VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – St.-Maarten (3)

Het licht van Sint-Maarten

November, maand van nevelsluiers, van koude regenvlagen, van stormen die de laatste dorre bladeren van de bomen blazen. Scherp steken de kale takken af tegen de lucht. Het netwerk van kleine twijgjes is als kunstig kantwerk. De bomenlanen worden weer licht en je kunt de vogels weer goed zien, nu het beschermende bladerdek is weggedwarreld op de herfstwind. Het afsterven van het plantenleven wordt weerspiegeld in de herdenkings­dagen voor de doden, de feestdagen van Allerzielen en Allerheiligen. Wij richten onze aandacht op het rijk van de gestorvenen, maar dat betekent te­gelijk voor ons zelf een ‘memento mori’.

Daarbij is het een hoopvolle gedachte, dat in de natuur geen enkel blad los­laat, voordat de knop voor het nieuwe blad is gevormd. Aan al dat schijnbaar dode hout is de belofte van nieuw le­ven zichtbaar.

Iets van dat tere, nieuwe begin is terug te vinden in de wijze waarop in deze weken het sintmaartensfeest wordt gevierd.

In de eerste week van november wordt op de vrijescholen, en misschien ook wel elders, het verhaal van Sint-Martinus verteld als voorbereiding op de eigenlijke viering op 11 november:
‘Eens, op een koude winteravond, reed een troep Romeinse soldaten naar de stad Amiens. Zij reden in draf, want zij wilden voor het vallen van de nacht binnen de muren van de stad zijn. Toen zij bij de stadspoort kwamen, trad een gestalte uit de don­kere schaduwen tevoorschijn, een man in lompen gehuld en bevend van de kou. Hij strekte zijn hand uit voor een aalmoes. Eén van de ruiters, een jong officier, hield zijn paard in. Hij wist dat hij geen geld bij zich had, maar de ellende van die verkleumde bedelaar trof hem diep. Wat kon hij hem geven in plaats van geld?

Ineens wist hij wat hij doen moest. Hij trok zijn zwaard, greep zijn warme ruime mantel vast, sneed er een stuk af en gaf dat aan de bedelaar, zonder te letten op het spottend lachen van zijn kameraden.

In de nacht daarop verscheen hem Christus in een droomgezicht, bekleed met het afgesneden stuk van zijn man­tel, en Hij zei tot de engelen die met Hem waren: ‘Ziet: Martinus, die nog niet gedoopt is, heeft mij met een kleed omhuld’.
Dit visioen maakte zo’n indruk op de jongeman, dat hij zich kort daarna liet dopen.’

Op de avond van 11 november zelf lo­pen de kinderen met hun dansende lichtjes langs de huizen in een lange, lange stoet. En dan kan het zijn dat zij hem ontmoeten, die geheimzinnige ruiter met de wijde, waaiende mantel op zijn hoog wit paard… Ook in vroeger tijden liepen de kinde­ren met hun lantarens langs de straten.

De liederen die ze zingen, zijn vaak heel oud. Maar toen lag de nadruk op het bedelen bij de welgestelden. Wat de kinderen ontvingen aan vruchten en noten of koek was een welkome aanvulling op het karig rantsoen van het eigen huis.

In deze tijd heeft het lopen met de lampjes een ander karakter gekregen. Het bedelen is geen noodzaak meer, al hoort het er wel bij, maar meer als ge­baar, als beeld van geven en ontvangen. De mand met rode appeltjes die een vriendelijke moeder meegeeft om uit te delen in de klas, is afgesproken werk. En toch, het hoort erbij: die ge­stalte in de lichte deuropening, de schaal met lekkernijen waar ieder kind langs mag lopen en wat uit mag kiezen. Het is het licht dat ieder kind mee­draagt, dat in deze tijd de volle aan­dacht krijgt. Dagen van tevoren wordt geknutseld aan de lampion. De oudere kinderen lepelen zorgzaam een voeder­biet uit of een knolraap. Mooie sterfi­guren worden erin uitgesneden, en het lichtje daarbinnen maakt die harde knol ineens doorschijnend en stralend, zodat je er steeds weer naar kijken moet. Als het op 11 november waaierig en regenachtig weer is, dan beleef je het sintmaartensfeest het beste. Want dan kost het de meesten moeite om dat kleine lichtje in je lantaren brandende te houden!

