VRIJESCHOOL – Menskunde en pedagogie – ritme (3-1)

.

RITME ALS FUNDAMENT VAN HET LEVEN

Met verbazing kijken wij naar een grote vogel, een raaf, die zich met regelmatige vleugelslag door de lucht voortbeweegt. De wil om te leven impulseert het ritme van dit dier en bewerkstelligt dat zijn organisme zwevend wordt gedragen.

Zo’n natuurver­schijnsel kan ons veel leren.
Het wijst erop, dat het innerlijk van elk bezield wezen door talloze ritmen wordt geregeerd; daardoor leeft het. Zonder het tegelijkertijd werkende ademritme van de “longvleugels”, die door binnenhalen en uitscheiden van de lucht een relatie met dezelfde atmosfeer bewerkstelligen, zou deze vogel, gegrepen door de zwaarte, ter aarde storten alsof hij geen enkele vleugelslag had gedaan.
In elk orga­nisme echter gaat deze uiterlijke in een naar binnen gekeerde ademhaling over, die de steeds nodige zuurstof via de circulatie van het bloed naar alle cellen van het li­chaam overbrengt. In het middelpunt van dit proces staat het hart, dat door zijn onver­moeibaar ritme onverbrekelijk is verbonden met ademhaling en bloedsomloop. Bij de mens kan verzwakking van de hartspier verlaging van de bloeddruk in de vaten tot ge­volg hebben en zich uiten in vermoeidheid en duizeligheid; verhevigd kunnen deze ver­schijnselen tot flauwvallen en collaps leiden. De rechtop gaande en staande of lopen­de mens valt dan onmiddellijk neer. De plotselinge stilstand van het hart echter, waardoor ook veroorzaakt, heeft de dood tot gevolg als er niet nog op tijd kan worden ingegrepen.

Deze beknopt beschreven verschijnselen tonen, dat – zoals de wiekslag van de vogel zijn lichaam – de belangrijke fysiologische ritmen in het organisme het fundament voor de ziel in het lichaam zijn. Die ritmen maken pas de aanwezigheid van de ziel in het lichaam, d.w.z. de bezieldheid ervan mogelijk.

Hetzelfde geldt ook voor het stofwisselings-, ledematen- en het zenuw-zintuigstelsel. De totale activiteit van de maag en van de vele meters lange dunne en dikke darm speelt zich af in subtiele ritmen van samentrekking en uitbreiding, van spannen en ontspan­nen van de gladde spieren van deze organen. Wij spreken van peristaltische bewegin­gen, die – via röntgenfoto’s – als glijdende golven de maag en de darmen doortrékken. En ook hier volgt op het doorbréken van deze ritmen bij een verlamming van de darm ten gevolge van vergiftiging of bij een totale afsluiting ervan, binnen enkele uren de dood als het euvel niet onmiddellijk kan worden verholpen.

De uiterst gedifferentieerde zenuwfuncties zijn eveneens gekoppeld aan een zeer subtiele, fysiologische ritmiek, die de hersenen doortrékt. Deze verloopt zowel in de slaap als in de wakende toestand zonder dat dit bewust wordt ervaren. Maar ook hier verraadt de natuur op een andere plaats haar geheim. Wij zagen reeds dat de vlucht van de vogels kan worden beschouwd als een naar buiten gekomen metamorfose van het ademhalingsritme. Op een soortgelijke manier vertoont de natuur in het bijzonder snelle ritme van de insectenvleugels een soort afbeelding van de hersenritmiek. Wij nemen dit waar als heen en weer flitsen van vliegen, wespen, bijen e.d. Dit kan zich, hoorbaar geworden, tot het zoemen van muggen of het brommen van meikevers ver­dichten. Het zichtbaar maken van de electrische schaduw van de alfa-, beta- en ande­re golven van de hersenen en hun veranderingen in het electro-encefalogram verschaft uit­erst belangrijke gegevens voor een precieze diagnose van hersenziekten. Oorsprong en eigenlijke betekenis van deze ritmen liggen voor de medische wetenschap nog in het duister. Hun functie is echter onverbrekelijk verbonden met het oplichten van het bewustzijn; die maakt pas het ontwaken in de morgen en het zich staande houden van de ziel in het lichaam mogelijk. Dientengevolge is de stilstand van de hersenritmiek het zekerste teken van de dood; het vaststellen daarvan, dat aan elke extirpatie (wegsnijding) van orga­nen dient vooraf te gaan, geeft een veel duidelijker indicatie dan de hartstilstand.
Wij gaan nu over van het hoofd naar de ledematen, van het denken naar het willen: de doelbewust gaande of werkende mens verwerkelijkt steeds bepaalde doelstellingen die in zijn denken leven. Hij dirigeert vanuit het hoofd de ledematen en doordringt deze psychisch met zijn wil om ze van binnenuit in beweging te zetten. Daarbij zijn de z.g. dwarsgestreepte spieren de eigenlijke instrumenten van alle willekeurige handelingen. De slechts in de microscoop zichtbare “dwarsstreping” van de spiercel is een uitdruk­king van een subtiele, ritmisch gelede structuur. In tegenstelling hiermee is het primi­tievere “gladde” spierstelsel (zonder dwarsstreping) van de darmen en alle andere holte­organen (bijv. de galblaas) ontoegankelijk voor het bewustzijn; het functioneert alleen tengevolge van reflexen. De muziek die, a.h.w. gestold, in alle aan het skelet gehechte spieren doorklinkt en die in de dwarsstreping zichtbaar wordt, ligt er dus aan ten grondslag dat wij bewust ons lichaam beheersen en ons door de inzet van onze wil kun­nen be-lichamen of incarneren; incarnatie betekent immers woordelijk “vleeswording”.

