Tagarchief: Voerman

VRIJESCHOOL – 7e klas – Sterrenkunde (1-1/13)

.

VOERMAN

Deze voerman is eigenlijk iemand die de teugels in handen heeft, zoals uit zijn andere naam Heniochus blijkt of een wagenmenner, want de Grieken hebben verschillende van hun beroemde wagenmenners in dit sterrenbeeld gezien. Volgens de mythologie was Erichthonios de eerste.
Erichthonios was een zoon van de aarde en de god van de smeden en kunstenaars, Hephaistos die een hevige liefde voor Athena had opgevat. Athena, die eigenlijk zijn moeder had moeten worden, nam het ventje bij zich op en gaf het ter verzorging aan de oudste dochter van koning Kekrops van Athene. 
Later nam Athena zelf de opvoeding van hem ter hand en leerde hem wilde paarden te vangen, te temmen en voor de wagen te spannen. 
Toen Erichthonios dan koning van Athene werd, vond hij het vierspan uit waarvoor Zeus hem na zijn dood in het sterrenbeeld van de Voerman voor eeuwig zijn standbeeld gaf. 

Volgens een andere legende heeft Hermes een andere wagenmenner, zijn zoon Myrtilos, in dit sterrenbeeld vereeuwigd. Hij was de wagenmenner van koning Oinomaos die over Pisa en Elis regeerde. De koning bezat een knappe dochter met de naam Hippodameia en al vele edele jongelingen dongen om haar hand. Haar vader, die het huwelijk zolang mogelijk voor zich uit wilde schuiven, stelde als voorwaarde dat alleen degene haar tot vrouw zou krijgen die hem bij het wagenwedrennen  zou verslaan. Hij had van zijn vader Ares twee door de wind verwekte paarden gekregen die nog sneller waren dan de noordenwind en als de beste paarden van Griekenland beschouwd werden. Bovendien liet hij voor deze wedren een bijzonder snelle wagen bouwen. En voor hem was het dus niet moeilijk om de aanbidders van zijn dochter een half uur voorsprong te geven op de lange renweg, terwijl hij dan op de Olympus een ram offerde op het altaar van Zeus.
De koning stond erop dat Hippodameia steeds met haar aanbidder mee moest rijden om zo zijn aandacht van het span paarden af te leiden. De afspraak was: als de koning hem zou inhalen, was het met zijn leven gedaan. Zou hij echter als eerste bij de eindstreep aankomen, dan werd Hippodameia zijn gemalin.
Tot nog toe was het geen aanbidder gelukt de tweekamp te winnen. Met zijn snelle wagen die Myrtilos bestuurde, kon de koning ze allemaal inhalen en hij doorboorde ze van achteren met zijn speer. 
Twaalf edele prinsen hadden op deze manier het leven gelaten, toen een nieuwe aanbidder aangekondigd werd. Het was Pelops, een jonge koning, die het rijk van zijn vader Tantalos aan de kust van de Zwarte Zee geërfd had. Hij hoopte  Hippodameia als zijn echtgenote mee naar huis te kunnen nemen, want de god van de zee, Poseidon, had hem een wagen met gouden vleugels geschonken en daarbij een span gevleugelde paarden.
Hippodameia werd meteen verliefd op de jonge, knappe Pelops toen zij hem voor de eerste keer zag en ze vreesde dat hij het noodlot dat zijn voorgangers had getroffen, ook zou moeten ondergaan. Zij moest op een of andere manier proberen te verhinderen dat de wagen van haar vader sneller zou zijn. Dat kon alleen met hulp van zijn wagenmenner Myrtilos gebeuren en zij beloofde dan ook hem rijkelijk te belonen, wanneer hij de snelheid zou kunnen vertragen. Toen verwijderde Myrtilos die de koningsdochter heimelijk liefhad, de pin uit de as van het wiel van de wagen van zijn heer en zette er een voor in de plaats van harde was en die zou bij het warm worden, smelten. En dat gebeurde ook, midden in de wedren, juist op het ogenblik dat Oinomaos Pelops ingehaald had en hem met zijn speer wilde doorboren. Het wiel vloog eraf, de koning viel, raakte verward in de teugels en werd door zijn paarden dodelijk meegesleept. Dat was zijn straf voor de dood van de onschuldige jongemannen, zoals de goden op de Olympus hadden besloten om een einde te maken aan de moorden. Myrtilos werd echter door Pelops slecht beloond. Hij zag hem als rivaal en uit angst duwde hij hem van een hoge klip de zee in. Toen plaatste zijn vader Hermes hem in het beeld van de voerman tussen de sterren. 

Een derde wagenmenner die de Grieken in het sterrenbeeld van de voerman zagen, was Phaethon die de zonnewagen van zijn vader Helios bestuurde. Zijn legende staat bij ‘Eridanus

De belangrijkste ster van de Voerman is de schitterende Capella, ‘de kleine geit’ Het is de geit die Zeus als kind op het eiland Kreta met haar melk voedde (→ Kleine Beer). Zij zou door de zonnegod Helios zelf in het leven zijn geroepen en was geen gewone geit, maar een nimf als geit. Ze kon de kleine Zeus haar melk geven omdat ze net een bokkentweeling het leven geschonken had, de mooiste die er op Kreta waren en zo bracht zij ze alle drie groot.
Op een dag brak er bij de geit door een boom een hoorn af.  Die pakte een nimf, zij vulde die tot aan de rand met vruchten, legde er een krans van geurende kruiden omheen en bracht deze aan Zeus. Later dronk hij daaruit. Die had de wonderbaarlijke eigenschap dat ieder die eruit dronk, zo voldaan raakte dat hij honger noch dorst voelde. Als wonderhoorn of als gevulde hoorn wordt deze tot op heden gezien als het symbool van de eeuwig stromende vruchtbaarheid en van de overvloed. 
Als dankbaarheid voor haar hulp zette Zeus, zodra hij daartoe de macht had, de geit en de twee bokjes als sterren aan de hemel.

