VRIJESCHOOL – Vertelstof – biografieën – Aristoteles

 

ARISTOTELES, DE GROTE DENKER

AristotelesToen Aristoteles op zijn 49ste jaar aan het Lyceum, of Gymnasium, van Athene zijn school had gesticht, was de toeloop van studenten zo groot, dat het al spoedig nodig bleek uitgebreide ordemaatregelen te treffen. De studenten zelf stelden de regels vast en wezen om de tien dagen één uit hun midden aan om de leiding van de school op zich te nemen. Daar­uit moeten wij niet opmaken dat er een straffe discipline heerste; veeleer is ons het beeld overgeleverd van leerlingen die samen met hun leermeester de maaltijden gebruikten en al wandelend onder de zuilengangen rondom de sportvelden, waaraan het Lyceum zijn naam ontleende, door hem werden onderricht.

Het Lyceum schonk bovenal aandacht aan biologie en natuur­kennis. Alexander de Grote had zijn jagers, jachtopzieners, garde­niers en vissers opdracht gegeven Aristoteles al het materiaal op het gebied van plant- en dierkunde te bezorgen waar hij om vroeg; er wordt verteld dat hem op zeker ogenblik duizend man, verspreid over geheel Griekenland en Azië, ter beschikking ston­den voor het bijeenzoeken van exemplaren uit de fauna en flora van elk land. Dank zij deze overvloed van natuurhistorisch mate­riaal kon hij de eerste grote dierentuin inrichten die de wereld heeft gekend.

Hoe kwam Aristoteles aan de middelen om deze grootse opzet te bekostigen? Zelf reeds een man met een niet onaanzienlijk in­komen, had hij zijn fortuin vergroot door zijn huwelijk met een familielid van een der machtigste publieke figuren van Grieken­land. Het verhaal gaat dat Alexander hem voor zijn onderzoe­kingen en de daartoe nodige outillage 800 talenten (omtrent 14 ½ miljoen gulden) schonk.
Een werk als het overzicht van 158 verschillende staatsvormen, ten behoeve van Aristoteles samen­gesteld, wijst wel op een uitgebreide staf van medewerkers. Wij zien hier, kortom, het eerste voorbeeld van een onbekrompen subsidiëring van de wetenschap uit de openbare middelen.

Nochtans zouden wij Aristoteles te kort doen indien wij geen oog hadden voor de bijna noodlottige beperktheid van zijn uit­rusting, die door deze tot die tijd ongekende hulpbronnen en faciliteiten niet kon worden opgeheven. Van al de wiskundige, optische en natuurkundige instrumenten, die ons ter beschikking staan, bezat hij slechts de meetstok en het kompas, naast een paar hoogst onvolmaakte surrogaten voor sommige andere. Bovendien moesten al de feiten, waarop de theorieën van de moderne natuur­wetenschap steunen, nog geheel of grotendeels worden ontdekt. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de Grieken juist op het ge­bied van de industriële en technische vindingen het verst onder de maat van hun onvergelijkelijke prestaties zijn gebleven. Mogelijk heeft de goedkope slavenarbeid de vindingrijkheid geremd; spier­kracht was altijd nog voordeliger dan machines. Hoe het zij, Aristoteles kon zelden grijpen naar het experiment; hij moest zich, zo goed en zo kwaad als het ging, verlaten op een bijna universele, voortdurende waarneming. Desondanks heeft het uitgebreide feitenmateriaal, door hem en zijn medewerkers bijeengebracht, de grondslag gelegd voor de vooruitgang der wetenschap en is het gedurende zo’n 2000 jaar de handleiding voor kennis geweest — een van de wonderen, die de arbeid van de mens heeft gewrocht.

Aristoteles’ geschriften lopen in de honderden. Sommige auteurs uit de oudheid taxeren zijn oeuvre op duizend delen. Slechts een deel ervan is bewaard gebleven, dat niettemin ook zo reeds een bibliotheek op zichzelf vormt. Welk een breed terrein bestrijkt dit grandioze geheel! Daar zijn allereerst de werken over de Logica, die het zuivere denken tot onderwerp hebben: “De categorieën”, “Gesprekken”, “Analytica” en “Latere Analytica”, “Stellingen” en “Sofistische weerleggingen”. In de tweede plaats zijn er de werken op het gebied van de natuurwetenschap: “Fysica”, “Over de Hemelen”, “Over ontstaan en vergaan”, “Meteorolo­gie”, “Natuurlijke Historie”, “Over de Ziel”, “De anatomie van dieren” en “De voortplanting van dieren”. Ten derde de werken over esthetica: “Retorica” en “Poëtica”. En ten vierde de
eigen­lijke filosofische werken: “Ethiek”, “Politiek” en “Metafysica”.

Men zou hier met recht kunnen spreken van de Encyclopedie van Griekenland: ieder probleem onder en rondom de zon wordt aan de orde gesteld. Hier vindt men een versmelting van kennis en theorie als tot in de dagen van Herbert Spencer geen mens ooit meer heeft gepresteerd, en zelfs dan nog niet half zo grandioos; hier was een verovering van de wereld ondernomen. Indien filo­sofie is het zoeken naar Eenheid, dan komt Aristoteles de erenaam toe die 20 eeuwen hem hebben gegeven — De Filosoof.

