VRIJESCHOOL – Grohmann – leesboek voor de plantkunde (14)

.

Gerbert Grohmann

‘leesboek voor de plantkunde’

blz.46, hoofdstuk 14                                                                        alle hoofdstukken

 

OVER DE GEBIEDEN WAAR KORSTMOSSEN VOORKOMEN

Wie in onze gelukkige streken leeft waar de aarde er als een tuin uitziet en waar op elk stukje grond wel iets nuttigs groeit, omdat deze grond vruchtbaar is, kan zich maar moeilijk voorstellen hoe het er in die streken van de aarde uitziet, waar geen sappig groen kruid groeit en gedijt, geen boom zich verheft, maar waar slechts een schamel, grijsgroen kleed de aarde bedekt. Dat zijn de korstmosgebieden die in de uitgestrekte vlakten van de polen liggen. De korstmossen groeien nog onder de meest ongunstige omstandigheden, vóór het plantaardig leven helemaal ophoudt.

Maar ook zonder naar het noorden te reizen, kun je korstmosgebieden leren kennen. Je hoeft alleen maar een hoge berg te beklimmen. Daar, boven de boomgrens, waar zelfs het kreupelhout verdwenen is en de koude regenbuien tegen de kale rotsen kletteren, waar i.p.v. vruchtbare aarde dikwijls alleen maar gesteente ligt, daar is toch altijd het gesteente met korstmos bedekt. Zelfs op hoge bergen in de tropen, zoals bv. de Kilimanjaro, hebben hun korstmosgebieden. En ten slotte is er nog een derde korstmosgebied. Om dat te zien hoef je noch op reis naar het noorden, noch dat je je rugzak hoeft klaar te maken voor een bergbeklimming; je hoeft alleen maar naar het bos te gaan en de boomstammen te onderzoeken, want ook daar groeien de korstmossen massaal.
Zoals we nu weten, is een boom een heel kleine berg. Zijn schors is net zo dood als het gesteente en deze droogt ook net zo snel uit, wanneer het niet meer regent. Daarom vind je de korstmossen, blad-en struikkorstmossen of het baardige korstmos hoofdzakelijk aan de regenkant van de stammen. Op fruitbomen groeien soms dikke plakken grijsgroen korstmos. Als je dat aanraakt, komen je vingers onder het stof.


Verschillende korstmossen. Lboven. het baardmos, zoals het aan de bomen van onze bergwouden hangt. Daarnaast: geweimos. Daaronder een schubbenmossoort met stuifmeelschoteltjes. Onder: een zeer sterk vergrote bekermos. Daarnaast een cladoniasoort

Het is duidelijk dat deze merkwaardige plantenvormen hun water alleen maar uit de lucht kunnen halen. Bij regen of mist of wanneer de wolken laag hangen, zuigen ze zich vol en het doet hun niets, wanneer ze naderhand weer volledig opdrogen. Ook wanneer ze bevriezen doet hun dat geen kwaad. Zodra ze ontdooid zijn, leven ze gewoon verder. Dat is totaal anders dan bij de paddenstoelen, want welke paddenstoel is in staat bovenop stenen, op boomschors of op grond waarin geen mineralen meer zitten, zich voort te planten, waar het niet mogelijk is een onderaards netwerk van draden te vormen. Niet een! Maar de korstmossenMaar de korstmossen kunnen weer niet in het donker voorkomen, zoals de paddenstoelen. De zon beademt a.h.w. de korstmossen op stenen, boomschors enz., zoals wij een ijskoud bevroren raam. Laten we eens kijken wat de zon doet, wanneer de korstmossen zich vormen. Wanneer de omstandigheden zo ongunstig zijn, kan de zon vanzelfsprekend ook nog geen echte planten maken, want ze kan niet ver genoeg doordringen, maar ze probeert het toch, want hoe zouden de korstmossen er anders groen uit kunnen zien en zo vaak al vormen krijgen die op bladeren lijken, want de korsten en korstjes zijn tenslotte niet anders dan heel kleine, verschrompelde bladstukjes. Andere korstmossen gedragen zich weer als stengeltjes, die zelfs al vertakt kunnen zijn. Zo bv. het rendiermos, dat als een grijs kussen de noordelijke streken bedekt en als voedsel voor de rendieren zo belangrijk is of het baardmos dat in regenrijke gebergten aan de bomen hangt. Ook geweivormen komen vaak voor, bv. aan fruitbomen.
Je kunt ze als een tussenvorm tussen blad en vertakte stengelvorm beschouwen.