Wij vinden dus niet alleen in het ritmische systeem van de borstkas zelf, maar in het hele organisme ritmische processen of structuren. Het valt buiten het bestek van dit artikel, de veelvuldigheid hiervan verder te beschrijven.

De taak van het ritme
Wat echter is de eigenlijke taak en de aard van het ritme zelf? Het is de kunstgreep van de natuur om aan elkaar tegengestelde krachtvelden en processen in evenwicht te brengen.
We bekijken nog eens het beeld van de vliegende vogel: de trek van de zwaartekracht die zijn fysieke lichaam overmeestert en de door levenswil en wiekslag opgewekte beweging zijn bij de horizontale vlucht precies in evenwicht. Het dier blijft actief in de zwevende toestand. Overal in het organisme komt het aan op een soortge­lijk evenwicht, dat de voorwaarde is van een wederzijds op elkaar afgestemd zijn van de organen en hun functies. Het is de wezenlijke grondslag van de gezondheid ervan. De ademhaling bijv. bemiddelt niet alleen tussen binnen en buiten, maar zij bewerktstelligt voortdurend het evenwicht tussen de behoefte aan zuurstof en een teveel aan koolzuur in de organen en het bloed. Talloze bemiddelende functies kenmerken het hart. Zijn activiteit impulseert het bloed zodanig, dat de zwaarte ervan wordt overwonnen. De daardoor gewonnen “lichtheid van binnen” is de basis voor het overwinnen van alle andere zwaarte van het zich bewegende organisme. De hartpatiënt voelt zich moe en zwaar en het bloedwater zakt als oedeem in de gezwollen benen omlaag. Tevens be­middelen hart en bloedsomloop tussen de stoffelijkheid van de totale voedselopname en de stof- en slakkenuitscheidingen van alle organen: al met al tussen opbouw- en af­braakprocessen. Daarbij bevinden zich de grote bloedsomloop van het lichaam en de kleine bloedsomloop van de longen net zo in evenwicht als de centrifugale, naar alle kanten middelpuntvliedende stroom van het bloed en de centripetale stroom terug in de aderen. In het sluiten en openen van de hartkleppen, in het zich vullen en leeg wor­den van de hartkamers en het spannen en ontspannen van de hartspier worden deze polariteiten in het hart zelf weerspiegeld. Iets soortgelijks geldt voor alle andere ritmi­sche functies.

Daarbij is evenwel van beslissende betekenis, dat deze functies zich met voldoende souplesse aan de steeds veranderende situaties of behoeften van het organisme kun­nen aanpassen. Dit blijkt bijv. uit het feit, dat ademhaling en pols een versnelde bewe­ging of een toestand van rust met een onwillekeurige, zinrijke versnelling respectieve­lijk verlangzaming volgen, leder kent dit verschijnsel wel uit eigen ervaring.

Verstoringen van het ritme
Een ritme waaraan het gehele organisme is onderworpen en dat het sterkst ingrijpt in ons leven, is dat van slapen en waken. Dit openbaart ’t duidelijkst het in alle ritmen min of meer verborgen wisselend spel van lichaam en ziel. Het komt overeen met een ademhalingsproces van een hogere orde. Want bij het inslapen maakt de ziel zich in hoge mate los van het instrument van het lichaam om ’s ochtends het achtergelaten omhulsel weer te betrekken. De polaire levensfasen van het bewuste, met afbraakpro­cessen in het zenuw-zintuigstelsel gepaard gaande zieleleven en de onbewuste, orga­nische opbouwende en regenererende functies worden op die manier met elkaar in har­monie gebracht.

