VRIJESCHOOL – Grohmann – leesboek voor de plantkunde (15)

.

Gerbert Grohmann

‘leesboek voor de plantkunde’

blz.50, hoofdstuk 15                                                                         alle hoofdstukken

 

OVER DE PLANTENWERELD VAN DE ZEE: DE WIEREN EN  ALGEN

Wanneer je na het bekijken van de korstmossentrap opklimt naar de wieren- of algengewassen, dan leer je een plantenwereld kennen die uit louter bladdelen samengesteld is.
De algengewassen kunnen alleen maar als ondergedoken waterplanten leven en wie ze wil bestuderen, moet naar zee gaan. Weliswaar komen ook in het zoete water in het binnenland algensoorten voor, maar deze zijn in vergelijking met die in zee maar klein en nietig. Daarom worden ook de zeealgen met een een bijzondere naam benoemd. Men noemt ze zeewier.

Wanneer je op het strand staat en je kijkt door het heldere water in de diepte, dan kun je de indruk krijgen, dat je sprookjesachtige landschappen ziet, met weiden, tuinen, struikgewas en bossen, alles met de golfslag heen en weer bewegend.
Sommige soorten zien eruit als sla en men noemt dat ook zeesla; weer andere doen ons aan palmen denken enz., maar er zijn ook mosachtige soorten die er zeer sierlijk uitzien. Vooral in de warmere landen nemen de vorm-en gestalterijkdom van de algengewassen geweldig toe. Het is een prachtig gezicht, wanneer je van een schip af naar de zeebodem kijkt. Vele zijn er niet groen, maar rood gekleurd en te vergelijken met rood koraal, maar ook bruine en paarse zijn er. Wie zou die kleurenpracht niet willen schilderen. Zou je nu deze sprookjeswereld uit het water halen dat hen draagt en naar het vaste land verplaatsen, dan zou die in elkaar vallen als kwallen. Alleen in het water ondergedoken kunnen de wieren zich ontvouwen. Ze zweven a.h.w. in het water. Het water én de zon samen hebben ze dan ook gevormd, deze droomachtige bladwezens. Want wat is een blad anders dan een stukje wateroppervlak, waarop de zon schijnt, met een huidje eromheen. Iets heel anders zijn de stengels. Die groeien uit een wortel, wanneer de zon op de aarde schijnt. Iedere plantenstengel is een groene zonnestraal die de aarde weerkaatst. Daar de wieren echter geen wortels hebben, want ze houden zich alleen maar met hechtschijfjes aan de zeebodem vast, kunnen ze ook geen steunende stengels vormen. Je kunt van hen daarom ook niet zeggen, dat de aarde hun moeder is, zoals bij de gewassen van het vaste land. Voor de wieren is de zee de moeder en de zon de vader. Deze moeder is veranderlijk, ongeduldig en beweeglijk, zoals haar golven. Daarin moet de scheppingskracht van de zon werken en de plantenvormen die ze tot stand brengt, zijn daarom net zo beweeglijk, veranderlijk en onduidelijk. Wat er als stelen en takken uitziet, blijken toch bij nadere beschouwing, in de lengte getrokken bladdelen te zijn. In het bijzonder bij bredere oppervlakten is het dikwijls helemaal onmogelijk om te weten, welke omtrek zo’n lap nu eigenlijk heeft. Je zult je misschien wel kunnen voorstellen hoe het eraan toegaat, wanneer er een storm woedt. Dan worden de wieren aan flarden gescheurd en massa’s ervan worden van de zeebodem losgewerkt. Die drijven dan als eilanden aan de oppervlakte en het kan zelfs gebeuren dat kleine schepen erin vast blijven zitten.
Wanneer je de algenwortel uit de hogere planten van het vasteland zou willen ontwikkelen, dan hoefde je alleen maar de wortels en de bloem te verwijderen en de bladachtige rest in het water te leggen. Dadelijk zouden de scherpere omtrekken verdwijnen en wat hard en stijf was, zou week worden en buigzaam. Zo is de trap van de wieren niet ontstaan, maar je ziet toch hoe beide trappen samenhangen met elkaar.
Het is namelijk zeer opvallend dat bijna alle plantenvormen van het vasteland ook voorkomen als wier, voor zover ze dus bladeren hebben: mossen, gras, kruiden, palmen, struikgewas enz. Veel wieren zien er weliswaar zo uit alsof ze al in blad en stengel verdeeld zijn, maar dat lijkt maar zo. Andere bv. het zeekroos hebben vormen aan hun slierten die er uitzien als vruchten. Dat kunnen echter nog geen vruchten zijn, omdat er op de trap van de wieren nog geen bloemen zijn. Kwallen en andere vrijzwemmende dieren die erop lijken, moeten de plaats van de bloemen en tegelijkertijd van de vlinders innemen.
Zo doen de wieren de echte, de bloeiende planten na, hoewel ze nog onvolmaakt zijn. Ze missen de kracht, zelf bloeiende plant te worden. Alleen wanneer ze op het vaste land zouden komen en dan wortel zouden schieten, zodat in plaats van de zee de aarde hun moeder zou zijn, dan zou de zon ze ook kunnen laten bloeien en vruchten kunnen laten dragen.

Kleine kinderen doen in het begin ook alles na wat ze horen en zien. Dan denken ze wel dat ze alles uit zichzelf doen, ze doen het toch maar na, zoals de wierengewassen de bloeiende planten nadoen.

De algen die in onze binnenwateren groeien, zijn veel eenvoudiger gevormd. Ze zien er groen uit en hebben meestal een draadvorm waardoor men hen vaak draadwier noemt. Vooral in de lente vind je deze slijmerige wirwar in beken, vijvers en plassen. Later lossen ze vanzelf op. Wanneer je ze vastpakt, voelen ze glibberig aan of zoals nat haar.
Maar er zijn nog eenvoudigere zoetwateralgen. Waren ze niet groen, dan zou je ze niet als plant herkennen. Je vindt ze eveneens in sloten, vijvers en plassen; soms zelfs in poelen, waar ze alleen maar de bodem bedekken en pas wanneer je een vergrootglas te hulp neemt, merk je dat deze laag in werkelijkheid uit duizenden en nog eens duizenden allerkleinste puntachtige algen bestaat. Ook op vochtige rotsen, bronnen en muren van huizen en grafstenen komen van deze puntalgen voor, vooropgesteld dat er vaker wat water langssijpelt.

terug naar de inhoudsopgave

Plantkunde: alle artikelen

VRIJESCHOOL in beeld: 5e klas: plantkunde

 

19-17

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

Advertenties

5 Reacties op “VRIJESCHOOL – Grohmann – leesboek voor de plantkunde (15)

  1. Pingback: WAT STAAT OP DEZE BLOG | VRIJESCHOOL

  2. Pingback: GROHMANN: LEESBOEK VOOR DE PLANTKUNDE-inhoud | VRIJESCHOOL

  3. Pingback: WAT STAAT OP DEZE BLOG | VRIJESCHOOL

  4. Pingback: VRIJESCHOOL – Grohmann – leesboek voor de plantkunde (10) | VRIJESCHOOL

  5. Pingback: VRIJESCHOOL – Grohmann – leesboek voor de plantkunde (11) | VRIJESCHOOL

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s