven heeft tot uitgangspunt, dat alle drie ritmische gebieden, de aards-kosmische ritmiek van de omringende wereld, de ritmiek van de organen in de mens en de elementen van de tijd die het maatschappelijke leven begeleiden, in harmonie gebracht en gehouden worden. Dat is geen gemakkelijke taak, maar zij raakt de vrije vormgeving aan het leven van iedere mens afzonderlijk. Hoe bewuster en intenser hij daarin de grondkrachten van het ritme kan opnemen, hoe meer de voorwaarden voor de instandhouding van de lichamelijke en psychische gezondheid worden geschapen.
Aan het menselijke bestaan een ritmische structuur te geven is een sociaal-hygiënische taak van de eerste orde. In het hierna volgende zal met het oog hierop worden geprobeerd enkele gedachten te formuleren over het wezen van het ritme.

Losmaking uit het ritme als voorwaarde voor de vrijheid.
Ritme is de voorwaarde voor al het leven en vervangt kracht. Maar juist de hoogste vormen van het leven, ongebondenheid, snel reageren en handelen, willekeur en vrijheid vooronderstellen losmaking uit het ritme. Het losmaken uit het natuurlijke verband ver­eist een doorbreken van de ritmen en de — op zijn minst tijdelijke — opheffing van hun ordescheppende kracht. Het rinkelen van de telefoon of een klop op de deur onderbre­ken in het klein het regelmatige werk zoals dat in het groot voor een ongeluk gebeurt. Want een brand of een ongeval in het verkeer vereisen dat er met tegenwoordigheid van geest snel gehandeld wordt en juist dat handelen valt buiten het kader. De kat die voor een muizengat loert of de urenlang onbeweeglijke kruisspin moeten hun prooi bliksem­snel kunnen pakken. Maar ook in de grote natuur staat tegenover de regelmatige, berekenbare loop van de sterren, die in de Oudheid als de harmonie der sferen werd beleefd, de onberekenbaarheid van lawines en plotselinge weersveranderingen, aardbe­vingen en vulcanische uitbarstingen. En bestaat niet juist de vrijheid van de menselijke individualiteit hierin, dat zij ten alle tijde dingen die onvoorspelbaar zijn kan denken of doen of zelfs nieuwe dingen kan uitvinden en maken in een dikwijls unieke toppresta­tie?

De polariteit van gebondenheid aan de natuur en vrijheid.
Er is dus in het totale bestaan een gebied, dat zich van het ritme kan en moet losmaken om hogere dierlijke vormen van gedrag en een bewust, willekeurig, psychisch-geestelijk leven van de mens mogelijk te maken. Tegenover deze pool staat een andere, die wij het gebied van de continuïteit kunnen noemen.
Sinds duizenden jaren stroomt de Rijn ononderbroken vanaf zijn bronnen naar de zee. Maar ook in het organisme van de
bovenge­noemde dieren gaan heel fijne levensprocessen onophoudelijk verder, onafhankelijk van het feit of zij rusten of zich bewegen, slapen of voedsel opnemen. Ook in ons organisme stroomt het bloed — slechts onderbroken in het hart — onophoudelijk voort. In de haarvaten zelfs zonder polsslag. In alle cellen vinden de meest subtiele
stofwisseling­sprocessen voortdurend plaats en worden zuurstof en kooldioxyde in de celademing dag en nacht, uur na uur, zelfs seconde na seconde uitgewisseld, onafhankelijk van alle andere regelmatige of onregelmatige processen. Hier hebben wij te maken met de zuiver organische kant van het leven, die zijn fundament in het plantenrijk heeft. Daar hebben deze continuprocessen de overhand. Zij leiden naar de totaal onbewuste biolo­gische diepten van het menselijke organisme en worden door het vegetatieve zenuw­stelsel gecontroleerd en bestuurd. Zij moeten voor het bewustzijn en de willekeur
ont­oegankelijk blijven om in een voortdurende, ononderbroken beweeglijkheid een grond­slag te kunnen bieden voor het hogere leven. Wij vinden dus niet alleen in het leven van de natuur maar ook in de mens grote tegenstellingen. Tegenover de pool van de continuiteit, waarin de gebondenheid aan de natuur, de onbewustheid en de opbouw van de organen het overwicht hebben, staat de pool van de discontinuïteit met de mogelijkheid van de bewustheid, de willekeur en de vrijheid.

Ritme als evenwicht.
Hoe echter overbrugt de natuur die tegenstellingen, die — elk op zichzelf — elkaar zouden moeten uitsluiten? Door de kunstgreep van het ritme!
Zij laat het tot een regel­matig, maar op zichzelf elastisch wisselend spel van de zo verschillende processen komen en bewerkstelligt op die manier bemiddeling en evenwicht. Elders heeft de schrijver van dit artikel uitvoerig beschreven, hoe ritme zich slechts tussen polaire gegevens en toestanden kan ontwikkelen en het overwicht van één kant of een vernie­tigende botsing verhindert. Daardoor echter ontstaan ondanks de nodige spanningen, evenwicht en harmonie. Voor het organisme betekent dit stabiliteit en gezondheid ondanks de veelheid van uiteen- of elkaar tegenstrevende functies. Dat bereikt pas door het ritme de mogelijkheid om als totaliteit te functioneren.

