Tagarchief: vederpalm

VRIJESCHOOL – Grohmann – leesboek voor de plantkunde (53)

.

Gerbert Grohmann

‘leesboek voor de plantkunde’

blz.192, hoofdstuk 53                                                                               alle hoofdstukken

 

OVER DE OLIEPALM
Deze stamt uit de warme streken van West-Afrika en is net als de kokospalm en de dadelpalm een vederpalm. Zowel van het vruchtvlees, als ook van het zaad, wordt de olie gebruikt; die van het zaad is waardevoller. De door harde schalen omsloten zaden worden in grote massa’s bij ons ingevoerd en tot spijsolie verwerkt (palmpittenolie). Uit de olie van het vruchtvlees maakt men zeep en kaarsen. De vruchten zien eruit als pruimen en meer dan duizend vormen samen een bal, zoals een groot geworden aardbei. Wanneer we bakken en braden of anderszins vet of olie gebruiken, moeten we er maar eens aan denken dat deze olie misschien in de tropen aan een palm gegroeid is en een verre reis heeft moeten maken.

Palmolie wordt net als andere oliën tot spijsvet verwerkt.

Vanzelfsprekend zijn er naast de kokospalm, dadelpalm en oliepalm nog veel andere palmsoorten die van veel nut zijn voor de mens, wanneer ze hun zaden, vruchten of bladeren, vezels of hun hout schenken. Ja, in veel landen van de tropen zou het leven zonder de palmen bijna onmogelijk zijn.

Terug naar de inhoud

 

Plantkunde: alle artikelen

VRIJESCHOOL in beeld: 5e klas: plantkunde

 

59-57

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Grohmann – leesboek voor de plantkunde (50)

.

Gerbert Grohmann

‘leesboek voor de plantkunde’

blz.184, hoofdstuk 50                                                                    alle hoofdstukken

 

OVER DE PALMEN
Voor iedereen die in de gematigde streken van de aarde woont, is het een indrukwekkende belevenis voor het eerst palmen in de natuur te zien. Om onder palmen te wandelen hoeft men niet eens zo ver te reizen als men wel denkt. Al gauw nadat je de passen van de Alpen achter je hebt, duiken links en rechts van de verkeersweg de eerste van deze ons zo vreemd aandoende boomvormen op; eerst nog een enkele, minder statig en af en toe in de winter kapotgevroren, maar dan toch steeds vaker en indrukwekkender. Met hun eenvoudige stammen en de machtige, waaierachtige bladeren bieden de palmen een prachtige aanblik.

Nu moet wel gezegd worden dat de palmen van het noordelijk Middellandse Zeegebied het nog lang niet halen bij de reuzen in de tropen. Met deze vergeleken, doet de enkele palm uit het noordelijk Middellandse Zeegebied maar dwergachtig aan. Maar deze groeit er en is er inheems. Het is een waaierpalm en die wordt dwergpalm genoemd.

Maar de mens heeft langs de kusten van heel de Middellandse Zee vreemde, uitheemse palmsoorten aangeplant, in zoverre ze in dit klimaat nog groeien konden, omdat ze nu eenmaal een buitenlandse aanblik bieden.

Wanneer je een atlas openslaat waarop de palmgrens is aangegeven op het noordelijk halfrond, dan zie je waar de palmstreken van de aarde beginnen. Het omvat nog net het zuiden van Spanje en Griekenland, waar door de Middellandse Zee een milder klimaat heerst. Zuid-Frankrijk en Noord-Italië, ja zelfs het zuidelijkste, over de Alpen gelegen deel van Zwitserland, zijn buitengewoon ver naar het noorden opgeschoven ‘eilanden’, waarop nog net palmen kunnen groeien.

Maar daar maken ze dan ook de meeste indruk op je, wanneer je uit het palmenloze noorden komend, ze voor het eerst ziet. In andere werelddelen wordt de palmgrens eveneens door warme zeestromingen bepaald, die de winter verzachten. In Azië maakt natuurlijk het geweldige Himalayagebergte een einde aan de palmengroei en in Midden-Amerika wordt de palmgrens door de loop van het Rocky Mountainsgebergte in een grote boog naar het zuiden verlegd. Maar ook in veel zuidelijker gelegen streken houdt de palmengroei op, zo gauw de bergen een zekere hoogte hebben bereikt. De hoogte van de palmgrens hangt daar natuurlijk weer af van hoe dicht de betreffende berg bij de evenaar ligt. Het rijkste gebied op aarde aan palmen ligt in het Amazonegebied in Zuid-Amerika en in Zuid-Azië is dat het eilandengebied van Maleisië.

Waarom maken de palmen op ons noorderlingen zo’n merkwaardige indruk? Allereerst komt dat eenvoudigweg door de reusachtige bladeren die we voordien nog niet gezien hadden. Deze bladeren, de waaiers zijn in de meeste gevallen geveerd. Bij sommige palmsoorten zijn ze in ieder geval vingervormig. Dus zijn er vederpalmen en waaierpalmen. De kokospalm en de dadelpalm, net als de oliepalm, die nog besproken zullen worden, zijn vederpalmen. In de jonge toestand zijn palmwaaiers eerst nog sterk gevouwen. Dan komt de wind die ze eenvoudigweg scheurt of het nu een vederpalm of een waaierpalm is. Zo eenvoudig gaat het toe met een palm, ondanks zijn grootte.

Dat zijn wel indrukwekkende beelden, wanneer de wind de machtige bladeren pakt, eraan trekt en plukt, zodat de stammen buigen en de kronen in één richting gebogen worden.

Wanneer je een vederpalm bekijkt, kun je wel op het idee komen dat je een machtig groot geworden varen waarneemt die alleen maar door een stam als een zuil omhoog geheven is, steeds hoger en maar hoger. Dikwijls blijven de afgestorven bladeren of delen daarvan nog aan de stam hangen en alle mogelijke gedierte, zoals ratten, nestelen zich erin, want zo gauw de aarde stammen opricht, ook al zijn het maar eenvoudige palmstammen, dan volgt het dierlijk leven, alsof dat op de aardbodem zelf leeft.

Nu zullen drie, voor de mens bijzonder belangrijke palmsoorten preciezer besproken worden. (kokospalm; dadelpalm; oliepalm)

Terug naar de inhoud

Plantkunde: alle artikelen

VRIJESCHOOL in beeld: 5e klas: plantkunde

 

56-54

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.