VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Michaël (31)

.

MICHAËL

Feestvieren is voor buitenstaanders vaak een kenmerk van de vrijescholen, het feesten-kunnen-vieren. Wanneer het “lukt”, zit dat niet in de grondige voorbereiding, en ook vaak niet in een perfect geregelde organisatie, maar er is iets waardoor er het besef van ‘feest’ bij de kinderen ontstaat. Het feesten vieren is ook een opdracht die Rudolf Steiner aan de vrijescholen meegegeven heeft, omdat het momenten in een jeugd kunnen zijn, waar je in een later leven krachten uit kan blijven putten. Dat realise­ren we ons te weinig – de scholen, maar ook de gezinnen – wat een kracht in de kinderziel geplant kan worden door het gemeenschappelijk bewust wil­len vieren van de jaarfeesten.

Bij dat feestvieren wordt er iets vast gelegd (Duits: Fest), de stromende tijdsmomenten van het jaar worden geordend en vastgeklonken aan het ritme van de seizoenen, aan het leven van de aarde. Novalis heeft eens geschre­ven “jedes festlegen verarmt”, een diep waar woord, dat ons niet alleen bij de discussies over het voor en tegen van de vaste paasdatum voor ogen kan staan. Het michaëlsfeest is echter dat feest dat van nature het minst gevaar loopt “vastgelegd” en dus “verarmd” te worden. Er is geen bepaald moment dat “herdacht” kan worden, niet de overwinning op de draak, die immers naar de aardesfeer is verwezen. Er valt de 29e september aan niets terug te denken, alleen vooruit moet men denken. Hoe moeilijk dat is en hoe onbekend wij volwassenen ook met de inhouden van zo’n soort ‘toekomst-feest’ nog zijn, de kinderen blijken hier onze ware helpers. Wanneer het “help ons hier strijden’ klinkt, krachtig en zuiver gezongen, dan tovert de ernst maar ook de zekerheid van de overwinning, de vreugde reeds op hun gezichten.

Een oude Russische legende verhaalt dat toen de schepper de mens geschapen had en er voor hem die uit goddelijke volmacht, zelf nog zonder naam, alle schepselen op aarde een naam zou geven, God de vier aartsengelen Michaël, Gabriël, Raphaël en Uriël riep en hen uitzond naar de vier rijken der we­reld om de naam te zoeken. Van vier sterren vandaan droegen de engelen de heilige letters aan. En God beval de aartsengel Michaël de naam van de mens uit te spreken. Uit hoge geestesmacht noemde Michaël als de stem van God, de naam van de mens: Adam. Zo kreeg de mens door Michaël zijn naam, zijn roeping en zijn bestemming.

Michaël spreekt de naam uit zoals de mens is, bestemd is en dus eens weer zal zijn,  en behoedt dit ongeschonden beeld van de nog niet “gevallen” mens.

En wanneer wij met de woorden van Vondel zingen:

“help ons hier strijden, wil ons bevrijden

dan roepen wij Michaël aan als de eigenlijke bevrijder van het oerbeeld dat elke mens verborgen in zich draagt; dat te bevrijden van drakenmachten is onze taak! En wanneer wij ons voornemen daartoe de wapens op te nemen, dan kan Michaél ons in deze tijd in dit voornemen sterken. Alleen wanneer wij daar zelf aan werken kan deze grotere toekomst-mens geboren worden.

Twee beelden mogen deze verandering die de mens door oefening aan zich­zelf kan bewerken, verduidelijken.

In Vézelay, een klein stadje in Noord Frankrijk, staan op de latei onder het tympaan van de S.-Madeleine de volkeren der aarde in steen afgebeeld. Uiterst rechts het volk ‘met de grote oren’ (groter dan hun hoofden!), d.w.z. dat volk dat door de oefening, de scholing van het gehoorszintuig tot waarneming van het spirituele is gekomen,  dat het waarnemen van de sferenharmonie na de zondeval heeft “terug veroverd”. Dat zijn de mensen die zich in hun daden stalen aan het wapengekletter waarmee de
Michaëlstrijders hun hemelse daden begeleiden en dat voor deze “helderhorenden” opnieuw waarneembaar is geworden. Zo vraagt de zintuigmens er om te worden omgewerkt.

Het andere beeld is uit de Germaanse mythologie. Daar is het Freyr, een uit het oude geslacht der Wanen, die een schip bezit, Skidbladnir genaamd, een wonderlijk vaartuig, dat, wanneer alle zeilen zo klein mogelijk worden opgevouwen, in een noot kan worden opgeborgen, maar wanneer zijn zeilen uitstaan is het even groot als alle ruimten in de wereld.
Waarom de noot? De noot is het beeld van het menselijk hoofd, daarin opgeborgen ligt het menselijke, hersengebonden denken, samengevouwen en klein. Maar wanneer het geoefend wordt, kan het daaruit bevrijd worden, want het bezit de op­dracht werelden te omspannen. Wanneer dit kleine, menselijke denken zich openstelt voor gedachten die van een geestelijke realiteit zijn doortrok­ken, dan oefent het zich, dan openen zich de zeilen en wachten slechts op elke zucht van de wind.

Zo vraagt ook het denken van de mens erom te worden omgewerkt, om los te geraken van hetgeen vast, vertrouwd en versleten is. Michaël impulseert de mens tot daden, maar vooral tot de daad aan zichzelf.
.

Magchiel Matthijsen, vrijeschool Zeist, 01-09-1975)

.

Michaël: alle artikelen

Jaarfeesten: alle artikelen

VRIJESCHOOL in beeld: Michaël       jaartafel

.

279-264

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

Advertenties

Een Reactie op “VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Michaël (31)

  1. Pingback: VRIJESCHOOL – JAARFEESTEN – Michaël – alle artikelen | VRIJESCHOOL

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s