In de wisselwerking van waken en slapen, het ritme dat het sterkst in ons leven ingrijpt, openbaart de natuur haar geheim. De dingen bewust beleven en overdenken, reageren en handelen worden door de bewustzijnspool van de discontinuïteit bepaald. Deze losmaking uit de regelmaat die aan de natuur gebonden is, gaat echter onvermijdelijk gepaard met fysiologische afbraak die ons vermoeit. De natuur schenkt ons daarom de grote pauze van de slaap en omgeeft ons in a.h.w. paradijselijke diepten met de daar overheersende opbouw- en regeneratieprocessen die de pool van de continuïteit uitma­ken. Het resultaat merken wij als we ’s morgens verkwikt ontwaken.

De driegeleding van de functiegebieden.
Bij nader inzien kunnen wij in alle orgaansystemen een dergelijke driegeleding van de functies ontdekken. Het ademhalingsritme dat ieder kent, dat de binnen- met de buiten­wereld verbindt en in de ademwegen van de bronchiën slechts het op en neer, het heen en weer van de in- en uitademing kent, lost zich reeds in de longblaasjes (alveolen) in de continue gasuitwisseling van zuurstof en kooldioxyde op. Hier begint de ‘inwendige ademhaling’ die verbonden is met de stroom van het bloed. Vanuit de bewustzijnspool kunnen wij door hoesten, kreunen, lachen of zelfs ademhalingsoefeningen min of meer willekeurig in het ademhalingsritme ingrijpen en dit verlengen, verstoren of onderbre­ken. Op deze mogelijkheid berust zowel het geluid dat de dieren maken als het vermo­gen om te kunnen spreken dat de mens heeft. Maar het alveolare ademhalingsproces van de longblaasjes gaat — voor geen enkele ingreep toegankelijk — onophoudelijk verder.

In het gebied van de stofwisseling nemen wij als voorbeeld de uitscheidingsprocessen. Dag en nacht wordt in de nieren ononderbroken urine geproduceerd. Wij kunnen deze onbewuste functie slechts indirect beïnvloeden door overvloedig te drinken of dit juist niet te doen. In de blaas, die als een ‘stuw’ fungeert en die de tegenpool van de nieren is, wordt deze stroom volledig onderbroken. Dit orgaan wordt toegankelijk voor onze zintuigelijke waarneming en wordt, zodra wij zindelijk zijn geworden, min of meer onre­gelmatig wat betreft de uitscheiding door het bewustzijn beheerst. De bemiddelende rol tussen beide polen is toebedeeld aan de ritmisch geregelde peristaltische beweging van de urineleider. Soortgelijke omstandigheden gelden voor de uitscheidingsfuncties van de darm.

Elke aantasting of verstoring van de ritmische functies verzwakt onze gezondheid. Talloze ziektetoestanden in onze tijd vinden hun oorzaak in ontregelingen van het ritme, ieder kent het gevaar dat door gejakker, overbelasting in het beroep of anderszins, maar ook door onverstand of willekeur de bewustzijnspool de overhand krijgt en zomede het totale organisme teveel wordt afgebroken. Het gevolg is een mens, die lijdt onder stress, nerveus, prikkelbaar en vegetatief-labiel is. Het toppunt van nerveusiteit is de slapeloosheid, een van de meest verbreide ziekten in onze tijd. Hier wordt wel heel duidelijk hoe sterk wij ontwrichtend ingrijpen in het grondritme van ons leven, dat het totale wisselspel van lichaam en ziel, van onbewust en bewust leven reguleert. De mens als het meest bewuste en vrije wezen van de schepping is aan dit gevaar in hoge mate blootgesteld.

Hij heeft zich voorts door de talloze gevolgen die de wetenschap en de techniek voor het bestaan hebben, het meest losgemaakt uit zijn oorspronkelijke verbondenheid met de natuur en de kosmische ritmiek. Dit geldt in het bijzonder voor de verstedelijking van het bestaan. Het is niet toevallig dat daarom de meeste doodsoorzaken te wijten zijn aan ziekten van het hart en de bloedsomloop, d.w.z. storingen in de centrale functies van ons ritmische systeem.