Waarom de voerman die dan draagt, zoals Arat al in de 3e eeuw v Chr. verhaalt, heeft tot nog toe niemand gevonden. 

Zw                                                                  w                                                   nw
febr.  1   24°°u                                       mrt.  1   22°°u                          apr.  1  21°°u*
15  23°°u                                               15   21°°u                                  15 20°°u*
*zomertijd

In maart vinden we aan de avondhemel het sterrenbeeld Voerman hoog in het zuiden. (hierboven). In april daalt het naar het noordwesten toe en in mei staat het dan in het noordwesten dichtbij de horizon. De vijf heldere sterren van de Voerman vormen een opvallende driehoek. De ster bij de rechtervoet van de Voerman is tegelijkertijd de punt van een hoorn van de Stier die zo makkelijk is te vinden.

De namen van de sterren betekenen:

Capella (Latijn) = kleine geit
Menkalinan (Arabisch) = verhaspeld uit ; schouder van de voerman

.

Meer feiten

Sterrenkundealle artikelen

7e klasalle artikelen

.

2641-2473

.

.

.

VRIJESCHOOL – 7e klas – sterrenkunde (1-4)

.

De jaargetijden aan de sterrenhemel

Nu na de dag en nachtevening de nachten het in lengte weer van de dagen gaan winnen, zullen velen onwillekeurig wat meer aandacht besteden aan de nachtelijke hemel. Maar hoe vind je de weg tussen de sterren, en wat is er eigenlijk te zien? Het heeft weinig zin iemand een sterrenkaart te geven, als hij geen enkel punt heeft waarop hij zich kan oriënteren.
De Grote Beer echter zal voor de meeste mensen wel een begrip zijn. Dit vertrouwde beeld aan de noordelijke hemel kan als baken dienen om ons in alle jaargetijden de weg langs het uitspansel te laten vinden.

Het zal velen nooit opgevallen zijn dat elk jaargetijde aan de sterrenhemel zijn eigen signatuur heeft. Elk ogenblik van het jaar zouden we aan de stand van de sterren kunnen zien in welk jaargetijde we zijn, welk jaargetijde hieraan vooraf ging, en wat er gaat komen.
In de herfst zien we in het westen de beelden van de zomer verdwijnen, de karakteristieke beelden van het najaar staan hoog aan de zuidelijke hemel, terwijl op de late avond de wintersterren in het oosten zichtbaar worden.

sterrenkunde-12

De voor de zomer kenmerkende sterrengroep is gemakkelijk te vinden. Zoals gezegd, in de herfst moeten we daarvoor de westelijke hemel bekijken. Maar eerst gaan we de Grote Beer zoeken aan de noordelijke hemel. Op het kaartje is te zien waar dit sterrenbeeld zich in de herfst ’s avonds bevindt. We staan met ons gezicht naar het noorden en betrekkelijk laag aan de hemel zien we de zeven bekende sterren staan. Voor het gemak zijn ze op het kaartje voorzien van Griekse letters. Als we de lijn van β naar ∝ vijf maal met zichzelf verlengen, vinden we een betrekkelijk alleen staande ster: de Poolster. Eigenlijk kunnen we niet van lijnen spreken: alle schijnbaar rechte lijnen op een sterrenkaart zijn in werkelijkheid boven.
Terug naar de Grote Beer. We verlengen de lijn y δ tot we in de melkweg terecht komen, dat is dus een heel eind want de melkweg staat hoog aan de hemel. Nu komen we terecht in de buurt van de helderste ster van het sterrenbeeld de Zwaan: Deneb. Gaan we nu vanuit Deneb een beetje schuin naar beneden, dan ontmoeten we de zeer heldere Wega in de Lier. Een flink eind links van Wega staat, in de melkweg, Altaïr, de helderste ster van de Adelaar. Deneb, Wega en Altaïr vormen samen de zomerdriehoek. In de zomer vindt men deze drie sterren hoog aan de zuidelijke avondhemel, terwijl men dan in het westen het lentetrapezium ziet verdwijnen, maar daarover later. Het herfstbeeld, dat in de zomer in het oosten zichtbaar is, staat nu in het zuiden hoog aan de hemel: het herfstvierkant, gevormd door de vier heldere sterren van Pegasus.

Ook deze configuratie kunnen we met behulp van de Grote Beer vinden. We trekken daarvoor een lijn vanuit 5 naar de Poolster en trekken die lijn door tot we op de zuidelijke helft van de hemel komen. We vinden dan het herfstvierkant.

In het oosten kondigt zich in deze tijd de winter reeds aan: de bovenste sterren van de winterzeshoek worden in de late avond al zichtbaar: als we van de Grote Beer doortrekken, komen we uit bij de heldere Capella in de Voerman.

Tot zover deze eerste verkenning van de sterrenhemel.

Rinke Visser, Jonas 10/11, 3e jrg.

7e klas sterrenkunde: alle artikelen

7e klas: alle artikelen

1296-1210

.

.