Dat bijna de helft van alle volwassen westerlingen aan slaapstoornissen lijdt, is slechts de top van de ijsberg: nervositeit is een ziekte van deze tijd, die in een veelvoudige symptomatiek ons leven steeds meer dreigt te beheersen. Vegetatieve labiliteit, dystonie en allergieën zijn daarvan een uiting.

Over de oorzaken van de nervositeit en de mogelijkheden ter voorkoming daarvan werd in de Weleda Berichten al herhaaldelijk geschreven. De bewuste hantering van de tijd in de zin van een doelgerichte verzorging van alle ritmisch gefundeerde levenspro­cessen en levensgewoonten is noodzakelijk voor de hygiëne van de ziel. Die kan be­trekking hebben op de maaltijd, het werk, de vrijetijdsbesteding enz. en ook bestaan uit het integreren van regelmatige kunstzinnige bezigheden en meditatieve bezinning.

Ten slotte nog een psychosomatische wenk: wie in de zin van ritmische vorming van het leven een tegenwicht zoekt voor de talloze uit de huidige samenleving stammende, het ritme verstorende tendenties – waaraan wel niemand kan ontkomen – mag op een positieve echo van zijn organisme rekenen. Want de gedifferentieerde ritmiek die hier­in werkt is niet de maat van een automatische, uit het psychische leven losgemaakte machine, maar staat in de hoogste mate met dat organisme in verband.

Over de oorsprong van het ritme
De krachten die uiteindelijk de ritmische processen in het dierlijke en menselijke orga­nisme impulseren leren wij kennen door de kennis van de mens zoals die door de geestes­wetenschap van Rudolf Steiner is verruimd. Deze krachten kunnen door fysiologisch uitsluitend op het stoffelijke gericht onderzoek niet worden gevonden omdat zij tot het psychische gebied behoren. Evenals de groeiende en bloeiende aan het licht verwante plant een deel van haar levenskrachten aan de wortel en de duisternis moet opofferen om zich in de aarde te kunnen verankeren, moet een gedeelte van onze zielenkrachten in aan het lichaam gebonden onbewustheid actief zijn in de organische diepten. Het is echter, hoewel onbewust, de wil om te leven die in het spierstelsel van het hart en de ademhaling tot uiting komt. Een dergelijke aan het lichaam gekluisterde doffe wil leeft echter ook in de gladde spieren van de stofwisselingsorganen en bewerkstelligt hun spanning.

Bovendien leven in bijv. elke ademteug subtiele onderbewuste sympathie-en antipathiekrachten in de in- respectievelijk de uitademing. Deze basiskrachten van de ziel werken overal met de genoemde levenswil samen. Als het erop aankomt dat wij ons min of meer vreugdevol openstellen, dat wij stoffen opnemen en opbouwen, zijn sympathiekrachten nodig. In het zich sluiten van de portier van de maag bijv. die de nog niet voldoende verteerde maaginhoud afwijst, werkt antipathie. Deze kracht is tevens nodig voor al het af- en uitscheiden van onbruikbare stoffen en slakken van de stofwisseling bijv. door de nieren en de darmen of bij de uitscheiding van koolzuur via de uitademing. In elk organisch-fysiologisch ritme is dus een verborgen levenswil sa­men met het wisselspel van sympathie- en antipathiekrachten impulserend bezig. Die aan het lichaam gebonden zielenkrachten doen echter ons bewuste zielenleven meeklinken. Wij merken dat aan ons eigen lichaam: opwinding of vreugde laat het hart snel­ler kloppen, psychische druk belemmert het ademhalingsproces. Meer hierover in de publikatie van de schrijver: “Het lichaam als instrument van de ziel” (Uitgeverij Christofoor-Zeist 1983). Iedere musicus moet zijn instrument goed verzorgen en zuiver stemmen. Een verdiepte kennis van de wijsheid en de harmonie der in het instrument van ons lichaam samenklinkende ritmen kan de eerbied voor het leven in ons opwek­ken. Die eerbied hebben wij nodig om een levenshouding te vinden die bevorderlijk is voor de gezondheid. Hier en in de volgende artikelen wordt gepoogd daartoe een bij­drage te leveren.

Dr.med.Walther Bühler, Weledaberichten 131, dec. 1983)

 

Ritme: alle artikelen

Menskunde en pedagogie: alle artikelen

.

442-411

 

 

 

 

 

 

 

 

.

Advertenties

3 Reacties op “VRIJESCHOOL – Menskunde en pedagogie – ritme (3-1)

  1. Pingback: VRIJESCHOOL – Menskunde en pedagogie – alle artikelen | VRIJESCHOOL

  2. Pingback: VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner over gezondmakend onderwijs (2) | VRIJESCHOOL

  3. Pingback: VRIJESCHOOL – Ritme – alle artikelen | VRIJESCHOOL

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.