Verzorging van het ritme en gezondheid.
Toch kunnen wij een ‘terug naar de natuur’ niet onvoorwaardelijk bepleiten. Het komt er evenwel op aan, dat wij op alle gebieden van het leven een meer bewuste omgang tot stand brengen met de tijd en de ritmische vormgeving daaraan. Het opbouwen van nieuwe ritmische structuren op elk gebied en ook in het maatschappelijke leven moet op een hoger plan voor wat verloren is gegaan in de plaats komen. De mensheid heeft dit steeds aangevoeld en ook belangrijke aanknopingspunten hiervoor gevonden. In het religieuze leven bijv. werd steeds het natuurlijke jaarverloop door regelmatige feesten en het dagverloop door bepaalde godsdienstige gebruiken ritmisch gevormd. Het zou goed zijn, als wij met het oog hierop al onze gewoonten bijv. wat het eten betreft, eens onder de loupe namen. Min of meer regelmatig kunnen wij wat het tijdstip, de soort en de hoeveelheid betreft, voedsel opnemen. Hoe regelmatiger het ritme van onze maaltijden is, des te beter is dat voor het organisme. Dat maakt het ons ook duidelijk: na elke hap begint het kauwen als een eerste verwerking in de vorm van een ritmisch proces, dat in de verscheidenheid van de peristaltische bewegingen van de maag en de dunne darm onbewust wordt voortgezet. Slechts op die manier kan het voedsel in het continue opzuigproces via de darmvlokken van de dunne darm worden omgezet en zo in de eigenlijke inwendige voeding van het organisme overgaan. Slordig, te vlug kauwen of schrokken ontregelen het ritme en tasten de maag aan. Zorgvuldig kauwen en aandacht bij het eten — zonder afleiding door lawaai, radio, muziek e.d. — betekenen tegelijkertijd verzorging van het ritme. Iets dergelijks zou voor haast alle gebieden van het leven aangetoond kunnen worden.

De natuurlijke pauze van de slaap kan onze beste leermeester zijn voor alle vormgeving aan pauzes en vrije tijd. Hier hebben wij te maken met het te juister tijd en ritmisch in te schakelen proces tegenover inspannend werk. Zich alleen maar laten gaan, nietsdoen of
wat zitten suffen verschaffen geen echte verkwikking. In de slaap is activiteit, die wij regeneratie noemen! Wij ontspannen het best als wij ons in onze vrije tijd op een andere, zinrijke manier inspannen, ieder, die regelmatig sport beoefent, tuiniert of artistiek bezig is, kent dit.         Wij zagen, dat ritme de tegenstellingen verbindt en in harmonie brengt. De grootste tegenstelling echter is die van lichaam en ziel, resp. materie en geest. De mens, die een stoffelijk wezen en drager van de geest tegelijkertijd is, staat daardoor in het grootste spanningsveld van de schepping. Dit wisten de voorchristelijke priesters en ingewijden reeds. Zij hebben, doordat zij de week van zeven dagen voorstelden en in het tijdsver­loop invoegden, een grootse bijdrage geleverd tot de sociale ordening van de mens­heid.

Het weekritme immers verbindt als een oerbeeld het door de natuur gegeven noodza­kelijke werken aan de aarde in het dagelijkse leven met de voor een geestelijk wezen noodzakelijke richting naar het bovenzinnelijke en hoogste, d.w.z. naar de bronnen van zijn goddelijke oorsprong op de zondag. Zeer grote polariteiten van het leven worden daardoor geactiveerd en in evenwicht gebracht. De regelmatige afwisseling van werken en rusten, van werkdag en zondag (die in christelijke zin ‘dies domini’, de ‘dag des Heren’ is) heeft een diepe psychisch-hygienische functie. Als men deze lijn doortrekt zou er van alle pauzes of het zich-inhouden in het leven iets heilzaams kunnen uitgaan. Dat gebeurt, als wij ons regelmatig in de vanzelf optredende of door ons tot stand gebrachte pauzes actief overgeven aan een kunstzinnige activiteit, aan bezinning, aan de inhoud van spirituele lectuur, aan meditatie of gebed. Vanzelfsprekend sluit deze hoge vorm van verzorging van het ritme alle andere vormen van een zinrijke vormgeving aan vrije tijd of vacantie niet uit.

Wij verwerkelijken daarmede tegelijkertijd nog in een ander opzicht het diepere geheim^ van de ‘heiligheid van de slaap’, want daarin is de ‘uitgeademde ziel’ — hoewel onbewust — overgegeven aan de hogere werelden. Zij ontvangt daaruit voor elke dag een impuls en richtinggevende kracht. Zulke krachten in het bijzonder zoeken vurig de kin­derzielen, die thans in de wereld zoals zij nu is geworden hun weg moeten vinden. Daarom is het regelmatige tafel- en avondgebed in de opvoeding van het kind zo belangrijk, naast alle andere ritmische vormgeving van het kinderleven, die door de verjaardagen en andere feesten regelmatige hoogtepunten moet krijgen, ieder, die in de hier aangeduide richting ervaringen opdoet, zal een grondleggende uitspraak van Rudolf Steiner, de grote levenskunstenaar, bevestigd vinden: ‘Men kan een wezen of een zaak des te meer aan zichzelf overlaten, naarmate men er meer ritme in gebracht heeft’.

(Walther Bühler, Weledaberichten nr.122, dec 1980)

Ritme: alle artikelen

Meer van de schrijver

802
Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.