VRIJESCHOOL – Grohmann – leesboek voor de plantkunde (31)

.

Gerbert Grohmann

‘leesboek voor de plantkunde’

blz.114, hoofdstuk 31                                                                           alle hoofdstukken

.

OVER DE TULP
Zij is een lentebloem. Ja, je kunt haar zelfs al lang voor het buiten lente is, in de kamer tot bloei laten komen. Deze eigenschap heeft de tulp nog met andere bolgewassen gemeen, zoals bv. met de hyacint. De reden, waarom dat kan, is dat ze niet helemaal vanaf het begin moet beginnen om te kunnen bloeien, zoals het geval zou zijn, wanneer ze eerst uit het zaad zou moeten kiemen. Het eerste wat we moeten doen, is eens goed naar de tulpenbol kijken.

Aan de buitenkant zit een leerachtige bruine schil en daarbinnen zitten de witte schillen of bolrokken. Helemaal beneden echter zit de bolschijf. Zo gauw de bol uit begint te lopen, groeien daar worteltjes. Maar ook aan oude bollen die opgegraven worden omdat ze uitgebloeid zijn, kun je worteltjes zien. De bolschijf is de basis van de bol die alleen in plaats van in de lengte in de breedte gegroeid is. Het duidelijkst zie je dat natuurlijk, wanneer je een bol in de lengte doorsnijdt zoals op het tekeningetje getoond is.

Doorgesneden tulpenbol. De stengel is aan de onderkant sterk verbreed (bolschijf). Je ziet hoe de vlezige, witte rokken er als bladeren aan vast zitten. Ook zie je de jonge bol van het komende jaar al. Meestal zit er nog een tweede in.

Bovenaan de bol komt de bloemsteel naar buiten en beneden is er al een jonge bol, een dochterbol, zoals men zegt, of een bijbol of klister, gevormd, want elk jaar hernieuwd de bol zich uit zichzelf. Spoedig wordt de dochter zo groot als de moeder.

Iedere tulpenbol, zowel de oude als de nieuwe, bestaat uit rokken. Deze rokken zijn niet anders dan de ondergrondse, vlezig geworden bladeren, die niet groen worden, omdat ze niet in het licht komen. Dus een bol is niet een soort wortel; het is niets anders dan een sterk veranderde scheut met een kort stammetje en schaalvormige bladeren. De wortels zitten helemaal onderaan. Wanneer de bol uitloopt en groene bladeren en een bloem voortbrengt, komt uit de ondergrondse, veranderde plant een tweede, groene, niet veranderde plant te voorschijn. Dat is het geheim van de tulpenbol.

De tulp heeft echt veel haast, wanneer ze in de lente uit de bol schiet. Zo snel mogelijk wil ze tot bloei komen. Daarom zijn ook haar plantendelen maar eenvoudig gevormd; haar stengelbladeren hebben de vorm van tongen en ook de bloemblaadjes zijn niet veel kunstzinniger. De tulpen vormen niet eens groene kelkbladeren; daarom noemt men haar bloembekleedsels eenvoudig. Eerst lijkt het wel, in de knop namelijk, alsof de tulp een groene kelk heeft; maar dan blijkt dat het maar bloemblaadjes zijn die in ’t begin nog geen kleur hadden. Pas wanneer de tulp opengaat is er kleur gekomen. Het lijkt dan wel alsof de tulp gloeit.

Dikwijls is er een interessante vergroeiing te zien. Er zijn soms tulpen waarbij de bovenste stengelbladeren helemaal of voor de helft kleur gekregen hebben. Soms hebben ze ook wel bonte randen. Bij weer andere vergroeiingen is een bloemblad voor een deel nog groen gebleven. Aan zulke opzienbarende feiten kun je aflezen dat de tulp blad en bloemblad nog niet echt onderscheiden kan. Bij de roos zul je zulke vergissingen niet kunnen waarnemen. De roos is dan ook een meer volkomen plant dan de tulp. Laten we nu de vraag eens stellen hoe de tulp zich tot de aarde verhoudt! Zij haast zich snel naar het bloemstadium om spoedig daarna weer onder de grond te verdwijnen.

Maar er bestaat toch nog een groot verschil tussen de ondergrondse delen van de tulp en die, laten we zeggen, van de bomen. Bomen hebben onder de grond alleen hun houtachtige wortelstokken; de tulp heeft haar bladachtige bol onder de grond. Ja, ze is door en door waterig en nergens heeft ze een houtachtig deel. Ze neemt wat van het grondwater voor zich alleen en sluit het door haar taaie huid af, zodat je haar uit de grond kan nemen en bewaren. Bij een roos zou dat niet gaan. Zo spreekt de tulp: Ik wil mijn bol voor mij alleen hebben.