Aristoteles is de schepper van de wetenschappelijke en wijsgerige terminologie; wij kunnen tot op de huidige dag nauwelijks over enige tak van wetenschap spreken zonder gebruik te maken van woorden die hij heeft gevonden: vermogen, middel, doel, grond­stelling, categorie, energie, feitelijkheid, motief, beginsel, vorm — al deze voor het wijsgerig denken onmisbare vaktermen heeft zijn geest geijkt. Aristoteles heeft, vrijwel uitsluitend door eigen scherp nadenken, een nieuwe wetenschap geschapen — de Logica, de kunst en de methode van het zuivere denken. Een wetenschap, omdat de processen van het zuivere denken tot op grote hoogte te herleiden zijn tot vaste regels, evenals fysica en meetkunde, en aan iedereen met een normaal verstand kunnen worden geleerd. En een kunst, omdat oefening in logica aan het denken op den duur een zelfde soort onbewuste trefzekerheid geeft als waarmee de vingers van een pianist in de toetsen grijpen.

Vóór Aristoteles verkeerde de wetenschap nog in embryonale staat; met hem is ze geboren. Vroegere, aan de Griekse vooraf­gaande beschavingen hadden elk duister natuurverschijnsel toe­geschreven aan een of andere bovennatuurlijke macht; overal waren goden aan het werk. Het is stellig niet de geringste van Aristoteles’ vele verdiensten dat hij ruimdenkend en moedig ge­noeg was om het schitterende bouwsel op te trekken dat zijn af­gerond geheel van gesystematiseerde kennis vormt.

Aristoteles werd geboren in 384 v. Chr. Zijn vader was lijfarts van Amyntas, koning van Macedonië, de grootvader van Alexander de Grote. Hij was een leerling van Plato, die de grote gaven van zijn pupil onderkende. Aristoteles spendeerde veel geld aan boeken (handschriften); hij was, na Euripides, de eerste die een bibliotheek aanlegde, en het vormt een van zijn vele bijdragen tot de ontwikkeling der wetenschap dat hij de grondbeginselen op­stelde voor de systematische bibliotheekindeling. Sommige van zijn biografen vermelden dat hij een school voor welsprekendheid stichtte. Later werd hij door Philippus van Macedonië aan het hof van Pella geroepen om zich met de opvoeding van Alexander te belasten. Het is een sprekend getuigenis voor de groeiende re­putatie van onze filosoof dat de grootste monarch van zijn tijd, op zoek naar de grootste pedagoog, Aristoteles uitkoos als leermeester voor de toekomstige heerser over een wereldrijk.

Philippus was vastbesloten zijn zoon de best denkbare opvoe­ding te geven, want hij had grenzeloos eerzuchtige plannen met hem voor. Hij heerste over een krachtig volk van boeren en krijgs­lieden, nog niet bedorven door de weelderigheid en de ondeugden der stedelijke beschaving. Met deze combinatie van eigenschap­pen moest het mogelijk zijn de meer dan honderd kleine stad­staatjes te onderwerpen en Griekenland tot een politieke eenheid te smeden. Philippus had niet het minste op met het Griekse in­dividualisme, dat weliswaar de bloei van de kunst en het intellect van Griekenland had bevorderd, maar tegelijkertijd tot de ont­binding van zijn maatschappelijke orde had geleid.

In al deze hoofdstadjes vielen hem niet de bloeiende beschaving en de onovertrefbare kunst op, maar de commerciële corruptie en de politieke chaos. Hij zag hoe hebzuchtige handelaars en bankiers het land uitmergelden, hoe onbekwame politici en sluwe redenaars een arbeidzame bevolking meesleepten in rampzalige samen­zweringen en oorlogen, hoe partijgeest de maatschappelijke klas­sen deed uiteenvallen in kasten. Philippus nam zich voor orde in deze janboel te scheppen en een vereend en sterk Griekenland te maken tot het politieke centrum en het plechtanker van de wereld.

Deze problemen zijn niet zo heel verschillend van die, waarmee vele regeringen van onze dagen worden geconfronteerd! En mis­schien zouden wij voor deze problemen thans een bevredigender oplossing hebben, indien de wereld in de afgelopen 2000 jaar meer mannen had kunnen voortbrengen van het geestelijke kaliber van Aristoteles, van wie Plato eens heeft gezegd: “Hij is de verper­soonlijking van de intelligentie.”

vertelstof: alle biografieën
.
vertelstof: alle artikelen
784

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

 

 

 

 

 

 

Advertenties

3 Reacties op “VRIJESCHOOL – Vertelstof – biografieën – Aristoteles

  1. Pingback: VRIJESCHOOL – klas 5 geschiedenis – (1) | VRIJESCHOOL

  2. Pingback: VRIJESCHOOL – Vertelstof – biografieën – Alexander de Grote | VRIJESCHOOL

  3. Pingback: VRIJESCHOOL – Vertelstof – Biografieën – alle artikelen | VRIJESCHOOL

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s