En wat schenkt de aarde aan de korstmossen?  Op deze vraag een antwoord te vinden is moeilijker, maar de natuuronderzoekers hebben wel wat gevonden, waarover zij zelf ook steeds verbaasd staan: in het korstmos zit namelijk, op de een of andere geheimzinnige manier een paddenstoel verborgen! Deze paddenstoel kan natuurlijk niet zo groeien als gewoonlijk. Alleen al omdat hij geen mogelijkheid heeft zijn dradennetwerk in stenen of boomschors te stoppen en omdat hij aan de oppervlakte moet blijven, moet hij anders worden. Hij kan maar heel langzaam groeien en moet heel klein blijven. Toch komt hij soms heel duidelijk tevoorschijn. Je vindt dan in het bos van tijd tot tijd die verzameling van trechtervormige korstmossen. Soms staan er zelfs twee of drie trechtertjes bovenop elkaar. Daar heb je nu de trechtervorm van de paddenstoel. Tja, je kunt de korstmossen die in allerlei soorten afwisselend voorkomen nog het beste begrijpen, wanneer je bedenkt hoe hier de paddenstoelenvorm en de echte plantenvorm in het klein met elkaar spelen. Dan eens voert de ene de boventoon, dan ontstaan nietige trechtertjes, buisjes, schoteltjes enz. en dan weer ontstaan korsten, blaadjes, lapjes, stengeltjes, draden enz. maar de twijgjes en korstblaadjes van de korstmossen missen wel die wonderlijke regelmaat en orde, die we in de bouw van de hogere planten zo kunnen bewonderen. Iedere  keer wanneer een korstmos een hogere plant zou willen worden, komt gauw de paddenstoel en veroorzaakt weer wanorde. Daarom blijft in de vorm van de korstmossen alles vaag. Van de paddenstoelen komen ook de fijne zuigdraadjes, met wier hulp de korstmossen zich op hun ondergrond vasthouden, zodat je ze niet loskrijgt, zonder ze te scheuren. Ze kunnen er zich gemakkelijk vanaf maken. Ze kunnen namelijk eenvoudig afbrokkelen of ze stoten van hun oppervlakte een grijsgroene stof af. Dan komen wind en regen en verspreiden de delen overal heen en waar er een terecht komt, gaat een nieuwe korstmos groeien, maar de korstmossen kunnen nog iets meer en dat hebben ze van de paddenstoelen geleerd. Ze kunnen ook echte sporen ontwikkelen. Af en toe vind je in het bos korstmossen of bekerkorstmossen, waarop heel echte, nietig kleine paddenstoeltjes zitten die met prachtige kleuren glanzen, meestal rood- of geelachtig. Wie zou er nu nog aan willen twijfelen dat in de korstmossen werkelijk een betoverde paddenstoel verstopt zit. Wanneer de korstmos het vruchtlichaam vormt, laat hij de paddenstoel op zichzelf staan en meteen valt de prachtige verkleuring op en wordt tot verklikker. Iets anders doen een paar korstmossen dit die op boomschors groeien. Ze laten, wanneer ze de vruchtlichamen willen vormen, i.p.v. paddenstoelen, kleine schoteltjes ontstaan.
Wie goede ogen heeft en ernaar zoekt, kan ze overal vinden.

terug naar de inhoudsopgave

 

Plantkunde: alle artikelen

VRIJESCHOOL in beeld: 5e klas: plantkunde

 

18-16

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.