Waarom wordt ons juist deze gebeur­tenis uit het lange, werkzame leven van Sint-Martinus verteld? Hij was im­mers pas 18 jaar oud, toen hij de bede­laar ontmoette. Hij stond nog aan het begin van zijn leven. Waarom heeft juist dit verhaal zo tot de verbeelding gesproken, dat er vele schilderijen, reliëfs en beeldhouwwerken zijn die deze ontmoeting bij de stadspoort in beeld brengen? Tot drie keer toe dat woord ‘beeld’, en ik meen dat daar ook een antwoord te vinden is.
Deze ontmoeting op de drempel van het ene gebied naar het andere spreekt ook ons aan als beeld, als oerbeeld dat uitstijgt boven de zintuigelijk waar­neembare handeling. Ook het feit dat de mantel van Sint-Maarten door de Frankische koningen als rijksrelikwie werd vereerd en bewaard, wijst in diezelfde richting. Dat het waarschijnlijk niet meer de oorspronkelijke mantel was, maakt in we­zen geen verschil. Er was een aparte kleine ruimte gebouwd waar de cultusdienst gehouden kon worden, en waar de mantel (Lat. cappa) werd be­waard. Die ruimte werd de ‘capella’ genoemd, waar ons woord ‘kapel’ van­af stamt.

Voor Martinus, de jonge Romeinse of­ficier, betekende deze ontmoeting bij de poort en de droom daarna de grote ommekeer, het inslaan van een totaal andere richting, een nieuw begin. Dat blijkt uit het verdere verloop van zijn leven. Hij kiest voor Christus, zoals eens die andere legeroverste deed, Sint -Joris. En om dat tere, nieuwe begin wat meer stevigheid te geven, trekt Martinus zich terug uit de wereld. Ja­renlang leeft hij als kluizenaar op een eiland in de rivier. Ook later woont hij nog eens vele jaren in een stil klooster in de wouden van Gallië, totdat hij ge­roepen wordt naar de hoge post van bisschop van Tours.

Maar hoe valt dat alles te rijmen met dat kleine, flakkerende vlammetje in die uitgeholde aardeknol? Misschien kunnen we een vermoeden krijgen van de samenhang, als we het Sint Maartensfeest plaatsen in het gro­te geheel van jaarfeesten. Aan het be­gin van de zomer klonk de roep van Johannes de Doper: ‘Verander uw ge­zindheid! Het rijk der hemelen is na­bij!’ – De consequentie daarvan kon­den we in de Michaëlstijd beleven: de strijd met de draak. We zouden alles wel eens even anders aanpakken. We wilden zoveel, maar er bleek zoveel tegenstand te zijn. En langzamerhand moesten we een evenwicht zien te vin­den in die stormachtige zieleroerselen. De wil om dingen te doen en recht te zetten, blijkt bij nader inzien eerst nodig om naar onszelf te kijken. De blik wordt naar binnen gericht. ‘Ver­ander de wereld, maar begin bij uzelf!’ En dat begin is zo teer en kwetsbaar als een vlammetje dat flakkert bij het minste zuchtje wind.

Als we echter kans zien dat vlammetje brandend te houden, dan zal dat licht­je drie weken later terugkeren in een andere vorm. Op de eerste Advents­zondag staat daar die ene kaars te branden, hoog en stil, in de omhulling van ons huis. Dat licht wordt iedere volgende Adventszondag sterker, tot­dat met Kerstmis een wijd, warm lichtkleed geweven is waarin het Kerstkind ontvangen kan worden.

(Marieke Anschütz, Jonas nr. 5, 03-11-1978)

 

Sint-Maarten: alle artikelen

jaarfeesten: alle artikelen

VRIJESCHOOL in beeld: St.-Maarten

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

 

Advertenties

3 Reacties op “VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – St.-Maarten (3)

  1. Pingback: VRIJESCHOOL – JAARFEESTEN – St. Maarten – alle artikelen | VRIJESCHOOL

  2. Pingback: VRIJESCHOOL – JAARFEESTEN – St. Maarten – alle artikelen | VRIJESCHOOL

  3. Pingback: VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Sint-Nicolaas (2) | VRIJESCHOOL

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s