Als ze dan uit de aarde omhoog geschoten is en gebloeid heeft, zou ze toch eigenlijk een vrucht moeten vormen, zoals de roos de rozenbottel. Dat speelt ze echter niet klaar. Ze omhult haar zaden snel met een droog zaadkapsel en stuurt dat, wat vruchtachtig is, naar haar bol, tot die sterk en vlezig wordt. Zo is de bol ook gelijktijdig een vrucht die in plaats van in de bloem, in de grond zit. Wanneer de tulp in het voorjaar dan weer kiemt, verteert ze het voedsel dat ze zelf in de bol opgeslagen had, terwijl toch de echte vruchten voor de andere schepsels van de aarde zijn, voor dier en mens en niet voor de plant zelf. Zo beschouwd is een bol geen echte vrucht.

Wanneer je een rijpe tulpenbol in de lengte doorsnijdt en het binnenste met een vergrootglas bekijkt, dan kun je iets merkwaardigs zien. In het hart van de bol zit als kiem al de bloem van het komende jaar, en heel klein en samengetrokken ook de stengelbladeren. Ook al zijn alle delen er slechts in aanleg: de bloemblaadjes zonder kleur, meeldraden en stamper nog vaag, ze zijn er toch maar. De stengel hoeft zich alleen maar te strekken, de delen groter te worden en de bloem kan zich ontvouwen, want heel de winter al sluimert ze opgesloten in de vlezige bolrokken. De tulp hoeft niet eerst te wachten zoals de roos, tot ze lange bladscheuten gevormd heeft om te kunnen bloeien. Dat is een groot verschil tussen beide planten.

De tulp is geen inlandse plant. Ze stamt uit het steppengebied van het oosten. Bij ons komt wel een in het wild groeiende, zeer mooie slanke en geelbloeiende tulpensoort voor: de bostulp, maar waarschijnlijk is zij ook een, zij het lang geleden, verwilderde uitheemse soort.

In de jaren 1634 tot 1640 heeft zich in de Hollandse stad Haarlem een ware rage op het gebied van tulpenliefhebberij ontwikkeld. In boeken werden meer dan 500 verschillende soorten opgetekend, die ook op tulpenbeurzen verhandeld werden. Voor de zeldzaamste soorten werden duizelingwekkend hoge prijzen betaald en niet alleen geld, maar ook paard en wagen, huizen, ja grote en waardevolle schepen werden voor één enkele zeldzame tulpenbol geboden en gegeven. De hoogste prijs die toen voor een enkele tulpenbol betaald werd bedroeg niet minder dan 13000 Hollandse guldens. Toen die tulpenwaanzin zo gevaarlijk geworden was, dat ze al veel ongeluk aangericht had, moest de handel tenslotte verboden worden met dreiging van hoge straffen.

Al komt ons de dwaasheid wegens een bol die je niet eens kunt eten en alleen maar een mooie bloem voortbrengt, tegenwoordig toch wel onbegrijpelijk voor, dan is die wel een bewijs voor de plant in kwestie dat ze een schoonheid is.

 

De afkomst van het woord tulp gaat via het Frans ‘tulipa(n)’ terug op het Turkse woord tulband, op welk hoofddeksel tulpen zouden lijken als ze in bloei staan.
(bron Trouw)

 

terug naar de inhoudsopgave

Plantkunde: alle artikelen

VRIJESCHOOL in beeld: 5e klas: plantkunde

36-34

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

Advertenties

5 Reacties op “VRIJESCHOOL – Grohmann – leesboek voor de plantkunde (31)

  1. Pingback: VRIJESCHOOL – Grohmann – leesboek voor de plantkunde (29) | VRIJESCHOOL

  2. Pingback: VRIJESCHOOL – Grohmann – leesboek voor de plantkunde (32) | VRIJESCHOOL

  3. Pingback: GROHMANN: LEESBOEK VOOR DE PLANTKUNDE (33) | VRIJESCHOOL

  4. Pingback: GROHMANN: LEESBOEK VOOR DE PLANTKUNDE-inhoud | VRIJESCHOOL

  5. Pingback: WAT STAAT OP DEZE BLOG | VRIJESCHOOL

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s